SAMENVATTING: Spierfuncties – Spierarbeid
– Bewegingen
1. Spierfuncties
Elke spier heeft drie belangrijke kenmerken:
A. Oorsprong en aanhechting
Origo = minst beweeglijke deel
Insertie = meest beweeglijke deel
→ Bij aanspannen wordt de insertie naar de origo getrokken.
B. Rollen van spieren
Agonist (primaire beweger)
= spier die de beweging uitvoert
Antagonist
= spier die de tegengestelde beweging remt
Synergisten
= spieren die dezelfde beweging ondersteunen
Neutraliserende spieren
= schakelen ongewenste bewegingen uit
Stabiliserende spieren (fixatoren)
= houden een bot of gewricht stabiel zodat andere spieren
kunnen werken
C. Functionele reversibiliteit
Afhankelijk van wat het meest vast staat (origo of insertie) kan
de spier andere bewegingen uitvoeren.
D. Sprint- en shuntspieren
Sprintspieren: grote bewegende component → snelle bewegingen
Shuntspieren: grote stabiliserende component → zorgen voor
gewrichtsstabiliteit
2. Soorten Spierarbeid
A. Statische spierarbeid (isometrisch)
Spierlengte blijft gelijk
Wel spanning
Geen beweging
→ Voorbeeld: planken, iets dragen
– Bewegingen
1. Spierfuncties
Elke spier heeft drie belangrijke kenmerken:
A. Oorsprong en aanhechting
Origo = minst beweeglijke deel
Insertie = meest beweeglijke deel
→ Bij aanspannen wordt de insertie naar de origo getrokken.
B. Rollen van spieren
Agonist (primaire beweger)
= spier die de beweging uitvoert
Antagonist
= spier die de tegengestelde beweging remt
Synergisten
= spieren die dezelfde beweging ondersteunen
Neutraliserende spieren
= schakelen ongewenste bewegingen uit
Stabiliserende spieren (fixatoren)
= houden een bot of gewricht stabiel zodat andere spieren
kunnen werken
C. Functionele reversibiliteit
Afhankelijk van wat het meest vast staat (origo of insertie) kan
de spier andere bewegingen uitvoeren.
D. Sprint- en shuntspieren
Sprintspieren: grote bewegende component → snelle bewegingen
Shuntspieren: grote stabiliserende component → zorgen voor
gewrichtsstabiliteit
2. Soorten Spierarbeid
A. Statische spierarbeid (isometrisch)
Spierlengte blijft gelijk
Wel spanning
Geen beweging
→ Voorbeeld: planken, iets dragen