100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting psychologie sociale readaptatiewetenschappen

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
28
Subido en
08-01-2026
Escrito en
2024/2025

Samenvatting van alle hoofdstukken in psychologie

Institución
Grado










Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
8 de enero de 2026
Número de páginas
28
Escrito en
2024/2025
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

INLEIDING (LES 1)

W A T IS P S YC H O L O G IE ?


Wat is psychologie?
® Psychologie is de empirische wetenschap van gedrag en mentale processen.
® Psychologie is de wetenschappelijke studie van het gedrag en de mentale processen van het individu.

Psychologie is een breed vakgebied dat kan worden opgedeeld in verschillende specialisaties, zoals klinische psychologie, sociale psychologie,
ontwikkelingspsychologie en neuropsychologie.

Psychologie is een wetenschappelijke discipline die menselijk gedrag en mentale processen bestudeert op basis van empirisch onderzoek en de
wetenschappelijke methode. Het maakt gebruik van gecontroleerde experimenten, observaties en statistische analyses om theorieën te testen en
kennis op te bouwen.
«

Pseudowetenschap is elke poging om fenomenen uit de natuurlijke wereld te verklaren zonder empirische observatie of de wetenschappelijke
methode. Bv. Astrologie, handlezen, toekomstvoorspellingen, etc. (DIT IS PSYCHOLOGIE NIET)


M E TH O D E N V A N O N D E R Z O E K


De 4 stappen van de wetenschappelijke methode:
1. Hypothese ontwikkelen (moet falsifieerbaar en toetsbaar zijn)
a. Falsifieerbaar betekent dat een hypothese weerlegd kan worden door tegenbewijs.
b. Toetsbaar betekent dat een hypothese getest kan worden met onderzoek en observaties.
2. Objectieve data verzamelen (Experiment of correlatie)
3. Resultaten analyseren en de hypothese accepteren of verwerpen
4. Resultaten publiceren, bekritiseren en verwerpen


1. Experiment: In een experiment wordt het oorzaak-gevolg verband onderzocht door het effect van een onafhankelijke variabele op een
afhankelijke variabele te meten. De experimentele- en controlegroep worden op het einde vergeleken om te zien of er een effect/invloed
was van de onafhankelijke variabele op de afhankelijke variabele.
® Onafhankelijke variabele: de factor die wordt gemanipuleerd
® Afhankelijke variabele: de factor die wordt gemeten
® Experimentele groep: krijgt de manipulatie
® Controlegroep: krijgt geen of een neutrale variant
® Bij een experiment kan je causale uitspraken doen!
2. Correlatieonderzoek: Correlatieonderzoek onderzoekt de relatie tussen twee variabelen, zoals het aantal sigaretten per dag en
levensduur.
® Positieve correlatie (r = +1): Beide variabelen stijgen samen.
® Negatieve correlatie (r = -1): De ene variabele stijgt, de andere daalt.
® Geen correlatie (r = 0): Er is geen verband.
® Hier kan je geen causale uitspraken doen! Met correlatie kunnen we aantonen dat er een relatie is tussen de variabelen maar dat
betekent NIET dat de ene variabele een verandering in de andere variabele VEROORZAAKT!




1

,G E S C H IE D E N IS V A N D E P S Y C H O L O G IE


DE VERRE VOORGESCHEIDENIS

Socrates Stelde de vraag "Waarom?" en richtte zich op het begrijpen van het menselijke denken en gedrag.

Plato Vroeg zich af "Wat is de realiteit?" en geloofde in een wereld van ideeën, los van de fysieke wereld.

Legde de nadruk op de empirische werkelijkheid, wat betekent dat kennis gebaseerd moet zijn op ervaring en bewijs uit de
Aristoteles
praktijk.

Galenus geloofde dat de persoonlijkheid afhankelijk was van de balans tussen de vier lichaamssappen: bloed, slijm, gele gal
Galenus
en zwarte gal. De verhoudingen van deze sappen bepaalden iemands temperament.

Franz Joseph Gall Hij ontwikkelde de frenologie, die stelde dat de schedelvorm persoonlijke eigenschappen en mentale functies weerspiegelt.

19E EEUW: STRUCTURALISME

Een stroming die de structuur van de geest onderzoekt door bewuste ervaringen op te delen in hun basiselementen via
Structuralisme
introspectie.
Hij was de eerste psycholoog, oprichter van het eerste psychologisch laboratorium (1879), en onderzocht de structuur van
Wilhelm Wundt
de geest via introspectie (zelfobservatie van gedachten en gevoelens).

19E EEUW: FUNCTIONALISME

Een stroming die zich richt op de functies en doelen van gedrag, en hoe mentale processen helpen bij de aanpassing aan de
Functionalisme
omgeving.

Hij was een Amerikaanse psycholoog die zich richtte op de functie van gedrag, onderzocht probleemoplossing via
William James
introspectie en externe observatie, en voerde een van de eerste dierproeven uit om menselijk gedrag te vergelijken.

20STE EEUW: OPKOMST BEHAVIOURISME

Een benadering die zich uitsluitend richt op het waarneembare gedrag en het leert door stimulus-responsverbanden, zonder
Behaviourisme
aandacht voor interne mentale processen.

Onderzocht klassieke conditionering door te tonen hoe gedrag wordt beïnvloed door associaties, zoals bij zijn experiment
Ivan Pavlov
met honden en speekselreflexen.

Hij was de grondlegger van het behaviorisme en stelde dat alleen uiterlijk waarneembaar gedrag bestudeerd moet worden,
John Watson
waarbij de geest een onbereikbare ‘black box’ is.

GESTALTPSYCHOLOGIE

Een stroming die stelt dat de menselijke waarneming gericht is op gehelen, waarbij het geheel meer is dan de som van de
Gestaltpsychologie
delen.

NEOBEHAVIOURISME/ COGNITIEVE PSYCHOLOGIE

Cognitieve Een benadering die mentale processen zoals denken, herinneren en probleemoplossing onderzoekt, met nadruk op hoe
psychologie informatie wordt verwerkt en opgeslagen.

PSYCHODYNAMISCHE STROMING

Pyschodynamische Deze stroming verklaart gedrag door het onbewuste, waarbij onbewuste gedachten en ervaringen invloed hebben op
stroming iemands gedrag en emoties.

Sigmund Freud Hij was de grondlegger van de psychodynamische stroming.

HUMANISME

Een stroming uit de jaren 1950 die zich richt op het begrijpen van menselijk gedrag, waarbij de nadruk ligt op persoonlijke
Humanisme
groei, zelfactualisatie en het idee dat mensen van nature goed zijn.



Het nature-nurture debat = Het eeuwenoude debat in psychologie, wetenschap en filosofie over de invloed van aanleg (nature) en ervaring (nurture) op
eigenschappen van een individu.
® Epigenetica onderzoekt hoe omgevingsfactoren de genetische expressie beïnvloeden.


De huidige visie op gedrag = Biopsychosociaal model (Engel, 1977) = Dit model stelt dat menselijk functioneren het resultaat is van drie invloeden:
biologische, psychologische en sociale factoren. Gedrag kan pas volledig begrepen worden wanneer deze drie factoren in wisselwerking met elkaar
worden beschouwd.


2

, WAARNEMING (LES 2)

G E W A A R W O R D IN G V S . W A A R N E M IN G


Gewaarwording
Is het proces waarbij stimulatie uit de omgeving wordt opgevangen door zintuigen, zoals licht- of geluidsgolven, en omgezet wordt in elektrochemische
signalen die naar de hersenen worden gestuurd. In de hersenen worden deze signalen vertaald naar beelden, geluiden, geuren, smaken, enzovoort.
® Dit proces staat bekend als transductie, waarbij elke zintuig specifieke receptoren heeft die input opvangen en hercoderen naar signalen.


10 zintuigen
o Gezichtsvermogen (oog)
o Gehoor (oor)
Kinesthesie = geeft ons informatie over de positie en beweging
o Geur (neus)
van onze ledematen.
o Smaak (tong)
Evenwichtsgevoel = helpt ons in balans te blijven met receptoren o Tastzin (huid)
in het binnenoor. o Pijngewaarwording (huid)
o Temperatuurgewaarwording (huid)
Interoceptie = informeert ons over de interne toestand van ons o Evenwichtsgevoel (binnenoor)
lichaam zoals honger en hartslag. o Kinesthesie (spieren, pezen, gewrichten)
o Interoceptie (verspreid over het lichaam)



Het verschil tussen gewaarwording en waarnemen is dat waarnemen actief is: de hersenen interpreteren en begrijpen de gewaarwording.
Waarnemen omvat drie psychologische processen:
1. Selectie (kiezen welke informatie belangrijk is)
2. Organisatie (structureren van de informatie)
3. Interpretatie (toekennen van betekenis aan de informatie).


S E L E C TIE IN D E W A A R N E M IN G


Selectieve aandacht als krachtig mechanisme
® Niet alles wat we gewaarworden, komt terecht in onze waarneming.
® Onze waarneming is een selectie van prikkels uit de omgeving.
® Aandacht speelt een centrale rol in dit proces.
® Aandacht werkt als een filter dat bepaalt welke informatie we bewust verwerken

Evidentie voor selectieve aandacht
1. Cocktailpartyfenomeen: We kunnen ons focussen op één gesprek zonder afgeleid te worden door achtergrondgesprekken.
2. Dichotisch luisteren: Methode om selectieve aandacht te onderzoeken.
® Proefpersonen krijgen via een koptelefoon verschillende boodschappen in elk oor.
® Opdracht: herhaal de boodschap uit één oor en negeer de andere.
® Resultaat: taak was eenvoudig; informatie uit het genegeerde oor werd nauwelijks verwerkt

Twee verklaringen voor selectieve aandacht
1. Eerste verklaring voor selectieve aandacht = Vroege selectie (Broadbent)
® Volgens Broadbent is het sensorisch geheugen zeer kort en onbeperkt qua capaciteit. Hieruit wordt slechts één signaal geselecteerd voor
verdere verwerking; alle andere informatie wordt weggefilterd en gaat verloren.

Kritiek op deze theorie
Toch blijkt dat mensen soms ook informatie opvangen waarop ze hun aandacht niet bewust richten.
1. In dichotisch luisteronderzoek krijgen proefpersonen twee verschillende boodschappen tegelijk te horen, één in elk oor. Ze moeten
zich op slechts één oor concentreren. Toch blijkt dat ongeveer 1/3 van de deelnemers onbewust reageert op betekenisvolle informatie
in het genegeerde oor, zoals hun eigen naam of een instructie als “Emma, wissel van oor.”
2. Ook in het dagelijks leven, zoals op een druk feestje, kun je je op één gesprek focussen en toch merken wanneer iemand elders je
naam zegt.
Þ Deze bevindingen suggereren dat Broadbents model van vroege selectie niet waterdicht is — er lijken “lekken” in het aandachtsfilter te
zitten.

2. Recente verklaring voor selectieve aandacht = Attenuatietheorie (Treisman)
® Treisman stelde een alternatief voor Broadbents theorie voor: de attenuatietheorie of filterverzachtingstheorie. In plaats van een alles-of-
nietsfilter, wordt informatie uit niet-aandachtskanalen slechts verzwakt (geattenueerd), maar niet volledig geblokkeerd.
® Dit verklaart waarom belangrijke of opvallende signalen — zoals je eigen naam — toch tot het bewustzijn kunnen doordringen, zelfs als je
er niet bewust je aandacht op richt.




3
$10.41
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
lunedevos1

Conoce al vendedor

Seller avatar
lunedevos1 Katholieke Hogeschool Leuven
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
Nuevo en Stuvia
Miembro desde
4 días
Número de seguidores
0
Documentos
13
Última venta
-

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes