Samenvatting Lichaam en mond deel 2
1 MEDISCHE ANAMNESE
Doel en belang
- Nagaan of medische zorg vooraf nodig is
- Risico op complicaties inschatten
- Medische aandoeningen of behandelingen die invloed hebben op mondzorg
- Impact van tandheelkunde algemene gezondheid
- Kans op succes van behandeling
Methode Voordelen Nadelen
Mondeling Reacties patiënt observeren Zorgverlener kan info vergeten
Begrip patiënt checken Juridisch
Tijdrovend
Schriftelijk Volledigheid van de anamnese Antwoorden kunnen onduidelijk
Tijdsbesparing zijn of gevolgen hebben
Juridisch
Herhaling
- Elke 2 jaar
- Bij nieuwe medicatie op voorschrift
- Na ingrepen
Onderdelen
1. Algemene anamnese
o Doel, administratieve gegevens
o Toestemming uitwisseling informatie
2. Medische anamnese
3. Tandheelkundige anamnese
o Levensstijl + extra vragen
o WWKKVV= waar, wanneer, kwaliteit, kwantiteit, verzwarende en verzachtende
omstandigheden, verwante zaken.
Beperkingen patiënt
- Onder- en overschatting bepaalde aandoeningen
- Onwetendheid of gebrek aan diagnose
o Zwangerschap
o Infecties
- Taalbarrière
- Culturele verschillen
Lichamelijk onderzoek
- Intra- orale onderzoek
o Harde tandweefsels: tanden, kiezen
o Zachte weefsels: tong, wangen, palatum
- Algemene Conditie
o Mager: Anorexia, maligniteit, HIV
o Overgewicht
▪ Hormonaal: Cushing syndroom, schildklier
▪ Medicatie: Cortisonen
, ▪ Obesitas → diabetes type 2
▪ Oedeem → nier/hartfalen
- Huid
o Dehydratie
o Cyanose: blauwe vingertoppen
o Icterus: Gele ogen (door bilirubine)
o Bleekheid: Oogleden/lippen
o Haematomen: Mishandeling, stollingsstoornis
o Kaposi sarcomen: Vaattumor, Immunosuppressie, HIV
o Auto-immuunziekten: Eczeem
- Keel
o Kleur, Exsudaat, Halitose
o Oorzaken halitose:
▪ Angina, tonsillitis
▪ Medicatie, lever/nierproblemen
▪ Roken, tandsteen
▪ Parodontitis
▪ Tongdebris
- Hals
o Symmetrie
o Zwellingen: Schildklier/Lymfeklieren
- Ademhaling
o Meestal iets verhoogd
o Frequentie: normaal tot 12x/min
o Hyperventilatie
o Geluiden: vb. Piepen (astma)
- Hartslag en bloeddruk
o Belangrijk bij gebruik adrenaline (verdoving)
o Bij morsen in de mondbodem: sublinguale (snelle) opnam → direct effect
2 FARMACOLOGIE
Basisbegrippen
- Farmacologie= werking van geneesmiddelen op het lichaam
o Medische farmacologie
o Toxicologie
- Therapeutisch effect vs. Toxisch effect= dosis afhankelijk
- Omgevingsfactoren kunnen hormoonhuishouding beïnvloeden (bijv. Testosteron/oestrogeen)
- Folia= nieuwsfeiten over medicijnen
Soort Kenmerken Voorbeeld
Stofnaam Werkzame stof, algemene benaming Paracetamol
Merknaam Naam van fabrikant, met hoofdletter, beschermt Dafalgan®
Generisch Zelfde werkzame stof/dosering/toedieningsvorm,
(EG) andere kleur/smaak mogelijk
Soorten therapie
- Causaal: oorzaak wegnemen (bv. Infectie)
- Symptomatisch: symptomen bestrijden (bv. Pijn)
- Substitutie: aanvullen te kort (bv. Schildklier)
- Diagnostisch: helpt bij het stellen van diagnose (vb. Contrastmiddel)
,Geneesmiddel = Stof die wordt toegepast om ziekten of de gevolgen ervan tegen te werken en genezing te
bevorderen of te bewerkstelligen
Ontwikkelen geneesmiddel
1. Preklinische fase
• Stap 1: In vitro (Menselijke cellen)
• Stap 2: In vivo (dieren)
2. Klinische fase
• Fase 1: vrijwilligers (20-100)
• Fase 2: kleine groep patiënten
• Fase 3: grote groep patiënten
• Fase 4: Markttoelating en opvolging
Farmacokinetiek = Wat doet het lichaam met het medicijn?
- ADME
o Adsorptie: opname (oraal, sublinguaal, lokaal,
injecties)
▪ First-pass effect: via lever, verlaagt
beschikbaarheid
o Distributie: verspreiding in lichaam
▪ Bloed-hersenbarrière, plasma-eiwitten
o Metabolisme: vooral in lever
▪ Kan activiteit of toxiciteit verhogen/verlagen
o Eliminatie: uitscheiding via urine, faeces, longen,
huid, speeksel
- Biologische beschikbaarheid= hoeveelheid werkzame stof
die doel bereikt
Opletten met anesthesie: als het sublinguaal valt, is het een
intraveneuze toediening
Dosering en interval
- Zelfde dosis met kortere intervallen= stabielere
bloedspiegels
- Langere intervallen bij lange werking
Farmacodynamiek= Wat het geneesmiddel doet met het lichaam.
Combinaties van medicijnen
, Combinatie Effect
Synergisme 1 + 1 > 2 (versterkend)
Antagonisme 1 + 1 < 2 (negatief)
Additief 1 + 1 = 2 (verwacht)
Bacteriologie & antibiotica
- Soorten bacteriën: Gram+, gram-, zuurvast,
spirocheten
- Antibiogram: Bacteriën kweken en zien welke werkzaam zijn
o Staal patiënt, verschillende AB aangebracht
o Als bacterie verdwijnt (vorm halo)> AB werkt
- Symbiose= samenleven 2 organismen:
o Commensalisme: zowel goed- als kwaadaardige bacteriën (evenwicht)→geen voordeel en
nadeel
o Mutualisme: beide soorten hebben voordeel van samenwerking.
o Parasitisme: bacterie brengt schade toe aan mens. Een soort heeft nadeel, andere voordeel.
- Antibiotica:
o Bacteriostatisch: remmen groei (bv. Tetracycline)
o Bactericide: doden bacterie (bv. Penicilline)
- Spectrum:
o Smal: lokaal effect (kans op resistentie)
o Breed: veel bacteriën tegelijk
- Resistentie= door overgebruik of verkeerd gebruik
- Kruisresistentie= resistentie door gelijksoortige AB
Sterilisatie= alle micro-organismen doden (niet toepasbaar op weefsels)
Ontsmetting= verminderen van kiemen (wel mogelijk op weefsels)
Virussen
- Sommige virussen gevaarlijk voor zwangere of immuungevoeligen
- HBV: besmettelijker dan HCV en HIV
- HCV: geen vaccin, dure medicatie
- HIV: geen vaccin, behandeling met antivirale cocktail
- HBV en HCV zowel in bloed als in het speeksel
Hoge gezondheidsraad
- Beoordeling risico
o Aard van blootstelling
▪ Perforatie van huid met gebruikte naald duidelijk besmet met bloed
▪ Langdurig contact beschadigde huid met besmet lichaamsvocht
o Virale lading van bron
o Serologische staat van blootgestelde
o Betrokken lichaamsvocht
▪ Bloed, sperma, genitale secreties = hoog risico
▪ Speeksel, tranen, urine = LAAG risico
Preventie:
- Wonde wassen, ontsmetten (70% alcohol of CHX), afgeraden om wonde te doen bloeden.
- Bij bron patiënt
o Serologie bepalen (HBV, HCV, HIV)
o HIV sneltest
1 MEDISCHE ANAMNESE
Doel en belang
- Nagaan of medische zorg vooraf nodig is
- Risico op complicaties inschatten
- Medische aandoeningen of behandelingen die invloed hebben op mondzorg
- Impact van tandheelkunde algemene gezondheid
- Kans op succes van behandeling
Methode Voordelen Nadelen
Mondeling Reacties patiënt observeren Zorgverlener kan info vergeten
Begrip patiënt checken Juridisch
Tijdrovend
Schriftelijk Volledigheid van de anamnese Antwoorden kunnen onduidelijk
Tijdsbesparing zijn of gevolgen hebben
Juridisch
Herhaling
- Elke 2 jaar
- Bij nieuwe medicatie op voorschrift
- Na ingrepen
Onderdelen
1. Algemene anamnese
o Doel, administratieve gegevens
o Toestemming uitwisseling informatie
2. Medische anamnese
3. Tandheelkundige anamnese
o Levensstijl + extra vragen
o WWKKVV= waar, wanneer, kwaliteit, kwantiteit, verzwarende en verzachtende
omstandigheden, verwante zaken.
Beperkingen patiënt
- Onder- en overschatting bepaalde aandoeningen
- Onwetendheid of gebrek aan diagnose
o Zwangerschap
o Infecties
- Taalbarrière
- Culturele verschillen
Lichamelijk onderzoek
- Intra- orale onderzoek
o Harde tandweefsels: tanden, kiezen
o Zachte weefsels: tong, wangen, palatum
- Algemene Conditie
o Mager: Anorexia, maligniteit, HIV
o Overgewicht
▪ Hormonaal: Cushing syndroom, schildklier
▪ Medicatie: Cortisonen
, ▪ Obesitas → diabetes type 2
▪ Oedeem → nier/hartfalen
- Huid
o Dehydratie
o Cyanose: blauwe vingertoppen
o Icterus: Gele ogen (door bilirubine)
o Bleekheid: Oogleden/lippen
o Haematomen: Mishandeling, stollingsstoornis
o Kaposi sarcomen: Vaattumor, Immunosuppressie, HIV
o Auto-immuunziekten: Eczeem
- Keel
o Kleur, Exsudaat, Halitose
o Oorzaken halitose:
▪ Angina, tonsillitis
▪ Medicatie, lever/nierproblemen
▪ Roken, tandsteen
▪ Parodontitis
▪ Tongdebris
- Hals
o Symmetrie
o Zwellingen: Schildklier/Lymfeklieren
- Ademhaling
o Meestal iets verhoogd
o Frequentie: normaal tot 12x/min
o Hyperventilatie
o Geluiden: vb. Piepen (astma)
- Hartslag en bloeddruk
o Belangrijk bij gebruik adrenaline (verdoving)
o Bij morsen in de mondbodem: sublinguale (snelle) opnam → direct effect
2 FARMACOLOGIE
Basisbegrippen
- Farmacologie= werking van geneesmiddelen op het lichaam
o Medische farmacologie
o Toxicologie
- Therapeutisch effect vs. Toxisch effect= dosis afhankelijk
- Omgevingsfactoren kunnen hormoonhuishouding beïnvloeden (bijv. Testosteron/oestrogeen)
- Folia= nieuwsfeiten over medicijnen
Soort Kenmerken Voorbeeld
Stofnaam Werkzame stof, algemene benaming Paracetamol
Merknaam Naam van fabrikant, met hoofdletter, beschermt Dafalgan®
Generisch Zelfde werkzame stof/dosering/toedieningsvorm,
(EG) andere kleur/smaak mogelijk
Soorten therapie
- Causaal: oorzaak wegnemen (bv. Infectie)
- Symptomatisch: symptomen bestrijden (bv. Pijn)
- Substitutie: aanvullen te kort (bv. Schildklier)
- Diagnostisch: helpt bij het stellen van diagnose (vb. Contrastmiddel)
,Geneesmiddel = Stof die wordt toegepast om ziekten of de gevolgen ervan tegen te werken en genezing te
bevorderen of te bewerkstelligen
Ontwikkelen geneesmiddel
1. Preklinische fase
• Stap 1: In vitro (Menselijke cellen)
• Stap 2: In vivo (dieren)
2. Klinische fase
• Fase 1: vrijwilligers (20-100)
• Fase 2: kleine groep patiënten
• Fase 3: grote groep patiënten
• Fase 4: Markttoelating en opvolging
Farmacokinetiek = Wat doet het lichaam met het medicijn?
- ADME
o Adsorptie: opname (oraal, sublinguaal, lokaal,
injecties)
▪ First-pass effect: via lever, verlaagt
beschikbaarheid
o Distributie: verspreiding in lichaam
▪ Bloed-hersenbarrière, plasma-eiwitten
o Metabolisme: vooral in lever
▪ Kan activiteit of toxiciteit verhogen/verlagen
o Eliminatie: uitscheiding via urine, faeces, longen,
huid, speeksel
- Biologische beschikbaarheid= hoeveelheid werkzame stof
die doel bereikt
Opletten met anesthesie: als het sublinguaal valt, is het een
intraveneuze toediening
Dosering en interval
- Zelfde dosis met kortere intervallen= stabielere
bloedspiegels
- Langere intervallen bij lange werking
Farmacodynamiek= Wat het geneesmiddel doet met het lichaam.
Combinaties van medicijnen
, Combinatie Effect
Synergisme 1 + 1 > 2 (versterkend)
Antagonisme 1 + 1 < 2 (negatief)
Additief 1 + 1 = 2 (verwacht)
Bacteriologie & antibiotica
- Soorten bacteriën: Gram+, gram-, zuurvast,
spirocheten
- Antibiogram: Bacteriën kweken en zien welke werkzaam zijn
o Staal patiënt, verschillende AB aangebracht
o Als bacterie verdwijnt (vorm halo)> AB werkt
- Symbiose= samenleven 2 organismen:
o Commensalisme: zowel goed- als kwaadaardige bacteriën (evenwicht)→geen voordeel en
nadeel
o Mutualisme: beide soorten hebben voordeel van samenwerking.
o Parasitisme: bacterie brengt schade toe aan mens. Een soort heeft nadeel, andere voordeel.
- Antibiotica:
o Bacteriostatisch: remmen groei (bv. Tetracycline)
o Bactericide: doden bacterie (bv. Penicilline)
- Spectrum:
o Smal: lokaal effect (kans op resistentie)
o Breed: veel bacteriën tegelijk
- Resistentie= door overgebruik of verkeerd gebruik
- Kruisresistentie= resistentie door gelijksoortige AB
Sterilisatie= alle micro-organismen doden (niet toepasbaar op weefsels)
Ontsmetting= verminderen van kiemen (wel mogelijk op weefsels)
Virussen
- Sommige virussen gevaarlijk voor zwangere of immuungevoeligen
- HBV: besmettelijker dan HCV en HIV
- HCV: geen vaccin, dure medicatie
- HIV: geen vaccin, behandeling met antivirale cocktail
- HBV en HCV zowel in bloed als in het speeksel
Hoge gezondheidsraad
- Beoordeling risico
o Aard van blootstelling
▪ Perforatie van huid met gebruikte naald duidelijk besmet met bloed
▪ Langdurig contact beschadigde huid met besmet lichaamsvocht
o Virale lading van bron
o Serologische staat van blootgestelde
o Betrokken lichaamsvocht
▪ Bloed, sperma, genitale secreties = hoog risico
▪ Speeksel, tranen, urine = LAAG risico
Preventie:
- Wonde wassen, ontsmetten (70% alcohol of CHX), afgeraden om wonde te doen bloeden.
- Bij bron patiënt
o Serologie bepalen (HBV, HCV, HIV)
o HIV sneltest