Basis audiometrie
H1: Inleiding
1.1 Maten voor geluidsniveau, gehoordrempel en luidheid
Perceptieve parameters (subjectief)
luidheid toonhoogte timbre duur
Fysische geluidsdrukniveau +++ + + +
parameters
(objectief) frequentie + +++ ++ +
spectrum + + +++ +
duur + + + +++
envelope + + ++ +
1.1.1 dB SPL = sound pressure level
= internationale maat voor geluidsniveau
● berekend ten opzichte van een fysische referentiedruk pref=20 x 10-6 Pa
● via logaritmische schaal volgens Lp=20 log(p/pref) => (p/pref)2 = 10Lp/10
○ de sterkte sensatie in het oor ongeveer varieert met het logaritme van de intensiteit in
plaats van rechtstreeks met de intensiteit
○ comprimeren van numerische intensiteits- en drukwaarden
● met p = de rms-geluidsdruk
○ drukveranderingen op elk tijdstip te kwadrateren, deze optellen en middelen over een
bepaalde tijdsduur -> fast (125 ms) of slow (1 s)
● gemeten met een geluidsniveaumeter
● meest relevant voor het gehoor
● vergelijkbaar met het geluidsintensiteitsniveau
○ LI = 10 log(I/Iref) met Iref = 10-12 W/m2
1.1.2 dB peSPL = peak equivalent SPL
= het dB SPL geluidsniveau van een zuivere toon
● gebruikt voor het fysisch karakteriseren en/of ijken van signalen van korte duur, dat, wanneer
gevoed aan dezelfde transducer onder dezelfde testcondities, dezelfde piekamplitude heeft als
het beschouwde korte signaal in kwestie
○ peak-to-peak of peak amplitude gemeten via oscilloscoop of gepaste niveaumeter
○ amplitude van de klik wordt gelijkgesteld aan amplitude van een zuivere toon via
meting van peak of peak-to-peak amplitude
■ maar bij 1 intensiteit uitvoeren (lineariteit van versterking/attenuatie
apparatuur)
,1.1.3 dB HL = hearing level
● gebruikt bij de bepaling van afwijkingen van de normale gehoordrempel
● vergelijken van de gemiddelde toondrempel van een groot aantal normale oren
○ normaalhorende = persoon in goede gezondheid zonder teken of symptoom van
auditief mankement, zonder oorsmeer in de gehoorgang en die in het verleden niet aan
overdadig lawaai is blootgesteld
● gegevens voor jonge normale oren werden vastgesteld in internationale standaards
○ specifieke stimulus (zuivere tonen):
■ voor enkele specifieke types transducers
■ voor een specifieke manier van testafname
■ bij gebruik van een wel gedefinieerde wijze van koppeling van transducer
○ worden gebruikt bij de ijking van audiometrische apparatuur
1.1.4 dB SL = sensation level
= het aantal dB dat een dergelijk geluid boven of onder de individuele drempel ligt
● bepaald geluid in niveau definiëren ten opzichte van de individuele drempel van een oor van de
proefpersoon in kwestie
● gebruikt bij de waarneming van bovendrempelige geluiden
1.1.5 Foon
● gebruikt bij geluiden die boven de normale gehoordrempel worden aangeboden
● gedeeltelijk objectief en gedeeltelijk subjectief
● referentie wordt gevormd door de objectieve fysische schaal dB SPL van een zuivere toon van
1000 Hz
○ een bepaalde sterkte van de 1000 Hz toon heeft een daaraan gerelateerde
luidheidssensatie tot gevolg uitgedrukt in foon
○ aantal foon komt overeen met het aantal dB SPL van een even luide zuivere toon van
1000 Hz
■ foonschaal: luidheden van tonen met verschillende frequenties met elkaar
vergelijken
■ alle geluiden die subjectief even luid waargenomen worden als het
referentiegeluid van 1000 Hz zijn evenveel foon
● ‘hoe sterk moet een 1 kHz-toon zijn om even luid te klinken’
● isofonen = lijnen van gelijke luidheid in een grafiek waar de sterkte als functie van de
frequentie uitgezet staat
○ hebben niet allemaal dezelfde frequentie-afhankelijkheid
○ lopen naar elkaar toe bij lage frequenties => luidheissensatie neemt hier sneller toe
,1.1.6 dB A
= zuiver fysische maat voor geluidssterkte afgeleid van de foon, met de 40 foon isofoon als referentie
● de 40 foon isofoon is per definitie gelijk aan 40 dB A
● betere overeenkomst met de waargenomen luidheid dan de dB SPL
○ verschil komt overeen met een frequentie-afhankelijke weging of filtering (zie figuur)
● dB A krommes zijn er gelijkend met de isofonen tussen 0 en 80 dB SPL
● bij sterktes boven 80 dB SPL worden de verschillen snel groter, vooral bij lage frequenties
● veel gebruikt voor het meten van geluidssterktes op huiskamerniveau
○ voordeel: een gelijk aantal dB A ook als even luid wordt ervaren door een luisteraar in
tegenstelling tot dB SPL maat
■ geluidssterktemeters met dB A-stand: voorfilter inschakelen met een
karakteristiek die overeenkomt met de vorm van de 40 foon isofoon
■ omgevingslawaai meten (vb. politiediensten)
● ongeschikt voor geluidsniveaus groter dan 80 dB SPL door de grotere afwijkingen van de
isofonen
○ voor grotere sterktes: dB B, dB C en dB D met referentie een van de hogere isofonen
○ A-weging wordt wel universeel gebruikt voor de meeste types van industrieel en
omgevingslawaai
1.1.7 Soon
= zuiver psychofysische maat voor luidheid
● 1 referentiepunt in het fysisch meetbare domein: de luidheid van een toon van 1000 Hz bij 40
dB SPL = 1 soon
● luidheden van geluiden worden relatief ten opzichte van het ijkingssignaal (1 soon) bepaald
door een psychofysisch experiment
○ regelbare sterkte een opgegeven aantal maal harder of zachter te maken dan de vaste
toon
○ taak wordt moeilijker naarmate de geluiden meer
verschillend zijn qua toonhoogte en timbre
, ● wet van Stevens: S = k I0,3 met S = luidheid, I = intensiteit en k = cte
○ niveaus onder 40 dB SPL kunnen beter benaderd worden met exponent 0,5
● voor elke stap van 10 dB in geluidsniveau hebben we een herschaling met een factor 2 in
luidheid
1.1.8 Het equivalent geluidsniveau
= het A-gewogen energie gemiddelde van het geluidsniveau, gemiddeld over de beschouwde
tijdsperiode
● meting quantificeren als een gemiddelde in de tijd bij een evaluatie van de blootstelling van
personen aan fluctuerende geluiden
● continue geluidsniveau met dezelfde akoestische energie-inhoud als het werkelijk fluctuerend
geluid over dezelfde periode gemeten
● gebruikt bij de bepaling van het eventuele risico op gehoorverlies door geluiden in onze werk-
en leefomgevingen
𝑇
1 𝐿(𝑡)/10
● 𝐿𝑎𝑒𝑞 = 10 𝑙𝑜𝑔 𝑇
∫ 10 𝑑𝑡 met pA de A-gewogen ogenblikkelijke geluidsdruk, pref de
0
referentiedruk 20 μPa en L(t) het ogenblikkelijke geluidsdrukniveau in dB A
● criteria:
○ Laeq over 8u mag niet boven 85 dB A
■ anders moet er gehoorbescherming ter beschikking worden gesteld
■ daily Personal noise Exposure Level: LEP = LAeq TE + 10 log(Te/T0) met Te de
dagelijkse duur van blootstelling en T0 een periode van 8u
■ 8u - 85 dB A, 4u - 88dB A, 2u - 91 dB A en 1u - 94 dB A
○ geen piekniveau van 140 dB
1.2 Auditieve basisstimuli in het gehooronderzoek en representatie in
tijds- en frequentiedomein
Spectrale verbreding: treedt op bij een eindig stukje van een zuivere toon
● duur van het signaal
○ signalen van tientallen ms is de spectrale verbreding gering
○ bij korte signalen moet er wel rekening mee gehouden worden
■ toontjes mogen niet te kort zijn
■ hoe korter de duur van de stimulus, hoe vlakker + breder het amplitude
spectrum
● fase waarin het signaal zich aan het begin en einde van het geluid bevindt
○ in een nuldoorgang beginnen of eindigen: geringe discontinuïteit
○ beginnen of eindigen in een fase ver van de nuldoorgang => spectrale verbreding
■ hoorbaar als klikken
■ OPL: geleidelijk in- en uitklikken
H1: Inleiding
1.1 Maten voor geluidsniveau, gehoordrempel en luidheid
Perceptieve parameters (subjectief)
luidheid toonhoogte timbre duur
Fysische geluidsdrukniveau +++ + + +
parameters
(objectief) frequentie + +++ ++ +
spectrum + + +++ +
duur + + + +++
envelope + + ++ +
1.1.1 dB SPL = sound pressure level
= internationale maat voor geluidsniveau
● berekend ten opzichte van een fysische referentiedruk pref=20 x 10-6 Pa
● via logaritmische schaal volgens Lp=20 log(p/pref) => (p/pref)2 = 10Lp/10
○ de sterkte sensatie in het oor ongeveer varieert met het logaritme van de intensiteit in
plaats van rechtstreeks met de intensiteit
○ comprimeren van numerische intensiteits- en drukwaarden
● met p = de rms-geluidsdruk
○ drukveranderingen op elk tijdstip te kwadrateren, deze optellen en middelen over een
bepaalde tijdsduur -> fast (125 ms) of slow (1 s)
● gemeten met een geluidsniveaumeter
● meest relevant voor het gehoor
● vergelijkbaar met het geluidsintensiteitsniveau
○ LI = 10 log(I/Iref) met Iref = 10-12 W/m2
1.1.2 dB peSPL = peak equivalent SPL
= het dB SPL geluidsniveau van een zuivere toon
● gebruikt voor het fysisch karakteriseren en/of ijken van signalen van korte duur, dat, wanneer
gevoed aan dezelfde transducer onder dezelfde testcondities, dezelfde piekamplitude heeft als
het beschouwde korte signaal in kwestie
○ peak-to-peak of peak amplitude gemeten via oscilloscoop of gepaste niveaumeter
○ amplitude van de klik wordt gelijkgesteld aan amplitude van een zuivere toon via
meting van peak of peak-to-peak amplitude
■ maar bij 1 intensiteit uitvoeren (lineariteit van versterking/attenuatie
apparatuur)
,1.1.3 dB HL = hearing level
● gebruikt bij de bepaling van afwijkingen van de normale gehoordrempel
● vergelijken van de gemiddelde toondrempel van een groot aantal normale oren
○ normaalhorende = persoon in goede gezondheid zonder teken of symptoom van
auditief mankement, zonder oorsmeer in de gehoorgang en die in het verleden niet aan
overdadig lawaai is blootgesteld
● gegevens voor jonge normale oren werden vastgesteld in internationale standaards
○ specifieke stimulus (zuivere tonen):
■ voor enkele specifieke types transducers
■ voor een specifieke manier van testafname
■ bij gebruik van een wel gedefinieerde wijze van koppeling van transducer
○ worden gebruikt bij de ijking van audiometrische apparatuur
1.1.4 dB SL = sensation level
= het aantal dB dat een dergelijk geluid boven of onder de individuele drempel ligt
● bepaald geluid in niveau definiëren ten opzichte van de individuele drempel van een oor van de
proefpersoon in kwestie
● gebruikt bij de waarneming van bovendrempelige geluiden
1.1.5 Foon
● gebruikt bij geluiden die boven de normale gehoordrempel worden aangeboden
● gedeeltelijk objectief en gedeeltelijk subjectief
● referentie wordt gevormd door de objectieve fysische schaal dB SPL van een zuivere toon van
1000 Hz
○ een bepaalde sterkte van de 1000 Hz toon heeft een daaraan gerelateerde
luidheidssensatie tot gevolg uitgedrukt in foon
○ aantal foon komt overeen met het aantal dB SPL van een even luide zuivere toon van
1000 Hz
■ foonschaal: luidheden van tonen met verschillende frequenties met elkaar
vergelijken
■ alle geluiden die subjectief even luid waargenomen worden als het
referentiegeluid van 1000 Hz zijn evenveel foon
● ‘hoe sterk moet een 1 kHz-toon zijn om even luid te klinken’
● isofonen = lijnen van gelijke luidheid in een grafiek waar de sterkte als functie van de
frequentie uitgezet staat
○ hebben niet allemaal dezelfde frequentie-afhankelijkheid
○ lopen naar elkaar toe bij lage frequenties => luidheissensatie neemt hier sneller toe
,1.1.6 dB A
= zuiver fysische maat voor geluidssterkte afgeleid van de foon, met de 40 foon isofoon als referentie
● de 40 foon isofoon is per definitie gelijk aan 40 dB A
● betere overeenkomst met de waargenomen luidheid dan de dB SPL
○ verschil komt overeen met een frequentie-afhankelijke weging of filtering (zie figuur)
● dB A krommes zijn er gelijkend met de isofonen tussen 0 en 80 dB SPL
● bij sterktes boven 80 dB SPL worden de verschillen snel groter, vooral bij lage frequenties
● veel gebruikt voor het meten van geluidssterktes op huiskamerniveau
○ voordeel: een gelijk aantal dB A ook als even luid wordt ervaren door een luisteraar in
tegenstelling tot dB SPL maat
■ geluidssterktemeters met dB A-stand: voorfilter inschakelen met een
karakteristiek die overeenkomt met de vorm van de 40 foon isofoon
■ omgevingslawaai meten (vb. politiediensten)
● ongeschikt voor geluidsniveaus groter dan 80 dB SPL door de grotere afwijkingen van de
isofonen
○ voor grotere sterktes: dB B, dB C en dB D met referentie een van de hogere isofonen
○ A-weging wordt wel universeel gebruikt voor de meeste types van industrieel en
omgevingslawaai
1.1.7 Soon
= zuiver psychofysische maat voor luidheid
● 1 referentiepunt in het fysisch meetbare domein: de luidheid van een toon van 1000 Hz bij 40
dB SPL = 1 soon
● luidheden van geluiden worden relatief ten opzichte van het ijkingssignaal (1 soon) bepaald
door een psychofysisch experiment
○ regelbare sterkte een opgegeven aantal maal harder of zachter te maken dan de vaste
toon
○ taak wordt moeilijker naarmate de geluiden meer
verschillend zijn qua toonhoogte en timbre
, ● wet van Stevens: S = k I0,3 met S = luidheid, I = intensiteit en k = cte
○ niveaus onder 40 dB SPL kunnen beter benaderd worden met exponent 0,5
● voor elke stap van 10 dB in geluidsniveau hebben we een herschaling met een factor 2 in
luidheid
1.1.8 Het equivalent geluidsniveau
= het A-gewogen energie gemiddelde van het geluidsniveau, gemiddeld over de beschouwde
tijdsperiode
● meting quantificeren als een gemiddelde in de tijd bij een evaluatie van de blootstelling van
personen aan fluctuerende geluiden
● continue geluidsniveau met dezelfde akoestische energie-inhoud als het werkelijk fluctuerend
geluid over dezelfde periode gemeten
● gebruikt bij de bepaling van het eventuele risico op gehoorverlies door geluiden in onze werk-
en leefomgevingen
𝑇
1 𝐿(𝑡)/10
● 𝐿𝑎𝑒𝑞 = 10 𝑙𝑜𝑔 𝑇
∫ 10 𝑑𝑡 met pA de A-gewogen ogenblikkelijke geluidsdruk, pref de
0
referentiedruk 20 μPa en L(t) het ogenblikkelijke geluidsdrukniveau in dB A
● criteria:
○ Laeq over 8u mag niet boven 85 dB A
■ anders moet er gehoorbescherming ter beschikking worden gesteld
■ daily Personal noise Exposure Level: LEP = LAeq TE + 10 log(Te/T0) met Te de
dagelijkse duur van blootstelling en T0 een periode van 8u
■ 8u - 85 dB A, 4u - 88dB A, 2u - 91 dB A en 1u - 94 dB A
○ geen piekniveau van 140 dB
1.2 Auditieve basisstimuli in het gehooronderzoek en representatie in
tijds- en frequentiedomein
Spectrale verbreding: treedt op bij een eindig stukje van een zuivere toon
● duur van het signaal
○ signalen van tientallen ms is de spectrale verbreding gering
○ bij korte signalen moet er wel rekening mee gehouden worden
■ toontjes mogen niet te kort zijn
■ hoe korter de duur van de stimulus, hoe vlakker + breder het amplitude
spectrum
● fase waarin het signaal zich aan het begin en einde van het geluid bevindt
○ in een nuldoorgang beginnen of eindigen: geringe discontinuïteit
○ beginnen of eindigen in een fase ver van de nuldoorgang => spectrale verbreding
■ hoorbaar als klikken
■ OPL: geleidelijk in- en uitklikken