Marketing
Debra Wulff | 3AJAV | 25/26
Inhoud
1 - Marketing in een bedrijf ........................................................................................ 4
1a - De taak en verantwoordelijkheid van de marketingorganisatie en
marketingfunctie in een bedrijf: bedenken, plannen en uitvoeren van activiteiten
voor doelgroepen, het verwerven en behouden van afnemers/klanten en
verantwoordelijk voor de uitvoering en resultaten van het
marketingplanningsproces .................................................................................. 4
1b - De functies en plaats van de functies in een marketingorganisatie ................ 4
1c - De onderdelen van het marketingplanningsproces, SWOT-analyse en
confrontatiematrix .............................................................................................. 4
1d – marketingdoelstellingen SMART ................................................................... 5
1e - de verschillende beslissingsniveaus (strategisch, tactisch en operationeel)
binnen een organisatie ........................................................................................ 5
1f - de begrippen online marketing, social media marketing, affiliate marketing, e-
mail marketing, contentmarketing, zoekmachinemarketing, e-commerce,
dropshipping, d2c, white label, provate label, abbonnementdiensten ................. 5
2 - analyse van de marketingomgeving ....................................................................... 6
2a - beheersbare en niet-beheersbare marketingomgevingen, micro-, meso-,
macro-omgeving – h1.2........................................................................................ 6
2b - interne analyse en externe analyse (Afnemers, Bedrijfstak, Concurrentie,
Distributie) .......................................................................................................... 6
2c - een SWOT-analyse met behulp van aangedragen informatie van een interne
en externe analyse en het combineren en beoordelen van de uitkomsten ........... 7
3 - positionering ....................................................................................................... 7
3a - de begrippen commercieel aanbod en waardepropositie .............................. 7
3b - de begrippen onderscheidend vermogen en unique selling point (USP) ......... 7
3c - het begrip positionering ................................................................................ 7
3d - het begrip core business ............................................................................... 8
3e - commerciële samenwerkingsvormen: inkoopcombinatie, in- en
verkoopvereniging, coöperatie, franchiseorganisatie, vrijwillig filiaalbedrijf,
1
, dealerorganisatie, agentschap, shop-in-the-shop, licentie, joint venture, affiliate
marketing, online marktplaatsen......................................................................... 8
4 - Segmentatie ........................................................................................................ 9
4a - de begrippen: marktsegment, segmentatie, segmentatiecriteria .................. 9
4b - de eisen aan een marktsegment: omvang, meetbaarheid, duidelijk te
onderscheiden, bereikbaarheid en bewerkbaarheid ............................................ 9
4c - benadering marktsegmenten: geconcentreerd, gedifferentieerd,
ongedifferentieerd of één-op- één ....................................................................... 9
5 - marktonderzoek................................................................................................. 10
5a - marktonderzoek .......................................................................................... 10
5b – primair, secundair marktonderzoek, kwantitatief en kwalitatief onderzoek 10
6 - marketingmix en de marketinginstrumenten product en plaats ............................. 11
6a – marketingmix ............................................................................................. 11
6b - de eigenschappen van een product, 5 productniveaus van Kotler, diensten,
productmix, productontwikkelcyclus, productsoorten en indelingen, copeland
classificatie, onafhankelijke, substitutie, complementaire, inferieure,
noodzakelijke en luxe goederen ......................................................................... 11
6c - de assortimentsdimensies .......................................................................... 13
Merk, functies, imago, logo, merkbekendheid, merkvoorkeur en merkentrouw,
soorten merken ................................................................................................ 13
6d - de functies van een verpakking ................................................................... 14
6e - bewegingen in de bedrijfskolom (differentiatie, voorwaartse/ achterwaartse
integratie, parallellisatie en specialisatie) ......................................................... 15
6f - de functies van de belangrijkste schakels in de bedrijfskolom: oerproducent,
importeur, exporteur, eindproducent, groothandel, detailhandel en eindgebruiker
.......................................................................................................................... 15
6g - de onderdelen van het plaatsbeleid: 1. vestigingsplaats, 2. verkoopkanaal en
3. fysieke distributie .......................................................................................... 15
6h - het begrip leveringscondities: franco, niet franco, af fabriek, af magazijn .... 16
6i - verkoopkanalen ........................................................................................... 16
6j - de kenmerken van de beurs als verkoopkanaal en communicatiekanaal:
interactief medium, voordelen voor een beursdeelname en een beursbezoeker 16
7 - marketinginstrumenten promotie/communicatie en prijs...................................... 17
7a - onderdelen communicatieproces ............................................................... 17
2
, 7b - de voorwaarden voor effectieve communicatie ........................................... 18
7c - basismodel zender-ontvanger en AIDA-model ............................................. 19
7d - subinstrumenten van de promotiemix (communicatie) ............................... 19
7e - marketingtechnieken .................................................................................. 20
7f - de pullstrategie (trekdistributie) en de pushstrategie (duwdistributie) .......... 20
7g - het begrip content: alle leesbare, zichtbare of hoorbare inhoud van een
medium tekst, beeld, geluid zowel online als offline .......................................... 20
3
Debra Wulff | 3AJAV | 25/26
Inhoud
1 - Marketing in een bedrijf ........................................................................................ 4
1a - De taak en verantwoordelijkheid van de marketingorganisatie en
marketingfunctie in een bedrijf: bedenken, plannen en uitvoeren van activiteiten
voor doelgroepen, het verwerven en behouden van afnemers/klanten en
verantwoordelijk voor de uitvoering en resultaten van het
marketingplanningsproces .................................................................................. 4
1b - De functies en plaats van de functies in een marketingorganisatie ................ 4
1c - De onderdelen van het marketingplanningsproces, SWOT-analyse en
confrontatiematrix .............................................................................................. 4
1d – marketingdoelstellingen SMART ................................................................... 5
1e - de verschillende beslissingsniveaus (strategisch, tactisch en operationeel)
binnen een organisatie ........................................................................................ 5
1f - de begrippen online marketing, social media marketing, affiliate marketing, e-
mail marketing, contentmarketing, zoekmachinemarketing, e-commerce,
dropshipping, d2c, white label, provate label, abbonnementdiensten ................. 5
2 - analyse van de marketingomgeving ....................................................................... 6
2a - beheersbare en niet-beheersbare marketingomgevingen, micro-, meso-,
macro-omgeving – h1.2........................................................................................ 6
2b - interne analyse en externe analyse (Afnemers, Bedrijfstak, Concurrentie,
Distributie) .......................................................................................................... 6
2c - een SWOT-analyse met behulp van aangedragen informatie van een interne
en externe analyse en het combineren en beoordelen van de uitkomsten ........... 7
3 - positionering ....................................................................................................... 7
3a - de begrippen commercieel aanbod en waardepropositie .............................. 7
3b - de begrippen onderscheidend vermogen en unique selling point (USP) ......... 7
3c - het begrip positionering ................................................................................ 7
3d - het begrip core business ............................................................................... 8
3e - commerciële samenwerkingsvormen: inkoopcombinatie, in- en
verkoopvereniging, coöperatie, franchiseorganisatie, vrijwillig filiaalbedrijf,
1
, dealerorganisatie, agentschap, shop-in-the-shop, licentie, joint venture, affiliate
marketing, online marktplaatsen......................................................................... 8
4 - Segmentatie ........................................................................................................ 9
4a - de begrippen: marktsegment, segmentatie, segmentatiecriteria .................. 9
4b - de eisen aan een marktsegment: omvang, meetbaarheid, duidelijk te
onderscheiden, bereikbaarheid en bewerkbaarheid ............................................ 9
4c - benadering marktsegmenten: geconcentreerd, gedifferentieerd,
ongedifferentieerd of één-op- één ....................................................................... 9
5 - marktonderzoek................................................................................................. 10
5a - marktonderzoek .......................................................................................... 10
5b – primair, secundair marktonderzoek, kwantitatief en kwalitatief onderzoek 10
6 - marketingmix en de marketinginstrumenten product en plaats ............................. 11
6a – marketingmix ............................................................................................. 11
6b - de eigenschappen van een product, 5 productniveaus van Kotler, diensten,
productmix, productontwikkelcyclus, productsoorten en indelingen, copeland
classificatie, onafhankelijke, substitutie, complementaire, inferieure,
noodzakelijke en luxe goederen ......................................................................... 11
6c - de assortimentsdimensies .......................................................................... 13
Merk, functies, imago, logo, merkbekendheid, merkvoorkeur en merkentrouw,
soorten merken ................................................................................................ 13
6d - de functies van een verpakking ................................................................... 14
6e - bewegingen in de bedrijfskolom (differentiatie, voorwaartse/ achterwaartse
integratie, parallellisatie en specialisatie) ......................................................... 15
6f - de functies van de belangrijkste schakels in de bedrijfskolom: oerproducent,
importeur, exporteur, eindproducent, groothandel, detailhandel en eindgebruiker
.......................................................................................................................... 15
6g - de onderdelen van het plaatsbeleid: 1. vestigingsplaats, 2. verkoopkanaal en
3. fysieke distributie .......................................................................................... 15
6h - het begrip leveringscondities: franco, niet franco, af fabriek, af magazijn .... 16
6i - verkoopkanalen ........................................................................................... 16
6j - de kenmerken van de beurs als verkoopkanaal en communicatiekanaal:
interactief medium, voordelen voor een beursdeelname en een beursbezoeker 16
7 - marketinginstrumenten promotie/communicatie en prijs...................................... 17
7a - onderdelen communicatieproces ............................................................... 17
2
, 7b - de voorwaarden voor effectieve communicatie ........................................... 18
7c - basismodel zender-ontvanger en AIDA-model ............................................. 19
7d - subinstrumenten van de promotiemix (communicatie) ............................... 19
7e - marketingtechnieken .................................................................................. 20
7f - de pullstrategie (trekdistributie) en de pushstrategie (duwdistributie) .......... 20
7g - het begrip content: alle leesbare, zichtbare of hoorbare inhoud van een
medium tekst, beeld, geluid zowel online als offline .......................................... 20
3