H1: Kanker: definitie, symptomen en diagnose 5
1.1 Definitie en kenmerken 5
1.2 Statistieken 7
1.3 Indeling 8
1.4 Diagnostisch pad 8
1.5 Symptomen 8
1.5.1 Lokale effecten (primaire tumor of metastasen) 9
1.5.1.1 Longkanker 9
1.5.1.2 Borstkanker 10
1.5.1.3 Darmkanker 10
1.5.1.4 Huidkanker 10
1.5.1.5 Centraal zenuwstelseltumoren 10
1.5.1.6 Hematologische tumoren 11
1.5.1.7 Metastasen of uitzaaiingen 11
1.5.2 Niet-specifieke symptomen 11
1.5.3 Metabole effecten: tumor lysis syndroom 12
1.5.4 Paraneoplastische effecten: myasthenia gravis 13
1.5.5 Alarmsymptomen 13
1.5.6 Performantiestatus 14
1.6 Diagnose: bloedresultaten 14
1.7 Histologische classificatie 14
1.8 Staging 15
1.8.1 Lymfomen 15
1.8.2 Solide tumoren 15
1.8.3 Beeldvorming 16
1.9 Diagnostisch pad 16
H2: Kanker oorzaken en preventie 17
2.1 Oorzaken 17
2.1.1 Medicatie 17
2.1.2 Biologische agentia 17
2.1.3 Beroepsblootstelling/omgevingsfactoren 17
2.1.4 Straling 17
2.1.5 Voeding en middelen 18
2.1.5.1 Roken 18
2.1.5.2 Overgewicht 18
2.1.5.3 Vlees 18
2.1.5.4 Zout 18
2.1.5.5 Alcohol 18
2.2 Primaire preventie 18
2.3 Secundaire preventie 19
2.3.1 Screening: borstkanker 20
2.3.1.1 Primaire preventie 20
2.3.1.2 Secundair preventie 21
1
, 2.3.2 Screening: baarmoederhalskankers 21
2.3.2.1 Primaire preventie 21
2.3.2.2 Secundaire preventie 21
2.3.3 Screening: colecterale kanker 22
2.3.4 Screening longkanker 22
2.3.5 Screening prostaatkanker 22
2.3.6 Screening melanoom 22
2.3.6.1 Primaire preventie 23
2.3.6.2 Secundaire preventie 23
H3: Kanker behandeling 23
3.1 Chemotherapie 23
3.1.1 Celcyclus 23
3.1.2 Ontwikkeling 23
3.1.3 Toediening 24
3.1.4 Dosis 24
3.1.5 Nevenwerkingen 24
3.1.5.1 Nausea en braken (CINV) 24
3.1.5.2 Myelotoxiciteit (beenmergtoxiciteit) 25
3.1.5.3 Diarree 25
3.1.5.4 Constipatie 25
3.1.5.5 Orale mucositis 25
3.1.5.6 Andere orgaantoxiciteit 26
3.1.5.7 Andere 26
3.2 Heelkunde 26
3.2.1 Profylactische 26
3.2.2 Diagnose en staging 26
3.2.3 Curatief opzet 26
3.2.4 Palliatieve heelkunde 26
3.2.5 Andere procedures 26
3.3 Radiotherapie 27
3.3.1 Toediening 27
3.3.2 Nevenwerkingen 28
3.3.3 Belang van rookstop 28
H4: Hematologie 28
4.1 Bloed 28
4.1.1 Functie 28
4.1.2 Collectie 29
4.1.3 Structuur 29
4.1.4 Definities 29
4.1.5 Bloedcellen 29
4.1.5.1 Rode bloedcellen 29
4.1.5.2 Witte bloedcellen 30
4.1.5.3 Bloedplaatjes 30
4.2 Immuun systeem 30
2
, 4.2.1 Lymfoide organen 31
4.2.1.1 Thymus/zwezerik 31
4.2.1.2 Tonsillen en MALT 31
4.2.1.3 Lymfeklier 31
4.2.1.4 MILT 32
4.2.2 Cellen 32
4.2.2.1 T-lymfocyten 32
4.2.2.2 B-lymfocyten 32
4.3 Afwijkingen in het bloed 32
4.3.1 Anemie 33
4.3.2 Polycythemie 33
4.3.3 Leucopenie: te weinig witte bloedcellen 34
4.3.4 Leucocytose: te veel witte bloedcellen 34
4.3.5 Trombocytopenie: te weinig bloedplaatjes 34
4.3.6 Thrombocytose: te veel bloedplaatjes 34
4.4 Ziektebeelden 35
4.4.1 Acute leukemie 35
4.4.2 Lymfoom 36
4.4.3 Systeemziekten 37
H5: Ziekten van hart en bloedvaten 38
5.1 Hart 38
5.1.1 Algemeen 38
5.1.2 Kleine bloedsomloop 38
5.1.3 Grote bloedsomloop 38
5.1.4 Bevloeiing 38
5.1.5 Holtes 39
5.1.6 Kleppen 39
5.1.7 Wand 40
5.1.8 Werking 40
5.1.9 Prikkelgeleiding 41
5.2 Symptomen 42
5.3 Onderzoeken 43
5.4 Ziekten 44
5.4.1 Acuut myocardinfarct 44
5.4.2 Hartfalen 45
5.4.3 Hartritmestoornissen 45
5.4.4 Ziekten van de hartkleppen 47
5.4.5 Ziekten van de hartwand 48
5.4.5.1 Endocarditis 48
5.4.5.2 Pericarditis 48
5.4.5.3 Tamponnade 48
5.4.6 Aandoeningen van de bloedvaten 48
5.4.6.1 Aneurysma van de abdominale aorta 48
5.4.6.2 Perifere arteriele insufficientie 49
3
, 5.4.6.3 Cerebrovasculair accident 49
5.4.6.4 Arteriële hypertensie 49
5.4.6.5 Diepe veneuze thrombose 50
H6: Nefrologie 51
6.1 Anatomie van de nieren 51
6.1.1 Urinair stelsel 51
6.1.2 Nieren 51
6.2 Het nefron 51
6.3 Fysiologie van de nieren 52
6.3.1 Functies 53
6.4 Onderzoeken van de nieren 53
6.4.1 Urineonderzoek 53
6.4.2 Bloedonderzoek 53
6.4.3 Beeldvorming 54
6.4.4 Nierbiopsie 54
6.4.5 Prostaatbiopsie 54
6.4.6 Urethro-cystoscopie 54
6.5 Aandoeningen 54
6.5.1 Acute nierinsufficiëntie 54
6.5.2 Chronische nierinsufficiëntie 55
6.5.3 Nefrotisch syndroom 56
6.5.4 Nierstenen 56
6.5.5 Pyelonefritis 56
4
, Ziekteleer: Daan Dierickx
H1: Kanker: definitie, symptomen en diagnose
1.1 Definitie en kenmerken
● Kanker < ‘Cancrum’ = krab -> vroeger: kanker met uitlopers op huid dat leek op een krab
● Gekarakteriseerd door ongecontroleerde celdeling:
○ Groei van abnormaal weefsel (tumor, neoplasie)
○ Komt uit normaal weefsel
Normaal Kanker
● Continue celdeling nodig voor ● Groei zonder de wetten van het
ontwikkeling en groei ecosysteem te respecteren
● Volwassen weefsels ● Onaangepaste groei
○ Homeostase behouden ○ Niet-adaptief: zonder
■ Steady state, evenwicht uitlokkende fysiologische
■ Herstel /repair stimulus
○ Adaptief inspelen op wijzigende ○ Niet flexibel of reversibel:
situaties zonder spontaan uitdoven
■ Hyperplasie = groei ● Het groeit gewoon, niet te modificeren
■ Hypertrofie = delen of ● Eens het begint te groeien = stopt niet
groter worden
■ Hyperplasie en -trofie
■ Flexibel en reversibel:
steeds onder controle
● Alle lichaamscellen blijven delen behalve neuronen
● Voorbeelden van hypertrofie en hyperplasie: ALLEMAAL GECONTROLEERD
○ Spiermassa
○ Baarmoederslijmvlies voorbereiden om een eitje, mogelijke zwangerschap -> regels
○ Prostaat gaat groter worden, prostaathypertrofie -> neemt toe met de leeftijd
● Kenmerken:
○ Niet-invasief = niet de neiging om in andere organen te groeien
○ Necrose = afsterven -> hoe sneller het groeit = sneller afsterven
○ Differentiatie = mate waarin tumor nog lijkt op originele weefsel
○ Mitotische activiteit = groeisnelheid
○ Goedaardig = niet altijd onschadelijk vb. tumor in hersenen
5
,● Neuronen die je kwijt bent = groeien niet meer terug
○ Normale deling
○ Kanker = abnormaal snelle en veel deling
● Vier soorten cellen in ons lichaam
○ Epitheel, spiercellen, zenuwcel, bindweefsel
○ Elke cel = kern + cytoplasma hierin
■ Hierin genetisch materiaal in chromosomen vervat
■ Overschrijven door eiwitten = bouwstenen lichaam
○ Per cel = 23 paar chromosomen (46)
■ 22 voor iedereen dezelfde
■ 1 voor geslachtschromosoom
○ Korte armen = p en lange armen = q
○ 3 miljard bouwstenen
○ 25.000 genen
● Genomische instabiliteit: chromosomen gaan afwijkingen beginnen te vertonen -> deletie,
duplicatie, inversie, …
● Next generation sequencing: volgorde van nucleotiden in een DNA- of RNA-monster bepalen
○ Circos plot -> zoeken naar de oorzaken, waar ligt de tumor
○ Coverage (dekking) : hoeveel DNA stukjes op die positie
○ 23 chromosomen worden weergegeven
6
, ● Genomisch landschap: aantal afwijkingen per kanker altijd
○ Veel afwijkingen vb. long- en huidkanker door omgevingsfactoren die een grote rol
spelen (zon, roken, …)
○ Weinig vb botkanker bij kind = pech
● Types kanker:
○ Epitheel = carcinoma -> darm-, huid-, borstepitheel
○ Lymfocyten = lymfoma -> immuunsysteem
○ Witte bloedcellen = leukemie
○ Bindweefsel = sarcoma -> bot of spieren
○ Melanocyten = melanoma: huid -> produceren melanine -> huidskleur, sproeten,
moedervlekken
○ Kiemcellen = terratoma
● Vaste tumoren <-> vloeibare tumoren
○ Vast: carcinomen, sarcomen, melanomen, teratomen
○ Lymfomen
○ Vloeibare tumoren: leukemie
1.2 Statistieken
● Mannen vs vrouwen + regio gebonden
● Leeftijd: Hoe ouder dat je wordt hoe meer kans je hebt om kanker te krijgen
● Prevalentie: ongeveer 4950 nieuwe gevallen per dag
○ Mannen: Prostaat 21%, long 13%, colon + rectum 9%
○ Vrouwen: Borst 30%, long 12% en colon + rectum 8%
● Overlijdens: > 1600 ‘kanker’ per dag, levenslange kans op kanker te krijgen = 1/3
○ Mannen:
■ Longen 23%
■ Prostaat 10%: 3% krijgt het en 8% overlijdt eraan
■ Colon + rectum 9%
■ Pancreas 8%
● Minder kans op voorkomen MAAR grote kans op overlijden
● Minder goede behandeling hiervoor
○ Vrouwen:
■ Long 22%
■ Borst 15%
■ Colon + rectum 9%
■ Pancreas 8%
● Preventie en screening:
○ Toename in incidentie door alle mannen te gaan screenen
○ Sprake van overscreening: niet iedereen ging ervan sterven
○ Minder mortaliteit dankzij screening
● 5-jaars overleven: % van mensen met een bepaalde kanker die na 5 jaar nog in leven zijn, alle
kankers samen -> grote verschillen
○ Voor alle kankers samen: 67,1%
○ Per kanker
■ Prostaat 98%
■ Melanoma 92%
■ Borst 90%
■ Slokdarm 20%
■ Long 19%
■ Lever 18%
■ Pancreas 9%
● Kanker is niet meest voorkomende doodsoorzaak
○ Hart-en vaatziekten = grootste doodsoorzaak
○ Roken, cholesterol, geen sport, te veel suiker, alcohol
7
,1.3 Indeling
Manier van indelen: Voorbeelden:
Leeftijd bij diagnose Pediatrisch – AYA (16-35j) - Volwassen
Genetische factoren Familiaal - Sporadisch
Omgevingsfactoren Therapie-gerelateerd – de novo
Manier van detecteren Screening - Symptomatisch
Pathologie Histologische types, graad van differentiatie
Moleculaire pathologie Classificaties obv DNA, RNA, proteïne
Klinisch gedrag Agressief - Indolent
Targets voor moleculaire behandeling Somatische mutaties - pathways
Op verschillende manieren indelen
● Wanneer diagnose gesteld
● Genetische factoren
○ Familiaal = bepaalde borstkankers bvb -> ZEER zeldzaam
○ Sporadisch = meest
● Omgevingsfactoren
● De novo = geen oorzaak
1.4 Diagnostisch pad
1.5 Symptomen
● 1 kwaadaardige cel die zich gaat ontaarden en ongecontroleerd gaat groeien
○ Preklinische fase -> te klein, niet kunnen opsporen
○ Klinisch -> symptomatisch
● Delay:
○ Te klein om vast te stellen
○ Patient delay vb. niet naar de dokter gaan ook al heeft die symptomen
○ Doctor delay vb. verkeerde, niet adequate diagnose gesteld
8
, ● Vaak symptomen toch aanwezig
● Groter probleem = aspecifieke symptomen
○ Kan vaak bij meerdere dingen voorkomen
○ Vaak niet herkend als symptoom
○ vb hoesten; verkoudheid, astma,…
● Pathognomonisch: ‘iedereen die hoest heeft kanker’ -> Geen 1-op-1 verband tussen
symptomen en ziekte
1.5.1 Lokale effecten (primaire tumor of metastasen)
1.5.1.1 Longkanker
● Respiratoir
○ Hoesten -> voornamelijk aanslepend
○ Hemoptoe = bloed ophoesten
○ Dyspnoe = kortademigheid
● Heesheid
● Pijn:
○ Ingroei in het longvlies of in een zenuw
○ Drukken op een andere structuur
● Pneumonie = longontsteking
● Vena cava superior syndroom
9
, ○ Zuurstofarm bloed komt via de vena cava
superior
○ Gaat bloed afvoeren van de bovenste
lichaamsdelen
○ Paars en blauw zien omdat het bloed blijft staan
○ Bij jongeren vaak door lymfeklier kanker vb
Hodgkin
● Zeker in personen met risicofactoren:
○ Leeftijd
○ Roker/ex-roker
○ COPD = chronische bronchitis patiënten
○ Beroepsblootstelling vb. dakwerkers
○ …
1.5.1.2 Borstkanker
● Knobbel = symptoom, kan ook cyste zijn MAAR best laten nakijken
● Veranderingen tepel: Kan ingetrokken zijn, bloeden, …
● Huidafwijkingen
● Zwelling oksel
1.5.1.3 Darmkanker
● Verandering in stoelgangspatroon
● Bloedverlies per anum !! meest voorkomende oorzaak van bloedverlies -> speen/aambeien
● Tenesme = valse stoelgangsnood -> Je denkt dat je moet en op het moment lukt het niet
● Abdominale pijn, braken
1.5.1.4 Huidkanker
● Met dermatoscoop bekijken
● ABCD regel
○ Asymmetrie: 2 delen lijken niet op elkaar
○ Rand: mooie afgrenzing
○ Kleur: kleur varieert van 1 stuk naar ander stuk
○ Diameter: groter dan potloodgom
1.5.1.5 Centraal zenuwstelseltumoren
● Verhoogde intracraniële druk: hoofdpijn, nausea, braken
10
1.1 Definitie en kenmerken 5
1.2 Statistieken 7
1.3 Indeling 8
1.4 Diagnostisch pad 8
1.5 Symptomen 8
1.5.1 Lokale effecten (primaire tumor of metastasen) 9
1.5.1.1 Longkanker 9
1.5.1.2 Borstkanker 10
1.5.1.3 Darmkanker 10
1.5.1.4 Huidkanker 10
1.5.1.5 Centraal zenuwstelseltumoren 10
1.5.1.6 Hematologische tumoren 11
1.5.1.7 Metastasen of uitzaaiingen 11
1.5.2 Niet-specifieke symptomen 11
1.5.3 Metabole effecten: tumor lysis syndroom 12
1.5.4 Paraneoplastische effecten: myasthenia gravis 13
1.5.5 Alarmsymptomen 13
1.5.6 Performantiestatus 14
1.6 Diagnose: bloedresultaten 14
1.7 Histologische classificatie 14
1.8 Staging 15
1.8.1 Lymfomen 15
1.8.2 Solide tumoren 15
1.8.3 Beeldvorming 16
1.9 Diagnostisch pad 16
H2: Kanker oorzaken en preventie 17
2.1 Oorzaken 17
2.1.1 Medicatie 17
2.1.2 Biologische agentia 17
2.1.3 Beroepsblootstelling/omgevingsfactoren 17
2.1.4 Straling 17
2.1.5 Voeding en middelen 18
2.1.5.1 Roken 18
2.1.5.2 Overgewicht 18
2.1.5.3 Vlees 18
2.1.5.4 Zout 18
2.1.5.5 Alcohol 18
2.2 Primaire preventie 18
2.3 Secundaire preventie 19
2.3.1 Screening: borstkanker 20
2.3.1.1 Primaire preventie 20
2.3.1.2 Secundair preventie 21
1
, 2.3.2 Screening: baarmoederhalskankers 21
2.3.2.1 Primaire preventie 21
2.3.2.2 Secundaire preventie 21
2.3.3 Screening: colecterale kanker 22
2.3.4 Screening longkanker 22
2.3.5 Screening prostaatkanker 22
2.3.6 Screening melanoom 22
2.3.6.1 Primaire preventie 23
2.3.6.2 Secundaire preventie 23
H3: Kanker behandeling 23
3.1 Chemotherapie 23
3.1.1 Celcyclus 23
3.1.2 Ontwikkeling 23
3.1.3 Toediening 24
3.1.4 Dosis 24
3.1.5 Nevenwerkingen 24
3.1.5.1 Nausea en braken (CINV) 24
3.1.5.2 Myelotoxiciteit (beenmergtoxiciteit) 25
3.1.5.3 Diarree 25
3.1.5.4 Constipatie 25
3.1.5.5 Orale mucositis 25
3.1.5.6 Andere orgaantoxiciteit 26
3.1.5.7 Andere 26
3.2 Heelkunde 26
3.2.1 Profylactische 26
3.2.2 Diagnose en staging 26
3.2.3 Curatief opzet 26
3.2.4 Palliatieve heelkunde 26
3.2.5 Andere procedures 26
3.3 Radiotherapie 27
3.3.1 Toediening 27
3.3.2 Nevenwerkingen 28
3.3.3 Belang van rookstop 28
H4: Hematologie 28
4.1 Bloed 28
4.1.1 Functie 28
4.1.2 Collectie 29
4.1.3 Structuur 29
4.1.4 Definities 29
4.1.5 Bloedcellen 29
4.1.5.1 Rode bloedcellen 29
4.1.5.2 Witte bloedcellen 30
4.1.5.3 Bloedplaatjes 30
4.2 Immuun systeem 30
2
, 4.2.1 Lymfoide organen 31
4.2.1.1 Thymus/zwezerik 31
4.2.1.2 Tonsillen en MALT 31
4.2.1.3 Lymfeklier 31
4.2.1.4 MILT 32
4.2.2 Cellen 32
4.2.2.1 T-lymfocyten 32
4.2.2.2 B-lymfocyten 32
4.3 Afwijkingen in het bloed 32
4.3.1 Anemie 33
4.3.2 Polycythemie 33
4.3.3 Leucopenie: te weinig witte bloedcellen 34
4.3.4 Leucocytose: te veel witte bloedcellen 34
4.3.5 Trombocytopenie: te weinig bloedplaatjes 34
4.3.6 Thrombocytose: te veel bloedplaatjes 34
4.4 Ziektebeelden 35
4.4.1 Acute leukemie 35
4.4.2 Lymfoom 36
4.4.3 Systeemziekten 37
H5: Ziekten van hart en bloedvaten 38
5.1 Hart 38
5.1.1 Algemeen 38
5.1.2 Kleine bloedsomloop 38
5.1.3 Grote bloedsomloop 38
5.1.4 Bevloeiing 38
5.1.5 Holtes 39
5.1.6 Kleppen 39
5.1.7 Wand 40
5.1.8 Werking 40
5.1.9 Prikkelgeleiding 41
5.2 Symptomen 42
5.3 Onderzoeken 43
5.4 Ziekten 44
5.4.1 Acuut myocardinfarct 44
5.4.2 Hartfalen 45
5.4.3 Hartritmestoornissen 45
5.4.4 Ziekten van de hartkleppen 47
5.4.5 Ziekten van de hartwand 48
5.4.5.1 Endocarditis 48
5.4.5.2 Pericarditis 48
5.4.5.3 Tamponnade 48
5.4.6 Aandoeningen van de bloedvaten 48
5.4.6.1 Aneurysma van de abdominale aorta 48
5.4.6.2 Perifere arteriele insufficientie 49
3
, 5.4.6.3 Cerebrovasculair accident 49
5.4.6.4 Arteriële hypertensie 49
5.4.6.5 Diepe veneuze thrombose 50
H6: Nefrologie 51
6.1 Anatomie van de nieren 51
6.1.1 Urinair stelsel 51
6.1.2 Nieren 51
6.2 Het nefron 51
6.3 Fysiologie van de nieren 52
6.3.1 Functies 53
6.4 Onderzoeken van de nieren 53
6.4.1 Urineonderzoek 53
6.4.2 Bloedonderzoek 53
6.4.3 Beeldvorming 54
6.4.4 Nierbiopsie 54
6.4.5 Prostaatbiopsie 54
6.4.6 Urethro-cystoscopie 54
6.5 Aandoeningen 54
6.5.1 Acute nierinsufficiëntie 54
6.5.2 Chronische nierinsufficiëntie 55
6.5.3 Nefrotisch syndroom 56
6.5.4 Nierstenen 56
6.5.5 Pyelonefritis 56
4
, Ziekteleer: Daan Dierickx
H1: Kanker: definitie, symptomen en diagnose
1.1 Definitie en kenmerken
● Kanker < ‘Cancrum’ = krab -> vroeger: kanker met uitlopers op huid dat leek op een krab
● Gekarakteriseerd door ongecontroleerde celdeling:
○ Groei van abnormaal weefsel (tumor, neoplasie)
○ Komt uit normaal weefsel
Normaal Kanker
● Continue celdeling nodig voor ● Groei zonder de wetten van het
ontwikkeling en groei ecosysteem te respecteren
● Volwassen weefsels ● Onaangepaste groei
○ Homeostase behouden ○ Niet-adaptief: zonder
■ Steady state, evenwicht uitlokkende fysiologische
■ Herstel /repair stimulus
○ Adaptief inspelen op wijzigende ○ Niet flexibel of reversibel:
situaties zonder spontaan uitdoven
■ Hyperplasie = groei ● Het groeit gewoon, niet te modificeren
■ Hypertrofie = delen of ● Eens het begint te groeien = stopt niet
groter worden
■ Hyperplasie en -trofie
■ Flexibel en reversibel:
steeds onder controle
● Alle lichaamscellen blijven delen behalve neuronen
● Voorbeelden van hypertrofie en hyperplasie: ALLEMAAL GECONTROLEERD
○ Spiermassa
○ Baarmoederslijmvlies voorbereiden om een eitje, mogelijke zwangerschap -> regels
○ Prostaat gaat groter worden, prostaathypertrofie -> neemt toe met de leeftijd
● Kenmerken:
○ Niet-invasief = niet de neiging om in andere organen te groeien
○ Necrose = afsterven -> hoe sneller het groeit = sneller afsterven
○ Differentiatie = mate waarin tumor nog lijkt op originele weefsel
○ Mitotische activiteit = groeisnelheid
○ Goedaardig = niet altijd onschadelijk vb. tumor in hersenen
5
,● Neuronen die je kwijt bent = groeien niet meer terug
○ Normale deling
○ Kanker = abnormaal snelle en veel deling
● Vier soorten cellen in ons lichaam
○ Epitheel, spiercellen, zenuwcel, bindweefsel
○ Elke cel = kern + cytoplasma hierin
■ Hierin genetisch materiaal in chromosomen vervat
■ Overschrijven door eiwitten = bouwstenen lichaam
○ Per cel = 23 paar chromosomen (46)
■ 22 voor iedereen dezelfde
■ 1 voor geslachtschromosoom
○ Korte armen = p en lange armen = q
○ 3 miljard bouwstenen
○ 25.000 genen
● Genomische instabiliteit: chromosomen gaan afwijkingen beginnen te vertonen -> deletie,
duplicatie, inversie, …
● Next generation sequencing: volgorde van nucleotiden in een DNA- of RNA-monster bepalen
○ Circos plot -> zoeken naar de oorzaken, waar ligt de tumor
○ Coverage (dekking) : hoeveel DNA stukjes op die positie
○ 23 chromosomen worden weergegeven
6
, ● Genomisch landschap: aantal afwijkingen per kanker altijd
○ Veel afwijkingen vb. long- en huidkanker door omgevingsfactoren die een grote rol
spelen (zon, roken, …)
○ Weinig vb botkanker bij kind = pech
● Types kanker:
○ Epitheel = carcinoma -> darm-, huid-, borstepitheel
○ Lymfocyten = lymfoma -> immuunsysteem
○ Witte bloedcellen = leukemie
○ Bindweefsel = sarcoma -> bot of spieren
○ Melanocyten = melanoma: huid -> produceren melanine -> huidskleur, sproeten,
moedervlekken
○ Kiemcellen = terratoma
● Vaste tumoren <-> vloeibare tumoren
○ Vast: carcinomen, sarcomen, melanomen, teratomen
○ Lymfomen
○ Vloeibare tumoren: leukemie
1.2 Statistieken
● Mannen vs vrouwen + regio gebonden
● Leeftijd: Hoe ouder dat je wordt hoe meer kans je hebt om kanker te krijgen
● Prevalentie: ongeveer 4950 nieuwe gevallen per dag
○ Mannen: Prostaat 21%, long 13%, colon + rectum 9%
○ Vrouwen: Borst 30%, long 12% en colon + rectum 8%
● Overlijdens: > 1600 ‘kanker’ per dag, levenslange kans op kanker te krijgen = 1/3
○ Mannen:
■ Longen 23%
■ Prostaat 10%: 3% krijgt het en 8% overlijdt eraan
■ Colon + rectum 9%
■ Pancreas 8%
● Minder kans op voorkomen MAAR grote kans op overlijden
● Minder goede behandeling hiervoor
○ Vrouwen:
■ Long 22%
■ Borst 15%
■ Colon + rectum 9%
■ Pancreas 8%
● Preventie en screening:
○ Toename in incidentie door alle mannen te gaan screenen
○ Sprake van overscreening: niet iedereen ging ervan sterven
○ Minder mortaliteit dankzij screening
● 5-jaars overleven: % van mensen met een bepaalde kanker die na 5 jaar nog in leven zijn, alle
kankers samen -> grote verschillen
○ Voor alle kankers samen: 67,1%
○ Per kanker
■ Prostaat 98%
■ Melanoma 92%
■ Borst 90%
■ Slokdarm 20%
■ Long 19%
■ Lever 18%
■ Pancreas 9%
● Kanker is niet meest voorkomende doodsoorzaak
○ Hart-en vaatziekten = grootste doodsoorzaak
○ Roken, cholesterol, geen sport, te veel suiker, alcohol
7
,1.3 Indeling
Manier van indelen: Voorbeelden:
Leeftijd bij diagnose Pediatrisch – AYA (16-35j) - Volwassen
Genetische factoren Familiaal - Sporadisch
Omgevingsfactoren Therapie-gerelateerd – de novo
Manier van detecteren Screening - Symptomatisch
Pathologie Histologische types, graad van differentiatie
Moleculaire pathologie Classificaties obv DNA, RNA, proteïne
Klinisch gedrag Agressief - Indolent
Targets voor moleculaire behandeling Somatische mutaties - pathways
Op verschillende manieren indelen
● Wanneer diagnose gesteld
● Genetische factoren
○ Familiaal = bepaalde borstkankers bvb -> ZEER zeldzaam
○ Sporadisch = meest
● Omgevingsfactoren
● De novo = geen oorzaak
1.4 Diagnostisch pad
1.5 Symptomen
● 1 kwaadaardige cel die zich gaat ontaarden en ongecontroleerd gaat groeien
○ Preklinische fase -> te klein, niet kunnen opsporen
○ Klinisch -> symptomatisch
● Delay:
○ Te klein om vast te stellen
○ Patient delay vb. niet naar de dokter gaan ook al heeft die symptomen
○ Doctor delay vb. verkeerde, niet adequate diagnose gesteld
8
, ● Vaak symptomen toch aanwezig
● Groter probleem = aspecifieke symptomen
○ Kan vaak bij meerdere dingen voorkomen
○ Vaak niet herkend als symptoom
○ vb hoesten; verkoudheid, astma,…
● Pathognomonisch: ‘iedereen die hoest heeft kanker’ -> Geen 1-op-1 verband tussen
symptomen en ziekte
1.5.1 Lokale effecten (primaire tumor of metastasen)
1.5.1.1 Longkanker
● Respiratoir
○ Hoesten -> voornamelijk aanslepend
○ Hemoptoe = bloed ophoesten
○ Dyspnoe = kortademigheid
● Heesheid
● Pijn:
○ Ingroei in het longvlies of in een zenuw
○ Drukken op een andere structuur
● Pneumonie = longontsteking
● Vena cava superior syndroom
9
, ○ Zuurstofarm bloed komt via de vena cava
superior
○ Gaat bloed afvoeren van de bovenste
lichaamsdelen
○ Paars en blauw zien omdat het bloed blijft staan
○ Bij jongeren vaak door lymfeklier kanker vb
Hodgkin
● Zeker in personen met risicofactoren:
○ Leeftijd
○ Roker/ex-roker
○ COPD = chronische bronchitis patiënten
○ Beroepsblootstelling vb. dakwerkers
○ …
1.5.1.2 Borstkanker
● Knobbel = symptoom, kan ook cyste zijn MAAR best laten nakijken
● Veranderingen tepel: Kan ingetrokken zijn, bloeden, …
● Huidafwijkingen
● Zwelling oksel
1.5.1.3 Darmkanker
● Verandering in stoelgangspatroon
● Bloedverlies per anum !! meest voorkomende oorzaak van bloedverlies -> speen/aambeien
● Tenesme = valse stoelgangsnood -> Je denkt dat je moet en op het moment lukt het niet
● Abdominale pijn, braken
1.5.1.4 Huidkanker
● Met dermatoscoop bekijken
● ABCD regel
○ Asymmetrie: 2 delen lijken niet op elkaar
○ Rand: mooie afgrenzing
○ Kleur: kleur varieert van 1 stuk naar ander stuk
○ Diameter: groter dan potloodgom
1.5.1.5 Centraal zenuwstelseltumoren
● Verhoogde intracraniële druk: hoofdpijn, nausea, braken
10