Samenvatting CSI
Leerdoelen
Soort doel Leerdoel
Hoofddoelstelling Je kent de empirische cyclus en begrijpt hoe je deze cyclus in wetenschappelijk
en klinisch redeneren toepast.
Hoofddoelstelling Je begrijpt hoe wetenschappers wereldwijd kennis vergaren en delen.
Hoofddoelstelling Je kunt de sociale context van ‘gezondheid’ en ‘ziekte’ verklaren en de morele
basisprincipes uit de gezondheidszorg toepassen.
Hoofddoelstelling Je weet met welke statistische maten je onderzoeksdata kunt beschrijven.
Samenvatting
Scientific Thinking - De empirische cyclus
De empirische cyclus
Op onderstaande afbeelding wordt de empirische cyclus weergegeven.
De empirische cyclus geeft de stappen weer waarin wetenschappelijk onderzoek. Er wordt gesproken
van een cyclus, omdat ieder afgerond onderzoek nieuwe vragen kan oproepen en daardoor weer tot
een nieuw onderzoek kan leiden.
De onderdelen van de empirische cyclus:
1. Theorie ontwikkeling: er wordt bepaald welke kennis al bekend is en welke kennis niet.
2. Genereren ideeën: er wordt bepaald welke kennis uit het onderzoek moet volgen en welke al
bekende kennis nodig is om het onderzoek uit te voeren.
3. Opzetten onderzoek: er wordt een onderzoek bedacht dat antwoord kan geven op de hoofdvraag.
4. Uitvoeren onderzoek: het onderzoek dat bedacht is, wordt uitgevoerd.
5. Analyseren: de verkregen data/informatie wordt geanalyseerd en samengevat op een overzichtelijke
manier.
6. Concluderen: er wordt antwoord gegeven op de hoofdvraag aan de hand van de geanalyseerde
data.
7. Presenteren: het onderzoek en de resultaten worden gepresenteerd.
8. Verdiepen/Verbreden impact: er wordt bepaald wat de impact is van het onderzoek en hoe dit
onderzoek bijdraagt aan een bepaald doel. Hieruit kunnen vervolgvragen kunnen worden gesteld,
wat materie is voor een nieuw (vervolg)onderzoek.
De empirische cyclus bestaat dus in het algemeen uit de volgende onderdelen:
• Theorie: kennis die is gebaseerd op niet-systematische waarnemingen.
• Hypothese: een toetsbare stelling of uitspraak.
• Systematische waarnemingen.
Fasen:
o Onderzoeksopzet: onderzoekspopulatie, meetinstrumenten, meetmomenten en analyse-
methoden bepalen.
o Uitvoeren van het onderzoek.
, o Analyseren van de resultaten.
o Interpretatie van de resultaten: betekenis van de resultaten.
• Conclusie: vaststellen of de hypothese ontkracht of bevestigd kan worden.
Soorten wetenschap
Soorten wetenschappen:
• Empirische wetenschappen: wetenschappen waarbij kennis proefondervindelijk - door middel van
waarnemingen - wordt opgedaan.
• Exploratie: het achterhalen van onbekende kennis, door middel van onderzoek.
• Rationalisme: wetenschappen waarbij kennis wordt opgedaan door middel van de rede en
nadenken. Waarnemingen spelen hierbij geen rol.
Naar aanleiding van onderzoek kunnen vervolgvragen ontstaan.
Doelen van vervolgvragen:
• Confirmeren/Verifiëren: bevestigen van eerdere resultaten;
• Falsifiëren: weerleggen van eerdere resultaten;
• Contradictie: tegenspreken van eerdere resultaten;
• Elaboratie: nader specificeren van eerdere resultaten.
Geneeskunde is een empirische wetenschap. Empirische wetenschappen kunnen volgend verschillende
methoden worden uitgeoefend.
Onderzoeksmethoden voor empirische wetenschappen:
• Kwantitatief onderzoek: onderzoek waarbij metingen worden gedaan en waarbij de onderzoeks-
resultaten zijn uit te drukken in meetbare eenheden.
• Kwalitatief onderzoek: onderzoek waarbij geen metingen worden gedaan. Kwalitatief onderzoek is
meer gericht op het verklaren van bepaalde verschijnselen.
• Mixed method onderzoek: onderzoek waarbij kwantitatief en kwalitatief onderzoek worden
gecombineerd.
Scientific Communication
Onderzoeksopzetten
Soorten onderzoeksopzetten:
• Observationeel onderzoek: onderzoek waarbij een bepaald verschijnsel wordt geobserveerd.
o Dwarsdoorsnedeonderzoek: onderzoek waarbij het determinant (oorzaak) en de gezondheids-
uitkomst op hetzelfde moment worden gemeten, waarbij wordt bekeken of er sprake is van een
onderlinge relatie. Oorzaak en gevolg kunnen hierbij niet worden vastgesteld.
o Patiënt-controleonderzoek (prevalentie): onderzoek waarbij wordt bekeken welke determinanten
kunnen leiden tot een bepaalde gezondheidsuitkomst. Hierbij wordt een groep onderzocht met
de uitkomst en wordt vastgesteld aan welke (mogelijke) oorzaken ze voldoen.
o Cohortonderzoek (incidentie): onderzoek waarbij op de lange termijn wordt bekeken of mensen
die aan (mogelijke) oorzaken voldoen al te maken hebben met de uitkomst.
• Experimenteel onderzoek: onderzoek waarbij een situatie op een bepaalde manier wordt gewijzigd,
om te bekijken wat de gevolgen zijn.
o Randomised trial/Gerandomiseerd onderzoek met controlegroep: onderzoek van cohorten die
aselect zijn gekozen, waarbij wordt bekeken of een bepaald medicijn werkzaam is.
o Retroperspectief onderzoek: onderzoek van cohorten die vroeger zijn samengesteld, waarbij
wordt gekeken naar metingen of waarnemingen die al zijn verricht.
o Prospectief onderzoek: onderzoek van cohorten die nu zijn samengesteld, waarbij wordt bekeken
naar ontwikkelingen vanaf nu.
Bij patiënt-controleonderzoek, cohortonderzoek en experimenteel onderzoek wordt het onderzoek ook
uitgevoerd op een controlegroep. Dit om vast te stellen dat de uitkomsten niet van toepassing zijn op de
controlegroep, zodat kan worden vastgesteld dat er een relatie is tussen de onderzochte variabelen.
Medische domeinen
Onderzoek wordt uitgevoerd op verschillende medische domeinen.
Leerdoelen
Soort doel Leerdoel
Hoofddoelstelling Je kent de empirische cyclus en begrijpt hoe je deze cyclus in wetenschappelijk
en klinisch redeneren toepast.
Hoofddoelstelling Je begrijpt hoe wetenschappers wereldwijd kennis vergaren en delen.
Hoofddoelstelling Je kunt de sociale context van ‘gezondheid’ en ‘ziekte’ verklaren en de morele
basisprincipes uit de gezondheidszorg toepassen.
Hoofddoelstelling Je weet met welke statistische maten je onderzoeksdata kunt beschrijven.
Samenvatting
Scientific Thinking - De empirische cyclus
De empirische cyclus
Op onderstaande afbeelding wordt de empirische cyclus weergegeven.
De empirische cyclus geeft de stappen weer waarin wetenschappelijk onderzoek. Er wordt gesproken
van een cyclus, omdat ieder afgerond onderzoek nieuwe vragen kan oproepen en daardoor weer tot
een nieuw onderzoek kan leiden.
De onderdelen van de empirische cyclus:
1. Theorie ontwikkeling: er wordt bepaald welke kennis al bekend is en welke kennis niet.
2. Genereren ideeën: er wordt bepaald welke kennis uit het onderzoek moet volgen en welke al
bekende kennis nodig is om het onderzoek uit te voeren.
3. Opzetten onderzoek: er wordt een onderzoek bedacht dat antwoord kan geven op de hoofdvraag.
4. Uitvoeren onderzoek: het onderzoek dat bedacht is, wordt uitgevoerd.
5. Analyseren: de verkregen data/informatie wordt geanalyseerd en samengevat op een overzichtelijke
manier.
6. Concluderen: er wordt antwoord gegeven op de hoofdvraag aan de hand van de geanalyseerde
data.
7. Presenteren: het onderzoek en de resultaten worden gepresenteerd.
8. Verdiepen/Verbreden impact: er wordt bepaald wat de impact is van het onderzoek en hoe dit
onderzoek bijdraagt aan een bepaald doel. Hieruit kunnen vervolgvragen kunnen worden gesteld,
wat materie is voor een nieuw (vervolg)onderzoek.
De empirische cyclus bestaat dus in het algemeen uit de volgende onderdelen:
• Theorie: kennis die is gebaseerd op niet-systematische waarnemingen.
• Hypothese: een toetsbare stelling of uitspraak.
• Systematische waarnemingen.
Fasen:
o Onderzoeksopzet: onderzoekspopulatie, meetinstrumenten, meetmomenten en analyse-
methoden bepalen.
o Uitvoeren van het onderzoek.
, o Analyseren van de resultaten.
o Interpretatie van de resultaten: betekenis van de resultaten.
• Conclusie: vaststellen of de hypothese ontkracht of bevestigd kan worden.
Soorten wetenschap
Soorten wetenschappen:
• Empirische wetenschappen: wetenschappen waarbij kennis proefondervindelijk - door middel van
waarnemingen - wordt opgedaan.
• Exploratie: het achterhalen van onbekende kennis, door middel van onderzoek.
• Rationalisme: wetenschappen waarbij kennis wordt opgedaan door middel van de rede en
nadenken. Waarnemingen spelen hierbij geen rol.
Naar aanleiding van onderzoek kunnen vervolgvragen ontstaan.
Doelen van vervolgvragen:
• Confirmeren/Verifiëren: bevestigen van eerdere resultaten;
• Falsifiëren: weerleggen van eerdere resultaten;
• Contradictie: tegenspreken van eerdere resultaten;
• Elaboratie: nader specificeren van eerdere resultaten.
Geneeskunde is een empirische wetenschap. Empirische wetenschappen kunnen volgend verschillende
methoden worden uitgeoefend.
Onderzoeksmethoden voor empirische wetenschappen:
• Kwantitatief onderzoek: onderzoek waarbij metingen worden gedaan en waarbij de onderzoeks-
resultaten zijn uit te drukken in meetbare eenheden.
• Kwalitatief onderzoek: onderzoek waarbij geen metingen worden gedaan. Kwalitatief onderzoek is
meer gericht op het verklaren van bepaalde verschijnselen.
• Mixed method onderzoek: onderzoek waarbij kwantitatief en kwalitatief onderzoek worden
gecombineerd.
Scientific Communication
Onderzoeksopzetten
Soorten onderzoeksopzetten:
• Observationeel onderzoek: onderzoek waarbij een bepaald verschijnsel wordt geobserveerd.
o Dwarsdoorsnedeonderzoek: onderzoek waarbij het determinant (oorzaak) en de gezondheids-
uitkomst op hetzelfde moment worden gemeten, waarbij wordt bekeken of er sprake is van een
onderlinge relatie. Oorzaak en gevolg kunnen hierbij niet worden vastgesteld.
o Patiënt-controleonderzoek (prevalentie): onderzoek waarbij wordt bekeken welke determinanten
kunnen leiden tot een bepaalde gezondheidsuitkomst. Hierbij wordt een groep onderzocht met
de uitkomst en wordt vastgesteld aan welke (mogelijke) oorzaken ze voldoen.
o Cohortonderzoek (incidentie): onderzoek waarbij op de lange termijn wordt bekeken of mensen
die aan (mogelijke) oorzaken voldoen al te maken hebben met de uitkomst.
• Experimenteel onderzoek: onderzoek waarbij een situatie op een bepaalde manier wordt gewijzigd,
om te bekijken wat de gevolgen zijn.
o Randomised trial/Gerandomiseerd onderzoek met controlegroep: onderzoek van cohorten die
aselect zijn gekozen, waarbij wordt bekeken of een bepaald medicijn werkzaam is.
o Retroperspectief onderzoek: onderzoek van cohorten die vroeger zijn samengesteld, waarbij
wordt gekeken naar metingen of waarnemingen die al zijn verricht.
o Prospectief onderzoek: onderzoek van cohorten die nu zijn samengesteld, waarbij wordt bekeken
naar ontwikkelingen vanaf nu.
Bij patiënt-controleonderzoek, cohortonderzoek en experimenteel onderzoek wordt het onderzoek ook
uitgevoerd op een controlegroep. Dit om vast te stellen dat de uitkomsten niet van toepassing zijn op de
controlegroep, zodat kan worden vastgesteld dat er een relatie is tussen de onderzochte variabelen.
Medische domeinen
Onderzoek wordt uitgevoerd op verschillende medische domeinen.