100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting MFP bloedsomloop - Biofysica - Claus (NIEUW CURRICULUM)

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
29
Subido en
11-01-2026
Escrito en
2025/2026

Samenvatting MFP bloedsomloop - Biofysica gegeven door prof Claus. Bevat de pwp presentaties en mijn notities uit de les.

Institución
Grado













Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
11 de enero de 2026
Archivo actualizado en
11 de enero de 2026
Número de páginas
29
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

MPF BLOEDSOMLOOP –
BIOFYSICA
Piet Claus

DEEL 1: ORGANISATIE VAN HET CV-SYSTEEM – HEMODYNAMICA .............................................................................................. 3
1. Basisconcepten hemodynamiek ........................................................................................................................................... 3
2. Karakteris7eken van de bloedstroming ................................................................................................................................ 4
2.1 Bloeddebiet (Flow, F of Q) .......................................................................................................................................... 4
2.2 Drukgradiënt ............................................................................................................................................................... 5
3. Laminaire stroming en de wet van Poiseuille ....................................................................................................................... 8
3.1 Reynoldsgetal (Re) ...................................................................................................................................................... 8
3.2 De wet van Poiseuille .................................................................................................................................................. 9
4. Eigenschappen van bloed: viscositeit ................................................................................................................................. 10
4.1 viscositeit: schuifspanning en schuiJracht............................................................................................................... 10
4.2 Bloed is geen Newtoniaanse vloeistof ...................................................................................................................... 10
4.3 Niet-Newtoniaans gedrag van bloed ........................................................................................................................ 11
5. Het arterieel en veneus vaatbed ........................................................................................................................................ 12
5.1 Drukverval doorheen de vaatboom .......................................................................................................................... 12
5.2 RegulaOe van de capillaire druk ................................................................................................................................ 13
6. De vergelijking van Bernouilli en iner7e ............................................................................................................................. 14
6.1 De Bernoulli-vergelijking........................................................................................................................................... 14
6.2 het conOnuïteitsprincipe .......................................................................................................................................... 14
6.3 InerOe ....................................................................................................................................................................... 15
7. Oorsprong van druk in de circula7e ................................................................................................................................... 17

DEEL 2: MECHANISCHE EIGENSCHAPPEN VAN BLOEDVATEN .................................................................................................... 18
8. Elas7citeit van de vaten ..................................................................................................................................................... 18
8.1 Wet van Hooke toegepast op bloedvaten................................................................................................................. 18
8.2 Wandspanning .......................................................................................................................................................... 18
8.3 Transmurale druk ...................................................................................................................................................... 19
8.4 Mechanische eigenschappen van bloedvaten .......................................................................................................... 19
8.5 spanning in de vaatwand .......................................................................................................................................... 21

DEEL 3: GOLVEN IN HET CARDIOVASCULAIR SYSTEEM.............................................................................................................. 23
9. Pulsa7ele stroming ............................................................................................................................................................. 24
9.1 Ontbinding van druk- en debietgolven in sinusgolven.............................................................................................. 24
9.2 Elementen van pulsaOele flow – inerOe, complianOe, weerstand ............................................................................ 25
9.3 Windkessel-effect ..................................................................................................................................................... 26
9.4 Golven in het arterieel vaatbed ................................................................................................................................ 26
9.5 Verband tussen golfsnelheid en vaatcomplianOe ..................................................................................................... 27
9.6 Terugkerende golven en drukgolven (wave reflecOon)............................................................................................. 28




Examen: 1 open vraag/ basisbegrippen nodig voor meerkeuze
1

,2

,DEEL 1: ORGANISATIE VAN HET CV-SYSTEEM –
HEMODYNAMICA
1. BASISCONCEPTEN HEMODYNAMIEK
Vooraleer de organisa>e van het cardiovasculair systeem besproken wordt, is het belangrijk een duidelijke
defini>e te vormen door eerst de func>e van het systeem te begrijpen.

Elke cel in het lichaam is aHankelijk van uitwisseling met het externe milieu om:
• zichzelf te voorzien van voedingsstoffen,
• zich te ontdoen van afvalstoffen,
• en zo haar celfunc6es te kunnen uitvoeren.

Deze uitwisseling gebeurt via passieve diffusie, waarbij deeltjes
bewegen volgens hun concentra>egradiënt.
• De cel verbruikt con>nu voedingsstoffen ⇒ intracellulaire
voedingsstofconcentra6e < extracellulair
→ voedingsstoffen diffunderen naar binnen.
• De cel produceert afvalstoffen ⇒ intracellulaire afvalstofconcentra6e > extracellulair
→ afvalstoffen diffunderen naar buiten.

In meercellige organismen geldt hetzelfde principe, maar door
de grote aantallen dicht opeengepakte cellen ontstaat een
probleem:
• Cellen die dieper in het weefsel liggen krijgen minder
guns6ge gradiënten, omdat buitenste cellen al
voedingsstoffen wegdiffunderen.
• Hierdoor verloopt diffusie trager en is de drijvende kracht kleiner.
à Oplossing:
De extracellulaire matrix moet con>nu in beweging gehouden worden zodat alle cellen voldoende aanvoer
en afvoer van stoffen krijgen.
à Dit is de fundamentele func6e van het cardiovasculair systeem.

Verschil in organisa>e naargelang het type organisme
Lagere organismen Hogere of complexere organismen
• Hebben een centrale pomp. • Hebben een biventriculaire pomp.
• Deze pompt bloed door een eenvoudig • Deze zorgt voor een duale circula6e:
vatenstelsel. o Kleine circula6e (pulmonale circula>e):
• Het stelsel loopt dicht langs de celoppervlakken. zuurstof opnemen.
• Doel: zuurstof opnemen en verspreiden. o Grote circula6e (systemische circula>e):
Voorbeeld: kikkers. zuurstofrijk bloed verdelen naar de
weefsels.




3

, 2. KARAKTERISTIEKEN VAN DE BLOEDSTROMING
Het cardiovasculaire systeem (CVS) heeT als belangrijkste func>e het regelen van de bloedstroom naar en
van alle weefsels, aangepast aan de behoeTen van het lichaam. Om te begrijpen hoe het bloeddebiet
wordt gecontroleerd, is kennis van enkele basisbegrippen uit de hemodynamica (bewegingsleer van het
bloed) noodzakelijk.

2.1 BLOEDDEBIET (FLOW, F OF Q)
Het bloeddebiet is de hoeveelheid bloed die per >jdseenheid door een bloedvat stroomt bij een gegeven
weerstand.
Het bloeddebiet wordt bepaald door:
1. een drukverschil (ΔP) over een bloedvat,
2. een weerstand (R) in dat bloedvat.

Dit principe is vergelijkbaar met de wet van Ohm in de
elektriciteitsleer.
Analogie met elektrische stroom
• Het drukverschil tussen twee punten (bv. hart = hoge druk, capillairen = lage druk) werkt als
de spanning.
• Het bloeddebiet is vergelijkbaar met de elektrische stroom.
• De weerstand van de bloedvaten wordt bepaald door hun diameter.
o Vasoconstric6e → hogere weerstand → minder debiet
o Vasodilata6e → lagere weerstand → meer debiet

Wet van Ohm toegepast op bloedstroming
∆𝑃 = 𝐹. 𝑅
Waarbij:
• ΔP = drukverschil tussen twee punten
• R = weerstand
• F (Q) = bloeddebiet

DEBIET VS. STROOMSNELHEID
Debiet (F) = De hoeveelheid bloed (L/min) die een vat of vaatbed passeert.
o Voorbeeld:
Het hartdebiet (cardiac output) = hoeveelheid bloed die per minuut uit het hart wordt gepompt
→ gemiddeld 5 à 6 L/min in rust.

Stroomsnelheid (v) = De snelheid waarmee individuele bloeddeeltjes zich door een bloedvat bewegen.
Debiet en stroomsnelheid hangen samen via de dwarsdoorsnede van het vat:
𝐹 = 𝑣. 𝐴 = 𝑣. (𝜋. 𝑟 ! )
Waar:
• F = debiet
• v = stroomsnelheid
• A = oppervlakte van de dwarse doorsnede = 𝜋. 𝑟 !
• r = straal van het bloedvat
Wanneer de oppervlakte groter wordt, daalt de stroomsnelheid, zelfs als het debiet gelijk blijT
(bv. in de capillairen).




4

, 2.2 DRUKGRADIËNT
Het hart werkt als een centrale pomp binnen een hydraulisch systeem:
• De ventrikels genereren druk en pompen bloed in de circula>e.
• Het hart zorgt voor een constante druk in het CVS, wat essen>eel is voor het behoud van
bloedstroming.
Analogie: watertoren
Een watertoren houdt water onder constante druk doordat het water hoog is opgeslagen.
→ Zo houdt ook het hart de druk binnen het stelsel op peil.
à Dit is de ac6eve regula6e van het CVS.

Bloedvaten/ vaatbed bepalen mede de druk door hun weerstand te veranderen.
Analogie: een kraantje in een hydraulisch circuit
• Kraan verder openen → lagere weerstand → meer doorstroming
• Kraan dichtdraaien → hogere weerstand → minder doorstroming
In het lichaam gebeurt dit via:
• Vasoconstric6e (vernauwen van vaten → ↑ weerstand)
• Vasodilata6e (verwijden van vaten → ↓ weerstand)
à Dit is de passieve regula6e van het CVS.

" " "
De verschillende vaatbedden liggen als het ware parallel (# = # + # + ⋯ ):
! " #
• Dit laat toe dat bepaalde weefsels lokaal hun doorstroming kunnen regelen,
• zonder dat de druk in het volledige systeem dras>sch verandert.
à maar ook seriële vaatbedden (𝑅$ = 𝑅" + 𝑅! + ⋯ ):
o Bv. Nieren: glomulaire en peritubulaire vaatbedden.

Het centraal-vasculaire systeem bestaat uit twee seriële circula6es:
1. Systeemcircula6e
→ tussen het linkerhart en alle bloedvaten in het lichaam
2. Pulmonale circula6e
→ tussen het rechterhart en de longen
Omdat deze circula>es serieel gekoppeld zijn, beïnvloeden ze elkaar rechtstreeks.
à Een probleem in één circula>e leidt al>jd tot een algemeen circula6eprobleem.

De drukgradiënt wordt anders gedefinieerd in beide circula>es:
• Systeemcircula6e
→ ΔP tussen de proximale aorta (hoge druk) en de vena cava (rechter atrium)(lage druk)
• Pulmonale circula6e
→ ΔP tussen de truncus pulmonalis (hoge druk) en het linker atrium (lage druk)

Druk wordt al>jd rela6ef gemeten met als referen>e:
• de atmosferische druk ter hoogte van het midden van de thorax.
Gebruikelijke eenheden:
• mmHg
• cmH₂O
• Pascal (Pa)
Conversies:
1 mmHg = 1,36 cmH₂O = 133 Pa




5

, DRUKTYPES IN HET CARDIOVASCULAIR SYSTEEM
De totale drukgradiënt in de circula>e wordt bepaald door drie soorten druk:
1. Drijvende of axiale druk (perfusiedruk)
De perfusiedruk is het drukverschil in de rich6ng van de bloedstroom.
Dit is het drijvende drukverval langs de lengte van een bloedvat.
∆𝑃 = 𝑃" − 𝑃!
• P₁ = druk aan het begin van het vat (bv. aorta)
• P₂ = druk aan het einde (bv. vena cava)
à Deze druk is noodzakelijk om stroming te veroorzaken.
Deze ΔP is de hoofdreden waarom bloed van het ene punt naar het andere beweegt.
2. Hydrosta6sche druk
Deze druk ontstaat door de zwaartekracht en wordt bepaald door de hoogte van de
“vloeistomolom” bloed.
∆𝑃 = 𝜌. 𝑔. ∆ℎ
• ρ = dichtheid van bloed
• g = zwaartekracht
• Δh = hoogteverschil
à Hydrosta>sche druk bestaat ook zonder stroming.
à Hoe lager in het lichaam (t.o.v. het hart), hoe hoger de druk.
3. Transmurale druk
Dit is het drukverschil over de vaatwand:
∆𝑃 = 𝑃% − 𝑃&
• Pi = druk binnen het bloedvat
• Po = druk buiten het bloedvat
Belang van transmurale druk:
• bepaalt of een bloedvat uitzet (distensie) of samentrekt
• essen>eel voor elas6citeit en complian6e van vaten
• bepaalt de reac>e van vaten op drukveranderingen




GEMIDDELDE ARTERIËLE DRUK (MAP)
Het hart is een pulsa6ele pomp, waardoor de bloeddruk schommelt tussen:
• SBP (systolische druk, piek bij ejec>e)
• DBP (diastolische druk, laagste druk net vóór ejec>e)
o Minimum; relaxa>efase wanneer het hart gevuld wordt
Voor prak>sche doeleinden gebruiken we de gemiddelde arteriële druk:
" !
𝑀𝐴𝑃~ ' 𝑆𝐵𝑃 + ' 𝐷𝐵𝑃
Deze waarde representeert beter de gemiddelde doorstromingsdruk doorheen
de arteriële circula>e.
o Ejec>efase korter dan de vullingsfase, daarom wordt niet gewoon het
gemiddelde genomen!!
6
$10.87
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
ACgeneeskunde

Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
ACgeneeskunde Katholieke Universiteit Leuven
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
1
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
1
Documentos
11
Última venta
2 semanas hace
AC_Geneeskunde

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes