1. Visie
1.1 Wat is visie?
Persoonlijke kijk op mensen en situaties
Gebaseerd op waarden, overtuigingen en ervaringen
Bepaalt hoe je handelt als begeleider
Evolueert
= Wie je bent, wat je belangrijk vindt en wat je hebt meegemaakt
1.2 Wat beïnvloedt visie
Persoonlijke factoren (leeftijd, erfelijkheid, gezondheid)
Sociale factoren (gezin, opleiding, werk, cultuur, financiële situatie)
Maatschappelijke factoren (beleid, wetenschap, tijdsgeest)
= Deze vormen samen je referentiekader
1.3 Visie op begeleiden
Laat ons nadenken over:
Manier waarop we willen begeleiden
Wie we willen zijn als begeleider
Welke bewuste keuzes we maken om waarden en visies na te streven
(Welke soort begeleider we niet willen zijn)
= Vormt onze visie op begeleiden
1.4 Van medisch naar burgerschapsmode
Zorglandschap onderging een evolutie
Vroeger: medisch model
= Nadruk op afwijking, diagnose en behandeling
= Cliënten zijn patiënten, focus op zorg en genezing
Burgerschap en inclusie
= Mensen zijn burgers met rechten en plichten
= Focus op gelijkwaardigheid, participatie en zelfbeschikking
Patiënt -> burger
Zorgen voor -> Zorgen met
1.4.1 Middelen
PAB = Persoonlijk Assistentie Budget
PVF = Persoonsvolgende Financiering
1.5 Visie van een organisatie
1.5.1 Waarom een visie nodig is
Cliënten zijn afhankelijk van onze manier van begeleiden
Geeft richting aan gedrag en keuzes
1
, Evolueert met maatschappij en wetenschap
Duidelijkheid bieden
Vormt referentiekader van cliënt en begeleider
1.5.2 Noodzaak heldere visie
Vertaalt maatschappelijke en wetenschappelijke evoluties naar de praktijk
Consistentie tussen beleid en dagelijkse zorg
Helpt begeleiders hun handelen verantwoorden
1.5.3 De 7 logische niveaus van R. Dilts (tot een visie komen)
1. Wat is het doelpubliek? Welke trends merken we op?
2. Welke diensten bieden we aan?
3. Voor welke aanpak en opbouw kiezen we in de dienstverlening?
4. Over welke kerncompetenties willen we beschikken?
5. Vanuit welke basale beginselen willen we ons aanbod bieden?
6. Wie willen we zijn voor onze cliënten
7. Wat willen we dat de buitenwereld over ons denkt?
1.5.4 Paulo Freire (1921 – 1997) : Dialoog en bewustwording
Braziliaanse pedagoog
Kijkt naar leren als bewustwording
Geen overdracht van kennis, maar van dialoor
Begeleider is geen expert, maar bondgenoot in emancipatie
Geloofd dat echte opvoeding bevrijd
= Een begeleider die samen met de jongere zoekt naar inzicht en
mogelijkheden
1.5.5 Emmanuel Levinas (1906-1995) : De Ander
Franse filosoof
De Ander roept mij op tot verantwoordelijkheid
Ethiek komt voor kennis of oordeel
De blik of kwetsbaarheid van De Ander confronteert mij met mijn plicht tot
zorg
= De blik van iemand anders in crisis raakt je, en dat gevoel van
verantwoordelijkheid is de kern van ethisch nadenken
1.5.6 Carl Roger (1902-1987) : Echtheid en empathie
Amerikaanse psycholoog
Grondlegger cliëntgerichte benadering
Kernvoorwaarden voor groei:
Echtheid (congruentie)
Onvoorwaardelijke aanvaarding
Empathisch begrijpen
Geloof in het zelfhelend vermogen van elke persoon
2
, = Nabijheid, luisteren zonder oordeel, echt zijn in contact. Geen diagnose
eerst, maar ontmoeting (menselijkheid in de hulpverlening).
1.5.7 Thich Nhat Hanh (1926-2022)
Vietnamese zenmonnik, dichter bij vredesactivist
Leer over aandachtige aanwezigheid (mindfulness)
Vertrekt vanuit: interzijn; alles hangt samen met alles
Luisteren en aanwezig zijn als diepste vorm van zorg
Medeleven en rust als basis voor begeleidingsrelatie
1.6 Noodzaak van heldere visie in een organisatie
Wetenschappelijke en maatschappelijke evoluties hebben de hulpverlening doen
schuiven van medisch naar een meer inclusieve benadering. Deze visie blijft
veranderen en verschilt per organisatie en doelgroep. Daarom is het belangrijk
dat organisaties duidelijk communiceren over hoe men omgaat met cliënten en
met welk doel. De visie vormt een denkkader voor begeleiders en cliënten en
moet concreet worden uitgewerkt via doelstellingen en waarden.
Missie, visie, doelstellingen en waarden spelen een cruciale rol bij het bepalen
van de richting en werkwijze van een organisatie.
1.6.1 Visie
Schetst een toekomstbeeld van de organisatie. Geeft aan hoe de organisatie de
ideale situatie voor de doelgroep ziet op lange termijn. Het beschrijven van
ambities en gewenste veranderingen. Het is inspirerend en motiveert de
medewerkers richting en gemeenschappelijk doel.
1.6.2 Missie
Beschrijft de bestaansreden van de organisatie; “Waarom bestaan we?”.
Formuleren van de kernactiviteit zoals; bieden van ondersteuning, zorg en
begeleiding aan specifieke doelgroepen. Benadrukt de impact die de organisatie
wil hebben op het leven van mensen.
1.6.3 Doelstelling
Concrete, meetbare doelen die de organisatie wil bereiken om haar missie en
visie te realiseren. Geeft aan wat er ondernomen wordt. Deze zijn vaak
tijdsgebonden en worden regelmatig geëvalueerd om de voortgang te bekijken.
1.6.4 Waarden
Kernprincipes en overtuigingen die het handelen van de organisatie sturen. Ze
bepalen hoe de medewerkers omgaan meet cliënten en elkaar.
3
1.1 Wat is visie?
Persoonlijke kijk op mensen en situaties
Gebaseerd op waarden, overtuigingen en ervaringen
Bepaalt hoe je handelt als begeleider
Evolueert
= Wie je bent, wat je belangrijk vindt en wat je hebt meegemaakt
1.2 Wat beïnvloedt visie
Persoonlijke factoren (leeftijd, erfelijkheid, gezondheid)
Sociale factoren (gezin, opleiding, werk, cultuur, financiële situatie)
Maatschappelijke factoren (beleid, wetenschap, tijdsgeest)
= Deze vormen samen je referentiekader
1.3 Visie op begeleiden
Laat ons nadenken over:
Manier waarop we willen begeleiden
Wie we willen zijn als begeleider
Welke bewuste keuzes we maken om waarden en visies na te streven
(Welke soort begeleider we niet willen zijn)
= Vormt onze visie op begeleiden
1.4 Van medisch naar burgerschapsmode
Zorglandschap onderging een evolutie
Vroeger: medisch model
= Nadruk op afwijking, diagnose en behandeling
= Cliënten zijn patiënten, focus op zorg en genezing
Burgerschap en inclusie
= Mensen zijn burgers met rechten en plichten
= Focus op gelijkwaardigheid, participatie en zelfbeschikking
Patiënt -> burger
Zorgen voor -> Zorgen met
1.4.1 Middelen
PAB = Persoonlijk Assistentie Budget
PVF = Persoonsvolgende Financiering
1.5 Visie van een organisatie
1.5.1 Waarom een visie nodig is
Cliënten zijn afhankelijk van onze manier van begeleiden
Geeft richting aan gedrag en keuzes
1
, Evolueert met maatschappij en wetenschap
Duidelijkheid bieden
Vormt referentiekader van cliënt en begeleider
1.5.2 Noodzaak heldere visie
Vertaalt maatschappelijke en wetenschappelijke evoluties naar de praktijk
Consistentie tussen beleid en dagelijkse zorg
Helpt begeleiders hun handelen verantwoorden
1.5.3 De 7 logische niveaus van R. Dilts (tot een visie komen)
1. Wat is het doelpubliek? Welke trends merken we op?
2. Welke diensten bieden we aan?
3. Voor welke aanpak en opbouw kiezen we in de dienstverlening?
4. Over welke kerncompetenties willen we beschikken?
5. Vanuit welke basale beginselen willen we ons aanbod bieden?
6. Wie willen we zijn voor onze cliënten
7. Wat willen we dat de buitenwereld over ons denkt?
1.5.4 Paulo Freire (1921 – 1997) : Dialoog en bewustwording
Braziliaanse pedagoog
Kijkt naar leren als bewustwording
Geen overdracht van kennis, maar van dialoor
Begeleider is geen expert, maar bondgenoot in emancipatie
Geloofd dat echte opvoeding bevrijd
= Een begeleider die samen met de jongere zoekt naar inzicht en
mogelijkheden
1.5.5 Emmanuel Levinas (1906-1995) : De Ander
Franse filosoof
De Ander roept mij op tot verantwoordelijkheid
Ethiek komt voor kennis of oordeel
De blik of kwetsbaarheid van De Ander confronteert mij met mijn plicht tot
zorg
= De blik van iemand anders in crisis raakt je, en dat gevoel van
verantwoordelijkheid is de kern van ethisch nadenken
1.5.6 Carl Roger (1902-1987) : Echtheid en empathie
Amerikaanse psycholoog
Grondlegger cliëntgerichte benadering
Kernvoorwaarden voor groei:
Echtheid (congruentie)
Onvoorwaardelijke aanvaarding
Empathisch begrijpen
Geloof in het zelfhelend vermogen van elke persoon
2
, = Nabijheid, luisteren zonder oordeel, echt zijn in contact. Geen diagnose
eerst, maar ontmoeting (menselijkheid in de hulpverlening).
1.5.7 Thich Nhat Hanh (1926-2022)
Vietnamese zenmonnik, dichter bij vredesactivist
Leer over aandachtige aanwezigheid (mindfulness)
Vertrekt vanuit: interzijn; alles hangt samen met alles
Luisteren en aanwezig zijn als diepste vorm van zorg
Medeleven en rust als basis voor begeleidingsrelatie
1.6 Noodzaak van heldere visie in een organisatie
Wetenschappelijke en maatschappelijke evoluties hebben de hulpverlening doen
schuiven van medisch naar een meer inclusieve benadering. Deze visie blijft
veranderen en verschilt per organisatie en doelgroep. Daarom is het belangrijk
dat organisaties duidelijk communiceren over hoe men omgaat met cliënten en
met welk doel. De visie vormt een denkkader voor begeleiders en cliënten en
moet concreet worden uitgewerkt via doelstellingen en waarden.
Missie, visie, doelstellingen en waarden spelen een cruciale rol bij het bepalen
van de richting en werkwijze van een organisatie.
1.6.1 Visie
Schetst een toekomstbeeld van de organisatie. Geeft aan hoe de organisatie de
ideale situatie voor de doelgroep ziet op lange termijn. Het beschrijven van
ambities en gewenste veranderingen. Het is inspirerend en motiveert de
medewerkers richting en gemeenschappelijk doel.
1.6.2 Missie
Beschrijft de bestaansreden van de organisatie; “Waarom bestaan we?”.
Formuleren van de kernactiviteit zoals; bieden van ondersteuning, zorg en
begeleiding aan specifieke doelgroepen. Benadrukt de impact die de organisatie
wil hebben op het leven van mensen.
1.6.3 Doelstelling
Concrete, meetbare doelen die de organisatie wil bereiken om haar missie en
visie te realiseren. Geeft aan wat er ondernomen wordt. Deze zijn vaak
tijdsgebonden en worden regelmatig geëvalueerd om de voortgang te bekijken.
1.6.4 Waarden
Kernprincipes en overtuigingen die het handelen van de organisatie sturen. Ze
bepalen hoe de medewerkers omgaan meet cliënten en elkaar.
3