100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting - Geschiedenis van de vroege middeleeuwen (F0LA3A)

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
56
Subido en
06-01-2026
Escrito en
2025/2026

dit is een samenvatting van de vroege middeleeuwen inclusief capita selecta hoofdstuk 3

Institución
Grado

















Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
6 de enero de 2026
Número de páginas
56
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

WEST- EUROPA IN DE
VROEGE
MIDDELEEUWEN

,HOOFDSTUK 1 VAN ROMEINSE PROVINCIES
NAAR ‘BARBAARSE’ RIJKEN
Inleiding: de val van Rome?
 Niet expliciet vermeld in vroegmiddeleeuwse of laatantieke bronnen
 Gebaseerd op Edward Gibson, The history of the decline and fall of the
roman empire
 Val en Verval = catastrofe
o Geeft negatief beeld over deze periode

Deel 1 De transformatie van het Romeinse Rijk
 Nadruk transformatie en evolutie ipv radicale breuk en omwenteling
 ‘val van Rome’ is een constructie die reeks langdurige processen samenvat
tussen ca. 250 en 550
- 1.1 politieke en militaire transformatie
- 1.2 Bestuurlijke transformatie
- 1.3 socio-economische transformatie
- 1.4 religieuze transformatie

Politieke en militarie transformatie
Vroege keizertijd (27vC – 235 nC)
 Principaat (Princeps = Keizer) ~ regeren in principe met senaat
- Interne stabiliteit
o Vlotte successieregeling 2de E: adoptiekeizers
o Keizers steeds vaker uit provincies buiten Italië
- Externe stabiliteit
o Oorlog vooral aan verre grenzen
o Hoogtepunt expansie (117) -> Trajanus
o Geen dreiging vanuit O
 Vrede met Parthen
De derde-eewse crisis (235-284)
 Einde principaat
o Keizer Alexander Severus vermoord door soldaten (235)
- Interne Instabiliteit
o Continue machtwissels (26 keizers op 50 jaar)
o ‘Soldatenkeizers’= Romeinse generaals uitgeroepen tot keizer door
troepen in provincies  veel onderlinge strijd tussen Romeinse
generaals
o Toename invloed leger  militarisering ‘staat’
- Externe instabiliteit
o Minder aandacht voor grensverdediging (Limes)
 Te danken aan interne strijd tussen generaals
o ‘Barbaarse’ raids in Gallië en Balkan
o Succesvolle aanvallen door Sassaniden in Oosten (=nieuwe dynastie
 vrede met Parthen geld niet)

,  Romeinse keizer Valerianus gevangen en vermoord
Diocletianus en Constantijn (284-337)  proberen verandering te
brengen
Diocletianus I (284-305)
- Grootschalige bestuurlijke hervormingen  deelt rijk in 4
o Tetrarchie = Twee augustie (belangrijkste) en twee caesares (volgen
de augustie op), regeren elk over ‘prefectuur’: principe collegialiteit
<-> successieproblemen
o Doel: hechter patronagenetwerk voor provinciale elites
o Bestuurlijke opdeling: vier prefecturen  diocesen  provincies 
civitates
 Trier (Prefectuur van Gallie en Brittannie
 Nicodemia (Prefectuur van het Oostelijke Middelandse
Zeegebied)
 Sirmium (Prefectuur van de Balkan en Donnauprovincies)
 Milaan (prefectuur van Spanje, Italie en Afrika) 
niet Rome
- Belastingverhoging voor grensbewaking
- Sterke theocratische impuls keizerschap
o Vergoddelijking keizer (‘dominus et deus’  dominaat)
o Religieuze afwijkingen gelijkgesteld aan politieke oppositie (Pol =
Theocratie)
 Christenvervolgingen (ander gelovigen zijn dissident en pol
vijand)
Constantijn de Grote (306-37)
- Nieuwe hoofdplaats: Constantinopel
o Byzantium = strategische locatie aan de Bosporus = ‘nieuwe rome’
 Rome wordt minder belangrijk = Pol aandacht verschuift van
WO
o Gaandeweg: minder contacten met W  O en W groeien uiteen
 Zorgt voor minder volksverhuizingen in O
 Laatste moment eenheid onder Theodosius I de Grote
o Promotie christendom
 313: Edict van Milaan, religio licita = religieuze tolerantie
(geen Christenvervolgingen meer)
 Constantijn liet zich dopen op zijn sterfbed
Het laatantieke Rijk (337-476) = ‘Late Oudheid’
Resultaat maatregelen? = Geen langdurig succesverhaal
Interne instabiliteit
- Tetrarchie snel in onbruik = erfopvolging onder Constantijn
o Afstamming Constantijn, Steun leger doorslaggevend!
o Conflicten tussen troonpretendenten
 Verzwakking grensverdediging
- Demografische crisis 4de E  nood aan rekruten  barbarisering leger en
legertop (overeenkomsten met ‘barbaren’ aan de grens)

, o Machtsconcentratie bij ‘barbaarse generaals’ (wegens goede
strijdvaardigheid) = magister militum
o Generaals behouden bestuursinstellingen (onderhandelen met
senaat)
o Keizer afhankelijk aan generaals = marionet (ook vaak minderjarig)
 Behouden vooral voor legitimatie van hun acties
o Keizerlijk hof in Ravenna, aandacht generaals op provincies

- 476: Odoaker(O-Germaan) zet keizer de minderjarige Romulus Augustulus
af (niet vermoord) & installeert geen nieuwe keizer (Odoaker neemt zelf
leiding, alles gaat gwn verder) = ‘paleiscoup’ (niet opzienbarend)
o Trad in een formele cientrelatie met Constantinopel en kreeg
officiële titel ‘patriciër’
Externe instabiliteit
- Door interne stabiliteit en troonstrijd = grensverdediging verzwakt
o Druk barbaarse volkeren aan Donau, Rijn en Limes Brittannië
 In 454: enkel Italië, deel Hispanië en Zuid-Gallië nog onder direct romeins
bewind

Bestuurlijke Transformatie
De vroege keizertijd
Productie wisselwerking tussen:
- Centrum/Rome (keizerlijke administratie): imperiale ambtenarij met focus
op Rome en Italië
o Kleine, geoliede administratie o.l.v. prefecten
o Senatoren verliezen gaandeweg invloed, vooral advies
- Provincies: competitie lokale elites in steden
o Opname openbaar, gesalarieerd mandaat in stedelijke senaat (curia
 curialis)
o Curiales: vertegenwoordiger centraal bestuur en stad (zit in Rome)
 O.a. inning belastingen voor imperiale financiën
o Actieve participatie in civiele cultuur met private middelen –
competitie voor carrière (om Romeinse burgerschap te verwerven)
Derde eeuw en late oudheid
- Centrum: imperiale bureaucratie breidt uit
o Inmiddels gigantisch bureaucratisch apparaat, lucratief
o Inmenging op lokale niveau van provincies (focus niet meer op
Rome)
- Provincies: minder participatie in civitates door lokale elites
o Carrière als curialis minder aantrekkelijk
 212: Caracalla schenkt burgerschap aan alle vrije inwoners
(prikkel valt weg)
 Meer fiscale eisen vanuit centrale bureaucratie (bijpassen
financiële tekorten)
o Minder privé-investering in publieke leven, wel in privé-gebouwen

, o Interessantere carrière-opties: imperiale bureaucratie, leger,
kerk(bisschoppen)
Gevolg?
- Imperiale bureaucratie wordt patronagenetwerk met keizer als manager
o Verlenen van ambten, privileges, gunsten op basis van persoonlijke
relaties (clientelisme)
o Succesvolle keizer = goede manager
o Vaak mismanagement (minderjarig, slechte adviseurs)



- ‘Provincialisering’ van RR en adel = schift van centrum naar provincies
o Verval van idee Romeinse participatie, burgerschap, loyauteit aan
abstractie notie ‘Staat’
 Vroege keizertijd: ‘wat kan ik voor imperium doen’ <-> ‘wat
kan imperium voor mij doen’
 ~ vroege ME: persoonlijke loyauteit aan bepaald individu
o N-Gallië, Brittannië: opkomst lokale machthebbers = actief buiten
Rom Admin.
 Duces, comites = legeraanvoerders die meerdere civitates
beheersten
 Gemilitariseerde provinciale edellieden met privémilities

Socio-economische transformatie
Vroege keizertijd
- Economie in grote mate centraal gestuurd = sterke economie
o Bevoorrading leger en grensverdediging
o Romeinse administratie (gesalarieerde mandaten)
o Voedselvoorziening steden (annonae, graanvoorziening uit N-Afrika)
= perfectionistisch systeem
- Stimulans integratie handelsnetwerken MZ en bloei lokale handel en
nijverheid
o Ambachtelijke productie in Italië, export naar provincies
o Wegennet, eenheidsmunt, pol stabiliteit (iets wat er niet meer gaat
zijn tot de euro)
Crisis (vanaf 250)
- Terugval agrarische productie t.g.v. demografische achteruitval
o Daling fiscale inkomsten  hogere belastingdruk
o Grotere druk op vrije (kleine) boeren: impact op vrijheid
 Kunnen belastingen niet betalen
 Verkopen eigendom  worden pachters van
grootgrondbezitters (curiales)
 Vrije boeren  grondgebonden halfvrije pachters = coloni
= groot deel van hun vrijheid weg
- Handel en nijverheid
o Muntinflatie door herhaaldelijke ontwaardingen (minder edelmetalen
steken in munten)

,  ruilhandel als alternatief
o terugval in internationale handel door politieke instabiliteit
o gedeeltelijke verschuiving ambachtelijke productie en luxeproducten
 centrum  provincies
 steden  villae op platteland (grote landgoederen van
de curiales)
o einde annonae-systeem in westen in 5de E  invallen door Vandalen
in N-Afrika




De opmars van Kerk en Christendom
Voor Constantijn de Grote
- aan christelijke zijde
o Jezus gekruisigd i.o.v. Romeinse gouverneur Judea – ‘rebel tegen
Rom gezag’
o Eerste christenen: houding van samenwerking t.a.v. wereldlijke
overheden
o Anderzijds: spanning  christenen tegen keizercultus
- Aan Romeinse zijde
o Tolerantie wegens syncretisme ( = bereidt om eigen
geloofsinstellingen te verander door opname van andere goden) in
Romeinse religieuze praktijk
o Sporadische vervolgingen, meestal regionaal (door gouverneur) en
kleinschalig
o Af en toe grootschalig (o.a. onder Nero en Diocletianus)  geen
offeringen aan keizer die zichzelf als god ziet
o Wantrouwen wegens geheimzinnige en besloten sfeer (komen
samen in gesloten kringen) <-> RR: godsdienst is publiek gebeuren
= door staat georganiseerd
Vanaf Constantijn de Grote ( geen god maar plaatsvervanger van god)
 Keizer als beschermer en patroon van de kerk
- Integratie kerk in RR: Administratief, Juridisch
o Religio licita onder Constantijn (Edict van Milaan, 313)
o Staatsgodsdienst onder Theodosius I de Grote (edict van
Thessaloniki, 380)
o Keizerschap krijgt sacraal, christelijk karakter, plaatsvervanger van
god op aarde
o Kerkelijke indeling geënt op R administratieve structuren
 Patriarchen – aartsbisschoppen – bisschoppen
o Bisschoppen ontvangen rechterlijke macht in hun civitas en fiscale
immuniteit
 Interessante carrièreperspectief voor magistraten
 Laatste romeins gezag in 5de E

, - Inmenging in kerkelijke bestuur
 Oecumenisch concilie van Nicea (325) over doctrinaire
probleem met arianen  bevestiging van de Heilige
Drievuldigheid
- Strijd tegen ‘ketters’ en heidenen
- Bouw kerken (ontstaan kerkprovincies)

Deel 2 De ‘Barbaarse’ Volksverhuizingen
Definitie en afbakening
Migratie? Invasie? Verhuis?
- Soms invasie: raids, eventueel militaire overnamen door groep krijgers
- Soms migratie: mannen, vrouwen en kinderen (boerenkolonistie)
- Soms combinatie invasie en migratie (met fases)
- Meestal kleine groepen
o Vormen minderheid
- Vooral sedentaire volkeren
o Zoeken permanente nederzetting



Barbaren?
- Aanvankelijk: bevolking over grenzen RR
o Pejoratieve bijklank
o Ook bewondering over viriele, agrarische samenleving
- Gaandeweg: eerder culturele/retorische connotatie
o ‘barbarisering’ RR  etnische scheiding vervaagt
o Tegenovergestelde van Romeinse identiteit
o Pejoratieve term  Romeins leven niet omhelst

Volkeren?
- Invloed van de 19e E ‘nationale’ geschiedschrijving
- Echter geen natie, eengemaakt volk
- Meestal tijdelijke en heterogene groepen, multi-etnisch, confederaties,
allianties
Germanen?
- Verzamelnaam voor diverse, heterogene groepen van over de Rijn en
Donau
- Geen eengemaakte Germaanse natie of beschaving
Algemene kanttekeningen
- ‘Barbaren’ al grotendeels geïntegreerd in 5de E RR
o Bevochten Romeinen, maar ook in dienst van of in alliantie met
Romeinen (foederati < foedus = verdrag)  bevochten andere
‘barbaren’
- Geen ‘opstandelingen’ die RR omverwerpen
o Vele confederaties en rijken zoeken duurzame integratie binnen Rijk
o Botsingen voornamelijk over de modaliteit van de verhoudingen

, o ‘barbaren’ beschouwen zich als erfgenamen of behouders RR

Periodisering
Ongeveer 200 jaar (ca. 370-568)
- Sedentaire volkeren van aan grenzen vestigen zich binnen Rijk
- Na 6de E conflicten en invallen vanuit periferie
o O.a. Noormannen, Saracenen en Magyaren

Verklaringsmodellen
Externe factoren  Hunnen als katalysator voor plotse exogene shock
Kern: Romeinse rijk is gevallen door exogene shok van barbaarse invallers
veroorzaakt door de Hunnen
De hunnen:
- Groepen nomaden uit W-Euraziatische, Pontisch-Kaspische steppe
- Contacten met ORR: raids  slaven, buit en tribuut, ook huurlingen
- Historische reputatie geweld, terreur  Romeinen spreken er enorm
negatief over




Waar zaten de hunnen:
- Hunnenrijk in Euraziatische steppe
o 1e keer ten noorden van Donau in 370  tussen Zwarte Zee en
Hongarije
 Mogelijks verplaatsing door klimaatveranderingen
o Begin 5de E: gebied tussen Baltische en Kaspische Zee
 Raids, leven van buit en tribuut van ORR
- Korte passage in Gallië
o Inval onder Attila in 450  verslagen in 451 op Catalaunische velden
o Tegen coalitie van Franken, Goten en Romeinen o.l.v. Aetius
- Italiaanse campagne en einde
o 452, door N-Italië  plundering van Rome verhinderd
 Verhinderd door paus Leo I of epidemie (hadden problemen
met bevoorrading)
o Richting ORR maar Attila sterft (453) (door bloedneus op zijn
huwelijksnacht, wrs een hersenbloeding door te veel drank)
 Heeft een zoon maar is niet waardig
 Verdeeldheid  vallen uiteen
 Verslagen in 454 door barbaren
Impact?
- Directe impact: beperkt
o Nooit significante dreiging
o In Donau-bekken nemen andere volkeren plaats in
 Pannonia, Moesia( Ostrogoten), Dacia(Gepiden)

,  Velen sluiten Foedus met ORR
- Indirecte impact: Val WRR?
o Domino-effect: jhunnen drijven andere confederaties voor zich uit?
 Germanen bang van hunnen  gaan grens oversteken naar
RR
o Rome niet bestand tegen exogene shock van voortgedreven
volkeren
 Barbaren beter en sterker georganiseerd dan hun
voorgangers (darwinistische evolutie)
o Eco kwetsbaarheid verergerd door plunderingen en geweld
 Konden het leger niet meer deftig financieren
Kritiek op verklaring
- Rome als een passief en weerloos slachtoffer
- Negatie van integratie ‘barbaren’ in het RR
o Vaak met toelating van RR
- Negatie van transformatie van het RR
o miskent transformatie en flexibiliteit in hun omgang met barbaarse
volkeren
- Overschatting van exogene shock van invallers
 Model staat hand in hand met het ‘catastrofe model’ = bruuske implosie
na verval




Interne factoren  transformatie van het Rijk en gewijzigde interacties met
barbaren
Wat?
- Volksverhuizingen en barbaarse rijken zijn het gevolg van gewijzigde
interacties
- Politieke transformaties binnen volkeren zelf (ontstaan grotere
confederaties)
o Meer druk zetten wegens meer manschappen
- Verschillende vormen van leiderschap
o Verschillende termen  onduidelijk verschil
 Warlords (kort termijn) = autoriteit berust op succes op
slagveld & uitwisselen van gunsten en giften
 Sacrale leider (lang termijn) = autoriteit berust op
bovennatuurlijke
o Via verkiezingen, loting of overerving

Wie?
- Reeks koninkrijkjes aan grenzen
o Afhankelijk (deels) <-> autonoom

Wanneer?

, - Vroege keizertijd:
o Fragmentatie volkeren door stabiele en proactieve Romeinse
grensverdediging
- Crisis derde eeuw
o Minder waakzaam & grotere confederaties  steken vaker grens
over
 Grenzen zijn geen ondoordringbare barrières, veel culturele ‘osmose’

Hoe?  gewijzigde interacties tussen barbaren aan grenzen en Rome
- Tribuut (3e en 4e E): conflicten aan de grens afkopen
o Politieke crisis 3e E: verzwakte grensverdediging  raids  onrust
aan de Romeinse top
o Schenking door Rom overheden van kostbare voorwerpen aan lokale
barbaarse leiders (tribuut)
o Gevolg: accumulatie rijkdom & machtsconsolidatie barbaarse leiders
 meer krijgers begunstigen en verzekeren van hun loyauteit
 Ontstaan grotere confederaties  kunnen meer druk zetten
 Toch afhankelijk geworden van influx rijkdommen
- Foedus (2 helft 4e en 5e E): bewuste Rom strategie van integratie van
e

specifieke groepen barbaren in rijk
o Verdrag (=foedus) tussen een barbaarse confederatie en RR:
vesteging in RR en verdediging grenzen tegen andere barbaren
o Onderhandeling, soms dispuut over modaliteit (: kwaliteit land,
soldij, bevoorrading en status leider
o Voor Rom keizers en pretendenten: nood aan rekruten leger en
bondgenoten in strijd keizerschap
 Ookal niet altijd even loyaal wegens eigen agenda
o Voor provinciale elites: barbaarse machthebbers nabijer en
toegankelijker dan imperiale bureaucratie



Crisis aan de grenzen (380-420)
Noordoostelijke periferie: de Rijn
- 388: Dood Magnus Maximus (WRR) = Spaanse generaal en keizer-
pretendent, grijpt macht in W na verdrijven van Valentianus II
o Verslagen door Theodosius de Grote (388), keizer ORR verenigd met
WRR onder 1 keizer
o Uitkomst? = verzwakking en terugtrekken van R aanwezigheid in N-
Gallië en Brittannië
 Bloedige campagnes  decimering legers van Maximus
 Disruptieve impact op grensverdediging (veel legioenen
weggehaald)
 machtsvacuüm
 Romeinse ambtenaren vluchten naar Z, hoofdplaats Gallië
van Trier naar Arles
einde Rom bestuurlijke en militaire aanwezigheid in Brittannië en
N-Gallië
- 406: oversteek barbaren aan de rijn bij Mainz
$4.18
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada


Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
AnoniemeStudentGeschiedenis Katholieke Universiteit Leuven
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
4
Miembro desde
4 semanas
Número de seguidores
0
Documentos
3
Última venta
2 semanas hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes