Didactisch Handelen
Leerpad 1: Hoofdstuk 1: Didactisch model
Didactief als wetenschap
DIDACTIEK PEDAGOGIEK
- Weten hoe je leerlingen tot leren en vorming brengt. - Omgaan met kinderen.
- Inzicht in hoe je een goede les voorbereidt en uitvoert. – Inzicht in de ontwikkeling
van kinderen
- Kennis verwerven over de
leefwereld van het kind.
-> Deze kan je nooit los van elkaar zien, de manier hoe je het kind zal motiveren, hoe je met
het kind zal omgaan zal ook een invloed hebben op het leren van het kind.
1. DIDACTISCH MODEL
= helpt je bij de inrichting van het lesgeven
Casus 1 Casus 2
Je moet een les geven over ‘kranten’. Je moet een les uitwerken rond een spin
Welke info vraag jij aan je mentor? Op welke vragen moet je een antwoord
vinden om een goede les voor te
bereiden?
- Hebben ze al eens met een krant gewerkt? - In de zin van een natuurles?
- Welke soort les moet het zijn: taal, wisk?,… - Kennen de leerlingen spinnen?
(voorbeeldvragen)
,1.1 Componenten van het didactisch handelen
Een aantal aspecten van het didactisch handelen komen terug in elke les.
Componenten schematisch in MODEL
Wat is didactisch model:
Om leerlingen tot effectief leren te brengen, zetten we een ‘krachtige onderwijsleersituatie’
op.
Centraal in het model: Doelstellingen (wat wil je dat je leerlingen bereiken?)
Beginsituatie (wie zijn deze leerlingen, en wat kunnen ze al?)
Elke beginsituatie in elke klas is anders -> elke les is anders, onderwijs is een uitdaging en
toont aan dat een robot een leerkracht nooit zal kunnen vervangen!
WISSELWERKING
DOELSTELLINGEN BEGINSITUATIE
BEGINSITUATIE: De klasgroep met zijn eigen kenmerken en de invididuele leerlingen
BEÏNVLOEDT de keuze van en de hoeveelheid doelen die je wil/kan bereiken na een lestijd;
het bereiken van DOELSTELLINGEN maakt dat de beginsituatie voortdurend verandert.
Rond dit centrale gedeelte bevinden zich 5 componenten:
Didactisch principes
Didactische werkvormen
Evaluatie
Leerlinhoud en leerstof
Leermiddelen
-> De volgorde van de componenten doet er niet toe: de ene component is niet belangrijker
dan de andere. Ze zijn allemaal even hard nodig om een krachtige onderwijsleersituatie te
vormen.
, 1. VERTREKPUNT, HET HART VAN HET MODEL, ZE GEVEN ALLE ANDERE
COMPONENTEN VORM!
1. Doelstellingen
= waardevolle, gewenste gedragsveranderingen
Vertellen ons iets over de gedragsveranderingen die we bij de leerlingen beoogen.
Vertrekpunt om onze leeromgeving vorm te geven.
Cognitieve
= bepaalde kennis, bepaalde inzichten
Bv: verschil tussen stomphoekige en rechthoekige driehoek kunnen verwoorden.
Dynamisch-affectieve
= attitudes en houdingen, motorische vaardigheden
Bv: doorzetten bij een moeilijke rekenoefening
Psychomotorische
= motorische vaardigheden
Leerpad 1: Hoofdstuk 1: Didactisch model
Didactief als wetenschap
DIDACTIEK PEDAGOGIEK
- Weten hoe je leerlingen tot leren en vorming brengt. - Omgaan met kinderen.
- Inzicht in hoe je een goede les voorbereidt en uitvoert. – Inzicht in de ontwikkeling
van kinderen
- Kennis verwerven over de
leefwereld van het kind.
-> Deze kan je nooit los van elkaar zien, de manier hoe je het kind zal motiveren, hoe je met
het kind zal omgaan zal ook een invloed hebben op het leren van het kind.
1. DIDACTISCH MODEL
= helpt je bij de inrichting van het lesgeven
Casus 1 Casus 2
Je moet een les geven over ‘kranten’. Je moet een les uitwerken rond een spin
Welke info vraag jij aan je mentor? Op welke vragen moet je een antwoord
vinden om een goede les voor te
bereiden?
- Hebben ze al eens met een krant gewerkt? - In de zin van een natuurles?
- Welke soort les moet het zijn: taal, wisk?,… - Kennen de leerlingen spinnen?
(voorbeeldvragen)
,1.1 Componenten van het didactisch handelen
Een aantal aspecten van het didactisch handelen komen terug in elke les.
Componenten schematisch in MODEL
Wat is didactisch model:
Om leerlingen tot effectief leren te brengen, zetten we een ‘krachtige onderwijsleersituatie’
op.
Centraal in het model: Doelstellingen (wat wil je dat je leerlingen bereiken?)
Beginsituatie (wie zijn deze leerlingen, en wat kunnen ze al?)
Elke beginsituatie in elke klas is anders -> elke les is anders, onderwijs is een uitdaging en
toont aan dat een robot een leerkracht nooit zal kunnen vervangen!
WISSELWERKING
DOELSTELLINGEN BEGINSITUATIE
BEGINSITUATIE: De klasgroep met zijn eigen kenmerken en de invididuele leerlingen
BEÏNVLOEDT de keuze van en de hoeveelheid doelen die je wil/kan bereiken na een lestijd;
het bereiken van DOELSTELLINGEN maakt dat de beginsituatie voortdurend verandert.
Rond dit centrale gedeelte bevinden zich 5 componenten:
Didactisch principes
Didactische werkvormen
Evaluatie
Leerlinhoud en leerstof
Leermiddelen
-> De volgorde van de componenten doet er niet toe: de ene component is niet belangrijker
dan de andere. Ze zijn allemaal even hard nodig om een krachtige onderwijsleersituatie te
vormen.
, 1. VERTREKPUNT, HET HART VAN HET MODEL, ZE GEVEN ALLE ANDERE
COMPONENTEN VORM!
1. Doelstellingen
= waardevolle, gewenste gedragsveranderingen
Vertellen ons iets over de gedragsveranderingen die we bij de leerlingen beoogen.
Vertrekpunt om onze leeromgeving vorm te geven.
Cognitieve
= bepaalde kennis, bepaalde inzichten
Bv: verschil tussen stomphoekige en rechthoekige driehoek kunnen verwoorden.
Dynamisch-affectieve
= attitudes en houdingen, motorische vaardigheden
Bv: doorzetten bij een moeilijke rekenoefening
Psychomotorische
= motorische vaardigheden