belangrijkste oorzaak van sterfte. Meest voorkomende: huid-,
uitgedrukt in vijfjaarsoverleving, gezonde leefstijl, bescherming huid tegen uv- gericht op preventie, curatieve behandeling,
borst-, long-, prostaat- en dikkedarmkanker.
varieert per type kanker en het straling, bepaalde vaccinaties nazorg, palliatieve en terminale zorg
Risicofactoren zijn: leeftijd; 50% boven de 70, <2%
stadium. bevolkingsonderzoeken; naar een colorectaal-, naast monitoren problemen en bijwerkingen
jonger dan 30, erfelijke factoren, leefstijlfactoren
recidief: terugkomend mamma- en cervixcarcinoom ook psychosociale ondersteuning
(roken, beweging etc), overgewicht, omgevingsfactoren,
terminale zorg: bij korte erfelijkheidsonderzoek lastermeter: schaal, gaat in op lichamelijk,
verminderde afweer
levensverwachting preventieve operatie: bij zorgvragers met emotioneel, praktisch, gezins-, sociale, en
adjuvante: aanvullende behandeling na operatie
bij de vormen komende hst erfelijke aanleg voor mammacarcinoom spirituele problemen
neo-adjuvant: behandeling voorafgaand aan de operatie
Met bloedonderzoek speciale INLEIDING & VERPLEEGKUNDIGE
tumormarkers bepalen. (zoals PROGNOSE PREVENTIE AANDACHTSPUNTEN
RISICOFACTOREN
PSA; prostaat- specifiek
antigeen, en CEA; cercino-
embryonaal antigeen)
verder kijken naar andere
afwijkingen bloed OPERATIE
verwijderen van de kwaadaardige tumor
LABATORIUM-
en indien mogelijk omliggend weefsel,
ONDERZOEK
lymfeklieren en soms metastasen
röntgenonderzoek; zoals mammografie
en computeromografie (CT-scan). beschadigd DNA tumorcellen → geen cel
Diagnostisch onderzoek
magnetic resonance imaging (MRI) RADIOTHERAPIE
groei/mitose. brachyth.; zaadjes; minder
combi positronemissietomograftie (PET) BEELDVORMEND schade. Progtonenth.: nieuw, gerichter
en CT/MRI-scan ONDERZOEK
echografie m.b.v. med; cytostatica (i.v) goede en
Behandeling
CHEMOTHERAPIE
kwaadaardige cellen doden/remen door
microscopisch onderzoek van weefsel beschadigen DNA.
(histologie; biopt) en cellen (cytologie; HISTOLOGIE EN
CYTOLOGIE
KANKER bij tumoren die groeien o.i.v. hormonen;
punctie vocht in tumor/uitstrijkje) nodig HORMOONTHERAPIE
voor vorm kanker. blokkeert (med. of verwijdering produc-
terend orgaan) productie effect hormoon
bapaling stadium kanker; gekoppeld aan
H4
STADIËRING DOELGERICHTE EN remt tumor specifieke eiwitten of
inzet behandeling en verwachte prognose:
IMMUUNTHERAPIE bloedvatgroei. immuuntherapie: versterkt
TNM/G-systeem gebruikt
T: tumor, t1-t4 geeft grootte en mate im.systeem; zelf cellen vernietigen
doorgroei omgeving tumor aan. Tis geeft STAMCEL-
voorstadium zonder invasieve groei aan. TRANSPLANTATIE Na hoge dosis
N: nodus/lymfeklier, N0(niks)-N3 geeft chemo/radiotherapie:
aan of tumor is uitgezaaid naar de lymfe. stamceltransplantatie nodig,
M: metastasen, M0(geen)-M1(wel), omdat bloedcelvorming
aanwezigheid hematogene/ lymfogene wordt onderdrukt.
metastasering. ETIOLOGIE & Stamcellen: eigen voor
G: graad differentiatie, G1 tot G4 PATHIOLOGIE
SYMPTOMEN behandeling (autoloog) of
hoe hoger hoe kwaadaardiger. van donor (allogeen).
mitose zorgt voor verdubbeling DNA, bij foutjes geprogammeerde celdood (apotose). Een
tumor benigne (goed) of maligne (kwaad) ontstaat doordat cellen ongeremd delen. hangen af van plaats, tumorgrootte, doorgroei in/of druk
kanker ontstaat door mutaties (al liggend op DNA of gedurende het leven ontstaan) van op omgeving.
DNA in celkern lichaamscellen en een verstoorde apoptose. bij metastasen kunnen symptomen van verschillende
DNA bevat specifieke genen (proto-oncogenen) die celgroei en mitose bevorderen. de orgaanstelsels optreden
tumorsuppressorgenen gaan celgroei en mitose tegen. algemeen: vermoeidheid ( → door kanker zelf, anemie
vaak proces van jaren. Carcinogenen: kankerverwekkende factoren buiten het lichaam. (gevolg tumor) of behandeling, psychische factoren),
metastasen (uitzaaiingen) ontstaat door invasieve groei, hierbij zijn tumorcellen losgeraakt →
gewichtsverlies ( slikken pijnlijk, vermoeidheid,
en via de lymfe (lymfogeen) of via bloedvaan (hematogeen) verspreid. verhoogd metabolisme) en pijn.
uitgedrukt in vijfjaarsoverleving, gezonde leefstijl, bescherming huid tegen uv- gericht op preventie, curatieve behandeling,
borst-, long-, prostaat- en dikkedarmkanker.
varieert per type kanker en het straling, bepaalde vaccinaties nazorg, palliatieve en terminale zorg
Risicofactoren zijn: leeftijd; 50% boven de 70, <2%
stadium. bevolkingsonderzoeken; naar een colorectaal-, naast monitoren problemen en bijwerkingen
jonger dan 30, erfelijke factoren, leefstijlfactoren
recidief: terugkomend mamma- en cervixcarcinoom ook psychosociale ondersteuning
(roken, beweging etc), overgewicht, omgevingsfactoren,
terminale zorg: bij korte erfelijkheidsonderzoek lastermeter: schaal, gaat in op lichamelijk,
verminderde afweer
levensverwachting preventieve operatie: bij zorgvragers met emotioneel, praktisch, gezins-, sociale, en
adjuvante: aanvullende behandeling na operatie
bij de vormen komende hst erfelijke aanleg voor mammacarcinoom spirituele problemen
neo-adjuvant: behandeling voorafgaand aan de operatie
Met bloedonderzoek speciale INLEIDING & VERPLEEGKUNDIGE
tumormarkers bepalen. (zoals PROGNOSE PREVENTIE AANDACHTSPUNTEN
RISICOFACTOREN
PSA; prostaat- specifiek
antigeen, en CEA; cercino-
embryonaal antigeen)
verder kijken naar andere
afwijkingen bloed OPERATIE
verwijderen van de kwaadaardige tumor
LABATORIUM-
en indien mogelijk omliggend weefsel,
ONDERZOEK
lymfeklieren en soms metastasen
röntgenonderzoek; zoals mammografie
en computeromografie (CT-scan). beschadigd DNA tumorcellen → geen cel
Diagnostisch onderzoek
magnetic resonance imaging (MRI) RADIOTHERAPIE
groei/mitose. brachyth.; zaadjes; minder
combi positronemissietomograftie (PET) BEELDVORMEND schade. Progtonenth.: nieuw, gerichter
en CT/MRI-scan ONDERZOEK
echografie m.b.v. med; cytostatica (i.v) goede en
Behandeling
CHEMOTHERAPIE
kwaadaardige cellen doden/remen door
microscopisch onderzoek van weefsel beschadigen DNA.
(histologie; biopt) en cellen (cytologie; HISTOLOGIE EN
CYTOLOGIE
KANKER bij tumoren die groeien o.i.v. hormonen;
punctie vocht in tumor/uitstrijkje) nodig HORMOONTHERAPIE
voor vorm kanker. blokkeert (med. of verwijdering produc-
terend orgaan) productie effect hormoon
bapaling stadium kanker; gekoppeld aan
H4
STADIËRING DOELGERICHTE EN remt tumor specifieke eiwitten of
inzet behandeling en verwachte prognose:
IMMUUNTHERAPIE bloedvatgroei. immuuntherapie: versterkt
TNM/G-systeem gebruikt
T: tumor, t1-t4 geeft grootte en mate im.systeem; zelf cellen vernietigen
doorgroei omgeving tumor aan. Tis geeft STAMCEL-
voorstadium zonder invasieve groei aan. TRANSPLANTATIE Na hoge dosis
N: nodus/lymfeklier, N0(niks)-N3 geeft chemo/radiotherapie:
aan of tumor is uitgezaaid naar de lymfe. stamceltransplantatie nodig,
M: metastasen, M0(geen)-M1(wel), omdat bloedcelvorming
aanwezigheid hematogene/ lymfogene wordt onderdrukt.
metastasering. ETIOLOGIE & Stamcellen: eigen voor
G: graad differentiatie, G1 tot G4 PATHIOLOGIE
SYMPTOMEN behandeling (autoloog) of
hoe hoger hoe kwaadaardiger. van donor (allogeen).
mitose zorgt voor verdubbeling DNA, bij foutjes geprogammeerde celdood (apotose). Een
tumor benigne (goed) of maligne (kwaad) ontstaat doordat cellen ongeremd delen. hangen af van plaats, tumorgrootte, doorgroei in/of druk
kanker ontstaat door mutaties (al liggend op DNA of gedurende het leven ontstaan) van op omgeving.
DNA in celkern lichaamscellen en een verstoorde apoptose. bij metastasen kunnen symptomen van verschillende
DNA bevat specifieke genen (proto-oncogenen) die celgroei en mitose bevorderen. de orgaanstelsels optreden
tumorsuppressorgenen gaan celgroei en mitose tegen. algemeen: vermoeidheid ( → door kanker zelf, anemie
vaak proces van jaren. Carcinogenen: kankerverwekkende factoren buiten het lichaam. (gevolg tumor) of behandeling, psychische factoren),
metastasen (uitzaaiingen) ontstaat door invasieve groei, hierbij zijn tumorcellen losgeraakt →
gewichtsverlies ( slikken pijnlijk, vermoeidheid,
en via de lymfe (lymfogeen) of via bloedvaan (hematogeen) verspreid. verhoogd metabolisme) en pijn.