Familierecht – een introductie
Hoofdstuk 1: Inleiding
1.1 onderscheid personen- en familierecht
Het personenrecht gaat over de rechtspositie van de natuurlijke persoon; begin en einde, naam en
geslacht, handelingsbekwaamheid etc. Het familierecht gaat over de rechtsverhoudingen tussen
natuurlijke personen op het terrein van familie en relaties. Het regelt verticale relaties die ontstaan door
een bijzondere relatie zoals afstamming en horizontale relaties die ontstaan door bijvoorbeeld huwelijk en
geregistreerd partnerschap.
1.2 bronnen van personen- en familierecht
Boek 1 BW is de kernbron van het personen- en familierecht. Daarnaast bestaan er veel bijzondere
wetten. Internationale conventies behoren ook tot de bronnen. Het formele familierecht wordt geregeld in
het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en in procesregelementen.
1.3 aard van het personen- en familierecht
Binnen het personen- en familierecht zijn er weinig regels van aanvullend recht, in tegenstelling tot het
privaatrecht in andere boeken. Veel regels zijn van dwingend recht omdat de familierechtelijke
verhoudingen vaak niet ter vrije bepaling zijn van partijen. Via schakelbepalingen kunnen regelingen uit
het algemene vermogensrecht van belang zijn. Het personen- en familierecht heeft zijn basis in het
privaatrecht maar kent ook publiekrechtelijke elementen, zoals jeugdzorg.
Hoofdstuk 2: Europees en internationaal familierecht
2.1 inleiding
Bij familierelaties waarbij echtgenoten verschillende nationaliteiten bezitten, is het de vraag welk nationaal
recht toegepast moet worden. De regels hierover behoren tot het internationaal privaatrecht. Al deze
regelgeving moet in overeenstemming zijn met het grondrechtelijke kader dat gevormd wordt door oa het
EVRM, IVRK en het EHRM.
2.2 mensenrechten en familierecht
Door bovenstaande Europese regelingen worden gemeenschappelijke waarden en uitgangspunten in
acht genomen. Het EVRM is opgezet door de Raad van Europa (geen EU) en geldt in ieder geval voor
alle EU-lidstaten. Van belang zijn artikel 8, 12 en 14. Een cruciale rol voor de ontwikkeling van het
familierecht in Europa speelde het Marckx-arrest. Hieruit volgden de dynamische interpretatie van het
EVRM en positieve verplichtingen om verdragsrechten actief te beschermen. Het Hof oordeelde in deze
zaak dat de bepaling dat een buitenechtelijk kind alleen via erkenning een juridische band met zijn
moeder krijgt, in strijd is met de artikelen 8 en 14 EVRM. Het Hof bepaalde dat het verdrag dynamisch is
en in hedendaags licht geïnterpreteerd moet worden. In de Johnston-zaak betreffende volledige
echtscheiding en hertrouwen, paste het Hof geen dynamische interpretatie toe maar gaf aan dat lidstaten
over een ruime marge van appreciatie beschikken op dit gebied.
Het IVRK werd door de VN aangenomen en geldt voor alle VN-lidstaten, waaronder alle EU-lidstaten. Er
is voor dit verdrag geen rechter, maar wel een comité die om de vijf jaar de naleving rapporteert per
lidstaat. Een recent protocol heeft het indienen van concrete klachten werkelijk gemaakt.
2.3 familierecht in Europa
Het familierecht in Europa is nationaal recht. Verder zijn een aantal Europese landen gebonden aan
internationale verdragen. Er wordt sinds 2001 gewerkt aan totstandkoming van niet-bindende beginselen
van Europees familierecht. Bij herziening van het eigen familierecht kan de nationale wetgever zich late
inspireren door deze beginselen om zo het recht verder te harmoniseren. De Europese wetgever heeft op
,basis van het VWEU geen bevoegdheid om het interne matteriele of formele familierecht door richtlijnen
of verordeningen te harmoniseren of unificeren. Deze bevoegdheid bestaat wel ten aanzien van
grensoverschrijdende familierelaties.
2.4 internationale familierelaties
Wanneer een familierechterlijke relatie internationale aspecten heeft, moeten de regels van het
internationale privaatrecht worden geraadpleegd. Er moet eerst worden vastgesteld welke nationale
rechter rechtsmacht heeft en welk familierecht van toepassing is. Het belangrijkste aanknopingspunt is de
gewone verblijfplaats van de betrokken persoon en diens nationaliteit. Op een aantal terreinen mogen
partijen zelf het toepasselijke recht aanwijzen.
2.5 Europese IPR-verordeningen
De Europese wetgever is op grond van artikel 81 VWEU bevoegd maatregelen te nemen betreffende
grensoverschrijdende relaties. Zo zijn belangrijke vorderingen de Alimentatie- Brussel II bis-, Brussel II
ter- en de Rome III-verordening. De hoogste rechter die bevoegd is over de uitleg van verordeningen te
oordelen is het Hof van Justitie van de Europese Unie.
2.6 verdragen
De mondiale unificatie van het internationaal privaatrecht betreffende familierelaties door middel van
internationale verdragen wordt voornamelijk bevorderd door de Haagse Conferentie voor Internationaal
Privaatrecht. De Eu is hier naast vele landen ook lid van.
2.7 commune Nederlandse regels
In Nederland zijn de regels voor de rechter om te beslissen op dit gebied te vinden in het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering. Deze zijn alleen van toepassing als de materie niet door een Europese
verordening of internationaal verdrag is geregeld, welke voor Nederland bindend is. Door de voorrang van
Europese en internationale regels, regelt het Nederlands recht slechts dat wat op hoger niveau nog niet is
vastgesteld.
2.8 IPR-rechtsbronnen
Zie tabel boek voor elke IPR-vraag de belangrijkste rechtsbron voor Nederland.
Hoofdstuk 3: Procesrecht
3.2 kenmerken en beginselen
Meer dan driekwart van de civielrechtelijke zaken is familierecht. De meeste zijn
verzoekschriftprocedures, welke eindigen met een beschikking. Deze zaken hebben een informeel
karakter, waardoor de rechter met partijen op zoek kan gaan naar de meest geschikte oplossing. Voor het
personen- en familierecht gelden de algemene procesbeginselen van artikel 6 EVRM en afdeling 1.3 Rv.
Zaken vinden vaak achter gesloten duren plaats vanwege de bescherming van minderjarigen.
3.4 internationaal recht
Verschillende internationale regelingen zijn van belang voor het familieprocesrecht zoals art. 12 IVRK.
Volgens dit artikel hebben kinderen het recht om gehoord te worden (vergeleken met Nederlands recht
geen minimumleeftijd).
3.5 bronnen van het familieprocesrecht
3.5.1 inleiding
,De regels van het familieprocesrecht zijn te vinden in de wet, procesregelementen en bijzondere regels.
De algemene verzoekschriftprocedure-bepalingen zijn in beginsel van toepassing, maar deze zaken
kennen ook specifieke wettelijke regels, die uitzonderingen maken. Deze zijn te vinden in artikelen 798-
828 Rv. Daarnaast zijn er nog bijzondere regelingen van belang voor familiezaken.
3.5.2 andere zaken dan scheidingszaken
De artikelen 798-813 Rv bevatten de specifieke regelingen voor andere familierechtelijke procedures
anders dan scheidingszaken. Deze kennen een praktische uitwerking in diverse procesregelementen.
3.5.3 scheidingszaken
De artikelen 815-828 Rv bevatten de specifieke bepalingen voor scheidingszaken.
3.6 de rechter
3.6.1 toegang tot de rechter
In personen- en familierecht geldt een verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat. Het
verzoek en verweerschrift kan slechts door de advocaat ingebracht worden. Andere stukken kan men wel
zelf inbrengen. Zonder advocaat is er geen toegang tot de rechter. Mensen kunnen een advocaat pro deo
krijgen via de gefinancierde rechtsbijstand, dan betalen zij slechts een eigen bijdrage.
3.6.2 bevoegdheid rechter
De absolute bevoegdheid van de rechter betreft de vraag welk soort gerecht bevoegd is: rechtbank, hof of
HR. De relatieve bevoegdheid betreft de vraag in welke plaats de rechter van die soort bevoegd is.
3.6.3 organisatie en bezetting
De sector civiel recht ken teams familierecht, waarbinnen de kinderrechters en familierechters
georganiseerd zin. In eerste aanleg zitten zij allen, in hoger beroep en cassatie zitten zij meervoudig.
3.6.4 regierechter in familiezaken
De regierechter is een rechter met een oplossingsgerichte benadering die in zijn uitspraak refereert naar
het individuele verhaal en elk van partijen en aan de werkelijke problemen van de procederende partijen.
3.7 procesverloop bij familiezaken anders dan scheiding
3.7.2 procesverloop bij zaken zonder tegenspraak
Elke zaak begint met een verzoekschrift ingediend door de advocaat van de verzoeker. Indien duidelijk is
dat er geen verweer gevoerd zal worden, blijft een mondelinge behandeling uit. Op het verzoekschrift
volgt dan meteen een beschikking.
3.7.3 procesverloop bij zaken op tegenspraak
3.7.3.1 belanghebbende en informant
In zaken op tegenspraak is er sprake van een geschil tussen partijen (verzoeker en belanghebbende).
Volgens art. 798 Rv is belanghebbende ‘degene op wiens rechten of verplichtingen de zaak rechtstreeks
betrekking heeft’, het is aan de rechter om die aan te wijzen. Iemand die niet als belanghebbende wordt
aangemerkt, maar wiens verklaring relevant is, kan gehoord worden als informant door de rechter.
3.7.3.2 procesverloop
De contentieuze procedure kent een schriftelijke ronde en mondelinge behandeling, gevolgd door de
beschikking van de rechter. De schriftelijke ronde begint met het door verzoeker ingediende
, verzoekschrift (278 Rv jo. 799 Rv). Dit geschrift gaat naar belanghebbenden die voor de zitting
opgeroepen zullen worden (800 lid 1 Rv). Zij kunnen tot de zitting een verweerschrift indienen (282 Rv.).
Deze kan een zelfstandig verzoek bevatten met betrekking op de originele zaak, waar door de
oorspronkelijke verzoeker weer op gereageerd kan worden (282 lid 4). De rechter hoeft slechts te letten
op de feiten die een partij ter ondersteuning van haar standpunt naar voren heeft gebracht. Hierna volgt
de mondelinge behandeling (800 Rv) achter gesloten deuren (803 Rv). De rechter gaat in deze zaak in
gesprek met de partijen maar kan ook naar mediation verwijzen. Bij de mondelinge behandeling mogen
mensen in persoon of bij advocaat verschijnen.
3.7.4 het horen van kinderen
Krachtens art 809 lid 1 Rv moeten kinderen van 12 jaar en ouder en in alimentatiezaken van 16 jaar en
ouder in de gelegenheid gesteld worden om door de rechter gehoord te worden. Via 809 lid 1 kan de
rechter ook kinderen die jonger zijn dan dat horen, maar dat is niet verplicht. Kinderen kunnen hun
mening schriftelijk dan wel mondeling aan de rechter kenbaar maken.
3.7.5 bewijsrecht
Krachtens 284 Rv is het bewijsrecht voor de dagvaardingsprocedure in beginsel ook van toepassing in de
verzoekschriftprocedure.
3.7.6 beschikking
De rechter doet in familiezaken op verzoekschrift uitspraak in een beschikking. Artikel 30p maakt een
mondelinge uitspraak ter zitting bij civiele rechtszaken mogelijk. Daar moeten dan volgens dit artikel alle
partijen zijn verschenen. Krachtens 289 Rv kan de rechter een proceskostenveroordeling uitspreken maar
dat hoeft niet. De verliezende partij wordt in beginsel dus niet in de kosten veroordeeld.
3.8 procesverloop van scheidingszaken
3.8.2 scheiding op gemeenschappelijk verzoek
3.8.2.1 procesverloop
De procedure op gemeenschappelijk verzoek is efficiënt aangezien de partijen één advocaat kunnen
doelen en in beginsel vindt er geen mondelinge behandeling plaats. Kinderen dienen ook de gelegenheid
te krijgen gehoord te worden als partijen het eens zijn.
3.8.2.2 beschikking
In de beschikking kan de rechter op verzoek van partijen ook de gemaakte afspraken over de gevolgen
opnemen, hiermee worden zij van een executoriale titel voorzien.
3.8.3 scheiding op eenzijdig verzoek
3.8.3.1 procesverloop
De scheidingsprocedure op tegenspraak is op eenzijdig verzoek en loopt grotendeels gelijk aan die voor
overige familiezaken op tegenspraak maar er zijn een paar uitzonderingen.
3.8.3.2 voorlopige voorzieningen
Als de situatie heel dringend is kunnen voor, tijdens of na de scheidingsprocedure de partijen de rechter
verzoeken voorlopige voorzieningen te nemen. Deze zijn opgesomd in artikel 822 Rv.
3.8.3.3 schriftelijke ronde
Bij de scheidingsprocedure op eenzijdig verzoek bestaat de schriftelijke rond uit het wisselen van het
verzoekschrift en het verweerschrift, daarna kunnen tot toen kalenderdagen voor de mondelinge
Hoofdstuk 1: Inleiding
1.1 onderscheid personen- en familierecht
Het personenrecht gaat over de rechtspositie van de natuurlijke persoon; begin en einde, naam en
geslacht, handelingsbekwaamheid etc. Het familierecht gaat over de rechtsverhoudingen tussen
natuurlijke personen op het terrein van familie en relaties. Het regelt verticale relaties die ontstaan door
een bijzondere relatie zoals afstamming en horizontale relaties die ontstaan door bijvoorbeeld huwelijk en
geregistreerd partnerschap.
1.2 bronnen van personen- en familierecht
Boek 1 BW is de kernbron van het personen- en familierecht. Daarnaast bestaan er veel bijzondere
wetten. Internationale conventies behoren ook tot de bronnen. Het formele familierecht wordt geregeld in
het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en in procesregelementen.
1.3 aard van het personen- en familierecht
Binnen het personen- en familierecht zijn er weinig regels van aanvullend recht, in tegenstelling tot het
privaatrecht in andere boeken. Veel regels zijn van dwingend recht omdat de familierechtelijke
verhoudingen vaak niet ter vrije bepaling zijn van partijen. Via schakelbepalingen kunnen regelingen uit
het algemene vermogensrecht van belang zijn. Het personen- en familierecht heeft zijn basis in het
privaatrecht maar kent ook publiekrechtelijke elementen, zoals jeugdzorg.
Hoofdstuk 2: Europees en internationaal familierecht
2.1 inleiding
Bij familierelaties waarbij echtgenoten verschillende nationaliteiten bezitten, is het de vraag welk nationaal
recht toegepast moet worden. De regels hierover behoren tot het internationaal privaatrecht. Al deze
regelgeving moet in overeenstemming zijn met het grondrechtelijke kader dat gevormd wordt door oa het
EVRM, IVRK en het EHRM.
2.2 mensenrechten en familierecht
Door bovenstaande Europese regelingen worden gemeenschappelijke waarden en uitgangspunten in
acht genomen. Het EVRM is opgezet door de Raad van Europa (geen EU) en geldt in ieder geval voor
alle EU-lidstaten. Van belang zijn artikel 8, 12 en 14. Een cruciale rol voor de ontwikkeling van het
familierecht in Europa speelde het Marckx-arrest. Hieruit volgden de dynamische interpretatie van het
EVRM en positieve verplichtingen om verdragsrechten actief te beschermen. Het Hof oordeelde in deze
zaak dat de bepaling dat een buitenechtelijk kind alleen via erkenning een juridische band met zijn
moeder krijgt, in strijd is met de artikelen 8 en 14 EVRM. Het Hof bepaalde dat het verdrag dynamisch is
en in hedendaags licht geïnterpreteerd moet worden. In de Johnston-zaak betreffende volledige
echtscheiding en hertrouwen, paste het Hof geen dynamische interpretatie toe maar gaf aan dat lidstaten
over een ruime marge van appreciatie beschikken op dit gebied.
Het IVRK werd door de VN aangenomen en geldt voor alle VN-lidstaten, waaronder alle EU-lidstaten. Er
is voor dit verdrag geen rechter, maar wel een comité die om de vijf jaar de naleving rapporteert per
lidstaat. Een recent protocol heeft het indienen van concrete klachten werkelijk gemaakt.
2.3 familierecht in Europa
Het familierecht in Europa is nationaal recht. Verder zijn een aantal Europese landen gebonden aan
internationale verdragen. Er wordt sinds 2001 gewerkt aan totstandkoming van niet-bindende beginselen
van Europees familierecht. Bij herziening van het eigen familierecht kan de nationale wetgever zich late
inspireren door deze beginselen om zo het recht verder te harmoniseren. De Europese wetgever heeft op
,basis van het VWEU geen bevoegdheid om het interne matteriele of formele familierecht door richtlijnen
of verordeningen te harmoniseren of unificeren. Deze bevoegdheid bestaat wel ten aanzien van
grensoverschrijdende familierelaties.
2.4 internationale familierelaties
Wanneer een familierechterlijke relatie internationale aspecten heeft, moeten de regels van het
internationale privaatrecht worden geraadpleegd. Er moet eerst worden vastgesteld welke nationale
rechter rechtsmacht heeft en welk familierecht van toepassing is. Het belangrijkste aanknopingspunt is de
gewone verblijfplaats van de betrokken persoon en diens nationaliteit. Op een aantal terreinen mogen
partijen zelf het toepasselijke recht aanwijzen.
2.5 Europese IPR-verordeningen
De Europese wetgever is op grond van artikel 81 VWEU bevoegd maatregelen te nemen betreffende
grensoverschrijdende relaties. Zo zijn belangrijke vorderingen de Alimentatie- Brussel II bis-, Brussel II
ter- en de Rome III-verordening. De hoogste rechter die bevoegd is over de uitleg van verordeningen te
oordelen is het Hof van Justitie van de Europese Unie.
2.6 verdragen
De mondiale unificatie van het internationaal privaatrecht betreffende familierelaties door middel van
internationale verdragen wordt voornamelijk bevorderd door de Haagse Conferentie voor Internationaal
Privaatrecht. De Eu is hier naast vele landen ook lid van.
2.7 commune Nederlandse regels
In Nederland zijn de regels voor de rechter om te beslissen op dit gebied te vinden in het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering. Deze zijn alleen van toepassing als de materie niet door een Europese
verordening of internationaal verdrag is geregeld, welke voor Nederland bindend is. Door de voorrang van
Europese en internationale regels, regelt het Nederlands recht slechts dat wat op hoger niveau nog niet is
vastgesteld.
2.8 IPR-rechtsbronnen
Zie tabel boek voor elke IPR-vraag de belangrijkste rechtsbron voor Nederland.
Hoofdstuk 3: Procesrecht
3.2 kenmerken en beginselen
Meer dan driekwart van de civielrechtelijke zaken is familierecht. De meeste zijn
verzoekschriftprocedures, welke eindigen met een beschikking. Deze zaken hebben een informeel
karakter, waardoor de rechter met partijen op zoek kan gaan naar de meest geschikte oplossing. Voor het
personen- en familierecht gelden de algemene procesbeginselen van artikel 6 EVRM en afdeling 1.3 Rv.
Zaken vinden vaak achter gesloten duren plaats vanwege de bescherming van minderjarigen.
3.4 internationaal recht
Verschillende internationale regelingen zijn van belang voor het familieprocesrecht zoals art. 12 IVRK.
Volgens dit artikel hebben kinderen het recht om gehoord te worden (vergeleken met Nederlands recht
geen minimumleeftijd).
3.5 bronnen van het familieprocesrecht
3.5.1 inleiding
,De regels van het familieprocesrecht zijn te vinden in de wet, procesregelementen en bijzondere regels.
De algemene verzoekschriftprocedure-bepalingen zijn in beginsel van toepassing, maar deze zaken
kennen ook specifieke wettelijke regels, die uitzonderingen maken. Deze zijn te vinden in artikelen 798-
828 Rv. Daarnaast zijn er nog bijzondere regelingen van belang voor familiezaken.
3.5.2 andere zaken dan scheidingszaken
De artikelen 798-813 Rv bevatten de specifieke regelingen voor andere familierechtelijke procedures
anders dan scheidingszaken. Deze kennen een praktische uitwerking in diverse procesregelementen.
3.5.3 scheidingszaken
De artikelen 815-828 Rv bevatten de specifieke bepalingen voor scheidingszaken.
3.6 de rechter
3.6.1 toegang tot de rechter
In personen- en familierecht geldt een verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat. Het
verzoek en verweerschrift kan slechts door de advocaat ingebracht worden. Andere stukken kan men wel
zelf inbrengen. Zonder advocaat is er geen toegang tot de rechter. Mensen kunnen een advocaat pro deo
krijgen via de gefinancierde rechtsbijstand, dan betalen zij slechts een eigen bijdrage.
3.6.2 bevoegdheid rechter
De absolute bevoegdheid van de rechter betreft de vraag welk soort gerecht bevoegd is: rechtbank, hof of
HR. De relatieve bevoegdheid betreft de vraag in welke plaats de rechter van die soort bevoegd is.
3.6.3 organisatie en bezetting
De sector civiel recht ken teams familierecht, waarbinnen de kinderrechters en familierechters
georganiseerd zin. In eerste aanleg zitten zij allen, in hoger beroep en cassatie zitten zij meervoudig.
3.6.4 regierechter in familiezaken
De regierechter is een rechter met een oplossingsgerichte benadering die in zijn uitspraak refereert naar
het individuele verhaal en elk van partijen en aan de werkelijke problemen van de procederende partijen.
3.7 procesverloop bij familiezaken anders dan scheiding
3.7.2 procesverloop bij zaken zonder tegenspraak
Elke zaak begint met een verzoekschrift ingediend door de advocaat van de verzoeker. Indien duidelijk is
dat er geen verweer gevoerd zal worden, blijft een mondelinge behandeling uit. Op het verzoekschrift
volgt dan meteen een beschikking.
3.7.3 procesverloop bij zaken op tegenspraak
3.7.3.1 belanghebbende en informant
In zaken op tegenspraak is er sprake van een geschil tussen partijen (verzoeker en belanghebbende).
Volgens art. 798 Rv is belanghebbende ‘degene op wiens rechten of verplichtingen de zaak rechtstreeks
betrekking heeft’, het is aan de rechter om die aan te wijzen. Iemand die niet als belanghebbende wordt
aangemerkt, maar wiens verklaring relevant is, kan gehoord worden als informant door de rechter.
3.7.3.2 procesverloop
De contentieuze procedure kent een schriftelijke ronde en mondelinge behandeling, gevolgd door de
beschikking van de rechter. De schriftelijke ronde begint met het door verzoeker ingediende
, verzoekschrift (278 Rv jo. 799 Rv). Dit geschrift gaat naar belanghebbenden die voor de zitting
opgeroepen zullen worden (800 lid 1 Rv). Zij kunnen tot de zitting een verweerschrift indienen (282 Rv.).
Deze kan een zelfstandig verzoek bevatten met betrekking op de originele zaak, waar door de
oorspronkelijke verzoeker weer op gereageerd kan worden (282 lid 4). De rechter hoeft slechts te letten
op de feiten die een partij ter ondersteuning van haar standpunt naar voren heeft gebracht. Hierna volgt
de mondelinge behandeling (800 Rv) achter gesloten deuren (803 Rv). De rechter gaat in deze zaak in
gesprek met de partijen maar kan ook naar mediation verwijzen. Bij de mondelinge behandeling mogen
mensen in persoon of bij advocaat verschijnen.
3.7.4 het horen van kinderen
Krachtens art 809 lid 1 Rv moeten kinderen van 12 jaar en ouder en in alimentatiezaken van 16 jaar en
ouder in de gelegenheid gesteld worden om door de rechter gehoord te worden. Via 809 lid 1 kan de
rechter ook kinderen die jonger zijn dan dat horen, maar dat is niet verplicht. Kinderen kunnen hun
mening schriftelijk dan wel mondeling aan de rechter kenbaar maken.
3.7.5 bewijsrecht
Krachtens 284 Rv is het bewijsrecht voor de dagvaardingsprocedure in beginsel ook van toepassing in de
verzoekschriftprocedure.
3.7.6 beschikking
De rechter doet in familiezaken op verzoekschrift uitspraak in een beschikking. Artikel 30p maakt een
mondelinge uitspraak ter zitting bij civiele rechtszaken mogelijk. Daar moeten dan volgens dit artikel alle
partijen zijn verschenen. Krachtens 289 Rv kan de rechter een proceskostenveroordeling uitspreken maar
dat hoeft niet. De verliezende partij wordt in beginsel dus niet in de kosten veroordeeld.
3.8 procesverloop van scheidingszaken
3.8.2 scheiding op gemeenschappelijk verzoek
3.8.2.1 procesverloop
De procedure op gemeenschappelijk verzoek is efficiënt aangezien de partijen één advocaat kunnen
doelen en in beginsel vindt er geen mondelinge behandeling plaats. Kinderen dienen ook de gelegenheid
te krijgen gehoord te worden als partijen het eens zijn.
3.8.2.2 beschikking
In de beschikking kan de rechter op verzoek van partijen ook de gemaakte afspraken over de gevolgen
opnemen, hiermee worden zij van een executoriale titel voorzien.
3.8.3 scheiding op eenzijdig verzoek
3.8.3.1 procesverloop
De scheidingsprocedure op tegenspraak is op eenzijdig verzoek en loopt grotendeels gelijk aan die voor
overige familiezaken op tegenspraak maar er zijn een paar uitzonderingen.
3.8.3.2 voorlopige voorzieningen
Als de situatie heel dringend is kunnen voor, tijdens of na de scheidingsprocedure de partijen de rechter
verzoeken voorlopige voorzieningen te nemen. Deze zijn opgesomd in artikel 822 Rv.
3.8.3.3 schriftelijke ronde
Bij de scheidingsprocedure op eenzijdig verzoek bestaat de schriftelijke rond uit het wisselen van het
verzoekschrift en het verweerschrift, daarna kunnen tot toen kalenderdagen voor de mondelinge