RZL
LOBR 2 | Hannes Van Biesbroeck
H1: Mens- en wereldbeeld
De 'kleur' van een organisatie
- We passen dit toe op 2 cases
o Zoom ontslag: Amerikaanse ondernemer ontslaat 900 mensen via
Zoom: "Als je in dit gesprek zit, ben je een van de ongelukkigen"
Achievement orange wereldbeeld -> winst, efficiëntie en overleving
Mensbeeld = instrumenteel en wantrouwend: werknemers zijn
vervangbare productiemiddelen
o Chimay:
Pluralistic green wereldbeeld -> duurzaamheid en rentmeesterschap
Mensbeeld = zorgzaam -> welzijn, nachtrust en gezinsleven van
arbeider wegen zwaarder dan maximale winst
Evolutie van organisaties (kleurenmodel) (Laloux)
0. Reactive-Infrared
a) Zeer weinig onderscheid tussen zelf en omgeving; weinig tot geen
abstractie.
b) Minimale ego-ontwikkeling; mensen voelen vooral verbinding met groep /
natuur.
c) Geen organisatie in leiderschap, rollen, macht -> geen gestructureerde
hiërarchie.
d) Overleven -> groep zorgt voor zichzelf, jagen, verzamelen, bescherming.
0. Magic-Magenta
a) Mens probeert wereld te begrijpen via magie / mythes / rituelen. Geloof in
geesten.
b) Toename van groepsverband en identiteit met stam.
c) Rolverdeling is minimaal; autoriteit gebaseerd op ervaring, mysterie,
prestige, niet op formele structuur of rationalisatie.
1. Rood (impulsief):
a) Geleid door angst en macht.
b) Leiderschap is autoritair.
c) Voorbeeld: straatbendes, stammen.
2. Amber (traditioneel):
a) Hiërarchie en stabiliteit zijn belangrijk.
1
, b) Rollen zijn strak gedefinieerd.
c) Voorbeeld: leger, kerk, bureaucratische overheden.
3. Oranje (prestatiegericht):
a) Gericht op winst, innovatie en groei.
b) Management via doelen en KPI’s.
c) Voorbeeld: multinationals, moderne corporaties.
4. Groen (mensgericht):
a) Focus op cultuur, waarden en participatie.
b) Leiderschap is dienend.
c) Voorbeeld: non-profits, progressieve bedrijven.
5. Teal (evolutionair):
a) Nieuw paradigma dat Laloux centraal stelt.
b) Werkt vanuit vertrouwen, zingeving en zelfsturing.
2
, Kenmerken van Teal-organisaties
1. Zelfsturing:
a) Geen traditionele hiërarchie of managers.
b) Besluitvorming is gedistribueerd (bv. via adviesprocessen).
c) Teams organiseren zichzelf, vaak met duidelijke rollen.
2. Heelheid (Wholeness):
a) Medewerkers mogen hun hele zelf meenemen naar het werk (emoties,
intuïtie, kwetsbaarheid).
b) Organisaties creëren veilige ruimtes voor authenticiteit en persoonlijke
groei.
3. Evolutionair doel:
a) De organisatie wordt gezien als een levend systeem met een eigen richting
of 'purpose'.
b) Geen statische strategie, maar voortdurend luisteren naar wat “ontstaan
wil”.
Organisaties hebben een cultuur (Schein)
Toepassen op UCLL:
Artifacten = SDG, taal (engels, nederlands), plezier, fitness
Waardes = Lesgeven en praktijk, wereldburger, solidariteit, Move
Aangenomen waardes = welzijn, milieu, respect, gelijkwaardigheid
Mijn waarden:
- Vertrouwen
3
LOBR 2 | Hannes Van Biesbroeck
H1: Mens- en wereldbeeld
De 'kleur' van een organisatie
- We passen dit toe op 2 cases
o Zoom ontslag: Amerikaanse ondernemer ontslaat 900 mensen via
Zoom: "Als je in dit gesprek zit, ben je een van de ongelukkigen"
Achievement orange wereldbeeld -> winst, efficiëntie en overleving
Mensbeeld = instrumenteel en wantrouwend: werknemers zijn
vervangbare productiemiddelen
o Chimay:
Pluralistic green wereldbeeld -> duurzaamheid en rentmeesterschap
Mensbeeld = zorgzaam -> welzijn, nachtrust en gezinsleven van
arbeider wegen zwaarder dan maximale winst
Evolutie van organisaties (kleurenmodel) (Laloux)
0. Reactive-Infrared
a) Zeer weinig onderscheid tussen zelf en omgeving; weinig tot geen
abstractie.
b) Minimale ego-ontwikkeling; mensen voelen vooral verbinding met groep /
natuur.
c) Geen organisatie in leiderschap, rollen, macht -> geen gestructureerde
hiërarchie.
d) Overleven -> groep zorgt voor zichzelf, jagen, verzamelen, bescherming.
0. Magic-Magenta
a) Mens probeert wereld te begrijpen via magie / mythes / rituelen. Geloof in
geesten.
b) Toename van groepsverband en identiteit met stam.
c) Rolverdeling is minimaal; autoriteit gebaseerd op ervaring, mysterie,
prestige, niet op formele structuur of rationalisatie.
1. Rood (impulsief):
a) Geleid door angst en macht.
b) Leiderschap is autoritair.
c) Voorbeeld: straatbendes, stammen.
2. Amber (traditioneel):
a) Hiërarchie en stabiliteit zijn belangrijk.
1
, b) Rollen zijn strak gedefinieerd.
c) Voorbeeld: leger, kerk, bureaucratische overheden.
3. Oranje (prestatiegericht):
a) Gericht op winst, innovatie en groei.
b) Management via doelen en KPI’s.
c) Voorbeeld: multinationals, moderne corporaties.
4. Groen (mensgericht):
a) Focus op cultuur, waarden en participatie.
b) Leiderschap is dienend.
c) Voorbeeld: non-profits, progressieve bedrijven.
5. Teal (evolutionair):
a) Nieuw paradigma dat Laloux centraal stelt.
b) Werkt vanuit vertrouwen, zingeving en zelfsturing.
2
, Kenmerken van Teal-organisaties
1. Zelfsturing:
a) Geen traditionele hiërarchie of managers.
b) Besluitvorming is gedistribueerd (bv. via adviesprocessen).
c) Teams organiseren zichzelf, vaak met duidelijke rollen.
2. Heelheid (Wholeness):
a) Medewerkers mogen hun hele zelf meenemen naar het werk (emoties,
intuïtie, kwetsbaarheid).
b) Organisaties creëren veilige ruimtes voor authenticiteit en persoonlijke
groei.
3. Evolutionair doel:
a) De organisatie wordt gezien als een levend systeem met een eigen richting
of 'purpose'.
b) Geen statische strategie, maar voortdurend luisteren naar wat “ontstaan
wil”.
Organisaties hebben een cultuur (Schein)
Toepassen op UCLL:
Artifacten = SDG, taal (engels, nederlands), plezier, fitness
Waardes = Lesgeven en praktijk, wereldburger, solidariteit, Move
Aangenomen waardes = welzijn, milieu, respect, gelijkwaardigheid
Mijn waarden:
- Vertrouwen
3