Anne Marsman
,Inhoud
Hoofdstuk 1, Persoonlijkheidsstoornissen (H12)..................................................3
Hoofdstuk 2, Schizofrenie spectrum stoornissen (H11).......................................6
Hoofdstuk 3, Voedings- en eetstoornissen (H9)...................................................9
Hoofdstuk 4, Middel gerelateerde en verslavingsstoornissen (H8)....................11
Hoofdstuk 5, Cognitieve stoornissen en stoornissen die samenhangen met
ouderdom (H14)................................................................................................ 16
Hoofdstuk 1, toeleiding naar specialistische hulpverlening...............................19
Hoofdstuk 2, overeenkomsten & wet forensische zorg (WFZ)...........................23
Hoofdstuk 3, verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)..........................28
Hoofdstuk 4, wet zorg en dwang.......................................................................30
,Hoofdstuk 1, Persoonlijkheidsstoornissen (H12)
(Alleen cluster B; niet; 12.3 en 12.5)
Excessief rigide gedragspatronen of een manier van omgaan met anderen, die
uiteindelijk negatieve consequenties heeft. Biologische, psychologische en
sociale determinanten spelen een rol bij het ontstaan van psychische stoornissen.
Biologisch
Erfelijkheid
Stress moeder bij zwangerschap
Lichamelijke ziekten
Voeding
Algehele conditie
Psychologisch
Perfectionisme
Onzekerheid
Behoefte aan bevestiging van buitenaf
Trauma
Iemands persoonlijkheidstrekken
Sociaal
Culturele verschillen
Armoede
Emotionele verwaarlozing tijdens de jeugd
Conflicten met anderen
Eenzaamheid
De symptomen van een persoonlijkheidsstoornis zijn:
Afwijkende patronen in gedrag, visie en gedachten over zichzelf en
anderen
Gedrags- en gedachtenpatronen zijn zeer rigide (moeizaam om te buigen-
verzet tegen verandering)
Zeer moeizame omgang (verbondenheid/intimiteit) met anderen
Vaak sprake van egopatroon: niet bewust van eigen problematische
functioneren en schuld buiten zichzelf leggen
Moeite met zelfsturing (behalen van doelen, gebrek aan controle over
gedrag en emoties): vastlopen in dagelijkse activiteiten
Diagnose kan pas gesteld worden bij mensen boven de 18 jaar, maar het is
wel eerder zichtbaar
Cluster B: mensen met overmatig, dramatisch en emotioneel gedrag.
De symptomen volgens de DMS-5 zijn
, Een duurzaam patroon van ervaringen en gedragingen dat duidelijk
afwijkend is van wat je ‘normaal’ verwacht binnen een samenleving; dit
patroon komt op twee (of meer) van de volgende gebieden tot uiting:
cognitief, affectiviteit, interpersoonlijk functioneren en impulsbeheersing
Dit duurzaam patroon is star en zichtbaar in vele persoonlijke en sociale
situaties
Dit patroon veroorzaakt lijdensdruk of beperkingen in het functioneren op
belangrijke terreinen
Het patroon is stabiel en van lange duur en is niet later opgetreden dan
vanaf de adolescentie of jongvolwassen leeftijd
Er is geen andere psychische stoornis als verklaring
Het is ook niet toe te schrijven aan de effecten van lichamelijke
aandoeningen of drugs
Let op: het is lastig om een diagnose te stellen
De persoonlijkheidsstoornissen (Cluster B)
Antisociale persoonlijkheidsstoornis
Het schenden van rechten van anderen
Onverschilligheid
Te eigen bate gebruik maken van anderen
Charmant
Weinig angst bij bedreigende situaties
Borderline persoonlijkheidsstoornis
Wisselen tussen extreme emoties gericht op en in contact met anderen
Snel wisselen van partners
Laag/negatief zelfbeeld
Extreme verlatingsangst
Veeleisend in sociale relaties
Histrionische (theatrale/hysterische) persoonlijkheidsstoornis
Overdreven tonen van emoties
Behoefte om in het centrum van de aandacht te staan
Emoties zijn oppervlakkig en vluchtig
Verdragen geen uitstel van beloningen
Routine maakt rusteloos
Narcistische persoonlijkheidsstoornis
Heeft het gevoel recht te hebben op een speciale behandeling
Extreme behoefte aan bewondering
Voortdurend steun van andere nodig
Voelt zich onvergelijkbaar beter dan anderen
Na kritiek woedend en gebroken, kan hier dagen over piekeren
Cluster B persoonlijkheidsstoornissen zijn gekenmerkt door emotioneel,
dramatisch of labiel gedrag. Daarnaast zijn er problemen met het aangaan en