100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

samenvatting IRW deel 2

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
115
Subido en
04-01-2026
Escrito en
2025/2026

volledige samenvatting van IRW (uit het boek ) van deel 2 (deel 1 ook beschikbaar)

Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
4 de enero de 2026
Número de páginas
115
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

IRW DEEL 2



Inleiding tot de rechtswetenschap
AFDELING VI: ANDERE RECHTSBRONNEN?


1) RECHTSPRAAK EN GERECHTELIJKE ORGANISATIE
a) Inrichting van hoven en rechtbanken
De hoven en rechtbanken oefenen de rechterlijke macht uit volgens art. 40 Gw.. Rechtbanken
zijn gevestigd op het niveau van kantons en arrondissementen; hun rechters spreken vonnissen
(un jugement) uit. Hoven bestaan uit raadsheren die arresten (un arrêt) uitspreken.
Naast deze rechterlijke rechtscolleges bestaan er administratieve rechtscolleges, die behoren
tot de uitvoerende macht.
De Hoge Raad voor de Justitie (le Conseil supérieur de la Justice) speelt een centrale rol in de
gerechtelijke organisatie. Belangrijke bepalingen zijn te vinden in de grondwetsherziening van 20
november 1998 (art. 151 Gw.) en de wet van 22 december 1998. Artikel 151, § 1 Gw. verankert
uitdrukkelijk het principe van rechterlijke onafhankelijkheid. De Hoge Raad heeft ruime
bevoegdheden op het vlak van de werving en opleiding van magistraten en de externe controle
op de werking van de rechterlijke macht (art. 151, § 2-5 Gw.). Daarnaast werden benoemingen
geobjectiveerd, sommige mandaten tijdelijk gemaakt en is er periodieke evaluatie van
magistraten voor kwaliteitscontrole (art. 151, § 6 Gw.).

Algemene principes
Eenheid van rechtspraak
Ratio: bij de interpretatie en toepassing van het recht is het wenselijk dat rechtbanken en hoven
een zekere eensgezindheid tonen, zodat vonnissen niet te veel verschillen tussen rechtbanken.
Piramidiale gerechtelijke organisatie: de gerechtelijke organisatie is piramidaal: zaken starten bij
lagere rechtbanken, hoger beroep kan door hogere rechtbanken of hoven worden behandeld, en
uiteindelijk kan het Hof van Cassatie beslissingen verbreken. Voor sommige rechtsgebieden
bestaan er Europese hogere rechtbanken: het Europees Hof van de Rechten van de Mens
(Straatsburg, na uitputting interne rechtsmiddelen) en het Europees Hof van Justitie
(Luxemburg).
Dubbele aanleg
Elk geschil kan in hoger beroep volledig opnieuw behandeld worden door een andere
rechtsmacht om partijen te beschermen tegen fouten of willekeur van een rechter.
Uitzonderingen zijn minder belangrijke geschillen of zaken met voorrecht van rechtsmacht (bv.
magistraten, ministers).
De eerste behandeling van een zaak heet ‘eerste aanleg’. Hoger beroep is de tweede
behandeling door een ander rechtscollege. Bij zaken die niet vatbaar zijn voor hoger beroep (bv.
geschillen <2.500 € of <2.000 € bij de vrederechter) is de eerste aanleg meteen ook de laatste
(art. 617 Ger.W.).
Een derde aanleg bestaat niet. Procedures in cassatie of bij het Europees Hof van de Rechten
van de Mens of het Europees Hof van Justitie gelden niet als derde aanleg, omdat het geschil
daar nooit volledig opnieuw wordt behandeld.
Specialisatie van de rechtbanken

,IRW DEEL 2


Elke rechtbank is bevoegd voor geschillen binnen een bepaald domein van het recht; dit noemt
men de materiële bevoegdheid.
Door de omvang en complexiteit van de wetgeving bestaan er gespecialiseerde rechtbanken of
secties, zoals strafrecht, familie- en jeugdrecht, ondernemingsrecht, sociaal recht, burgerlijk
recht en militair strafrecht. Binnen sommige domeinen, zoals het strafrecht, varieert de
bevoegdheid naargelang de ernst van het misdrijf (politierechtbank, correctionele rechtbank,
assisenhof).
De samenstelling van de rechtbank kan worden aangepast aan het type geschil: één of meer
rechters, beroepsrechters, lekenrechters of een jury. Zo bestaat de ondernemingsrechtbank uit
één professionele rechter en twee lekenrechters met kennis van de ondernemingswereld. De
voorzitter kan ook zitting houden in kort geding en dringende maatregelen treffen.
Territoriale organisatie van de rechtbanken
Elke rechtbank is bevoegd voor een bepaald grondgebied; dit noemt men de territoriale
bevoegdheid. De gerechtelijke organisatie is territoriaal gestructureerd.
De laagste rechtbanken zijn bevoegd voor een kanton (162 gerechtelijke kantons, niet altijd gelijk
aan de 208 kieskantons). Op kantonaal niveau is er het vredegerecht.
Op arrondissementeel niveau (12 gerechtelijke arrondissementen) bevinden zich de
politierechtbanken, de rechtbank van eerste aanleg (met vier secties: burgerlijke rechtbank,
correctionele rechtbank, familie- en jeugdrechtbank, strafuitvoeringsrechtbank) en de
arrondissementsrechtbank. De zetel van de rechtbank van eerste aanleg is meestal in de
provinciehoofdstad, maar er zijn ook zittingsplaatsen buiten de hoofdzetel.
Op provinciaal niveau zijn er de assisenhoven en arbeidshoven, die door interne afdelingen in de
provinciehoofdplaatsen zetelen.
Het ressort van de hoven van beroep omvat vijf hoven van beroep en de arbeidshoven. Het
Belgische grondgebied is daarvoor in vijf delen verdeeld: Brussel (Vlaams- en Waals-Brabant en
tweetalig gebied), Gent (Oost- en West-Vlaanderen), Antwerpen (Antwerpen en Limburg), Luik
(Luik, Namen, Luxemburg), en Bergen (Henegouwen). Voor Antwerpen, Gent en Luik geldt dit
ook voor arbeids- en ondernemingsrechtbanken; in Henegouwen zijn die in Bergen en Charleroi.
Op nationaal niveau is het Hof van Cassatie bevoegd voor het hele Belgische grondgebied.
Op internationaal niveau zijn er het Europees Hof van Justitie en het Europees Hof voor de
Rechten van de Mens.

,IRW DEEL 2


Verschillende burgerlijke rechtscolleges en hun bevoegdheden
Vredegerecht
In elk gerechtelijk kanton is één vredegerecht (la justice de paix) ingesteld. Het vredegerecht
staat dicht bij de rechtsonderhorige en behandelt uiteenlopende geschillen, zoals huur- en
landbouwzaken (art. 591 Ger.W.), zaken betreffende geesteszieken (art. 594 Ger.W.) en alle
kleine geschillen tot 5.000 euro die niet tot de bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank
behoren (art. 590 Ger.W.).
Er is één vrederechter per vredegerecht.
De vonnissen van de vrederechter zijn in principe vatbaar voor hoger beroep bij de burgerlijke
rechtbank, behalve wanneer het bedrag van de vordering maximaal 2.000 euro is (art. 577 en
617 Ger.W.); in dat geval zijn alleen verzet en cassatie mogelijk.
De vrederechter behandelt ook geschillen ongeacht het bedrag van de vordering, zoals
geschillen over onroerende goederen en regelingen betreffende onbekwaamheid.
Voor geschillen over onroerende goederen is de vrederechter aangewezen omdat hij vertrouwd
is met plaatselijke toestanden en gebruiken; hij behandelt huurgeschillen, geschillen tussen
mede-eigenaars en over erfdienstbaarheden.
Voor regelingen met betrekking tot onbekwaamheid speelt de vrederechter een sleutelrol bij
handelingsbekwaamheid en beschermingsstatuten van de persoon, volgens de wet van 17
maart 2013.
Rechtbank van eerste aanleg – in het bijzonder burgerlijke rechtbank
De rechtbank van eerste aanleg (le tribunal de première instance) bestaat uit vier
gespecialiseerde secties: burgerlijke rechtbank, correctionele rechtbank, familie- en
jeugdrechtbank en strafuitvoeringsrechtbank. Deze secties zijn geen afzonderlijke rechtbanken
maar vormen een specialisatie binnen de rechtbank.
De rechtbank van eerste aanleg bestaat uit een voorzitter, één of meer ondervoorzitters en
meerdere rechters. De voorzitter regelt de materiële organisatie van de rechtbank, zoals de
verdeling van de rechters, afwezigheden en vakantie, en heeft ook eigen rechtsprekende
bevoegdheden, bijvoorbeeld in kort geding.
De burgerlijke rechtbank bestaat uit een of meer kamers van één of drie rechters. Behandeling
door drie rechters is verplicht bij hoger beroep tegen vonnissen van de vrederechter of voor
tuchtzaken.
De burgerlijke rechtbank neemt kennis van alle geschillen waarvan de vordering meer dan 5.000
euro bedraagt, behalve sociaalrechtelijke en economische geschillen, die naar de arbeids- of
ondernemingsrechtbank worden verwezen. Ze behandelt ook bijzondere geschillen, zoals over
onteigening en de tenuitvoerlegging van vonnissen en arresten.
De familie- en jeugdrechtbank is bevoegd voor afstammings-, huwelijks- en
echtscheidingsgeschillen, ouderlijk gezag, hoederecht, onderhoudsverplichtingen en
vorderingen over huwelijksvermogensrecht, erfopvolging, schenkingen en testamenten. Deze
rechtbank bestaat uit familiekamers (voor minnelijke schikking) en jeugdkamers.
Vonnissen van de rechtbank van eerste aanleg zijn in principe vatbaar voor hoger beroep,
behalve wanneer de vordering 2.500 euro of minder bedraagt (art. 617 Ger.W.). De burgerlijke
rechtbank behandelt ook hoger beroep tegen vonnissen van vrederechters voor vorderingen
boven 2.000 euro (art. 617 Ger.W.).

, IRW DEEL 2


De voorzitter kan in kort geding een voorlopige uitspraak doen bij spoedeisende gevallen om
onherstelbare schade of ongemakken te voorkomen. De beslagrechter (le juge des saisies)
behandelt geschillen over beslagen en middelen van tenuitvoerlegging. Sommige rechtbanken
van eerste aanleg beschikken over fiscale kamers die geschillen betreffende belastingwetten
behandelen (art. 632 Ger.W.).
Ondernemingsrechtbank
De rechtbanken van koophandel ontstonden in de middeleeuwen en bestonden uit kooplieden
die handelsgeschillen snel en pragmatisch beslechtten. Sinds 2014 zijn ze geëvolueerd naar
ondernemingsrechtbanken (le tribunal de l’entreprise), met uitbreiding naar vrije beroepen en
verenigingen, en de naam werd in 2018 aangepast.
De ondernemingsrechtbanken kennen nog steeds lekenrechters (rechters in
ondernemingszaken) naast beroepsmagistraten. Deze lekenrechters worden gekozen uit
personen met ervaring in ondernemingsbeheer of professionele organisaties en benoemd door
de Koning op voordracht van de bevoegde ministers (art. 203 en 205 Ger.W.).
De ondernemingsrechtbank bestaat uit een voorzitter, één of meer ondervoorzitters en één of
meer beroepsrechters. De kamers bestaan doorgaans uit drie rechters: een beroepsrechter als
voorzitter en twee rechters in ondernemingszaken als bijzitter. De voorzitter regelt de materiële
organisatie van de rechtbank en kan in kort geding bij voorraad uitspraak doen over
spoedeisende zaken; hij behandelt ook geschillen over marktpraktijken en
consumentenbescherming.
De ondernemingsrechtbank is bevoegd voor alle geschillen tussen ondernemers, tenzij ze onder
de bijzondere bevoegdheid van andere rechtscolleges vallen (art. 573 Ger.W.). Dit geldt voor
natuurlijke personen die een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefenen, rechtspersonen (zoals
vennootschappen en vzw’s, behalve publiekrechtelijke rechtspersonen en de federale overheid)
en andere organisaties zonder rechtspersoonlijkheid die winst nastreven. Vorderingen tegen een
onderneming kunnen ook door een eiser die zelf geen onderneming is bij de
ondernemingsrechtbank worden gebracht; die eiser kan in sommige gevallen kiezen tussen
ondernemingsrechtbank of rechtbank van eerste aanleg/vrederechter.
De ondernemingsrechtbank is bovendien bevoegd voor geschillen over verenigingen, stichtingen
of vennootschappen, inclusief geschillen tussen vennoten of leden (art. 574,1 Ger.W.), voor
insolventieprocedures (boek XX WER) en voor bepaalde intellectuele eigendomsrechten.
Arbeidsrechtbank
De eerste gespecialiseerde rechtbanken voor geschillen tussen werkgevers en werknemers
werden begin 19e eeuw opgericht als Conseils des Prudhommes, bestaande uit lekenrechters
gekozen uit werkgevers, bedienden en arbeiders. Deze samenstelling zorgde voor rechters die
vertrouwd waren met arbeidsverhoudingen en borg stond voor evenwichtige beslissingen.
In 1970 werden de Conseils des Prudhommes afgeschaft en vervangen door de
arbeidsrechtbanken (les tribunaux de travail), die het systeem van lekenrechters overnamen. In
de arbeidsrechtbanken houden ook beroepsrechters zitting. De voorzitter, ondervoorzitter(s) en
de rechters die een kamer voorzitten, zijn steeds beroepsrechters.
De rechters in sociale zaken zijn bevoegd voor alle geschillen over individuele
arbeidsbetrekkingen en sociale zekerheid, waaronder arbeidsongevallen en beroepsziekten. De
arbeidsrechtbanken bestaan uit verschillende kamers, waarbij een beroepsrechter het
voorzitterschap voert en ten minste twee lekenrechters hem bijstaan (art. 81 Ger.W.). De
lekenrechters worden gekozen op basis van de belangen in het geding, doorgaans één namens
de werkgever en één namens de werknemer.
$14.00
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
IH0611

Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
IH0611 Katholieke Universiteit Leuven
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
1
Miembro desde
4 meses
Número de seguidores
0
Documentos
3
Última venta
1 día hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes