KLINISCHE VORMING CHRONISCHE
BUIKKLACHTEN 1
LEERDOELEN
De student:
kent het klinisch beeld van de volgende ziektebeelden uit de kernset patiëntproblemen:
inflammatoir darmlijden (IBD), prikkelbare darmsyndroom (PDS) en obstipatie en kan deze
herkennen aan de hand van anamnese en lichamelijk onderzoek.
kan een onderbouwde differentiaal diagnose opstellen bij chronische buikklachten, zoals buikpijn
en een wisselend ontlastingspatroon.
kan bij chronische buikklachten alarmsymptomen herkennen die een andere aandoening
(IBD/coeliakie/maligniteit) waarschijnlijker maken dan PDS.
kent de diagnostische hulpmiddelen die ingezet kunnen worden bij bovenstaande ziektebeelden
en kan deze interpreteren.
kan globaal de behandeling benoemen van bovenstaande ziektebeelden.
CHRONISCHE BUIKPIJN
Buikpijn wordt chronisch genoemd als een patiënt gedurende lange tijd intermitterend of continue buikpijn
heeft. Er moet sprake zijn van 12 weken continue of recidiverende klachten in de laatste 12 maanden.
PATHOFYSIOLOGIE
Buikpijn kan afkomstig zijn uit verschillende organen in de buik: darmen, nieren, genitalia interna dan de
vrouw, buikwand, bekkenbodem.
In de meeste gevallen vindt de huisarts geen afdoende organische verklaring voor chronische buikpijn.
Psychologische en emotionele factoren spelen een belangrijke rol in het ontstaan en standhouden van
klachten.
MEEST VOORKOMENDE DIAGNOSEN ONDERBUIKPIJN
Chronische buikpijn bij vrouwen: veel gynaecologische oorzaak.
Chronische buikpijn bij kinderen: recidiverende buikpijn (RBP) genoemd: gedurende minstens drie
maanden aanvalsgewijs buikklachten waardoor ze geen normale activiteiten kunnen doen.
o Mogelijke oorzaken: coeliakie, inflammatoire darmziekte, lactose-intolerantie.
,GASTRO-INTESTINALE AANDOENINGEN
1. Prikkelbare darmsyndroom (PDS)
2. Obstipatie
3. Lactose-intolerantie
4. Diverticulair lijden
5. Coeliakie
6. Chronisch inflammatoir lijden (IBD)
7. Infectieuze colitis
8. Colorectaal carcinoom
PRIKKELBAREDARMSYNDROOM (PDS)
Sprake van combinatie van buikpijn en veranderingen in defecatiepatroon. Patiënten met PDS ervaren meer
pijn bij luchtinsufflatie van het colon dan andere patiënten.
Vaak is er tevens psychosociale problematiek, een depressie of angststoornis aanwezig, en dus werd
aangenomen dat deze de klachten van het PDS zouden kunnen verklaren.
Doormaken van gastro-enteritis risicofactor voor ontwikkelen PDS-klachten, vooral bij patiënten bij
wie er ten tijde van de infectie sprake is van psychische of psychiatrische problematiek.
Symptomen:
Opgeblazen gevoel in buik
Wisselend ontlastingspatroon
Slijm zonder bloedmenging
Flatulentie
Een drukpijnlijk colon
Volgens de ROME-II-criteria is er sprake van PDS bij de volgende continue of recidiverende buikklachten
gedurende minstens 3 maanden in de voorafgaande 12 maanden:
Pijn of aangename gevoelens in buik:
o Die verlicht worden door defecatie en/of
o Samenhang met een verandering in defecatiefrequentie en/of
o Samenhang met een verandering in de consistentie van de feces en
Twee of meer van de volgende symptomen in ten minste kwart van de gevallen of dagen:
o Verandering in defecatiefrequentie
o Verandering consistentie feces
o Veranderende fecespassage
o Slijm in feces
o Opgeblazen gevoel in de buik.
OBSTIPATIE
Obstipatie meestal veroorzaakt door een verkeerd voedingspatroon (consumptie van vezelarm voedsel, weinig
drinken), gehaaste levensstijl en/of door immobiliteit.
Onderliggende ziekten als oorzaak: MS of M. Parkinson.
Medicijnen: codeïne en ijzerpreparaten.
, LACTOSE-INTOLERANTIE
Als de in het voedsel aanwezige lactose niet gesplitst kan worden in monosachariden die opgenomen kunnen
worden door de mucosa van de dunne darm, treedt in het colon gisting op door darmbacteriën -> gassen en
vetzuren vorming.
Primaire lactose-intolerantie: genetisch bepaald.
Secundaire lactose-intolerantie: bij aandoeningen van dunne darm zoals acute gastro-enteritis of ziekte van
Crohn. Kan ook na een dunnedarmresectie of beschadiging van dunne darmslijmvlies door geneesmiddelen.
Symptomen:
Flatulentie
Opgeblazen buik
Buikkrampen
Diarree (ontlasting >3 keer of vaker per dag en als de ontlasting ongevormd en dun is).
DIVERTICULAIR LIJDEN
Diverticulose: uitstulpingen van de mucosa en submucosa door de spierwand, waarschijnlijk ten gevolge van
een hoge intraluminale druk. Voorkeurslocatie is in sigmoïd. Vaak wordt een verdikking van de spierlaag van
het colon aangetroffen, die mogelijk een rol speelt bij het ontstaan van een verhoogde intraluminale druk.
Aantal divertikels neemt toe bij het stijgen van de leeftijd.
Oorzaken: vezelarm voedingspatroon en erfelijke aanleg.
Diverticulitis: nogal eens recidiverende ontsteking van de wand van het colon met symptomen:
Pijn (meestal in li onderbuik)
Dyspeptische klachten
Defecatieverandering
Misselijkheid
Braken
Koorts
Bij ernstige diverticulitis is een infiltraat in de li onderbuik een kenmerkelijke bevinding bij lichamelijk
onderzoek.
COELIAKIE
Levenslange intolerantie voor gluten: tarwe, rogge en gerst. Vaak op jonge leeftijd gediagnosticeerd.
De intolerantie veroorzaakt atrofie van het dunnedarmslijmvlies, waardoor malabsorptie optreedt.
Algemene symptomen:
Malaise
Chronische buikpijn
Opgezet gevoel in buik
Kenmerkende symptomen:
BUIKKLACHTEN 1
LEERDOELEN
De student:
kent het klinisch beeld van de volgende ziektebeelden uit de kernset patiëntproblemen:
inflammatoir darmlijden (IBD), prikkelbare darmsyndroom (PDS) en obstipatie en kan deze
herkennen aan de hand van anamnese en lichamelijk onderzoek.
kan een onderbouwde differentiaal diagnose opstellen bij chronische buikklachten, zoals buikpijn
en een wisselend ontlastingspatroon.
kan bij chronische buikklachten alarmsymptomen herkennen die een andere aandoening
(IBD/coeliakie/maligniteit) waarschijnlijker maken dan PDS.
kent de diagnostische hulpmiddelen die ingezet kunnen worden bij bovenstaande ziektebeelden
en kan deze interpreteren.
kan globaal de behandeling benoemen van bovenstaande ziektebeelden.
CHRONISCHE BUIKPIJN
Buikpijn wordt chronisch genoemd als een patiënt gedurende lange tijd intermitterend of continue buikpijn
heeft. Er moet sprake zijn van 12 weken continue of recidiverende klachten in de laatste 12 maanden.
PATHOFYSIOLOGIE
Buikpijn kan afkomstig zijn uit verschillende organen in de buik: darmen, nieren, genitalia interna dan de
vrouw, buikwand, bekkenbodem.
In de meeste gevallen vindt de huisarts geen afdoende organische verklaring voor chronische buikpijn.
Psychologische en emotionele factoren spelen een belangrijke rol in het ontstaan en standhouden van
klachten.
MEEST VOORKOMENDE DIAGNOSEN ONDERBUIKPIJN
Chronische buikpijn bij vrouwen: veel gynaecologische oorzaak.
Chronische buikpijn bij kinderen: recidiverende buikpijn (RBP) genoemd: gedurende minstens drie
maanden aanvalsgewijs buikklachten waardoor ze geen normale activiteiten kunnen doen.
o Mogelijke oorzaken: coeliakie, inflammatoire darmziekte, lactose-intolerantie.
,GASTRO-INTESTINALE AANDOENINGEN
1. Prikkelbare darmsyndroom (PDS)
2. Obstipatie
3. Lactose-intolerantie
4. Diverticulair lijden
5. Coeliakie
6. Chronisch inflammatoir lijden (IBD)
7. Infectieuze colitis
8. Colorectaal carcinoom
PRIKKELBAREDARMSYNDROOM (PDS)
Sprake van combinatie van buikpijn en veranderingen in defecatiepatroon. Patiënten met PDS ervaren meer
pijn bij luchtinsufflatie van het colon dan andere patiënten.
Vaak is er tevens psychosociale problematiek, een depressie of angststoornis aanwezig, en dus werd
aangenomen dat deze de klachten van het PDS zouden kunnen verklaren.
Doormaken van gastro-enteritis risicofactor voor ontwikkelen PDS-klachten, vooral bij patiënten bij
wie er ten tijde van de infectie sprake is van psychische of psychiatrische problematiek.
Symptomen:
Opgeblazen gevoel in buik
Wisselend ontlastingspatroon
Slijm zonder bloedmenging
Flatulentie
Een drukpijnlijk colon
Volgens de ROME-II-criteria is er sprake van PDS bij de volgende continue of recidiverende buikklachten
gedurende minstens 3 maanden in de voorafgaande 12 maanden:
Pijn of aangename gevoelens in buik:
o Die verlicht worden door defecatie en/of
o Samenhang met een verandering in defecatiefrequentie en/of
o Samenhang met een verandering in de consistentie van de feces en
Twee of meer van de volgende symptomen in ten minste kwart van de gevallen of dagen:
o Verandering in defecatiefrequentie
o Verandering consistentie feces
o Veranderende fecespassage
o Slijm in feces
o Opgeblazen gevoel in de buik.
OBSTIPATIE
Obstipatie meestal veroorzaakt door een verkeerd voedingspatroon (consumptie van vezelarm voedsel, weinig
drinken), gehaaste levensstijl en/of door immobiliteit.
Onderliggende ziekten als oorzaak: MS of M. Parkinson.
Medicijnen: codeïne en ijzerpreparaten.
, LACTOSE-INTOLERANTIE
Als de in het voedsel aanwezige lactose niet gesplitst kan worden in monosachariden die opgenomen kunnen
worden door de mucosa van de dunne darm, treedt in het colon gisting op door darmbacteriën -> gassen en
vetzuren vorming.
Primaire lactose-intolerantie: genetisch bepaald.
Secundaire lactose-intolerantie: bij aandoeningen van dunne darm zoals acute gastro-enteritis of ziekte van
Crohn. Kan ook na een dunnedarmresectie of beschadiging van dunne darmslijmvlies door geneesmiddelen.
Symptomen:
Flatulentie
Opgeblazen buik
Buikkrampen
Diarree (ontlasting >3 keer of vaker per dag en als de ontlasting ongevormd en dun is).
DIVERTICULAIR LIJDEN
Diverticulose: uitstulpingen van de mucosa en submucosa door de spierwand, waarschijnlijk ten gevolge van
een hoge intraluminale druk. Voorkeurslocatie is in sigmoïd. Vaak wordt een verdikking van de spierlaag van
het colon aangetroffen, die mogelijk een rol speelt bij het ontstaan van een verhoogde intraluminale druk.
Aantal divertikels neemt toe bij het stijgen van de leeftijd.
Oorzaken: vezelarm voedingspatroon en erfelijke aanleg.
Diverticulitis: nogal eens recidiverende ontsteking van de wand van het colon met symptomen:
Pijn (meestal in li onderbuik)
Dyspeptische klachten
Defecatieverandering
Misselijkheid
Braken
Koorts
Bij ernstige diverticulitis is een infiltraat in de li onderbuik een kenmerkelijke bevinding bij lichamelijk
onderzoek.
COELIAKIE
Levenslange intolerantie voor gluten: tarwe, rogge en gerst. Vaak op jonge leeftijd gediagnosticeerd.
De intolerantie veroorzaakt atrofie van het dunnedarmslijmvlies, waardoor malabsorptie optreedt.
Algemene symptomen:
Malaise
Chronische buikpijn
Opgezet gevoel in buik
Kenmerkende symptomen: