Samenvatting correlationeel onderzoek
HC1: Enquêtes
Soorten onderzoek.
o Experimenteel onderzoek: onderzoeker manipuleert de situatie,
experimentele en controlegroep, kwantitatief en passend voor causaal
onderzoek.
o Kwalitatief onderzoek: onderzoekt mensen in hun natuurlijke omgeving,
holistische benadering en data bestaat vaak uit interviews.
o Correlationeel onderzoek: kwantitatief, relaties tussen variabelen (is er een
relatie tussen twee variabelen). Onderzoek is niet random, daarom is
causaal onderzoek moeilijk.
Bijvoorbeeld: je kan niet sommige mensen geen gezondheidszorg geven
en sommige wel voor onderzoek. Dit is onethisch.
Data voor correlationeel onderzoek wordt overal verzamelt.
Longitudinale studie: je meet dezelfde groep op verschillende momenten in tijd.
Passief verzamelde data: telefoon telt stappen.
Actief verzamelde data: iemand vult een enquête in.
Door toename van digitale ontwikkelingen is er steeds meer data beschikbaar om
te analyseren.
Designed data (custommade): onderzoeker heeft bewust nagedacht over de
manier waarop de data verzameld wordt.
Organische data (readymade): de data is er al.
o Aspirationeel: social media, de data is er al.
o Transactioneel: elke keer dat je een handeling uitvoert ontstaat er data. Is
niet voor iedereen beschikbaar.
Doel van correlationeel onderzoek: mensen worden onderzocht om uiteindelijk te
kunnen generaliseren naar de populatie. Het gaat om beschrijven, we willen een
causale claim maken (oorzaak en gevolg) en voorspelling.
Description, causation, prediction kunnen aangeven.
, Onderzoekscirkel:
Enquête levenscyclus:
Representation:
Target populatie: bijvoorbeeld studenten van universiteit Utrecht.
Sampling frame: lijst van alle e-mailadressen van studenten van universiteit
Utrecht
Sample: je kies willekeurig bepaald aantal studenten uit. Niet random.
Respondenten: aantal studenten dat je gaat onderzoeken.
Postsurvey adjustment:
Measurement:
Construct: sociale ongelijkheid
Metingen:
Reactie: sommige mensen reageren, anderen niet.
Toegevoegde reactie: her gecodeerde antwoorden.
Errors:
o Coverage error: In staat zijn je populatie te bereiken met de middelen die
je gekozen hebt.
Als niet alle leden van de populatie een kans hebben om in de
steekproef mee genomen te worden.
Als mensen die wel mee zijn genomen in de steekproef verschillen
van de mensen die er niet in zijn meegenomen.
HC1: Enquêtes
Soorten onderzoek.
o Experimenteel onderzoek: onderzoeker manipuleert de situatie,
experimentele en controlegroep, kwantitatief en passend voor causaal
onderzoek.
o Kwalitatief onderzoek: onderzoekt mensen in hun natuurlijke omgeving,
holistische benadering en data bestaat vaak uit interviews.
o Correlationeel onderzoek: kwantitatief, relaties tussen variabelen (is er een
relatie tussen twee variabelen). Onderzoek is niet random, daarom is
causaal onderzoek moeilijk.
Bijvoorbeeld: je kan niet sommige mensen geen gezondheidszorg geven
en sommige wel voor onderzoek. Dit is onethisch.
Data voor correlationeel onderzoek wordt overal verzamelt.
Longitudinale studie: je meet dezelfde groep op verschillende momenten in tijd.
Passief verzamelde data: telefoon telt stappen.
Actief verzamelde data: iemand vult een enquête in.
Door toename van digitale ontwikkelingen is er steeds meer data beschikbaar om
te analyseren.
Designed data (custommade): onderzoeker heeft bewust nagedacht over de
manier waarop de data verzameld wordt.
Organische data (readymade): de data is er al.
o Aspirationeel: social media, de data is er al.
o Transactioneel: elke keer dat je een handeling uitvoert ontstaat er data. Is
niet voor iedereen beschikbaar.
Doel van correlationeel onderzoek: mensen worden onderzocht om uiteindelijk te
kunnen generaliseren naar de populatie. Het gaat om beschrijven, we willen een
causale claim maken (oorzaak en gevolg) en voorspelling.
Description, causation, prediction kunnen aangeven.
, Onderzoekscirkel:
Enquête levenscyclus:
Representation:
Target populatie: bijvoorbeeld studenten van universiteit Utrecht.
Sampling frame: lijst van alle e-mailadressen van studenten van universiteit
Utrecht
Sample: je kies willekeurig bepaald aantal studenten uit. Niet random.
Respondenten: aantal studenten dat je gaat onderzoeken.
Postsurvey adjustment:
Measurement:
Construct: sociale ongelijkheid
Metingen:
Reactie: sommige mensen reageren, anderen niet.
Toegevoegde reactie: her gecodeerde antwoorden.
Errors:
o Coverage error: In staat zijn je populatie te bereiken met de middelen die
je gekozen hebt.
Als niet alle leden van de populatie een kans hebben om in de
steekproef mee genomen te worden.
Als mensen die wel mee zijn genomen in de steekproef verschillen
van de mensen die er niet in zijn meegenomen.