Disclosure
TERMINOLOGIE DISCLOSURE :
- Romano et al. (2019) over disclosure: de feitelijke handeling van het delen van seksueel
misbruikervaringen, waarbij de kenmerken van onthulling, de timing, de reactie van de
ontvanger en het aantal onthullingen werd onderzocht op hun invloed op de mentale
gezondheid van mannen.
Bestaat dus uit de volgende elementen:
1. Het daadwerkelijk vertellen over de ervaring
Wie heb je iets verteld?
2. Timing (leeftijd)
Hoe oud waren de deelnemers toen ze het voor het eerst aan iemand vertelden?
3. Ontvanger van de reactie
Hoe reageerde de ontvanger?
4. Formaliteit
Hoeveel gevallen zijn er gerapporteerd aan autoriteiten?
Kan op twee manieren:
1. Formeel: vertellen aan officiële instanties (bv. politie of VeiligThuis)
2. Informeel: tegen een persoon uit de vertrouwde omgeving iets vertellen.
Uitkomsten onderzoek Romano et al. (2019)
N = 253
Disclosure percentage: 77.9% van de mannen heeft seksueel misbruik ooit
bekend gemaakt
Gemiddelde duur: 15.4 jaar tussen begin misbruik en eerste disclosure
Aan wie: meestal bij een vriend (44.7%) of moeder (22.5) of vader (16.2%)
68% kreeg een ondersteunende reactie
32% ervoer beschuldiging, ongeloof of negeren
Een grotere vertraging in disclosure voorspelt externaliserend gedrag.
- Disclosure staat tegenover nondisclosure: de persoon vertelt dan niet over het misbruik.
- Delayed (deferred disclosure): het onthullen van kindermishandeling of seksueel misbruik is
vaak geen onmiddellijke gebeurtenis, maar een proces wat lang kan duren.
Maar liefst 60-70% stelt het praten erover uit tot in de volwassenheid.
, Ontstaat door een aantal belemmeringen:
1. Schaamte/schuldgevoel
2. Angst voor gevolgen
3. Omgevingsfactoren (victim blaming)
4. Relatie met dader (loyaliteit)
Betrayal Trauma: het ontkennen of vergeten van misbruik om de relatie met de
gehechtheidsfiguur intact te houden.
VERLOOP DISCLOSURE
Disclosure is a process, not an event (Summit, 1983): de onthulling is dus geen eenmalig moment,
maar een proces dat zich over tijd ontwikkelt en verschillende fasen kan doorlopen:
1. Incident:
Het misbruik of de gebeurtenis zelf vindt plaats
2. Denials (ontkenningen):
Het slachtoffer kan aanvankelijk het misbruik ontkennen, bijv. uit angst, schuldgevoel,
loyaliteit tegenover de dader of schaamte.
3. Disclosure (onthulling):
Op een bepaald moment vertelt het slachtoffer (gedeeltelijk of volledig) wat er is gebeurd.
Dit kan spontaan zijn of als reactie op de vragen of omstandigheden
4. Recantations (intrekkingen):
Als het slachtoffer de onthulling terugtrekt, wat vaak gebeurt door druk van buitenaf (de
dader, familie, angst voor de gevolgen)
Betekent niet dat de oorspronkelijke onthulling niet waar was, maar is een onderdeel van
het proces.
Disclosure is dus geen lineair proces, het kan heen en weer gaan tussen ontkenning, onthulling en
intrekking. Dit is afhankelijk van de steun, veiligheid en reacties van de omgeving.
,HOE VAAK KOMT DISCLOSURE VOOR ?
Retro perspectieve studies:
- Arata (1998):
31% heeft disclosure rond de tijd van het incident
- Finkelhor et al. (1990):
42% heeft disclosure binnen 1 jaar na het incident
- Fergusson et al. (1996)
87% heeft disclosure voor het 18e levensjaar
- London et al. (2005)
Minder dan 25% van de slachtoffers directe disclosure na het misbruik
2/3 nondisclosure, dus 67% vertelt niets.
Klinische studies:
- Lawson & Chaffin (1992): deden een studie onder 28 kinderen met een geslachtsziekte.
57% van de kinderen deed geen disclosure tijdens het interview, ondanks duidelijk bewijs
en het feit dat de verzorger was geïnformeerd.
- Eisen et al. (2021): bekeken het bewijs in de vorm van chatberichten, foto’s en video’s en hoe
kinderen reageren bij confrontatie.
Bevestigen dat het intrekken van de disclosure (recantation) en het ontkennen van
misbruik (denials) gebruikelijk is tijdens forensische interviews
Zelfs wanneer er bewijs is in de vorm van chatberichten, foto’s en video’s
Disclosure en welzijn van slachtoffers:
- Hartman et al. (2023): onder zocht kinderen tussen 3-16 jaar met een vermoeden op
seksueel misbruik, 20 jaar laten werden ze opnieuw geïnterviewd
Uitkomsten:
1. Oudere kinderen en meisjes zijn betrouwbaarder in hun onthullingen
2. Jongere kinderen en jongens ontkennen vaker (door schaamte, angst of loyaliteit)
3. Deelnemers met een donkere huidskleur stelden onthullingen vaker uit (mogelijk
door wantrouwen van autoriteiten)
4. Ontkenning in kindertijd kan leiden tot meer psychische klachten later
5. Intrekken van disclosure (recantation) zijn zeldzaam, maar complex
BELANG VAN DISCLOSURE
Onderzoek door Brennan & McElvany (2020):
- Benoemen twee factoren:
, 1. Needing to tell: realiseren dat het niet normaal is
Hiervoor is meer educatie nodig op scholen, zodat kinderen snappen wat wel en niet
normaal is.
Het geheim levert daarbij zoveel stress op of een extreme last op de schouders
De wens dat het stopt
2. Opportunity to tell: er is een vertrouwenspersoon beschikbaar
Je hebt het gevoel dat je geloofd zal worden
Er wordt naar gevraagd.
Voordelen online disclosure:
- Accessibility: fysiek niet altijd iemand beschikbaar, online meer.
- Begrijpen/duidelijk:
Online disclosure begint soms als zoektocht naar wat er gebeurd is
Niet elk slachtoffer kan het misbruik direct als zodanig duiden/labelen
- Anonimiteit:
Drempels ervaren om fysiek te vertellen (kleiner als dit anoniem is)
Soms ‘pre-disclosure’: advies vragen over fysieke disclosure
- Autonomie:
Fysiek: afhankelijk van volwassenen (vragen stellen, actie ondernemen)
Online: slachtoffer zelf heeft meer autonomie
DREMPELS VOOR DISCLOSURE
Factoren die disclosure in stand houden/ belemmeren op verschillende niveaus:
1. Individueel
2. Gezin
3. Breder netwerk (school, familie etc.)
4. Maatschappelijk (instanties, ministeries etc.)