H1: BOUWSTENEN VAN EEN DISCIPLINE EN EEN PRAKTIJK
1.1 INLEIDING
Zoals lego je krijgt een set v (bouw)stenen = metafoor = elke wetenschap discipline kan je vergelijken
met lego
Bouwstenen = concepten & huis = communicatiemodel
1.2 TEKEN EN BETEKENISVOL COMMUNICEREN
Kernvraag: hoe ontstaat betekenis?
o Betekenis v een woord bepaald uitspraak vb 1981
Lett = duizendnegenhonderd…
Geboortejaar = negentienhonderd…
1/ Basisconcepten:
o Semiotiek = bestudeert de wijze waarop tekens functioneren en hoe ze betekenis doen ontstaan
(overkoepelend veld)
o Subdomeinen:
Fonologie = studie v klanken & kleinste eenheden (letters)
Syntaxis = studie v taalconventies en betekenisvolle patronen van tekens (soort
chronologie/woordniveau v letters)
Semantiek = relatie tssn teken en betekenis v een teken (vb logos & symbolen)
Pragmatiek = relatie tssn betekenis en gebruiker vh teken (sociale factoren die rol spelen in
proces v betekeniscreatie (vb gebruiksvriendelijk of niet)
o Intensie vs extensie van een teken (semantiek)
Intensie = het geheel v criteria die v toepassing is op een bepaald object
Extensie = klasse v zaken waarop criteria correct is toegepast
o Vb democratie, romantische komedie, champagnevoetbal
o Bron v miscommunicatie extensies kunnen vr iedereen verschillen vb iets kan
romantisch zijn vr iem en vr de andere niet
, o Teken:
Betekenaar/Sa/signifiant = materiële betekenisvorm die verwijst naar een bepaald object
o vb foto, schrift, uitspraak, tekening
Betekende/Se/signifié = dat waar de tekenvorm naar verwijst/def v object
o = betekenis, concept, object
Verband tssn betekenaar & betekende = arbitrair & puur toeval
o op historische/etymologische afspraak gebasseerd
o code is afspraak die we maken om overeen te kolen & te communiceren
o Referent = het eigenlijke fysieke object waar het teken naar verwijst (is er niet altijd (bv liefde)
Sa = AUTO
Se = voertuig met vier wielen
Referent = porsche, kleine mini,…
o Dus referent heeft sws alle kenmerken van Sa en Se maar kan bij ied verschillend
zijn
o Significatie met niveaus
Denotatie (primair) = Se = lett wikipedia betekenis v een teken
Connotatie (secundair) = bijbetekenis & hangt samen met Sa à hoe gaat teken zich
materialiseren? (= fig betekenis v een woord)
o Evaluatieve lading = +,- of neutraal
o Referentiële lading = afh v persoon tot persoon, concept to concept
o Dus afh hoe het zich materieel voorstelt
--> VB EX VRAAG: is connotatie goed gebruikt?
--> Ja, tweede niv v bijbetekenis à veg associeren we met saai en niet lekker, plantaardig is hip en
cool MAAR hangt ook af v p tot p
, 2/ Tekensystemen
PEIRCE DE SAUSSURE
Betekenis ontstaat in een driehoeksrelatie tssn: Betekenis ontstaat uit relaties tssn tekens zelf, niet
Teken – object – interpretant met een object
Kernidee à betekenis ligt in zijn tegengestelden: als je koud
weet, weet je ook wat warm is (niet koud)
Elem Representamen = vorm vh teken Betekenaar (signifiant) = alles wat betekenis
Object = waarnaar het teken verwijst draagt/vorm vh teken à(klanken/letters)
Interpretant = extra betekenis die aan teken w
gegeven obv eigen ervaring Betekende (signifié) = concept dat het
oproept
àbv idee v student zijn
Betekende w betekenaar (betekenisdrager) vr
ander teken op die mnr w de beteknis v een
teken bepaald dr de wijze wrp het zich
onderscheidt v andere tekens
= relationeel & associatief proces
Vb het woord peuter kent zijn betekenis dr het feit
dat we ook weten wat ‘volwassen’, ’tieners’,.. zijn
Directe relatie: teken verwijst naar een object in de Geen directe relatie met een object à betekenis
Relatie werkelijkheid komt uit verschillen tssn tekens
teken-object
= extra betekenis of associatie die bij iem ontstaat / = mentale concepten waarmee we de ons
het betekeniseffect dat w opgewekt bij omringende werkelijkheid kunnen indelen &
tekengebruiker categoriseren concept ontstaat dr contrast met
Interpretant/ andere tekens
Betekende
= betekenis ontstaan uit arbitraire relatie tssn
tekens onderling
à vb je weet wat een “appel” is, drdr weet je dat
een “banaan” iets anders is, geen appel
, Teken: “Student” Teken: “Student”
Rep: “STUDENT” (Sa) Betekenaar: “student” als klank/woord
Object: persoon aan hogeschool (Se) Betekende: concept v student zijn
Interpretant: + of – beeld v studenten obv Betekenis: ontstaat door verschil met “docent”,
ervaring “lln”, enz
Vb
SYNTAGMA:
= horizontale relatie
2 soorten = combo v tekens volgens bepaalde specifieke
relaties: volgorde in een betekenisvolle structuur
Paradigma & / - vb ‘ik drink koffie’ , niet ‘drink koffie ik’
syntagma = gram/semantisch verschil
- volgorde maaltijden (voor, hoofd, dessert)
= niet-taalkundige relaties
PARADIGMA:
= verticale relatie v hoe betekenis w
geconstrueerd dr substitutie of afwezigheid/
selectie uit reeks mogelijke tekens
- vb koffie, limonade en bier behoren tot
idem selectie/paradigme
à je kan ‘ik drink bier’ , mr niet ‘ik drink
gras’