Agrarische revolutie: de overgang van jagers/verzamelaars naar
boeren.
Bandkeramiek cultuur: de 1e boeren in midden en west Europa
rond 5300 v.Chr. legden akkers aan op de vruchtbare
lössgrond.
Nomaden: rondtrekken om te leven.
Trechterbekers cultuur: een volk boeren rond 3000 v.Chr. die
hunebedden bouwden. Zij gaven aardewerk in vorm van
trechters aan doden mee.
Vruchtbare halve maan: een heuvelachtig gebied in Turkije
waar rond 9000 v.Chr. de landbouw ontstond. Hier gingen
mensen voor het eerst graan telen en vee houden.
Bataven: een Germaans volk dat in de Romeinse tijd het gebied
langs de Rijn bewoonde. Ze leverden veel hulpsoldaten, maar
kwamen ook in opstand tegen de Romeinen.
Franken: een Germaans volk dat zich onder druk van de Grote
Volksverhuizingen rond 250 v.Chr. In het Romeinse gebied
vestigde. Na het vertrek van Romeinen breidden zij hun gebied
uit.
Germanen: in de Romeinse tijd verbleef deze verzameling van
verschillende volken in het noordoosten van Europa. Tijdens
volksverhuizingen drongen zij het West-Romeinse rijk binnen.
Volksverhuizingen: migratie van Germaanse volken uit het
noordoosten van Europa in de periode tussen 250 en 500.
(Richting west romeinse rijk)
Lage landen: het gebied dat later de noordelijke en zuidelijke
Nederlanden werd genoemd nu Nederland en België.
Limes: grens van het Romeinse rijk.
Monotheïsme: het geloof in 1 god.
, Polytheïsme: het geloof in meerdere goden.
Mythologie: de verhalen en denkbeelden van een cultuur over
de oorsprong van de mens, de wereld en natuurverschijnselen.
Evangelisatie: het verspreiden van het Christendom. (Willibrord)
Frankische rijk: dit rijk ontstond na het verdwijnen van het
West-Romeinse rijk. De Frankische koningen breidden tussen
500 en 800 hun gebied steeds verder uit. (Karel de Grote)
Hofstelsel: een middeleeuws stelsel van agrarische
zelfvoorziening. Veel boeren werden horigen in ruil voor
bescherming door hun landheer.
Horigen: een boer die door het hofstelsel gebonden was aan de
grond van de landheer.
Leenstelsel: een middeleeuws stelsel waarbij de
koning(leenheer) grond in leen gaf aan een leenman (of vazal).
Deze gaf in ruil militaire dienst en advies aan de leenheer.
Missionarissen: monniken die zoals Willibrord en Bonifatius rond
700 de bewoners van het Frankische rijk bekeerden tot
christendom.
3 standen: geestelijkheid, adel, boeren.
Bourgondisch rijk: dit rijk ontstond in de 15e eeuw. De hertogen
van Bourgondië bestuurden een groot gebied, inclusief een deel
van de Nederlanden.
Centralisatie politiek: de vorsten van het Bourgondische en
Habsburgse rijk probeerden in de 15e en 16e eeuw hun macht te
vergroten ten koste van de adel, gewesten en steden. Ze
benoemden ambtenaren zoals stadhouders en gingen
belastingen heffen.