Hoorcollege 1+2
Statistiek = de wetenschap van het verzamelen van gegevens, het
classificeren (= ‘in hokjes steken’), samenvatten (= bij elkaar zetten),
organiseren (=ordenen), analyseren en interpreteren van deze
informatie
Beschrijvende statistiek
=verzamelen, samenvatten analyseren
Adhv steekproeven (bv. Enquêtes)
Kengetallen (bv. Gemiddelde, mediaan) of grafisch voorstellen (bv.
Grafiek, staafdiagram)
Inductieve statistiek
Schattingsprobleem → betekenis resultaten in relatie tot populatie,
mogen we steekproef gebruiken als representatie? (Hoe veel % kans
correct?)
(Vooral statistiek 2)
Onderzoek → algemene uitspraken over werkelijkheid op basis van
waarnemingen
Uitspraak = bewering waarin object(en) eigenschap wordt toegeschreven
Sluit aan bij empirisme bv. Ik zie dat de zon elke dag opkomt → zon komt
elke dag op
Probleem = nooit volledig zeker bv. Wat als zon op een dag niet opkomt?
→ kritisch naar kijken, waarschijnlijkheid
Wetenschappelijk onderzoek:
-objectiviteit bewust zijn van eigen subjectiviteit!
-controleerbaarheid transparant zijn in hoe onderzoek is gebeurd
-herhaalbaarheid wanneer onderzoek opnieuw gedaan wordt zelfde
resultaten
-systematiek onderzoek gebeurt in logische volgorde
,Natuurwetenschappen (=wetmatig) vs. Gedragswetenschappen
(=waarschijnlijk)
→ determinisme vs. probabilisme
Ethisch onderzoek: fouten
- Onderzoek beweert significante resultaten te vinden terwijl niet
zo
Geld, gepubliceerd worden, tijd & moeite het waard maken
- Hoofdvraag aanpassen naar resultaten
Toch een verband creëren = niet systematisch
- Opdrachtgever zoekt onderzoeker die al bestaande hypothesen
onderbouwt
Onderzoek is subjectief, vooroordelen
- Proefpersonen geen voorlichting geven
Moeten weten dat ze deelnemen aan onderzoek en wat gebeurt met
resultaten → kan antwoorden sterk beïnvloeden (eventuele
uitzondering met toestemming ethische commissie)
- Causale relaties beweren die er niet zijn
Resultaat onderzoek kan kloppen, maar er moet ook effectief
verband zijn tussen de 2, geen oorzaak-gevolg beweren als er geen
is
- Misleidende statistiek
Bv. Uitvergroot, as begint niet bij 0, vervormingen, …
Onderzoek vaak → samenhang variabelen
Onafhankelijke (=’oorzaak’) & afhankelijke (=’gevolg’,
onderwerp onderzoek)
Gedragswetenschappen → 2 types onderzoek:
- Experiment
Manipulatie variabelen → impact afhankelijke variabelen,
groepsvergelijkend (between subjects), herhaalde metingen
(within subjects), mogelijkheid causale relaties besluiten, ethisch?
- Survey-onderzoek
Geen manipulatie variabelen, steekproef, reeks vragen/testen,
geen mogelijkheid causale relaties (veel andere variabelen spelen
ook rol)
Voorwaarden causale relaties:
- Oorzaak & gevolg moeten binnen zelfde tijdruimtelijke structuur
(Moet op elkaar volgen)
- Oorzaak moet voor gevolg plaats vinden
- Gevolg zal nooit optreden zonder voorkomen oorzaak
- Als oorzaak aanwezig is moet gevolg er ook zijn
, = heel moeilijk binnen gedragswetenschappen (zeker laatste 2
criteria)
Fasen onderzoeksproces (om te voldoen aan criteria onderzoek):
•Vraagstelling
Beginnen uit theorie, observatie praktijk of voorgaand ander
onderzoek
Specifiek, neutraal/ niet open voor andere interpretatie, hoofd-&
deelvragen
3 typen vragen:
- Voorkomen van iets
- Verschillen tussen groepen
- Samenhang
•Literatuuronderzoek
Info uit verschillende wetenschappelijke bronnen samengebundeld,
juiste bronvermeldingen, methodologische aanpak → inspiratie hoe
onderzoek voeren, beschikbare data gebruiken en op verder
bouwen, wat bestaat er al rond dit thema?
•Operationalisering
Begrip meetbaar maken, vraagstelling heeft veel invloed op
antwoord, best gesloten vragen → verwerking makkelijker, neutrale
vragen, voorkom sociaal wenselijk antwoorden, eventueel
bestaande vragenlijst, welke stukjes kan/moet ik allemaal bevragen?
•Steekproefopzet
Representatieve groep individuen uit populatie, aselectief (elk
individu evenveel kans om in steekproef terecht te komen, ↔
selectief)
Soorten aselecte steekproef: →kans representatie maar niet zeker
- Volledig aselecte steekproef (simple random sampling)
Lijst populatie → pc kiest at random
- Systematisch aselecte steekproef (systematic sampling)
Om een vast aantal sprongen selecteren (bv. Om de 8 mensen)
- Gestratificeerde steekproef (stratified sampling)
Uit subgroepen even veel mensen selecteren (bv. Evenveel uit elke
richting)
Disproportioneel (niet parallel) of proportioneel (wel parallel)
- Clustersteekproef (cluster sampling)
Subgroepen volledig bevragen (bv. Een aantal scholen volledig)
- Getrapte steekproef (multistage sampling)
Statistiek = de wetenschap van het verzamelen van gegevens, het
classificeren (= ‘in hokjes steken’), samenvatten (= bij elkaar zetten),
organiseren (=ordenen), analyseren en interpreteren van deze
informatie
Beschrijvende statistiek
=verzamelen, samenvatten analyseren
Adhv steekproeven (bv. Enquêtes)
Kengetallen (bv. Gemiddelde, mediaan) of grafisch voorstellen (bv.
Grafiek, staafdiagram)
Inductieve statistiek
Schattingsprobleem → betekenis resultaten in relatie tot populatie,
mogen we steekproef gebruiken als representatie? (Hoe veel % kans
correct?)
(Vooral statistiek 2)
Onderzoek → algemene uitspraken over werkelijkheid op basis van
waarnemingen
Uitspraak = bewering waarin object(en) eigenschap wordt toegeschreven
Sluit aan bij empirisme bv. Ik zie dat de zon elke dag opkomt → zon komt
elke dag op
Probleem = nooit volledig zeker bv. Wat als zon op een dag niet opkomt?
→ kritisch naar kijken, waarschijnlijkheid
Wetenschappelijk onderzoek:
-objectiviteit bewust zijn van eigen subjectiviteit!
-controleerbaarheid transparant zijn in hoe onderzoek is gebeurd
-herhaalbaarheid wanneer onderzoek opnieuw gedaan wordt zelfde
resultaten
-systematiek onderzoek gebeurt in logische volgorde
,Natuurwetenschappen (=wetmatig) vs. Gedragswetenschappen
(=waarschijnlijk)
→ determinisme vs. probabilisme
Ethisch onderzoek: fouten
- Onderzoek beweert significante resultaten te vinden terwijl niet
zo
Geld, gepubliceerd worden, tijd & moeite het waard maken
- Hoofdvraag aanpassen naar resultaten
Toch een verband creëren = niet systematisch
- Opdrachtgever zoekt onderzoeker die al bestaande hypothesen
onderbouwt
Onderzoek is subjectief, vooroordelen
- Proefpersonen geen voorlichting geven
Moeten weten dat ze deelnemen aan onderzoek en wat gebeurt met
resultaten → kan antwoorden sterk beïnvloeden (eventuele
uitzondering met toestemming ethische commissie)
- Causale relaties beweren die er niet zijn
Resultaat onderzoek kan kloppen, maar er moet ook effectief
verband zijn tussen de 2, geen oorzaak-gevolg beweren als er geen
is
- Misleidende statistiek
Bv. Uitvergroot, as begint niet bij 0, vervormingen, …
Onderzoek vaak → samenhang variabelen
Onafhankelijke (=’oorzaak’) & afhankelijke (=’gevolg’,
onderwerp onderzoek)
Gedragswetenschappen → 2 types onderzoek:
- Experiment
Manipulatie variabelen → impact afhankelijke variabelen,
groepsvergelijkend (between subjects), herhaalde metingen
(within subjects), mogelijkheid causale relaties besluiten, ethisch?
- Survey-onderzoek
Geen manipulatie variabelen, steekproef, reeks vragen/testen,
geen mogelijkheid causale relaties (veel andere variabelen spelen
ook rol)
Voorwaarden causale relaties:
- Oorzaak & gevolg moeten binnen zelfde tijdruimtelijke structuur
(Moet op elkaar volgen)
- Oorzaak moet voor gevolg plaats vinden
- Gevolg zal nooit optreden zonder voorkomen oorzaak
- Als oorzaak aanwezig is moet gevolg er ook zijn
, = heel moeilijk binnen gedragswetenschappen (zeker laatste 2
criteria)
Fasen onderzoeksproces (om te voldoen aan criteria onderzoek):
•Vraagstelling
Beginnen uit theorie, observatie praktijk of voorgaand ander
onderzoek
Specifiek, neutraal/ niet open voor andere interpretatie, hoofd-&
deelvragen
3 typen vragen:
- Voorkomen van iets
- Verschillen tussen groepen
- Samenhang
•Literatuuronderzoek
Info uit verschillende wetenschappelijke bronnen samengebundeld,
juiste bronvermeldingen, methodologische aanpak → inspiratie hoe
onderzoek voeren, beschikbare data gebruiken en op verder
bouwen, wat bestaat er al rond dit thema?
•Operationalisering
Begrip meetbaar maken, vraagstelling heeft veel invloed op
antwoord, best gesloten vragen → verwerking makkelijker, neutrale
vragen, voorkom sociaal wenselijk antwoorden, eventueel
bestaande vragenlijst, welke stukjes kan/moet ik allemaal bevragen?
•Steekproefopzet
Representatieve groep individuen uit populatie, aselectief (elk
individu evenveel kans om in steekproef terecht te komen, ↔
selectief)
Soorten aselecte steekproef: →kans representatie maar niet zeker
- Volledig aselecte steekproef (simple random sampling)
Lijst populatie → pc kiest at random
- Systematisch aselecte steekproef (systematic sampling)
Om een vast aantal sprongen selecteren (bv. Om de 8 mensen)
- Gestratificeerde steekproef (stratified sampling)
Uit subgroepen even veel mensen selecteren (bv. Evenveel uit elke
richting)
Disproportioneel (niet parallel) of proportioneel (wel parallel)
- Clustersteekproef (cluster sampling)
Subgroepen volledig bevragen (bv. Een aantal scholen volledig)
- Getrapte steekproef (multistage sampling)