College 1 Vaders
Geschiedenis en aandacht voor vaders in onderzoek en maatschappij
WAAROM VADERS ?
Vaders dragen op verschillende manieren bij aan de ontwikkeling van het kind:
- Directe effecten:
1. Preconceptie/tijdens zwangerschap:
Fysieke/mentale gezondheid
Neurobiologische veranderingen
2. Na geboorte/later:
Fysieke/mentale gezondheid
Kwaliteit van zorggedrag
Kwantiteit van zorggedrag
- Indirecte effecten (via iets anders):
1. Preconceptie/tijdens zwangerschap:
Support van zwangere partner
Betrokkenheid zwangerschap
2. Na geboorte/later:
Beschikbaarheid van geld en tijd om te investeren in ouder-kind relaties
Fysieke/mentale gezondheid van vader
Relatie met partner
Supportive coparenting andere ouder/maternal gatekeeping: moeder trekt alle zorgtaken naar
zich toe, waardoor het tussen de andere ouder en het kind komt te staan.
Waarom meer aandacht voor vaders:
- Moeders zijn meer gaan werken
- Veranderende opvattingen en attitudes
- Dynamischer relaties (eventuele scheiding zorgt voor andere verdelingen)
- Meer betrokkenheid van vaders in opvoeding
- Culturele diversiteit (door verschillende opvattingen over de ouderrollen komt er steeds meer discussie
en aandacht voor).
,GESCHIEDENIS
1. Morele leider
Tot 1850
Hiërarchische structuur, leerde kinderen over het geloof
Was hoofd van het gezin
Verder niet betrokken bij enige zorg
2. Kostwinnaar
Industrialisatie
Tot industrialisatie gezinsbedrijven aan huis
Na industrialisatie mannen naar de stad om te werken bij fabrieken
Goede vader kon gezin onderhouden met voldoende geld en voedsel
Verder niet betrokken bij opvoeding
Psychoanalytische theorie (Freud); voor het eerst gesproken sekse-rollen (
Behaviorisme: alles is aangeleerd, dus ook persoonlijkheid van kind.
Warmte speelde geen rol in de opvoeding
3. Rolmodel
Tweede Wereldoorlog
Een rolmodel voor je kinderen en met name voor je zonen
WOII: afwezigheid vaders en moeders leiden tot problemen in psychosociale ontwikkeling en
schoolprestaties
Jaren 50 en 60:
1. Babyboom: grotere en meer gezinnen
2. Vader als ondersteuner: vader gaat iets meer doen in het gezin
3. Spock: een vader kan best soms helpen.
Hij moet dus al bij aanvang een echte vader voor hen zijn.
Een vader kan bijdragen aan de verzorging, maar alleen als dit voor de vader oké voelt.
Attachment Theory (Bowlby): Veilige ontwikkeling en hechting van het kind aan opvoeders.
Aandacht lag met name op de moeder (was één gehechtheidsfiguur voor het kind).
4. Zorgende vader
Vanaf 1970
Vader actiever betrokken als verzorger en opvoeder
Spock: vaders zijn even goed als moeders in staat kinderen en huishouding te verzorgen
MAAR zegt hij:
Hun bijdrage verliest alle waarde als ze dit werk doen om hun vrouw een gunst te bewijzen,
aangezien ze daarmee stilzwijgend te kennen geven dat het eigenlijk niet hun werk is, maar
alleen buitengewone edelmoedigheid van hun kant. (Hij moet dit dus vooral niet alleen doen
voor zijn partner, maar voor zijn kinderen)
Jaren 80:
, Ouders bepalen de opvoedingsdoelen
Opvoedboeken voor vaders
Bijna-net-zo-goed-als-mama-vaderschap
Jaren 90:
Campagnes en steeds meer rolmodellen
Vaders zijn thuis net zo onmisbaar als op het werk
BETROKKENHEID VAN VADERS
Lamb-Pleck Conceptualizations (jaren 80), drie kerncomponenten vaderschap:
1. Accessibility: je bent als ouders in dezelfde kamer en beschikbaar bent voor het kind
2. Engagement: directe interactie met kinderen (bv. spelen of verzorgen)
3. Responsibility: verantwoordelijkheid voor belangrijke zorgtaken (bv. opvang regelen of afspraken
maken bij huisarts).
, Pleck, 2010 (verbeterde versie Domeinen van vaderbetrokkenheid):
Primaire componenten (direct):
- Positive engagement activities (A): positieve interactie met kind om ergens bij betrokken te zijn
- Warmth responsiveness (B): warmte voor kind en gevoel dat je het kind waardeert
- Controle (C): disciplineren, weten waar je kind is
Secundaire componenten (indirect):
- Indirect care (D): alles wat er nodig is voor de zorg waarbij je niet direct een interactie hebt met het
kind
- Process responsibility (E): alles omtrent de zorg is goed geregeld (hetzelfde als responsibility).
Bepalende factoren voor de vaderbetrokkenheid:
1. Leeftijd van het kind, sekse en temperament
2. Vaderlijke en moederlijke psychopathologie
3. Mate van ouderlijke conflicten/ relatie
4. Mate van goede coparenting relatie
5. De biologische relatie met het kind en de (on)zekerheid hiervan
6. Sociaaleconomische omstandigheden (SES)
7. Omgevings- en culturele invloeden
Geschiedenis en aandacht voor vaders in onderzoek en maatschappij
WAAROM VADERS ?
Vaders dragen op verschillende manieren bij aan de ontwikkeling van het kind:
- Directe effecten:
1. Preconceptie/tijdens zwangerschap:
Fysieke/mentale gezondheid
Neurobiologische veranderingen
2. Na geboorte/later:
Fysieke/mentale gezondheid
Kwaliteit van zorggedrag
Kwantiteit van zorggedrag
- Indirecte effecten (via iets anders):
1. Preconceptie/tijdens zwangerschap:
Support van zwangere partner
Betrokkenheid zwangerschap
2. Na geboorte/later:
Beschikbaarheid van geld en tijd om te investeren in ouder-kind relaties
Fysieke/mentale gezondheid van vader
Relatie met partner
Supportive coparenting andere ouder/maternal gatekeeping: moeder trekt alle zorgtaken naar
zich toe, waardoor het tussen de andere ouder en het kind komt te staan.
Waarom meer aandacht voor vaders:
- Moeders zijn meer gaan werken
- Veranderende opvattingen en attitudes
- Dynamischer relaties (eventuele scheiding zorgt voor andere verdelingen)
- Meer betrokkenheid van vaders in opvoeding
- Culturele diversiteit (door verschillende opvattingen over de ouderrollen komt er steeds meer discussie
en aandacht voor).
,GESCHIEDENIS
1. Morele leider
Tot 1850
Hiërarchische structuur, leerde kinderen over het geloof
Was hoofd van het gezin
Verder niet betrokken bij enige zorg
2. Kostwinnaar
Industrialisatie
Tot industrialisatie gezinsbedrijven aan huis
Na industrialisatie mannen naar de stad om te werken bij fabrieken
Goede vader kon gezin onderhouden met voldoende geld en voedsel
Verder niet betrokken bij opvoeding
Psychoanalytische theorie (Freud); voor het eerst gesproken sekse-rollen (
Behaviorisme: alles is aangeleerd, dus ook persoonlijkheid van kind.
Warmte speelde geen rol in de opvoeding
3. Rolmodel
Tweede Wereldoorlog
Een rolmodel voor je kinderen en met name voor je zonen
WOII: afwezigheid vaders en moeders leiden tot problemen in psychosociale ontwikkeling en
schoolprestaties
Jaren 50 en 60:
1. Babyboom: grotere en meer gezinnen
2. Vader als ondersteuner: vader gaat iets meer doen in het gezin
3. Spock: een vader kan best soms helpen.
Hij moet dus al bij aanvang een echte vader voor hen zijn.
Een vader kan bijdragen aan de verzorging, maar alleen als dit voor de vader oké voelt.
Attachment Theory (Bowlby): Veilige ontwikkeling en hechting van het kind aan opvoeders.
Aandacht lag met name op de moeder (was één gehechtheidsfiguur voor het kind).
4. Zorgende vader
Vanaf 1970
Vader actiever betrokken als verzorger en opvoeder
Spock: vaders zijn even goed als moeders in staat kinderen en huishouding te verzorgen
MAAR zegt hij:
Hun bijdrage verliest alle waarde als ze dit werk doen om hun vrouw een gunst te bewijzen,
aangezien ze daarmee stilzwijgend te kennen geven dat het eigenlijk niet hun werk is, maar
alleen buitengewone edelmoedigheid van hun kant. (Hij moet dit dus vooral niet alleen doen
voor zijn partner, maar voor zijn kinderen)
Jaren 80:
, Ouders bepalen de opvoedingsdoelen
Opvoedboeken voor vaders
Bijna-net-zo-goed-als-mama-vaderschap
Jaren 90:
Campagnes en steeds meer rolmodellen
Vaders zijn thuis net zo onmisbaar als op het werk
BETROKKENHEID VAN VADERS
Lamb-Pleck Conceptualizations (jaren 80), drie kerncomponenten vaderschap:
1. Accessibility: je bent als ouders in dezelfde kamer en beschikbaar bent voor het kind
2. Engagement: directe interactie met kinderen (bv. spelen of verzorgen)
3. Responsibility: verantwoordelijkheid voor belangrijke zorgtaken (bv. opvang regelen of afspraken
maken bij huisarts).
, Pleck, 2010 (verbeterde versie Domeinen van vaderbetrokkenheid):
Primaire componenten (direct):
- Positive engagement activities (A): positieve interactie met kind om ergens bij betrokken te zijn
- Warmth responsiveness (B): warmte voor kind en gevoel dat je het kind waardeert
- Controle (C): disciplineren, weten waar je kind is
Secundaire componenten (indirect):
- Indirect care (D): alles wat er nodig is voor de zorg waarbij je niet direct een interactie hebt met het
kind
- Process responsibility (E): alles omtrent de zorg is goed geregeld (hetzelfde als responsibility).
Bepalende factoren voor de vaderbetrokkenheid:
1. Leeftijd van het kind, sekse en temperament
2. Vaderlijke en moederlijke psychopathologie
3. Mate van ouderlijke conflicten/ relatie
4. Mate van goede coparenting relatie
5. De biologische relatie met het kind en de (on)zekerheid hiervan
6. Sociaaleconomische omstandigheden (SES)
7. Omgevings- en culturele invloeden