Uitdagingen voor de democratie in de 21ste eeuw
Literatuur week 1 – 22/09/2025
Hague & Harrop
Samenvatting van Comparative Government and Politics van Rod Hague & Martin Harrop
(hoofdstuk 3).
1. Democratie in een veranderende wereld
De opmars van democratie
• Sinds het einde van de 20e eeuw is het aantal democratieën wereldwijd meer dan
verdubbeld.
• Democratie verspreidde zich van West-Europa en voormalige kolonies naar Zuid-
Europa, Oost-Europa, Latijns-Amerika, delen van Azië en Afrika.
• Democratieën zijn stabieler, voeren minder oorlog en sluiten vaker handelsakkoorden.
2. Vormen van democratie
Vorm Kenmerk
Directe democratie Burgers beslissen zelf over collectieve kwesties
Representatieve Burgers kiezen vertegenwoordigers die namens hen beslissingen
democratie nemen
Liberale democratie Democratie beperkt door grondrechten en constitutionele
waarborgen
Nieuwe democratie Democratie met autoritaire erfenis; niet volledig geconsolideerd
Gevestigde democratie Democratie met breed gedragen regels en acceptatie van
verkiezingsuitslagen
Semi-democratie Verkiezingen bestaan, maar rechten worden niet gerespecteerd
Bron: Box 3.1 uit het boek
3. Directe democratie in Athene
• In Athene (461–322 v.Chr.) konden mannelijke burgers deelnemen aan de
volksvergadering, jurysystemen en bestuursorganen.
• Bestuurders werden via loting gekozen en dienden korte termijnen.
• Politiek werd gezien als een vorm van zelfontwikkeling en gemeenschapsvorming.
• Kritiekpunten:
o Uitsluiting van vrouwen, slaven en niet-ingezetenen.
o Beperkte participatie ondanks vergoedingen.
o Geen bureaucratie → inefficiënt bestuur.
4. Representatieve en liberale democratie
• Moderne democratieën zijn representatief: burgers kiezen leiders via verkiezingen.
• Ze zijn ook liberaal: grondwetten beperken de macht van de overheid en beschermen
individuele rechten.
• Joseph Schumpeter zag democratie als een systeem waarin burgers enkel kiezen wie
hen regeert, niet wat er beslist wordt.
1
, • Liberale democratie is een compromis tussen collectieve besluitvorming en individuele
vrijheid.
5. Drie golven van democratisering (volgens Huntington)
Golf Periode Voorbeelden
Eerste 1828–1926 VK, Frankrijk, VS
Tweede 1943–1962 India, Israël, Japan, West-Duitsland
Derde 1974–1991 Zuid- en Oost-Europa, Latijns-Amerika, delen van Afrika
Bron: Box 3.3 uit het boek
6. Globalisering en democratisch tekort
• Internationale organisaties zoals de WTO en IMF worden bekritiseerd vanwege
hun democratisch tekort.
• Voorbeelden:
o Seattle-protesten (1999): massaal verzet tegen WTO-agenda.
o Cancún (2003): ontwikkelingslanden blokkeerden handelsakkoord.
• Ook bilaterale hulp wordt vaak gekoppeld aan politieke voorwaarden (mensenrechten,
corruptie, democratisering).
• Sommige staten worden uitgesloten van het internationale systeem en worden paria-
staten.
7. Nieuwe democratieën: drie grote uitdagingen
Nieuwe democratieën ontstaan vaak uit autoritaire regimes en staan voor complexe
transitieprocessen. Hague & Harrop onderscheiden drie fundamentele uitdagingen:
1. Politieke uitdaging
• Nieuwe democratieën moeten vertrouwen opbouwen in politieke instellingen.
• Er is vaak sprake van instabiliteit, zwakke partijen en een gebrek aan democratische
traditie.
• Politieke elites kunnen democratische procedures gebruiken zonder ze echt te
respecteren.
2. Economische uitdaging
• Economische crises kunnen het vertrouwen in democratie ondermijnen.
• Democratische hervormingen gaan vaak gepaard met neoliberale bezuinigingen, wat
leidt tot sociale onrust.
• Burgers verwachten dat democratie materiële verbetering brengt, maar dat gebeurt
niet altijd.
3. Timing-uitdaging
• De volgorde van hervormingen is cruciaal: te snelle liberalisering kan schadelijk zijn.
• Democratie vereist geleidelijke institutionele opbouw, maar internationale druk
dwingt vaak tot snelle veranderingen.
• Er is een spanningsveld tussen internationale verwachtingen en lokale draagkracht.
2
,8. Semi-democratieën: tussen democratie en autoritarisme
Semi-democratieën zijn hybride regimes die democratische kenmerken combineren met
autoritaire praktijken.
Kenmerken:
• Verkiezingen worden gehouden, maar individuele rechten worden niet gerespecteerd.
• Macht ligt vaak bij traditionele elites of informele netwerken, niet bij verkozen
instellingen.
• Voorbeeld: Rusland, waar verkiezingen bestaan maar de rechtsstaat en persvrijheid
ernstig beperkt zijn.
Deze regimes kunnen lange tijd stabiel blijven, maar ze ondermijnen het vertrouwen in
democratie en maken echte politieke vernieuwing moeilijk.
Dahl
Samenvatting van On Democracy van Robert A. Dahl (hoofdstukken 4, 5, 6 en 7).
1. Wat is democratie?
Dahl benadert democratie als een ideaal én als een praktisch systeem. Hij stelt vijf essentiële
criteria op voor een democratisch proces.
Vijf criteria voor een democratisch proces
1. Eiectieve participatie: Alle leden moeten gelijke kansen hebben om hun mening te
uiten.
2. Gelijke stemwaarde: Elke stem telt even zwaar.
3. Verlichte kennis: Iedereen moet toegang hebben tot informatie over alternatieven en
gevolgen.
4. Controle over de agenda: Burgers moeten kunnen bepalen waarover beslist wordt.
5. Inclusie van volwassenen: Alle volwassen permanente inwoners moeten volwaardig
kunnen deelnemen.
Deze criteria zijn nodig om politieke gelijkheid te waarborgen. Zonder één van deze voorwaarden
is er geen echte democratie.
2. Waarom democratie?
Dahl geeft tien redenen waarom democratie superieur is aan andere bestuursvormen.
Tien voordelen van democratie
1. Voorkomt tirannie: Democratie beperkt de macht van autocraten.
2. Garandeert fundamentele rechten: Zoals vrijheid van meningsuiting, vereniging en
stemrecht.
3. Bevordert algemene vrijheid: Burgers leven vrijer dan onder autoritaire regimes.
4. Stimuleert zelfbeschikking: Burgers bepalen mee hun toekomst.
5. Ondersteunt morele autonomie: Mensen kunnen hun eigen waarden volgen.
6. Bevordert menselijke ontwikkeling: Door participatie en deliberatie.
7. Beschermt persoonlijke belangen: Burgers kunnen hun belangen verdedigen.
3
, 8. Versterkt politieke gelijkheid: Iedereen telt mee in besluitvorming.
9. Zoekt vrede: Democratieën voeren zelden oorlog tegen elkaar.
10. Stimuleert welvaart: Democratieën zijn vaak economisch succesvoller.
Democratie als ideaal én als meetinstrument
• Dahl erkent dat geen enkele staat volledig aan deze criteria voldoet.
• Toch zijn ze nuttig als normatief kompas: ze helpen om bestaande systemen te evalueren
en te verbeteren.
• Democratie is niet perfect, maar biedt de beste bescherming tegen machtsmisbruik en
ongelijkheid.
3. Waarom politieke gelijkheid?
Waarom zou iedereen gelijke politieke rechten moeten hebben?
• Dahl stelt dat politieke gelijkheid voortkomt uit het idee dat iedereen even goed in staat
is om zijn of haar belangen te begrijpen en te verdedigen.
• Er is geen overtuigend bewijs dat sommige mensen structureel beter zijn in politieke
besluitvorming dan anderen.
• Gelijke rechten zijn dus niet alleen rechtvaardig, maar ook rationeel en praktisch: ze
voorkomen dat een elite haar belangen oplegt aan de rest.
Gelijkheid als moreel principe
• Democratie veronderstelt dat alle burgers evenveel waard zijn in politieke zin.
• Dit principe is fundamenteel voor het idee van zelfbestuur: als sommigen meer macht
hebben dan anderen, is er geen echte democratie.
Democratie vereist politieke gelijkheid
• Dahl benadrukt dat politieke gelijkheid geen bijkomstigheid is, maar een essentiële
voorwaarde voor democratie.
• Zonder gelijke participatie, gelijke stemwaarde, gelijke toegang tot informatie en gelijke
controle over de agenda is er geen democratisch proces.
Wat bedreigt politieke gelijkheid?
• Ongelijkheid in inkomen, onderwijs, toegang tot media en lobbykracht kan leiden
tot ongelijke invloed.
• Zelfs in formeel democratische systemen kunnen informele machtsstructuren politieke
gelijkheid ondermijnen.
Democratie als ideaal én als meetlat
• Dahl stelt dat we democratie moeten zien als een normatief ideaal: een richtlijn om
bestaande systemen te beoordelen en te verbeteren.
• Politieke gelijkheid is daarbij de centrale maatstaf: hoe gelijker de participatie, hoe
democratischer het systeem.
4
Literatuur week 1 – 22/09/2025
Hague & Harrop
Samenvatting van Comparative Government and Politics van Rod Hague & Martin Harrop
(hoofdstuk 3).
1. Democratie in een veranderende wereld
De opmars van democratie
• Sinds het einde van de 20e eeuw is het aantal democratieën wereldwijd meer dan
verdubbeld.
• Democratie verspreidde zich van West-Europa en voormalige kolonies naar Zuid-
Europa, Oost-Europa, Latijns-Amerika, delen van Azië en Afrika.
• Democratieën zijn stabieler, voeren minder oorlog en sluiten vaker handelsakkoorden.
2. Vormen van democratie
Vorm Kenmerk
Directe democratie Burgers beslissen zelf over collectieve kwesties
Representatieve Burgers kiezen vertegenwoordigers die namens hen beslissingen
democratie nemen
Liberale democratie Democratie beperkt door grondrechten en constitutionele
waarborgen
Nieuwe democratie Democratie met autoritaire erfenis; niet volledig geconsolideerd
Gevestigde democratie Democratie met breed gedragen regels en acceptatie van
verkiezingsuitslagen
Semi-democratie Verkiezingen bestaan, maar rechten worden niet gerespecteerd
Bron: Box 3.1 uit het boek
3. Directe democratie in Athene
• In Athene (461–322 v.Chr.) konden mannelijke burgers deelnemen aan de
volksvergadering, jurysystemen en bestuursorganen.
• Bestuurders werden via loting gekozen en dienden korte termijnen.
• Politiek werd gezien als een vorm van zelfontwikkeling en gemeenschapsvorming.
• Kritiekpunten:
o Uitsluiting van vrouwen, slaven en niet-ingezetenen.
o Beperkte participatie ondanks vergoedingen.
o Geen bureaucratie → inefficiënt bestuur.
4. Representatieve en liberale democratie
• Moderne democratieën zijn representatief: burgers kiezen leiders via verkiezingen.
• Ze zijn ook liberaal: grondwetten beperken de macht van de overheid en beschermen
individuele rechten.
• Joseph Schumpeter zag democratie als een systeem waarin burgers enkel kiezen wie
hen regeert, niet wat er beslist wordt.
1
, • Liberale democratie is een compromis tussen collectieve besluitvorming en individuele
vrijheid.
5. Drie golven van democratisering (volgens Huntington)
Golf Periode Voorbeelden
Eerste 1828–1926 VK, Frankrijk, VS
Tweede 1943–1962 India, Israël, Japan, West-Duitsland
Derde 1974–1991 Zuid- en Oost-Europa, Latijns-Amerika, delen van Afrika
Bron: Box 3.3 uit het boek
6. Globalisering en democratisch tekort
• Internationale organisaties zoals de WTO en IMF worden bekritiseerd vanwege
hun democratisch tekort.
• Voorbeelden:
o Seattle-protesten (1999): massaal verzet tegen WTO-agenda.
o Cancún (2003): ontwikkelingslanden blokkeerden handelsakkoord.
• Ook bilaterale hulp wordt vaak gekoppeld aan politieke voorwaarden (mensenrechten,
corruptie, democratisering).
• Sommige staten worden uitgesloten van het internationale systeem en worden paria-
staten.
7. Nieuwe democratieën: drie grote uitdagingen
Nieuwe democratieën ontstaan vaak uit autoritaire regimes en staan voor complexe
transitieprocessen. Hague & Harrop onderscheiden drie fundamentele uitdagingen:
1. Politieke uitdaging
• Nieuwe democratieën moeten vertrouwen opbouwen in politieke instellingen.
• Er is vaak sprake van instabiliteit, zwakke partijen en een gebrek aan democratische
traditie.
• Politieke elites kunnen democratische procedures gebruiken zonder ze echt te
respecteren.
2. Economische uitdaging
• Economische crises kunnen het vertrouwen in democratie ondermijnen.
• Democratische hervormingen gaan vaak gepaard met neoliberale bezuinigingen, wat
leidt tot sociale onrust.
• Burgers verwachten dat democratie materiële verbetering brengt, maar dat gebeurt
niet altijd.
3. Timing-uitdaging
• De volgorde van hervormingen is cruciaal: te snelle liberalisering kan schadelijk zijn.
• Democratie vereist geleidelijke institutionele opbouw, maar internationale druk
dwingt vaak tot snelle veranderingen.
• Er is een spanningsveld tussen internationale verwachtingen en lokale draagkracht.
2
,8. Semi-democratieën: tussen democratie en autoritarisme
Semi-democratieën zijn hybride regimes die democratische kenmerken combineren met
autoritaire praktijken.
Kenmerken:
• Verkiezingen worden gehouden, maar individuele rechten worden niet gerespecteerd.
• Macht ligt vaak bij traditionele elites of informele netwerken, niet bij verkozen
instellingen.
• Voorbeeld: Rusland, waar verkiezingen bestaan maar de rechtsstaat en persvrijheid
ernstig beperkt zijn.
Deze regimes kunnen lange tijd stabiel blijven, maar ze ondermijnen het vertrouwen in
democratie en maken echte politieke vernieuwing moeilijk.
Dahl
Samenvatting van On Democracy van Robert A. Dahl (hoofdstukken 4, 5, 6 en 7).
1. Wat is democratie?
Dahl benadert democratie als een ideaal én als een praktisch systeem. Hij stelt vijf essentiële
criteria op voor een democratisch proces.
Vijf criteria voor een democratisch proces
1. Eiectieve participatie: Alle leden moeten gelijke kansen hebben om hun mening te
uiten.
2. Gelijke stemwaarde: Elke stem telt even zwaar.
3. Verlichte kennis: Iedereen moet toegang hebben tot informatie over alternatieven en
gevolgen.
4. Controle over de agenda: Burgers moeten kunnen bepalen waarover beslist wordt.
5. Inclusie van volwassenen: Alle volwassen permanente inwoners moeten volwaardig
kunnen deelnemen.
Deze criteria zijn nodig om politieke gelijkheid te waarborgen. Zonder één van deze voorwaarden
is er geen echte democratie.
2. Waarom democratie?
Dahl geeft tien redenen waarom democratie superieur is aan andere bestuursvormen.
Tien voordelen van democratie
1. Voorkomt tirannie: Democratie beperkt de macht van autocraten.
2. Garandeert fundamentele rechten: Zoals vrijheid van meningsuiting, vereniging en
stemrecht.
3. Bevordert algemene vrijheid: Burgers leven vrijer dan onder autoritaire regimes.
4. Stimuleert zelfbeschikking: Burgers bepalen mee hun toekomst.
5. Ondersteunt morele autonomie: Mensen kunnen hun eigen waarden volgen.
6. Bevordert menselijke ontwikkeling: Door participatie en deliberatie.
7. Beschermt persoonlijke belangen: Burgers kunnen hun belangen verdedigen.
3
, 8. Versterkt politieke gelijkheid: Iedereen telt mee in besluitvorming.
9. Zoekt vrede: Democratieën voeren zelden oorlog tegen elkaar.
10. Stimuleert welvaart: Democratieën zijn vaak economisch succesvoller.
Democratie als ideaal én als meetinstrument
• Dahl erkent dat geen enkele staat volledig aan deze criteria voldoet.
• Toch zijn ze nuttig als normatief kompas: ze helpen om bestaande systemen te evalueren
en te verbeteren.
• Democratie is niet perfect, maar biedt de beste bescherming tegen machtsmisbruik en
ongelijkheid.
3. Waarom politieke gelijkheid?
Waarom zou iedereen gelijke politieke rechten moeten hebben?
• Dahl stelt dat politieke gelijkheid voortkomt uit het idee dat iedereen even goed in staat
is om zijn of haar belangen te begrijpen en te verdedigen.
• Er is geen overtuigend bewijs dat sommige mensen structureel beter zijn in politieke
besluitvorming dan anderen.
• Gelijke rechten zijn dus niet alleen rechtvaardig, maar ook rationeel en praktisch: ze
voorkomen dat een elite haar belangen oplegt aan de rest.
Gelijkheid als moreel principe
• Democratie veronderstelt dat alle burgers evenveel waard zijn in politieke zin.
• Dit principe is fundamenteel voor het idee van zelfbestuur: als sommigen meer macht
hebben dan anderen, is er geen echte democratie.
Democratie vereist politieke gelijkheid
• Dahl benadrukt dat politieke gelijkheid geen bijkomstigheid is, maar een essentiële
voorwaarde voor democratie.
• Zonder gelijke participatie, gelijke stemwaarde, gelijke toegang tot informatie en gelijke
controle over de agenda is er geen democratisch proces.
Wat bedreigt politieke gelijkheid?
• Ongelijkheid in inkomen, onderwijs, toegang tot media en lobbykracht kan leiden
tot ongelijke invloed.
• Zelfs in formeel democratische systemen kunnen informele machtsstructuren politieke
gelijkheid ondermijnen.
Democratie als ideaal én als meetlat
• Dahl stelt dat we democratie moeten zien als een normatief ideaal: een richtlijn om
bestaande systemen te beoordelen en te verbeteren.
• Politieke gelijkheid is daarbij de centrale maatstaf: hoe gelijker de participatie, hoe
democratischer het systeem.
4