Openboek toets; wat te leren
Basisboek psychologie
Hoofdstuk 11
Savenije, A., Lawick, J. van & Reijmers, E. (2018). Systemisch werken. Utrecht: De
Tijdstroom. Hoofdstuk 2
Van der Meiden, J. (2020) Van contextuele theorie naar praktijk. Bussum: Coutinho.
Hoofdstuk. 2 en 4
Groepsdynamica
Hoofdstuk 1-6, 8, 10, 11
Remmerswaal, J. (2015). Begeleiden van groepen. Houten: Bohn Stafleu. Hoofdstuk
15 en 25
Versteegh H. (2019). Wat moet je nu doen om je voor te bereiden? In: Digivaardig
sociaal werk. Bohn Stafleu van Loghum, Houten.
Groepsdynamica
Hoofdstuk 1
In 20ste eeuw, Amerika ontstaan. Kurt Lewin; begrippenstelsel waarmee in groepen
waargenomen dynamiek verklaard kan worden en veldtheorieanalyse, vanuit
verschillende krachten bewegen.
Groep als kind van belang om te overleven daarna om te ontwikkelen en zelfstandig te
worden. Je leert gedragingen en denken. Groepsdynamica over leven en werken in
groepen, doet onderzoek naar aard, gedrag, ontwikkeling en onderlinge relaties tussen
groepen, individuen en grotere instanties.
Wat is een groep
- Doel; een verzameling mensen die een gezamenlijk doel willen bereiken
- Interdependentie; verzameling individuen afhankelijk van elkaar, kan daarbij wel
autonoom zijn
- Interactie; directe contacten met elkaar
- Perceptie van groepslidmaatschap; twee of meer personen die zich als groep
beschouwen
, - Gestructureerde relaties; door aantal rollen en normen wordt gestructureerd
(Voorzitter, penningmeester etc)
- Wederzijdse beïnvloeding; die elkaar beïnvloeden
- Motivatie; door zich te verenigen bepaalde persoonlijke behoeften trachten te
bevredigen
Groepsoriëntatie
Nadruk op groep, karakter en geheel. Eigen regels, attitudes en opvattingen. Wil van
individu gedomineerd door groep.
Individuele oriëntatie
meer op het individu en minder op de groep. Groepen kunnen niet denken voel en
handelen alleen mensen.
Middenpositie
Vergelijking met water. Eigenschappen begrijpen door de kenmerken van de elementen.
En dit in combinatie te onderzoeken.
Belang van groepen
Mensen van nature groepsdieren. Groepseffectiviteit; mate waarin de inspanningen van
de groep bijdragen aan de realisatie van het beoogde doel van die inspanningen. Sociale
systeemtheorie, gedrag van mensen kan worden begrepen in context van mensen en
relaties. Kennis over groepen kunnen dingen in je leven veranderen.
Groepsstructuur
Doelen, taakverdeling, kenmerken verwachtingen; basisstructuur in kaart brengen.
Basisstructuur, vaste interactiepatroon. Groepsleden hebben verschillende rollen. Rol is
een combinatie van verwachtingen die bepaald hoe een groepslid zich vanuit zijn positie
zich gedraagt in de groep. Rollen complementair, vullen elkaar aan. Kan ook leiden tot
rolconflict, verwachtingen in strijd. Rollen vaak gepaard met status; de waardering die
aan een individu binnen de groep wordt toegekend op basis van specifieke kenmerken
van een persoon. Vaak in combinatie met macht. Ervaren minder druk en met lagere
status als minder belangrijk gezien.
Normen zijn gedragregels. Aanpassen aan de regels, conformeren, wordt vaak beloond.
Niet opgelegd maar ontstaan.
,Pseudogroep, waarvan de leden te horen hebben gekregen dat zij met elkaar moeten
werken, terwijl zij daar geen belang bij hebben. Structuur bevordert onderlinge
competitie. Beter alleen, groep geen ontwikkeling. Bijv wie is de mol. Iedereen wil ieder
voor zich het beste presteren
Traditionele groep, waarvan leden te horen hebben gekregen dat zij met elkaar moeten
werken en de opdracht moeten accepteren. Als individu verantwoordelijk niet als team,
voelen geen druk. Geen ontwikkeling sommige beter alleen of liften mee.
Effectieve groep, leden werken samen aan gemeenschappelijk doel. Onderkennen dat
zij hun doelen alleen kunnen bereiken als ook de andere groepsleden hun doelen
realiseren. Succes zo groot mogelijk maken. Iedereen doet ijn deel en zo goed mogelijk.
Zeer succesvolle groep, een groep die aan alle criteria van een effectieve groep voldoet
en boven verwachting presteert. Emotionele band tussen leden is een vorm van liefde.
Wederzijdse zorg voor elkaars persoonlijke ontwikkeling kan zorgen voor boven
verwachting prestaties.
Effectieve groep
1. Gestelde doelen bereieken
2. Positieve werkrelaties tussen leden
3. Aanpassen aan de veranderende omstandigheden in de omgeving
Richtlijnen effectieve groepen
- Doelen, duidelijke operationele (Begrijpen wat er gedaan moet worden) en
relevante doelen die een positieve werking hebben en betrokkenheid oproepen.
- Leiderschap, betrokkenheid, iedereen wordt betrokken
- Communicatie, gedachten en gevoelens met elkaar delen. Vermindering van
misverstanden
- Macht, leiderschap verdelen, invloed varieert op basis van behoeften.
- Besluitvorming, besluitvormingsprocedures afstemmen op de eisen die de
situatie mee breng. Door middel van consensus ( overeenstemming) effectiefste.
- Discussie, meningen bespreken en discusiëren, leidt tot creatieve oplossingen
en besluiten.
- Conflicten, onder ogen kom en op constructieve wijze oplossen.
- Sociale omgang, positieve bekrachtiging van bijdragen en vaardigheden.
Verhoogt betrokkenheid
, Zich herhalende fase theorie, vraagstukken die de groepsinteractie telkens opnieuw
domineren. Relaties in groep alleen verbeteren als er een evenwicht is tussen taak en
relaties gericht werken. Ontwikkeling van een groep door drie vraagstukken beheerst:
affectie, opname in een groep en controle
Opeenvolgende fase theorie, ontwikkelingsfase van een groep.
Fase: toekomstig lid, nieuw, volledig, marginaal en oud lid.
Kan ook andere fasen, onvrede, leden samen bregen, leden identificeren met de groep,
productiviteit, individu en behoeften en dan valt groep uit een.
Beginfase (forming), conflictfase (Storming), normerende fase (norming) en productieve
fase (performing) later ook nog afscheid nemen (adjourning)
In dit boek
1. Definiërende en structurerende procedures, vraag de verwachtingen af
2. Volgen van de groep procedure en onderlinge kennismaking, elkaar leren kennen
3. Onderkennen van gemeenschappelijke belangen en opbouwen van vertrouwen,
groei vertrouwen en afhankelijkheid. Gevoel van gemeenschappelijkheid en
verantwoordelijkheid
4. Verzet en differentiatie, verzetten en verbinden
5. Betrokkenheid bij groepsdoelen, procedures en leden, groepsleider niet meer van
belang ieder eigen aandeel
6. Productief functioneren
7. Afsluiting, doelen bereikt, project afgerond groep gaat eigen weg
Niet alle fasen duren even lang, fases kunnen later opnieuw aandienen
Hoofdstuk 2
Sociale interdependentie, wanneer mensen elkaar nodig hebben om
gemeenschappelijke doelen te bereiken. Beïnvloeding van de prestaties van ieder
groepslid door het gedrag van anderen. Dit zorgt voor effectiviteit, belangrijk dat de
doelen en de manier waarop die doelen bereikt worden duidelijk gespecificeerd en
meetbaar zijn. Daarnaast moet de sociale interdependentie gestructureerd worden. Bij
beide vertrouwen van groot belang.
Een doel geeft richting, sturing en motivatie. Zonder doelen kan functioneren niet
worden beoordeeld. Doelen zijn de basis van oplossen van conflicten, wanneer zij
samen aan 1 groepsdoel werken. Groepsdoelen vaak meer motivatie voor, zorgt voor
Basisboek psychologie
Hoofdstuk 11
Savenije, A., Lawick, J. van & Reijmers, E. (2018). Systemisch werken. Utrecht: De
Tijdstroom. Hoofdstuk 2
Van der Meiden, J. (2020) Van contextuele theorie naar praktijk. Bussum: Coutinho.
Hoofdstuk. 2 en 4
Groepsdynamica
Hoofdstuk 1-6, 8, 10, 11
Remmerswaal, J. (2015). Begeleiden van groepen. Houten: Bohn Stafleu. Hoofdstuk
15 en 25
Versteegh H. (2019). Wat moet je nu doen om je voor te bereiden? In: Digivaardig
sociaal werk. Bohn Stafleu van Loghum, Houten.
Groepsdynamica
Hoofdstuk 1
In 20ste eeuw, Amerika ontstaan. Kurt Lewin; begrippenstelsel waarmee in groepen
waargenomen dynamiek verklaard kan worden en veldtheorieanalyse, vanuit
verschillende krachten bewegen.
Groep als kind van belang om te overleven daarna om te ontwikkelen en zelfstandig te
worden. Je leert gedragingen en denken. Groepsdynamica over leven en werken in
groepen, doet onderzoek naar aard, gedrag, ontwikkeling en onderlinge relaties tussen
groepen, individuen en grotere instanties.
Wat is een groep
- Doel; een verzameling mensen die een gezamenlijk doel willen bereiken
- Interdependentie; verzameling individuen afhankelijk van elkaar, kan daarbij wel
autonoom zijn
- Interactie; directe contacten met elkaar
- Perceptie van groepslidmaatschap; twee of meer personen die zich als groep
beschouwen
, - Gestructureerde relaties; door aantal rollen en normen wordt gestructureerd
(Voorzitter, penningmeester etc)
- Wederzijdse beïnvloeding; die elkaar beïnvloeden
- Motivatie; door zich te verenigen bepaalde persoonlijke behoeften trachten te
bevredigen
Groepsoriëntatie
Nadruk op groep, karakter en geheel. Eigen regels, attitudes en opvattingen. Wil van
individu gedomineerd door groep.
Individuele oriëntatie
meer op het individu en minder op de groep. Groepen kunnen niet denken voel en
handelen alleen mensen.
Middenpositie
Vergelijking met water. Eigenschappen begrijpen door de kenmerken van de elementen.
En dit in combinatie te onderzoeken.
Belang van groepen
Mensen van nature groepsdieren. Groepseffectiviteit; mate waarin de inspanningen van
de groep bijdragen aan de realisatie van het beoogde doel van die inspanningen. Sociale
systeemtheorie, gedrag van mensen kan worden begrepen in context van mensen en
relaties. Kennis over groepen kunnen dingen in je leven veranderen.
Groepsstructuur
Doelen, taakverdeling, kenmerken verwachtingen; basisstructuur in kaart brengen.
Basisstructuur, vaste interactiepatroon. Groepsleden hebben verschillende rollen. Rol is
een combinatie van verwachtingen die bepaald hoe een groepslid zich vanuit zijn positie
zich gedraagt in de groep. Rollen complementair, vullen elkaar aan. Kan ook leiden tot
rolconflict, verwachtingen in strijd. Rollen vaak gepaard met status; de waardering die
aan een individu binnen de groep wordt toegekend op basis van specifieke kenmerken
van een persoon. Vaak in combinatie met macht. Ervaren minder druk en met lagere
status als minder belangrijk gezien.
Normen zijn gedragregels. Aanpassen aan de regels, conformeren, wordt vaak beloond.
Niet opgelegd maar ontstaan.
,Pseudogroep, waarvan de leden te horen hebben gekregen dat zij met elkaar moeten
werken, terwijl zij daar geen belang bij hebben. Structuur bevordert onderlinge
competitie. Beter alleen, groep geen ontwikkeling. Bijv wie is de mol. Iedereen wil ieder
voor zich het beste presteren
Traditionele groep, waarvan leden te horen hebben gekregen dat zij met elkaar moeten
werken en de opdracht moeten accepteren. Als individu verantwoordelijk niet als team,
voelen geen druk. Geen ontwikkeling sommige beter alleen of liften mee.
Effectieve groep, leden werken samen aan gemeenschappelijk doel. Onderkennen dat
zij hun doelen alleen kunnen bereiken als ook de andere groepsleden hun doelen
realiseren. Succes zo groot mogelijk maken. Iedereen doet ijn deel en zo goed mogelijk.
Zeer succesvolle groep, een groep die aan alle criteria van een effectieve groep voldoet
en boven verwachting presteert. Emotionele band tussen leden is een vorm van liefde.
Wederzijdse zorg voor elkaars persoonlijke ontwikkeling kan zorgen voor boven
verwachting prestaties.
Effectieve groep
1. Gestelde doelen bereieken
2. Positieve werkrelaties tussen leden
3. Aanpassen aan de veranderende omstandigheden in de omgeving
Richtlijnen effectieve groepen
- Doelen, duidelijke operationele (Begrijpen wat er gedaan moet worden) en
relevante doelen die een positieve werking hebben en betrokkenheid oproepen.
- Leiderschap, betrokkenheid, iedereen wordt betrokken
- Communicatie, gedachten en gevoelens met elkaar delen. Vermindering van
misverstanden
- Macht, leiderschap verdelen, invloed varieert op basis van behoeften.
- Besluitvorming, besluitvormingsprocedures afstemmen op de eisen die de
situatie mee breng. Door middel van consensus ( overeenstemming) effectiefste.
- Discussie, meningen bespreken en discusiëren, leidt tot creatieve oplossingen
en besluiten.
- Conflicten, onder ogen kom en op constructieve wijze oplossen.
- Sociale omgang, positieve bekrachtiging van bijdragen en vaardigheden.
Verhoogt betrokkenheid
, Zich herhalende fase theorie, vraagstukken die de groepsinteractie telkens opnieuw
domineren. Relaties in groep alleen verbeteren als er een evenwicht is tussen taak en
relaties gericht werken. Ontwikkeling van een groep door drie vraagstukken beheerst:
affectie, opname in een groep en controle
Opeenvolgende fase theorie, ontwikkelingsfase van een groep.
Fase: toekomstig lid, nieuw, volledig, marginaal en oud lid.
Kan ook andere fasen, onvrede, leden samen bregen, leden identificeren met de groep,
productiviteit, individu en behoeften en dan valt groep uit een.
Beginfase (forming), conflictfase (Storming), normerende fase (norming) en productieve
fase (performing) later ook nog afscheid nemen (adjourning)
In dit boek
1. Definiërende en structurerende procedures, vraag de verwachtingen af
2. Volgen van de groep procedure en onderlinge kennismaking, elkaar leren kennen
3. Onderkennen van gemeenschappelijke belangen en opbouwen van vertrouwen,
groei vertrouwen en afhankelijkheid. Gevoel van gemeenschappelijkheid en
verantwoordelijkheid
4. Verzet en differentiatie, verzetten en verbinden
5. Betrokkenheid bij groepsdoelen, procedures en leden, groepsleider niet meer van
belang ieder eigen aandeel
6. Productief functioneren
7. Afsluiting, doelen bereikt, project afgerond groep gaat eigen weg
Niet alle fasen duren even lang, fases kunnen later opnieuw aandienen
Hoofdstuk 2
Sociale interdependentie, wanneer mensen elkaar nodig hebben om
gemeenschappelijke doelen te bereiken. Beïnvloeding van de prestaties van ieder
groepslid door het gedrag van anderen. Dit zorgt voor effectiviteit, belangrijk dat de
doelen en de manier waarop die doelen bereikt worden duidelijk gespecificeerd en
meetbaar zijn. Daarnaast moet de sociale interdependentie gestructureerd worden. Bij
beide vertrouwen van groot belang.
Een doel geeft richting, sturing en motivatie. Zonder doelen kan functioneren niet
worden beoordeeld. Doelen zijn de basis van oplossen van conflicten, wanneer zij
samen aan 1 groepsdoel werken. Groepsdoelen vaak meer motivatie voor, zorgt voor