Het civiele proces
Hoorcollege week 1
Mediation > gezamenlijk tot oplossing komen met een mediator. Deze mediator oordeelt
verder niet en het is ook niet gericht op de juridische praktijk.
- Partijen hebben bij deze vorm van buitengerechtelijke geschiloplossing controle op de
uitkomst, waardoor mensen na afloop meer tevreden zijn.
- Het is een overeenkomst van opdracht op grond van art. 7:400 BW. Dit is dan ook het
regelend recht.
- Vaak wordt er gebruik gemaakt van een modelovereenkomst.
- Het doel van mediation is nogmaals dat partijen bij elkaar komen. Er is één regel over
mediation te vinden in artikel 818 lid 2 van Rv.
- Juridische aspecten die aanbod komen bij mediation zijn vertrouwelijk, vrijwilligheid
(afbreken mag altijd) en onpartijdigheid en neutraliteit (mediator). Partijen hebben ook
recht op klachtrecht en tuchtrecht.
- Mochten partijen niet nakomen, dan kan er nakoming worden gevorderd bij de rechter.
- Ontwikkelingen: Singapore Convention on Mediation (versneld executoriale titel
verkrijgen, maar Nederland en EU nog geen partij hierbij) & Centraal register
mediation? Zie kamerstuk van 25 juni 2021, 3386849. Komt er nog niet doorheen.
Arbitrage > bij deze vorm van buitengerechtelijke geschiloplossing wordt er een afspraak
gemaakt door partijen om een geschil voor te leggen aan een arbiter, een derde.
- Je zou dit ook wel ‘private rechtspraak’ kunnen noemen.
- Er bestaat ad hoc arbitrage en institutionele arbitrage.
- Het is een overeenkomst op grond van artikel 1020 Rv. jo. 1021 Rv. Het dient altijd
schriftelijk overeen te zijn gekomen. (boek 4 Rv regelt arbitrage volledig)
- Het kan voor bestaande en toekomstige geschillen worden ingezet.
- Er is heel veel wettelijk vastgelegd, maar er wordt in veel artikelen ook ‘tenzij’
genoemd. Er is ook ruimte voor partijen om anders overeen te komen.
- Je mag zelf de arbiters kiezen, het aantal dient wel oneven te zijn, onafhankelijk en
onpartijdig.
- Het vonnis kan je eenvoudig ten uitvoer leggen, maar daardoor zijn er wel hoge eisen
aan het vonnis gesteld, zie artikelen 1057 Rv. en verder.
- Voor het buitenland geld het verdrag van New York en art. 1076 Rv.
- Finaliteit is de kerngedachte, maar mocht het vonnis echt ‘fout’ zijn, dan zijn er
beperkte mogelijkheden om het vonnis aan te tasten. Herstel, verbetering of aanvulling
is mogelijk. Denk aan vernietiging en herroeping (bij bedrog). De eisen voor
vernietiging kan je terugvinden in art. 1064 Rv > is heel uitzonderlijk en heel moeilijk
(15% is maar succesvol). Met het idee dat hetgeen ‘verkapt hoger beroep’ is.
Bindend advies > ‘ADR’
- Goedkoper en minder zaken bij de rechter.
- Er zijn hier twee verbintenissen. Partijen onderling hebben een
vaststellingsovereenkomst, artikel 7:900 BW. Partijen en de neutrale derde hebben een
overeenkomst van opdracht, artikel 7:400 BW.
- Nakoming kan gevorderd worden op grond van deze overeenkomsten.
- Een vereiste is dat het wel vrijwillig en ondubbelzinnig geschied.
- Artikel 7:904 gaat in op het bindend advies en stelt de beginselen van het behoorlijk
procesrecht ten grondslag aan het bindend advies.
, - Er zijn meerdere organisaties die zich inzetten voor consumenten: het Kifid, de
geschillencommissie, SKGZ en de huurcommissie.
- De geschillencommissie is een administratieve koepelorganisatie, daar hangen heel
veel andere commissies onder. De eerste heette zuivel, deze was opgericht door
vrouwen.
- Iedere commissie heeft veel specifieke kennis doordat iedere commissie een
afgevaardigde rechter heeft en een afgevaardigden uit de desbetreffende branche.
- De EU-wetgever heeft een grote invloed op ADR, 2013/11/EU. De richtlijn is gericht
op consumenten en ondernemers in de EU en heeft drie doelen: toegang, kennis en
kwaliteit. De richtlijn wordt wel steeds minder relevant doordat producten ook veel
buiten de EU worden gekocht, online.
- De richtlijn zorgt voor bindende kwaliteitsstandaarden en zorgt ook hiermee voor
harmonisatie. Het heeft in Nederland geleid tot de Implementatie wet
buitengerechtelijke geschiloplossing voor consumenten. Commissies waren hier niet
blij mee, want nu komt er toch meer verplichting door middel van wetgeving, maar
Nederland voldeed hier wel al aan.
Werkgroep week 1
Opdracht 1a:
Situatie 1 > In dit geval kan een rechter natuurlijk aangeven dat partijen moeten nakomen,
want de opdrachtgeefster wil enkel haar geld terug van de werkzaamheden die nog niet zijn
uitgevoerd. Een rechter zorgt wel voor een duur en langdurend proces en ik denk dat beide
partijen dit snel willen afhandelen. Een schikking zou ervoor zorgen dat de situatie snel en
goedkoop wordt opgelost. Het lijkt mij vooral onnodig om naar een rechter te stappen omdat
schikking hier grote kans van slagen heeft. Rechter kan ook alleen kijken naar afspraken
die in het verleden zijn gemaakt dus een schikking is hier handiger voor het maken van
een nieuwe afspraak/wijzigen afspraak.
Situatie 2 > Dit is een zeer gevoelige situatie het gaat namelijk om kinderen en met name het
belang van de kinderen. Beide partijen hebben er geen baad bij als er een langdurig en duur
meeslepend proces plaats zal vinden, omdat dit namelijk effect kan hebben op de kinderen.
Een schikking waarbij zij goede omgangsafspraken kunnen overleggen kan hier veel meer
voldoening bieden voor beide partijen en een fijnere omstandigheid zijn voor de kinderen.
Situatie 3 > Beide partijen zijn het al grotendeels met elkaar eens, enkel de termijn van
betalen en een gedeelte van het bedrag ligt hier nog in de weg. Tijdens een schikking zouden
partijen elkaar tegemoet kunnen komen en dit zal tijd en geld schelen. Ook hebben zij al een
relatie van 15 jaar, om deze relatie te behoeden.
Opdracht 1b:
In deze casus is het beding (“alle informatie die zij heeft over de herkomst en/of
distributiekanalen”) vrij ruim en niet nader gespecificeerd, wat tot interpretatiegeschillen kan
leiden. Een te algemene informatieplicht maakt het lastig om objectief vast te stellen of aan de
verplichting is voldaan, en vergroot het risico op conflicten over de verbeurte van de boete
(ECLI:NL:GHARL:2025:2379 ). Daarnaast is het boetebedrag van € 250.000 zeer hoog in
verhouding tot de verplichting, wat aanleiding kan zijn voor rechterlijke matiging. In het licht
,van de vaststellingsovereenkomst verdient het aanbeveling het boetebeding concreter te
formuleren (welke informatie, in welke vorm, binnen welke termijn) en het boetebedrag te
matigen, om te voorkomen dat het beding als onredelijk of onbepaald wordt aangemerkt
(artikel 7:904 BW ). Bepaling opnemen met ingebrekestelling
Opdracht 1e:
VK Vastgoed B.V. kan in beginsel géén aanspraak meer maken op het hogere bedrag, omdat
een vaststellingsovereenkomst partijen bindt, ook als deze afwijkt van de werkelijke
rechtsverhouding (artikel 7:900 BW ).
Alleen in uitzonderlijke gevallen kan een beroep op vernietiging of wijziging worden gedaan,
bijvoorbeeld als de uitkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar
is (artikel 7:904 BW ), of als sprake is van dwaling (artikel 6:228 BW ). Een evidente
rekenfout kan onder omstandigheden als dwaling worden aangemerkt, maar dat lukt alleen als
de fout niet voor rekening van de dwalende hoort te blijven en de andere partij ook van de
juiste optelsom uitging of had moeten uitgaan.
In deze zaak is echter in de overeenkomst expliciet “over en weer kwijting” verleend, wat
doorgaans betekent dat partijen definitief afzien van verdere aanspraken. Alleen als de
optelfout zo evident is dat vasthouden aan het lagere bedrag naar maatstaven van redelijkheid
en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, of als beide partijen bij het sluiten van de
overeenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling uitgingen, maakt VK Vastgoed kans op
aanpassing (artikel 7:904 BW ; artikel 6:228 BW ). De lat hiervoor ligt echter hoog: de rechter
zal terughoudend zijn om een vaststellingsovereenkomst te doorbreken, zeker bij zakelijke
partijen.
Als je je vaststellingsovereenkomst onderuithaalt ben je ook je oplossing kwijt.
Haviltexen is het magische woord, hoe ga je de finale kwijting uitleggen. Wat is er
bedoeld over en weer met finale kwijting.
Opdracht 1f:
Sem en Jared zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de volledige schade uit onrechtmatige daad
(artikel 6:162 BW , artikel 6:102 BW ). Wie meer dan zijn aandeel betaalt, heeft in beginsel
regres op de ander voor het meerdere (artikel 6:10 BW , artikel 6:12 BW ). In deze casus heeft
Jared echter met de eigenaar een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarbij de eigenaar
expliciet per e-mail bevestigt “dat het boek gesloten is”. Door deze kwijting is Jared bevrijd
van verdere aansprakelijkheid jegens de eigenaar én – tenzij anders overeengekomen – ook
jegens Sem voor regres (artikel 6:14 BW , artikel 7:910 BW ). Sem kan dus géén succesvol
regres uitoefenen op Jared, omdat de vaststellingsovereenkomst in de zin van de wet ook de
interne draagplicht tussen de daders kan beïnvloeden.
Opdracht 1g:
De vaststellingsovereenkomst waarin partijen “afspreken dat geen sprake is van een
arbeidsovereenkomst maar van werk om ervaring op te doen (stage)” is niet doorslaggevend
voor de juridische kwalificatie.
, Volgens artikel 7:610 BW wordt een arbeidsovereenkomst beoordeeld op basis van de
feitelijke uitvoering: als De Jong zich verplicht om onder gezag van Achachbar Architectuur
B.V. persoonlijk arbeid te verrichten tegen loon, is er juridisch sprake van een
arbeidsovereenkomst, ongeacht hoe partijen het noemen. De overeengekomen “all-in
vergoeding” van €1.500 per maand wijst bovendien op loon.
Van dwingendrechtelijke bepalingen van het arbeidsrecht kan niet ten nadele van de
werknemer worden afgeweken, ook niet via een vaststellingsovereenkomst (artikel 7:645
BW ). De overeenkomst is dus niet rechtsgeldig voor zover deze beoogt het
dwingendrechtelijke arbeidsrecht te omzeilen. De Jong kan zich daarom alsnog beroepen op
de bescherming van het arbeidsrecht, zoals loon, vakantiedagen en ontslagbescherming.
In de literatuur: ‘Strijd met dwingend recht is alleen toegestaan bij een vaststelling ter
beëindiging van onzekerheid of geschil en niet bij het voorkomen daarvan (artikel 7:902 BW
en HR 6 januari 2017,ECLI:NL:HR:2017:19, Blue Taxi/Stichting Sociaal Fonds Taxi).’
‘Hetbewust buiten toepassing laten of onjuist toepassen van een regel van dwingend recht,
brengt de vaststelling steeds instrijd met de openbare orde of goede zede.’
Wisten het niet dus was wel mogelijk.
Opdracht 2a:
Het handelen van rechter Wijs is niet in lijn met de rol van de civiele rechter in het
Nederlandse procesrecht. Volgens artikel 24 Rv (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering)
is de rechter verantwoordelijk voor de juiste toepassing van het recht, maar de partijen voeren
de feitelijke grondslag aan. De rechter mag hier niet zelf naar gaan zoeken. Bijvoorbeeld de
schadebeperkingsplicht, partijen hebben hier helemaal niks over genoemd.
- De rechter mag wel vragen stellen over de aangevoerde verweren, maar niet zelf
met verweren komen. Ambtshalve toetsing.
- Met ‘grondslag’ in art. 24 wordt bedoeld de feitelijke grondslag, zie art. 25. Het
onderscheid tussen deze.
- Rechter mag zelf wel het recht vinden, maar niet de rechtsstrijd verbreden. Bij
verjaring gebeurt dit vaker. ‘Vissen naar bepaalde feiten’.
- ‘Partijautonomie’ is het kernwoord.
- Regiopolitie/Hovax
Opdracht 2b:
Het handelen van rechter Wijs is op onderdelen problematisch in het licht van het
Nederlandse burgerlijk procesrecht. Het is toegestaan en zelfs wenselijk dat een rechter
partijen stimuleert tot schikken en wijst op de kosten en onzekerheden van een procedure
(artikel 87 Rv ).
Echter, het geven van een voorlopig oordeel (“ik vermoedelijk een klein deel van de
vordering toewijs”) kan de schijn van partijdigheid wekken en is slechts toegestaan als beide
partijen daar expliciet om vragen (de zogeheten 'rechterlijk oordeel in het kader van
comparitie', HR 31 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE1432).
Hoorcollege week 1
Mediation > gezamenlijk tot oplossing komen met een mediator. Deze mediator oordeelt
verder niet en het is ook niet gericht op de juridische praktijk.
- Partijen hebben bij deze vorm van buitengerechtelijke geschiloplossing controle op de
uitkomst, waardoor mensen na afloop meer tevreden zijn.
- Het is een overeenkomst van opdracht op grond van art. 7:400 BW. Dit is dan ook het
regelend recht.
- Vaak wordt er gebruik gemaakt van een modelovereenkomst.
- Het doel van mediation is nogmaals dat partijen bij elkaar komen. Er is één regel over
mediation te vinden in artikel 818 lid 2 van Rv.
- Juridische aspecten die aanbod komen bij mediation zijn vertrouwelijk, vrijwilligheid
(afbreken mag altijd) en onpartijdigheid en neutraliteit (mediator). Partijen hebben ook
recht op klachtrecht en tuchtrecht.
- Mochten partijen niet nakomen, dan kan er nakoming worden gevorderd bij de rechter.
- Ontwikkelingen: Singapore Convention on Mediation (versneld executoriale titel
verkrijgen, maar Nederland en EU nog geen partij hierbij) & Centraal register
mediation? Zie kamerstuk van 25 juni 2021, 3386849. Komt er nog niet doorheen.
Arbitrage > bij deze vorm van buitengerechtelijke geschiloplossing wordt er een afspraak
gemaakt door partijen om een geschil voor te leggen aan een arbiter, een derde.
- Je zou dit ook wel ‘private rechtspraak’ kunnen noemen.
- Er bestaat ad hoc arbitrage en institutionele arbitrage.
- Het is een overeenkomst op grond van artikel 1020 Rv. jo. 1021 Rv. Het dient altijd
schriftelijk overeen te zijn gekomen. (boek 4 Rv regelt arbitrage volledig)
- Het kan voor bestaande en toekomstige geschillen worden ingezet.
- Er is heel veel wettelijk vastgelegd, maar er wordt in veel artikelen ook ‘tenzij’
genoemd. Er is ook ruimte voor partijen om anders overeen te komen.
- Je mag zelf de arbiters kiezen, het aantal dient wel oneven te zijn, onafhankelijk en
onpartijdig.
- Het vonnis kan je eenvoudig ten uitvoer leggen, maar daardoor zijn er wel hoge eisen
aan het vonnis gesteld, zie artikelen 1057 Rv. en verder.
- Voor het buitenland geld het verdrag van New York en art. 1076 Rv.
- Finaliteit is de kerngedachte, maar mocht het vonnis echt ‘fout’ zijn, dan zijn er
beperkte mogelijkheden om het vonnis aan te tasten. Herstel, verbetering of aanvulling
is mogelijk. Denk aan vernietiging en herroeping (bij bedrog). De eisen voor
vernietiging kan je terugvinden in art. 1064 Rv > is heel uitzonderlijk en heel moeilijk
(15% is maar succesvol). Met het idee dat hetgeen ‘verkapt hoger beroep’ is.
Bindend advies > ‘ADR’
- Goedkoper en minder zaken bij de rechter.
- Er zijn hier twee verbintenissen. Partijen onderling hebben een
vaststellingsovereenkomst, artikel 7:900 BW. Partijen en de neutrale derde hebben een
overeenkomst van opdracht, artikel 7:400 BW.
- Nakoming kan gevorderd worden op grond van deze overeenkomsten.
- Een vereiste is dat het wel vrijwillig en ondubbelzinnig geschied.
- Artikel 7:904 gaat in op het bindend advies en stelt de beginselen van het behoorlijk
procesrecht ten grondslag aan het bindend advies.
, - Er zijn meerdere organisaties die zich inzetten voor consumenten: het Kifid, de
geschillencommissie, SKGZ en de huurcommissie.
- De geschillencommissie is een administratieve koepelorganisatie, daar hangen heel
veel andere commissies onder. De eerste heette zuivel, deze was opgericht door
vrouwen.
- Iedere commissie heeft veel specifieke kennis doordat iedere commissie een
afgevaardigde rechter heeft en een afgevaardigden uit de desbetreffende branche.
- De EU-wetgever heeft een grote invloed op ADR, 2013/11/EU. De richtlijn is gericht
op consumenten en ondernemers in de EU en heeft drie doelen: toegang, kennis en
kwaliteit. De richtlijn wordt wel steeds minder relevant doordat producten ook veel
buiten de EU worden gekocht, online.
- De richtlijn zorgt voor bindende kwaliteitsstandaarden en zorgt ook hiermee voor
harmonisatie. Het heeft in Nederland geleid tot de Implementatie wet
buitengerechtelijke geschiloplossing voor consumenten. Commissies waren hier niet
blij mee, want nu komt er toch meer verplichting door middel van wetgeving, maar
Nederland voldeed hier wel al aan.
Werkgroep week 1
Opdracht 1a:
Situatie 1 > In dit geval kan een rechter natuurlijk aangeven dat partijen moeten nakomen,
want de opdrachtgeefster wil enkel haar geld terug van de werkzaamheden die nog niet zijn
uitgevoerd. Een rechter zorgt wel voor een duur en langdurend proces en ik denk dat beide
partijen dit snel willen afhandelen. Een schikking zou ervoor zorgen dat de situatie snel en
goedkoop wordt opgelost. Het lijkt mij vooral onnodig om naar een rechter te stappen omdat
schikking hier grote kans van slagen heeft. Rechter kan ook alleen kijken naar afspraken
die in het verleden zijn gemaakt dus een schikking is hier handiger voor het maken van
een nieuwe afspraak/wijzigen afspraak.
Situatie 2 > Dit is een zeer gevoelige situatie het gaat namelijk om kinderen en met name het
belang van de kinderen. Beide partijen hebben er geen baad bij als er een langdurig en duur
meeslepend proces plaats zal vinden, omdat dit namelijk effect kan hebben op de kinderen.
Een schikking waarbij zij goede omgangsafspraken kunnen overleggen kan hier veel meer
voldoening bieden voor beide partijen en een fijnere omstandigheid zijn voor de kinderen.
Situatie 3 > Beide partijen zijn het al grotendeels met elkaar eens, enkel de termijn van
betalen en een gedeelte van het bedrag ligt hier nog in de weg. Tijdens een schikking zouden
partijen elkaar tegemoet kunnen komen en dit zal tijd en geld schelen. Ook hebben zij al een
relatie van 15 jaar, om deze relatie te behoeden.
Opdracht 1b:
In deze casus is het beding (“alle informatie die zij heeft over de herkomst en/of
distributiekanalen”) vrij ruim en niet nader gespecificeerd, wat tot interpretatiegeschillen kan
leiden. Een te algemene informatieplicht maakt het lastig om objectief vast te stellen of aan de
verplichting is voldaan, en vergroot het risico op conflicten over de verbeurte van de boete
(ECLI:NL:GHARL:2025:2379 ). Daarnaast is het boetebedrag van € 250.000 zeer hoog in
verhouding tot de verplichting, wat aanleiding kan zijn voor rechterlijke matiging. In het licht
,van de vaststellingsovereenkomst verdient het aanbeveling het boetebeding concreter te
formuleren (welke informatie, in welke vorm, binnen welke termijn) en het boetebedrag te
matigen, om te voorkomen dat het beding als onredelijk of onbepaald wordt aangemerkt
(artikel 7:904 BW ). Bepaling opnemen met ingebrekestelling
Opdracht 1e:
VK Vastgoed B.V. kan in beginsel géén aanspraak meer maken op het hogere bedrag, omdat
een vaststellingsovereenkomst partijen bindt, ook als deze afwijkt van de werkelijke
rechtsverhouding (artikel 7:900 BW ).
Alleen in uitzonderlijke gevallen kan een beroep op vernietiging of wijziging worden gedaan,
bijvoorbeeld als de uitkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar
is (artikel 7:904 BW ), of als sprake is van dwaling (artikel 6:228 BW ). Een evidente
rekenfout kan onder omstandigheden als dwaling worden aangemerkt, maar dat lukt alleen als
de fout niet voor rekening van de dwalende hoort te blijven en de andere partij ook van de
juiste optelsom uitging of had moeten uitgaan.
In deze zaak is echter in de overeenkomst expliciet “over en weer kwijting” verleend, wat
doorgaans betekent dat partijen definitief afzien van verdere aanspraken. Alleen als de
optelfout zo evident is dat vasthouden aan het lagere bedrag naar maatstaven van redelijkheid
en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, of als beide partijen bij het sluiten van de
overeenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling uitgingen, maakt VK Vastgoed kans op
aanpassing (artikel 7:904 BW ; artikel 6:228 BW ). De lat hiervoor ligt echter hoog: de rechter
zal terughoudend zijn om een vaststellingsovereenkomst te doorbreken, zeker bij zakelijke
partijen.
Als je je vaststellingsovereenkomst onderuithaalt ben je ook je oplossing kwijt.
Haviltexen is het magische woord, hoe ga je de finale kwijting uitleggen. Wat is er
bedoeld over en weer met finale kwijting.
Opdracht 1f:
Sem en Jared zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de volledige schade uit onrechtmatige daad
(artikel 6:162 BW , artikel 6:102 BW ). Wie meer dan zijn aandeel betaalt, heeft in beginsel
regres op de ander voor het meerdere (artikel 6:10 BW , artikel 6:12 BW ). In deze casus heeft
Jared echter met de eigenaar een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarbij de eigenaar
expliciet per e-mail bevestigt “dat het boek gesloten is”. Door deze kwijting is Jared bevrijd
van verdere aansprakelijkheid jegens de eigenaar én – tenzij anders overeengekomen – ook
jegens Sem voor regres (artikel 6:14 BW , artikel 7:910 BW ). Sem kan dus géén succesvol
regres uitoefenen op Jared, omdat de vaststellingsovereenkomst in de zin van de wet ook de
interne draagplicht tussen de daders kan beïnvloeden.
Opdracht 1g:
De vaststellingsovereenkomst waarin partijen “afspreken dat geen sprake is van een
arbeidsovereenkomst maar van werk om ervaring op te doen (stage)” is niet doorslaggevend
voor de juridische kwalificatie.
, Volgens artikel 7:610 BW wordt een arbeidsovereenkomst beoordeeld op basis van de
feitelijke uitvoering: als De Jong zich verplicht om onder gezag van Achachbar Architectuur
B.V. persoonlijk arbeid te verrichten tegen loon, is er juridisch sprake van een
arbeidsovereenkomst, ongeacht hoe partijen het noemen. De overeengekomen “all-in
vergoeding” van €1.500 per maand wijst bovendien op loon.
Van dwingendrechtelijke bepalingen van het arbeidsrecht kan niet ten nadele van de
werknemer worden afgeweken, ook niet via een vaststellingsovereenkomst (artikel 7:645
BW ). De overeenkomst is dus niet rechtsgeldig voor zover deze beoogt het
dwingendrechtelijke arbeidsrecht te omzeilen. De Jong kan zich daarom alsnog beroepen op
de bescherming van het arbeidsrecht, zoals loon, vakantiedagen en ontslagbescherming.
In de literatuur: ‘Strijd met dwingend recht is alleen toegestaan bij een vaststelling ter
beëindiging van onzekerheid of geschil en niet bij het voorkomen daarvan (artikel 7:902 BW
en HR 6 januari 2017,ECLI:NL:HR:2017:19, Blue Taxi/Stichting Sociaal Fonds Taxi).’
‘Hetbewust buiten toepassing laten of onjuist toepassen van een regel van dwingend recht,
brengt de vaststelling steeds instrijd met de openbare orde of goede zede.’
Wisten het niet dus was wel mogelijk.
Opdracht 2a:
Het handelen van rechter Wijs is niet in lijn met de rol van de civiele rechter in het
Nederlandse procesrecht. Volgens artikel 24 Rv (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering)
is de rechter verantwoordelijk voor de juiste toepassing van het recht, maar de partijen voeren
de feitelijke grondslag aan. De rechter mag hier niet zelf naar gaan zoeken. Bijvoorbeeld de
schadebeperkingsplicht, partijen hebben hier helemaal niks over genoemd.
- De rechter mag wel vragen stellen over de aangevoerde verweren, maar niet zelf
met verweren komen. Ambtshalve toetsing.
- Met ‘grondslag’ in art. 24 wordt bedoeld de feitelijke grondslag, zie art. 25. Het
onderscheid tussen deze.
- Rechter mag zelf wel het recht vinden, maar niet de rechtsstrijd verbreden. Bij
verjaring gebeurt dit vaker. ‘Vissen naar bepaalde feiten’.
- ‘Partijautonomie’ is het kernwoord.
- Regiopolitie/Hovax
Opdracht 2b:
Het handelen van rechter Wijs is op onderdelen problematisch in het licht van het
Nederlandse burgerlijk procesrecht. Het is toegestaan en zelfs wenselijk dat een rechter
partijen stimuleert tot schikken en wijst op de kosten en onzekerheden van een procedure
(artikel 87 Rv ).
Echter, het geven van een voorlopig oordeel (“ik vermoedelijk een klein deel van de
vordering toewijs”) kan de schijn van partijdigheid wekken en is slechts toegestaan als beide
partijen daar expliciet om vragen (de zogeheten 'rechterlijk oordeel in het kader van
comparitie', HR 31 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE1432).