KENNISCLIP: ANATOMISCHE ORIËNTATIE & BEWEGINGSRICHTINGEN
ANATOMISCHE STANDAARD HOUDING:
- steeds beweging vanuit deze positie bekijken
LICHAAMSVLAKKEN:
- frontaal/coronaal
- sagittaal
o symmetrievlak/mediaan
- transversaal
o loodrecht
LICHAAMSASSEN:
- sagittaal = transversale as
- frontaal = sagittale as
- transversaal = longitudinale as
OEFENIGEN:
- 1: zijwaartse lunch = frontaal vlak & sagittale as
- 2: stretch = transversaal vlak & longitudinale as
- Beweging achter naar voor = sagittaal vlak & transversale as
BEWEGINGSRICHTINGEN:
- Anterior / posterior
- Ventraal / dorsaal
- Craniaal / caudaal (enkel voor de romp en schedel)
- Superior / inferior
- Middellijn = mediaan
o Lateraal / mediaal
- Distaal / proximaal
BEWEGINGSTERMINOLOGIE:
Frontaal vlak:
- Abductie(weg vd middellijn) / adductie (naar de middellijn)
Sagittaal vlak:
- Flexie / extensie
- Anteflexie (naar de buik) / retroflexie (naar de rug)
- Palmaire flexie / plantaire flexie / dorsiflexie (handen, voeten)
Transversaal vlak:
- Endorotatie (binnenwaartse draai) / exorotatie ( buitenwaartse draai)
,Overige: (enkel voet of hand)
- Pronatie (handpalm naar onderdraaien) /supinatie (handpalm naar bovendraaien)
- Inversie (voet naar binnen) mediaal / eversie (voet naar buiten) lateraal
- Circumductie (draai beweging)
LES 1 BEENDEREN
BOUW EN STRUCTUUR
- Osteologie = studie over het beenderstelsel
- 206 beenderen (ossa)
o Schedel (cranium)
o Wervelkolom + borstkas (thorax)
o Schoudergordel (cingulum pectorale) + bovenste
extremiteiten
o Bekkengordel (pelvis) + onderste extremiteiten
FUNCTIES VAN HET SKELET
- Bescherming tere organen
- Productie van bloed (rode beenmerg)
- Aanhechtingsplek voor spieren
- Oplsag vet in pijpbeenderen
- Vorm
- Stevigheid
SAMENSTELLING BEENDEREN
2 soorten steunweefsel:
- Kraakbeenweefsel
o Minder sterk dan botweefsel
o Elastisch en glad
o Laat beweeglijkheid toe
▪ Vb. neus, oorschelp
- Botweefsel
o Stevig
o Minder elastisch dan kraakbeenweefsel
o Beenderen kunnen verbonden zijn door:
▪ Een gewricht
▪ Kraakbeen
▪ Vergroeiing
2
,OPBOUW BOTWEEFSEL
- Botcellen (osteocyten)
- Collageen
- Minerale zouten
BOTVERBINDINGEN
- Gewricht
o Vb. knie anterior minder beweeglijk
- Kraakbeen
o Vb. costae, sternum
- Naden
o Vb. schedelbeenderen
BOUW VAN EEN LANG BOT OF PIJPBEEN
PERIOST: 2 LAGEN
- Binnenste laag
o Beenvormende laag
o Ligt tegen het bot aan
o Beenvormende cellen (osteoblasten)
o (Breedte) groei – botbreuk
- Buitenste laag
o Aanhechting pezen, spieren
o Bloedvoorziening via bloedvaten
o Zenuwen (beenvliesontsteking-overbelasting)
3
, BEENMERG: ROOD & GEEL
- Geel beenmerg
o In mergholte
o 96% vet = vetmerg
o Opvullen tussenruimtes
- Rood beenmerg
o In spleten spongieus bot
o Belangrijk bloedvormend orgaan van de mens
BOTVORMING
SOORTEN BEENDEREN NAAR VORM
LANGE BEENDEREN
- Structurele steun
o Vb. humerus, ulna, radius, femur, tibia, fibula
KORTE BEENDEREN
- Geen groeikraakbeenschijf
- Geen diafyse
- Veel spongieus bot
- Weinig compact bot
- Veel beweeglijkheid
- Onderhevig aan veel weerstand
o Vb. voet- en handwortelbeenderen
PLATTE BEENDEREN
- Grote oppervlakte
- Geringe dikte
- Sponsachtig bot
- Binnenste en buitenste laag compact bot
- Omringen holten van schedel, bekken en thorax
o Vb. schedel (cranium), sternum, ribben, scapula, coxae
4
ANATOMISCHE STANDAARD HOUDING:
- steeds beweging vanuit deze positie bekijken
LICHAAMSVLAKKEN:
- frontaal/coronaal
- sagittaal
o symmetrievlak/mediaan
- transversaal
o loodrecht
LICHAAMSASSEN:
- sagittaal = transversale as
- frontaal = sagittale as
- transversaal = longitudinale as
OEFENIGEN:
- 1: zijwaartse lunch = frontaal vlak & sagittale as
- 2: stretch = transversaal vlak & longitudinale as
- Beweging achter naar voor = sagittaal vlak & transversale as
BEWEGINGSRICHTINGEN:
- Anterior / posterior
- Ventraal / dorsaal
- Craniaal / caudaal (enkel voor de romp en schedel)
- Superior / inferior
- Middellijn = mediaan
o Lateraal / mediaal
- Distaal / proximaal
BEWEGINGSTERMINOLOGIE:
Frontaal vlak:
- Abductie(weg vd middellijn) / adductie (naar de middellijn)
Sagittaal vlak:
- Flexie / extensie
- Anteflexie (naar de buik) / retroflexie (naar de rug)
- Palmaire flexie / plantaire flexie / dorsiflexie (handen, voeten)
Transversaal vlak:
- Endorotatie (binnenwaartse draai) / exorotatie ( buitenwaartse draai)
,Overige: (enkel voet of hand)
- Pronatie (handpalm naar onderdraaien) /supinatie (handpalm naar bovendraaien)
- Inversie (voet naar binnen) mediaal / eversie (voet naar buiten) lateraal
- Circumductie (draai beweging)
LES 1 BEENDEREN
BOUW EN STRUCTUUR
- Osteologie = studie over het beenderstelsel
- 206 beenderen (ossa)
o Schedel (cranium)
o Wervelkolom + borstkas (thorax)
o Schoudergordel (cingulum pectorale) + bovenste
extremiteiten
o Bekkengordel (pelvis) + onderste extremiteiten
FUNCTIES VAN HET SKELET
- Bescherming tere organen
- Productie van bloed (rode beenmerg)
- Aanhechtingsplek voor spieren
- Oplsag vet in pijpbeenderen
- Vorm
- Stevigheid
SAMENSTELLING BEENDEREN
2 soorten steunweefsel:
- Kraakbeenweefsel
o Minder sterk dan botweefsel
o Elastisch en glad
o Laat beweeglijkheid toe
▪ Vb. neus, oorschelp
- Botweefsel
o Stevig
o Minder elastisch dan kraakbeenweefsel
o Beenderen kunnen verbonden zijn door:
▪ Een gewricht
▪ Kraakbeen
▪ Vergroeiing
2
,OPBOUW BOTWEEFSEL
- Botcellen (osteocyten)
- Collageen
- Minerale zouten
BOTVERBINDINGEN
- Gewricht
o Vb. knie anterior minder beweeglijk
- Kraakbeen
o Vb. costae, sternum
- Naden
o Vb. schedelbeenderen
BOUW VAN EEN LANG BOT OF PIJPBEEN
PERIOST: 2 LAGEN
- Binnenste laag
o Beenvormende laag
o Ligt tegen het bot aan
o Beenvormende cellen (osteoblasten)
o (Breedte) groei – botbreuk
- Buitenste laag
o Aanhechting pezen, spieren
o Bloedvoorziening via bloedvaten
o Zenuwen (beenvliesontsteking-overbelasting)
3
, BEENMERG: ROOD & GEEL
- Geel beenmerg
o In mergholte
o 96% vet = vetmerg
o Opvullen tussenruimtes
- Rood beenmerg
o In spleten spongieus bot
o Belangrijk bloedvormend orgaan van de mens
BOTVORMING
SOORTEN BEENDEREN NAAR VORM
LANGE BEENDEREN
- Structurele steun
o Vb. humerus, ulna, radius, femur, tibia, fibula
KORTE BEENDEREN
- Geen groeikraakbeenschijf
- Geen diafyse
- Veel spongieus bot
- Weinig compact bot
- Veel beweeglijkheid
- Onderhevig aan veel weerstand
o Vb. voet- en handwortelbeenderen
PLATTE BEENDEREN
- Grote oppervlakte
- Geringe dikte
- Sponsachtig bot
- Binnenste en buitenste laag compact bot
- Omringen holten van schedel, bekken en thorax
o Vb. schedel (cranium), sternum, ribben, scapula, coxae
4