Behoeften zijn oneindig, meer is altijd beter.
Behoeftenmiddelen
Oneindige behoeftenbeperkte middelen
Middelen zijn niet onbeperkt beschikbaarschaarste
(middelen zijn beperkt beschikbaar in verhouding tot de onbegrensde behoeften)
Middelen zijn alternatief aanwendbaar.
De manier waarop een middel gebruikt wordt, is de aanwendingsrichting
Nettobaten: opbrengsten-kosten
Kosten van ongerief treden altijd op
1.2
Het totaal aan middel dat iemand heeft, is zijn budget.
Het budget beperkt de keuzes die iemand kan maken.
Het budget kan een verschillende middelen worden besteed, zo ontstaan er
productcombinaties.
Budget=(prijs1xhoeveelheid1)+(prijs2xhoeveelheid2)
P1 x Q1 + P2 x Q2
VB.
Budget €60
1. hamburger €2,75
2. cola €1,60 €60=(2,75Q1)+(1,60Q2)
Als de prijs van een product veranderd, veranderd de helling.
Als beide prijzen in verhouding hetzelfde stijgen/dalen, verschuift de lijn evenwijdig
2.1
Een ruil komt tot stand wanneer beide partijen er baat bij hebben, dan ontstaat er
wederzijds voordeel.
In de praktijk komt autarkie bijna niet voor, het is altijd wel mogelijk om iets te ruilen.
In een economie waar geruild wordt, bevredigen mensen hun behoeften beter dan in
een economie in autarkie.
Om te kunnen ruilen moet de ruilverhouding bekend zijn.
De waarde van het ene middel uitgedrukt in het aantal eenheden van het andere
middel.
VB. een paar sportschoenen is bijvoorbeeld drie boeken waard, de ruilverhouding is
een op drie, 1:3
De ruilverhouding bepaalt of er wederzijds voordeel kan ontstaan bij een ruil.
2.2
Als een ruil wederzijds voordeel oplevert, moet aan twee voorwaarden zijn voldaan
om tot een ruil te komen.
1. het moet vaststaan dat de aanbieder van een product ook de wetmatige eigenaar
is.
2. de transactiekosten moeten lager zijn dan het wederzijdse voordeel van de ruil.
, Een ruil is dan niets anders dan de overdracht van eigendomsrechten.
Eigendomsrechten kunnen ook betrekking hebben op een idee of creatieve uiting, in
dat geval is het eigendomsrecht vastgelegd in een patent (octrooi).
Bij een ruil ontstaan transactiekosten, deze kosten zijn voor rekening van vrager of
aanbieder.
Om twee redenen spelen transactiekosten een belangrijke rol in de economie: ze
kunnen het wederzijdse voordeel van een ruil tenietdoen waardoor de ruil niet
doorgaat en ze verklaren het ontstaan van instituties.
Consumptieproductie
2.3
Om te kunnen ruilen, moet je iets kunnen aanbieden bijvoorbeeld tijd dat kan
iedereen.
Iedereen is zowel consument als producent.
Hoeveel je per uur verdient, is afhankelijk van je arbeidsproductiviteit.
In het algemeen geldt dat je uurloon hoger is naarmate je arbeidsproductiviteit hoger
is, dit kun je verhogen door scholing en specialisatie.
Specialisatiearbeidsdeling
Transactiekosten, specialisatie en arbeidsdeling bepalen samen de organisatievorm.
Formule arbeidsproductiviteit= productiewaarde(hoeveelheid)/ werkgelegenheid
(aantal mensen/uren)
2.4
Door specialisatie en arbeidsdeling ontstaan productievoordelen
Productvoordelen kunnen absoluut en comparatief zijn.
Bij een absoluut productievoordeel wordt dezelfde productie tegen lagere kosten
gerealiseerd. (als iemand een grotere arbeidsproductiviteit heeft dan zijn concurrent)
Specialisatie en arbeidsdeling kunnen het gevolg zijn van verschillen in absolute
productvoordeel.
Specialisatie en arbeidsdeling kunnen ook het gevolg zijn van verschillen in
comparatieve productievoordelen.
Het absolute productievoordeel is hierbij niets van belang.
Op basis van het comparatieve productievoordeel kan iemand zich zelf gaan
specialiseren in een activiteit waarin iemand anders een absoluut productievoordeel
heeft.
Specialisatie is alleen mogelijk als de overige middelen door anderen worden
geproduceerd en er onderlinge ruil mogelijk is.
Het bestaan van comparatieve productievoordelen is een belangrijke verklaring voor
het ontstaan van internationale handel.