Kinderbeschermingsmaatregelen
Er gelden drie uitgangspunten voor de kinderbeschermingsmaatregelen. Ten
eerste moet de maatregel een laatste redmiddel zijn. Het wordt enkel toegepast
indien het vrijwillige traject niet succesvol is, om wat voor reden dan ook. Ten
tweede moet de hulp zo dichtbij, zo licht en zo kort mogelijk zijn. Als laatste staat
het belang van de jeugdige altijd voorop. 1
4.1 Kinderbeschermingsmaatregelen
4.1.1 Ondertoezichtstelling
Bij een ondertoezichtstelling (OTS) wordt de jeugdige onder toezicht gesteld door
een gecertificeerde instelling2, maar behouden de ouders het gezag. Echter, dit
gezag wordt beperkt omdat zij gedwongen worden begeleid door een
gezinsvoogd. Dit houdt in dat de ouders belangrijke beslissingen niet meer alleen
mogen nemen.3
Er gelden drie vereisten voor de ondertoezichtstelling van een jeugdige. Ten
eerste moet er sprake zijn van een zeer bedreigende opvoedingssituatie. 4 Ten
tweede wordt vrijwillige hulp niet (voldoende) geaccepteerd. 5 Als laatste moet er
een gerechtvaardigde verwachting zijn dat de ouders binnen een redelijke
termijn weer zelf in staat zijn om voor het kind te zorgen. 6
4.1.2 Uithuisplaatsing
Bij een uithuisplaatsing (UHP) wordt de jeugdige uit huis geplaatst. Bij een
uithuisplaatsing kan de rechter bepalen dat een gedeelte van het gezag van de
ouders wordt ontnomen.7 Denk hierbij aan een aanmelding bij een
onderwijsinstelling8 of het geven van toestemming voor een medische
behandeling.9
Een rechter geeft een gecertificeerde instelling een machtiging om een jeugdige
uit huis te plaatsen10, indien wordt voldaan aan één van de volgende vereisten.
Het is noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van het kind óf
het is noodzakelijk voor het onderzoek naar de geestelijke of lichamelijke
gesteldheid van het kind.11
1
Kamerstukken II 2000/01, 27410, nr. 9, p. 2
2
Art. 1:254 BW jo. Art. 1:255 lid 1 BW
3
Philips 2019, p. 100
4
Art. 1:255 lid 1 BW
5
Art. 1:255 lid 1 sub a BW
6
Art. 1:255 lid 1 sub b BW
7
Art. 1:265e lid 1 BW
8
Art. 1:265e lid 1 sub a BW
9
Art. 1:265e lid 1 sub b BW
10
Art. 1:265a BW
11
Art. 1:265b lid 1 BW
Er gelden drie uitgangspunten voor de kinderbeschermingsmaatregelen. Ten
eerste moet de maatregel een laatste redmiddel zijn. Het wordt enkel toegepast
indien het vrijwillige traject niet succesvol is, om wat voor reden dan ook. Ten
tweede moet de hulp zo dichtbij, zo licht en zo kort mogelijk zijn. Als laatste staat
het belang van de jeugdige altijd voorop. 1
4.1 Kinderbeschermingsmaatregelen
4.1.1 Ondertoezichtstelling
Bij een ondertoezichtstelling (OTS) wordt de jeugdige onder toezicht gesteld door
een gecertificeerde instelling2, maar behouden de ouders het gezag. Echter, dit
gezag wordt beperkt omdat zij gedwongen worden begeleid door een
gezinsvoogd. Dit houdt in dat de ouders belangrijke beslissingen niet meer alleen
mogen nemen.3
Er gelden drie vereisten voor de ondertoezichtstelling van een jeugdige. Ten
eerste moet er sprake zijn van een zeer bedreigende opvoedingssituatie. 4 Ten
tweede wordt vrijwillige hulp niet (voldoende) geaccepteerd. 5 Als laatste moet er
een gerechtvaardigde verwachting zijn dat de ouders binnen een redelijke
termijn weer zelf in staat zijn om voor het kind te zorgen. 6
4.1.2 Uithuisplaatsing
Bij een uithuisplaatsing (UHP) wordt de jeugdige uit huis geplaatst. Bij een
uithuisplaatsing kan de rechter bepalen dat een gedeelte van het gezag van de
ouders wordt ontnomen.7 Denk hierbij aan een aanmelding bij een
onderwijsinstelling8 of het geven van toestemming voor een medische
behandeling.9
Een rechter geeft een gecertificeerde instelling een machtiging om een jeugdige
uit huis te plaatsen10, indien wordt voldaan aan één van de volgende vereisten.
Het is noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van het kind óf
het is noodzakelijk voor het onderzoek naar de geestelijke of lichamelijke
gesteldheid van het kind.11
1
Kamerstukken II 2000/01, 27410, nr. 9, p. 2
2
Art. 1:254 BW jo. Art. 1:255 lid 1 BW
3
Philips 2019, p. 100
4
Art. 1:255 lid 1 BW
5
Art. 1:255 lid 1 sub a BW
6
Art. 1:255 lid 1 sub b BW
7
Art. 1:265e lid 1 BW
8
Art. 1:265e lid 1 sub a BW
9
Art. 1:265e lid 1 sub b BW
10
Art. 1:265a BW
11
Art. 1:265b lid 1 BW