Samenvatting Nieren en Urinewegen
Thema A – Micro- en Macroscopische bouw
Macroscopische bouw van de nieren
De nieren liggen beiderzijds craniodorsaal in de buikholte,
retroperitoneaal (gedeeltelijk omringd met peritoneum)
- Bestaan binnenin uit medulla (merg) en aan de buitenkant
cortex (schors)
• Medulla → tubuli en verzamelbuizen
• Cortex → glomeruli en tubuli
- De bijnieren liggen bovenop de nieren (functie = aanmaak
adrenaline)
- Uit elke nier loopt een ureter naar de blaas, van blaas naar
buiten loopt de urethra
Nefronen
Een nier bestaat uit nefronen, dit zijn kleine functionele eenheden,
bestaande uit:
1. De glomerulus (kluwe van capillairtjes, met aanvoerend
(afferent) en afvoerend (efferent) capillair)
2. De tubulus (nierbuisje), bestaande uit 4 onderdelen:
• Holte van Bowman (trechter)
• Proximale tubulus (eerste gekronkelde deel)
• Lis van Henle (lange lus)
• Distale tubulus (tweede gekronkelde deel)
3. Een verzamelbuizensysteem
• Verzamelbuis (monden de distale tubuli op uit)
• Nierkelk/calix renalis (monden de verzamelbuizen op uit)
• Nierbekken/pelvis renalis (monden de nierkelken op uit)
• Ureter (monden de nierbekkens op uit)
Er zijn 2 soorten nefronen:
1. Juxtamedullaire nefronen
• Glomerulus nabij medulla
• Lange lis van Henle
• 15% van nefronen
2. Corticale nefronen
• Glomerulus meer aan buitenkant cortex
• Korte lis van Henle
• 85% van nefronen
,Diersoortvariatie
Er zit veel diersoortvariatie in de vorm en positie van de nieren:
- Vorm
• Lobatie (buitenkant)
o Unilobair → de nierlobben zijn volledig versmolten, de nier heeft een glad oppervlak
o Multilobair → de nierlobben zijn niet versmolten, de nier heeft een gelobd oppervlak
• Papillatie (binnenkant)
o Unipapillair → de nierpapillen zijn intern versmolten tot één gezamelijke crista renalis
▪ Een nierkelk (calice renalis), waar de crista renalis in uitmondt
o Multipapillair → de nierpapillen blijven afzonderlijk, meerdere papillae renales
▪ Meerdere nierkelken, waar de papillae renales in uitmonden
- Positie
• De rechter nier ligt bij de meeste diersoorten verder craniaal dan de linker, behalve bij het
varken, waarbij ze op gelijke hoogte liggen
• De linker nier ligt bij het rund mediaal, doordat hij door de pens naar rechts wordt geduwd,
deze is palpeerbaar in de rechter flank
Diersoort Lobatie Papillatie Bijzonderheden
Zeezoogdier Multilobair Multipapillair -
Rund Multilobair (klein Multipapillair -
beetje versmolten)
Varken, mens Unilobair Multipapillair -
Paard, vleeseters, Unilobair Unipapillair Paard
kleine herkauwer, rat Rechter nier is
hartvormig, de linker
nier is wel boonvormig
Kat
Vena capsulares op
het oppervlak van de
nier (venen in het
nierkapsel)
, Vascularisatie nieren
De vascularisatie van de nieren verloopt als volgt:
1. A. renalis (aftakking aorta)
2. A. interlobaris (verschillende lobben nier)
3. A. arcuatus (boogvormende bloedvaten
4. A. interlobularis (verschillende lobuli)
5. Afferente arteriole
6. Glomerulus
7. Efferente arteriole
8. Peritubulaire capillairen (langs tubuli) of vasa
recta (langs lis van henle)
9. V. interlobularis
10. V. arcuatus
11. V. interlobaris
12. V. renalis
Microscopische bouw van de nieren
Tubuli en verzamelbuis
Onderdeel Ligging Globale functie Morfologie
Kapsel van Bowman Cortex Vangt het ultrafiltraat Parietale laag
(voorurine) op uit de Plaveiselepitheel
glomerulus Bekleedt buitenkant
Viscerale laag
Podocyten met
filtratiespleten
Bekleedt glomerulus
Tussen de lagen = ruimte
van Bowman
Proximale tubulus Cortex (en begin Reabsorptie van >60% van Hoog cilindrisch epitheel
medulla) water + opgeloste stoffen Dikke brush border
(Na+, Cl-, glucose, (microvilli, groot opname-
aminozuren) oppervlak)
• Dit proces is iso- Veel mitochondriën in
osmotisch cytoplasma (voor actief
transport)
Klein deel van secretie (H+ Nauw lumen door
en ammonium) microvilli
Lis van Henle Medulla Vorming van Dunne segmenten
concentratiegradient Plaveiselepitheel
(tegenstroommechanisme) Weinig mitochondriën
Waterreabsorptie (dunne Dikke segmenten
afdalende tak) Kubisch epitheel
Veel mitochondriën
, Na+/Cl- reabsorptie (dikke
opstijgende tak)
Distale tubulus Cortex (terug richting Reabsorptie van Na+ en Kubisch epitheel
glomerulus) Cl- o.i.v. aldosteron Geen brush border
Groter lumen dan
Secretie van H+ en K_ proximaal en minder
mitochondriën
Betrokken bij
juxtaglomerulair apparaat
(macula densa), meet de
flow door de distale
tubulus
Verzamelbuis Begint in cortex, loopt Variabele waterreabsorptie Kubisch tot cilindrisch
door medulla tot o.i.v. ADH epitheel, afh. van diepte
nierkelk
Reabsorptie van Na+, Twee celtypen:
secretie van K+ • Hoofdcellen
• Intercalaircellen
Doorlaatbaarheid voor
water afh. van ADH
(aquaporines aangelegd)
Embryologie van de nieren
De nieren ontstaan uit het intermediar mesoderm
Bij de ontwikkeling zijn er drie opeenvolgende stadia:
1. Pronephros (voornier, cervicaal)
• Geen excretiefunctie
• Alleen inducerende functie aanleg mesonephros
2. Mesonephros (middennier, thoracaal)
• Embryonale nier met excretiefunctie (oernier)
• Mondt uit in de ductus mesonephricus (oernierbuis)
3. Metanephros (uiteindelijke nier, abdominaal)
• Ontstaat uit de ureterknop (afsplitsing van ductus
mesonephricus)
• Wordt de definitieve nier, met de ureter als afvoerbuis
• De ductus mesonephricus:
- Vrouw → volledige regressie
- Man → ontwikkelt tot ductus deferens (zaadleider)
Thema A – Micro- en Macroscopische bouw
Macroscopische bouw van de nieren
De nieren liggen beiderzijds craniodorsaal in de buikholte,
retroperitoneaal (gedeeltelijk omringd met peritoneum)
- Bestaan binnenin uit medulla (merg) en aan de buitenkant
cortex (schors)
• Medulla → tubuli en verzamelbuizen
• Cortex → glomeruli en tubuli
- De bijnieren liggen bovenop de nieren (functie = aanmaak
adrenaline)
- Uit elke nier loopt een ureter naar de blaas, van blaas naar
buiten loopt de urethra
Nefronen
Een nier bestaat uit nefronen, dit zijn kleine functionele eenheden,
bestaande uit:
1. De glomerulus (kluwe van capillairtjes, met aanvoerend
(afferent) en afvoerend (efferent) capillair)
2. De tubulus (nierbuisje), bestaande uit 4 onderdelen:
• Holte van Bowman (trechter)
• Proximale tubulus (eerste gekronkelde deel)
• Lis van Henle (lange lus)
• Distale tubulus (tweede gekronkelde deel)
3. Een verzamelbuizensysteem
• Verzamelbuis (monden de distale tubuli op uit)
• Nierkelk/calix renalis (monden de verzamelbuizen op uit)
• Nierbekken/pelvis renalis (monden de nierkelken op uit)
• Ureter (monden de nierbekkens op uit)
Er zijn 2 soorten nefronen:
1. Juxtamedullaire nefronen
• Glomerulus nabij medulla
• Lange lis van Henle
• 15% van nefronen
2. Corticale nefronen
• Glomerulus meer aan buitenkant cortex
• Korte lis van Henle
• 85% van nefronen
,Diersoortvariatie
Er zit veel diersoortvariatie in de vorm en positie van de nieren:
- Vorm
• Lobatie (buitenkant)
o Unilobair → de nierlobben zijn volledig versmolten, de nier heeft een glad oppervlak
o Multilobair → de nierlobben zijn niet versmolten, de nier heeft een gelobd oppervlak
• Papillatie (binnenkant)
o Unipapillair → de nierpapillen zijn intern versmolten tot één gezamelijke crista renalis
▪ Een nierkelk (calice renalis), waar de crista renalis in uitmondt
o Multipapillair → de nierpapillen blijven afzonderlijk, meerdere papillae renales
▪ Meerdere nierkelken, waar de papillae renales in uitmonden
- Positie
• De rechter nier ligt bij de meeste diersoorten verder craniaal dan de linker, behalve bij het
varken, waarbij ze op gelijke hoogte liggen
• De linker nier ligt bij het rund mediaal, doordat hij door de pens naar rechts wordt geduwd,
deze is palpeerbaar in de rechter flank
Diersoort Lobatie Papillatie Bijzonderheden
Zeezoogdier Multilobair Multipapillair -
Rund Multilobair (klein Multipapillair -
beetje versmolten)
Varken, mens Unilobair Multipapillair -
Paard, vleeseters, Unilobair Unipapillair Paard
kleine herkauwer, rat Rechter nier is
hartvormig, de linker
nier is wel boonvormig
Kat
Vena capsulares op
het oppervlak van de
nier (venen in het
nierkapsel)
, Vascularisatie nieren
De vascularisatie van de nieren verloopt als volgt:
1. A. renalis (aftakking aorta)
2. A. interlobaris (verschillende lobben nier)
3. A. arcuatus (boogvormende bloedvaten
4. A. interlobularis (verschillende lobuli)
5. Afferente arteriole
6. Glomerulus
7. Efferente arteriole
8. Peritubulaire capillairen (langs tubuli) of vasa
recta (langs lis van henle)
9. V. interlobularis
10. V. arcuatus
11. V. interlobaris
12. V. renalis
Microscopische bouw van de nieren
Tubuli en verzamelbuis
Onderdeel Ligging Globale functie Morfologie
Kapsel van Bowman Cortex Vangt het ultrafiltraat Parietale laag
(voorurine) op uit de Plaveiselepitheel
glomerulus Bekleedt buitenkant
Viscerale laag
Podocyten met
filtratiespleten
Bekleedt glomerulus
Tussen de lagen = ruimte
van Bowman
Proximale tubulus Cortex (en begin Reabsorptie van >60% van Hoog cilindrisch epitheel
medulla) water + opgeloste stoffen Dikke brush border
(Na+, Cl-, glucose, (microvilli, groot opname-
aminozuren) oppervlak)
• Dit proces is iso- Veel mitochondriën in
osmotisch cytoplasma (voor actief
transport)
Klein deel van secretie (H+ Nauw lumen door
en ammonium) microvilli
Lis van Henle Medulla Vorming van Dunne segmenten
concentratiegradient Plaveiselepitheel
(tegenstroommechanisme) Weinig mitochondriën
Waterreabsorptie (dunne Dikke segmenten
afdalende tak) Kubisch epitheel
Veel mitochondriën
, Na+/Cl- reabsorptie (dikke
opstijgende tak)
Distale tubulus Cortex (terug richting Reabsorptie van Na+ en Kubisch epitheel
glomerulus) Cl- o.i.v. aldosteron Geen brush border
Groter lumen dan
Secretie van H+ en K_ proximaal en minder
mitochondriën
Betrokken bij
juxtaglomerulair apparaat
(macula densa), meet de
flow door de distale
tubulus
Verzamelbuis Begint in cortex, loopt Variabele waterreabsorptie Kubisch tot cilindrisch
door medulla tot o.i.v. ADH epitheel, afh. van diepte
nierkelk
Reabsorptie van Na+, Twee celtypen:
secretie van K+ • Hoofdcellen
• Intercalaircellen
Doorlaatbaarheid voor
water afh. van ADH
(aquaporines aangelegd)
Embryologie van de nieren
De nieren ontstaan uit het intermediar mesoderm
Bij de ontwikkeling zijn er drie opeenvolgende stadia:
1. Pronephros (voornier, cervicaal)
• Geen excretiefunctie
• Alleen inducerende functie aanleg mesonephros
2. Mesonephros (middennier, thoracaal)
• Embryonale nier met excretiefunctie (oernier)
• Mondt uit in de ductus mesonephricus (oernierbuis)
3. Metanephros (uiteindelijke nier, abdominaal)
• Ontstaat uit de ureterknop (afsplitsing van ductus
mesonephricus)
• Wordt de definitieve nier, met de ureter als afvoerbuis
• De ductus mesonephricus:
- Vrouw → volledige regressie
- Man → ontwikkelt tot ductus deferens (zaadleider)