Zorgtraject verworven spraak en taal: logopedisch
Afasie
H1: Introductie
1.1 Definitie
1.1.1 Dharmaperwira-Prins & Maas,1998
“Een verworven taalstoornis, veroorzaakt door een hersenletsel, waarbij het begrijpen en uiten
van gesproken en geschreven taal gestoord is.”
● Verworven taalstoornis: geen taalontwikkelingsstoornis
○ Wel kinderafasie? -> wel goede prenatale ontwikkeling maar daarna niet meer
● Geschreven taal wordt vaak verwaarloosd
○ Weinig therapie
○ Sommige patiënten hebben een specifieke sterkte en zwakte (geschreven vs gesproken)
● Hersenletsel
○ Geen diffuus letsel -> geen dementie (atrofie)
■ Afasie is meer focaal en zichtbaar in de hersenen
■ Primaire progressieve afasie (PPA): vaak nog geen duidelijk letsel
○ Centraal zenuwstelsel
○ Verzorgingsgebied = linker arteria cerebri media
○ Geen psychogene oorzaak
1.1.2 Papathanasiou & Coppens, 2013
“Aphasia is defined as an acquired selective impairment of language modalities and functions
resulting from a focal brain lesion in the language-dominant hemisphere that affects the person’s
communicative and social functioning, quality of life and the quality of life of his or her
relatives and caregivers.”
● Verworven
● Taal-dominante hemisfeer
○ 99% van rechtshandige afatici -> linker letsel
○ 70% van linkshandige afatici -> linker letsel
● Focaal letsel: aantoonbaar/zichtbaar in de hersenen
● Gevolgen:
○ Op communicatieve en sociale functies
○ Kwaliteit van leven van patiënt en omgeving
● ICF-model: belangrijk om stoornissen in te delen en
om rekening te houden met externe factoren
○ Holistische benadering
1.2 Incidentie en prevalentie
Incidentie = hoeveel gevallen er elk jaar bijkomen
● Beroerte: elk half uur in België => 19.000/jaar
Prevalentie = hoeveel gevallen in totaal
● CVA: 0,58% in België
● 30% van CVA patiënten heeft afasie
● Afasie: 0,18% in België
1.3 Oorzaken afasie
● CVA/beroerte (85% van afatici)
, ○ Ischemisch:
■ Trombose: aderen gaan dichtslibben
● Bloed kan niet goed door
● Geen zuurstof/voedingsstoffen
■ Embolie: bloedklonter ontstaat op een
andere plaats in het lichaam en komt vast
te zitten in de hersenen (hetzelfde gevolg
als trombose)
○ Hersenbloeding:
■ Bepaalde ader lekt – vaak bij een
aneurysma
● Bloed geraakt niet bij het doel
● Geen zuurstof, glucose, … bij de
hersencellen => afsterven
■ Bloed komt tussen de hersenen te zitten
● Hoge druk want bloed kan niet weg
● Zenuwcellen plat duwen
■ Bloedvaten samentrekken: minder toevoer naar andere regio’s
● Trauma: lokaal (vb. een kogel) vs diffuus (vb. een val)
● Hersentumor: zo snel mogelijk verwijderen => uitval van bepaalde functies
● Infectie: vaak bij kinderen (meningitis en encefalitis)
● Degeneratieve ziekte: primaire progressieve afasie = PPA -> geen acuut letsel
● Beschadiging witte materie connecties
○ Zowel de cellichamen als de axonen kunnen beschadigd worden
○ Effect van beschadigde axonen (witte materie) is doorgaans erger dan grijze materie letsels
■ Beschadiging moeilijker te compenseren
■ Belangrijke axonen worden dikker (meer gebruikt)
■ Pruning: minder belangrijke vallen weg
○ Witte materie neemt meer volume in de hersenen in beslag
1.4 Evidence based practice
Agreed areas of care in aphasia (Power et al., 2015)
● De juiste doorverwijzing krijgen
● Optimaliseren van initieel contact
● Assessment afasie
● Doelen stellen en outcome meten
● Interventie geven
, ● Bevorderen van de communicatieve omgeving
● Bevorderen van persoonlijke factoren
● Plannen voor transities en ontslag: patiënten zouden niet ontslagen mogen worden uit een
ziekenhuis als er nog geen vorm van functionele communicatie mogelijk is
1.5 Geschiedenis
1.5.1 Afasie voor 1860
● Egyptenaren
○ Ziel in hart; hersenen niet nuttig
● Grieks-Romeinse periode tot in late middeleeuwen
○ Theorie van 4 elementen (water- vuur – aarde – lucht)
■ Er moet steeds in balans zijn
■ vb. taalstoornis - “te veel lucht in de hersenen”
○ Plato versus Aristoteles
■ Plato: al het denken zit in het hoofd
■ Aristoteles: alles zit in het hart
○ Ventriculaire theorie
■ Wel in de hersenen: grote ventrikels -> elk een eigen functie
■ Maar nog heel vaag
● Renaissance tot 18de eeuw
○ Ontwikkelingen in geneeskunde (Vesalius, Da Vinci,…)
■ Anatomisch preciezer: hersenen in kaart gebracht
■ Moeilijkheid: moet post mortem
○ Kerk veto tegen anatomisch onderzoek
■ Descartes (17de eeuw): ziel in glandula pinealis -> niet in hersenen dus anatomisch
onderzoek kan wel
1.5.2 19de eeuw: geboorte van afasiologie
● Systematische studie van afasie: lokaal vs holistische models
○ Lokaal:
■ Vb, Gall, Bouillaud, Aubertin, Broca, Dax
■ Frenologie van Gall: Grondlegger van cerebrale lokalisatie
van functies (1800–1860)
○ Holistische benadering van vb Pierre Flourens
■ Verwijderen hersendelen -> impact vergelijkbaar
ongeacht de regio
1.5.3 Broca, Wernicke, Lichtheim (1860-1930)
1.5.3.1 Broca
● Franse arts Paul Broca in 1861 twee case studies
○ Stoornis productie
■ Patiënt Leborgne: “Monsieur tan-tan”
■ Patiënt Lelong: 5 woorden
○ Taalbegrip goed
● Locatie:
○ Linker posterieure twee derden van IFG
■ BA = Brodmann Area
● 44 = opercularis
● 45 = triangularis
■ Motorisch centrum voor taal (“afamie”)
■ Linker lateralisatie (ook door Dax)
● Afasiepatiënten vaak hemiplegisch (rechtszijdige verlamming)
● Afasietype = motorisch/Broca afasie
, 1.5.3.2 Wernicke
● Arts Carl Wernicke in 1874, twee case studies
○ Stoornis begrijpen
○ Gesproken taal wel vloeiend maar semantisch niet coherent
● Locatie: linker achterste deel van STG
● Afasiesyndroom = sensorische/Wernicke afasie
Eerste classificatie van afasiesyndromen:
● STG en IFG zijn verbonden: samenwerking tussen de regio’s
● Bevindingen van Broca en Wernicke leiden tot een belangrijke tweedeling in het afasiologische
onderzoek:
○ “vloeiend” = afasie van Wernicke
○ “niet-vloeiend” = afasie van Broca
1.5.3.2 Lichtheim
● Broca: probleem in motorisch centrum -> horen en begrijpen maar niks kunnen zeggen
● Wernicke: probleem in auditief centrum
○ Concept en motorisch wel oké
1.5.4 Functionele beeldvorming (1985-heden)
● Clustering symptomen classificatiemodel van Boston (BDAE)
○ Obv vloeiendheid, begrip, benoemen, herhalen, spelling, lezen
● Veel kritiek
○ Patiënten vallen vaak niet onder 1 type
○ Eerder een continuüm
Afasie
H1: Introductie
1.1 Definitie
1.1.1 Dharmaperwira-Prins & Maas,1998
“Een verworven taalstoornis, veroorzaakt door een hersenletsel, waarbij het begrijpen en uiten
van gesproken en geschreven taal gestoord is.”
● Verworven taalstoornis: geen taalontwikkelingsstoornis
○ Wel kinderafasie? -> wel goede prenatale ontwikkeling maar daarna niet meer
● Geschreven taal wordt vaak verwaarloosd
○ Weinig therapie
○ Sommige patiënten hebben een specifieke sterkte en zwakte (geschreven vs gesproken)
● Hersenletsel
○ Geen diffuus letsel -> geen dementie (atrofie)
■ Afasie is meer focaal en zichtbaar in de hersenen
■ Primaire progressieve afasie (PPA): vaak nog geen duidelijk letsel
○ Centraal zenuwstelsel
○ Verzorgingsgebied = linker arteria cerebri media
○ Geen psychogene oorzaak
1.1.2 Papathanasiou & Coppens, 2013
“Aphasia is defined as an acquired selective impairment of language modalities and functions
resulting from a focal brain lesion in the language-dominant hemisphere that affects the person’s
communicative and social functioning, quality of life and the quality of life of his or her
relatives and caregivers.”
● Verworven
● Taal-dominante hemisfeer
○ 99% van rechtshandige afatici -> linker letsel
○ 70% van linkshandige afatici -> linker letsel
● Focaal letsel: aantoonbaar/zichtbaar in de hersenen
● Gevolgen:
○ Op communicatieve en sociale functies
○ Kwaliteit van leven van patiënt en omgeving
● ICF-model: belangrijk om stoornissen in te delen en
om rekening te houden met externe factoren
○ Holistische benadering
1.2 Incidentie en prevalentie
Incidentie = hoeveel gevallen er elk jaar bijkomen
● Beroerte: elk half uur in België => 19.000/jaar
Prevalentie = hoeveel gevallen in totaal
● CVA: 0,58% in België
● 30% van CVA patiënten heeft afasie
● Afasie: 0,18% in België
1.3 Oorzaken afasie
● CVA/beroerte (85% van afatici)
, ○ Ischemisch:
■ Trombose: aderen gaan dichtslibben
● Bloed kan niet goed door
● Geen zuurstof/voedingsstoffen
■ Embolie: bloedklonter ontstaat op een
andere plaats in het lichaam en komt vast
te zitten in de hersenen (hetzelfde gevolg
als trombose)
○ Hersenbloeding:
■ Bepaalde ader lekt – vaak bij een
aneurysma
● Bloed geraakt niet bij het doel
● Geen zuurstof, glucose, … bij de
hersencellen => afsterven
■ Bloed komt tussen de hersenen te zitten
● Hoge druk want bloed kan niet weg
● Zenuwcellen plat duwen
■ Bloedvaten samentrekken: minder toevoer naar andere regio’s
● Trauma: lokaal (vb. een kogel) vs diffuus (vb. een val)
● Hersentumor: zo snel mogelijk verwijderen => uitval van bepaalde functies
● Infectie: vaak bij kinderen (meningitis en encefalitis)
● Degeneratieve ziekte: primaire progressieve afasie = PPA -> geen acuut letsel
● Beschadiging witte materie connecties
○ Zowel de cellichamen als de axonen kunnen beschadigd worden
○ Effect van beschadigde axonen (witte materie) is doorgaans erger dan grijze materie letsels
■ Beschadiging moeilijker te compenseren
■ Belangrijke axonen worden dikker (meer gebruikt)
■ Pruning: minder belangrijke vallen weg
○ Witte materie neemt meer volume in de hersenen in beslag
1.4 Evidence based practice
Agreed areas of care in aphasia (Power et al., 2015)
● De juiste doorverwijzing krijgen
● Optimaliseren van initieel contact
● Assessment afasie
● Doelen stellen en outcome meten
● Interventie geven
, ● Bevorderen van de communicatieve omgeving
● Bevorderen van persoonlijke factoren
● Plannen voor transities en ontslag: patiënten zouden niet ontslagen mogen worden uit een
ziekenhuis als er nog geen vorm van functionele communicatie mogelijk is
1.5 Geschiedenis
1.5.1 Afasie voor 1860
● Egyptenaren
○ Ziel in hart; hersenen niet nuttig
● Grieks-Romeinse periode tot in late middeleeuwen
○ Theorie van 4 elementen (water- vuur – aarde – lucht)
■ Er moet steeds in balans zijn
■ vb. taalstoornis - “te veel lucht in de hersenen”
○ Plato versus Aristoteles
■ Plato: al het denken zit in het hoofd
■ Aristoteles: alles zit in het hart
○ Ventriculaire theorie
■ Wel in de hersenen: grote ventrikels -> elk een eigen functie
■ Maar nog heel vaag
● Renaissance tot 18de eeuw
○ Ontwikkelingen in geneeskunde (Vesalius, Da Vinci,…)
■ Anatomisch preciezer: hersenen in kaart gebracht
■ Moeilijkheid: moet post mortem
○ Kerk veto tegen anatomisch onderzoek
■ Descartes (17de eeuw): ziel in glandula pinealis -> niet in hersenen dus anatomisch
onderzoek kan wel
1.5.2 19de eeuw: geboorte van afasiologie
● Systematische studie van afasie: lokaal vs holistische models
○ Lokaal:
■ Vb, Gall, Bouillaud, Aubertin, Broca, Dax
■ Frenologie van Gall: Grondlegger van cerebrale lokalisatie
van functies (1800–1860)
○ Holistische benadering van vb Pierre Flourens
■ Verwijderen hersendelen -> impact vergelijkbaar
ongeacht de regio
1.5.3 Broca, Wernicke, Lichtheim (1860-1930)
1.5.3.1 Broca
● Franse arts Paul Broca in 1861 twee case studies
○ Stoornis productie
■ Patiënt Leborgne: “Monsieur tan-tan”
■ Patiënt Lelong: 5 woorden
○ Taalbegrip goed
● Locatie:
○ Linker posterieure twee derden van IFG
■ BA = Brodmann Area
● 44 = opercularis
● 45 = triangularis
■ Motorisch centrum voor taal (“afamie”)
■ Linker lateralisatie (ook door Dax)
● Afasiepatiënten vaak hemiplegisch (rechtszijdige verlamming)
● Afasietype = motorisch/Broca afasie
, 1.5.3.2 Wernicke
● Arts Carl Wernicke in 1874, twee case studies
○ Stoornis begrijpen
○ Gesproken taal wel vloeiend maar semantisch niet coherent
● Locatie: linker achterste deel van STG
● Afasiesyndroom = sensorische/Wernicke afasie
Eerste classificatie van afasiesyndromen:
● STG en IFG zijn verbonden: samenwerking tussen de regio’s
● Bevindingen van Broca en Wernicke leiden tot een belangrijke tweedeling in het afasiologische
onderzoek:
○ “vloeiend” = afasie van Wernicke
○ “niet-vloeiend” = afasie van Broca
1.5.3.2 Lichtheim
● Broca: probleem in motorisch centrum -> horen en begrijpen maar niks kunnen zeggen
● Wernicke: probleem in auditief centrum
○ Concept en motorisch wel oké
1.5.4 Functionele beeldvorming (1985-heden)
● Clustering symptomen classificatiemodel van Boston (BDAE)
○ Obv vloeiendheid, begrip, benoemen, herhalen, spelling, lezen
● Veel kritiek
○ Patiënten vallen vaak niet onder 1 type
○ Eerder een continuüm