INLEIDING TOT
PSYCHODIAGNOSTIEK
Samenvatting
Chloe Owsianicki
, DEEL 1 – INLEIDING IN DE
PSYCHODIAGNOSTIEK
1. SITUERING EN BEGRIPPENKADER
1.1. PSYCHODIAGNOSTIEK EN HET GEBRUIK VAN PSYCHOLOGISCHE
INSTRUMENTEN
1.1.1. WAT IS PSYCHODIAGNOSTIEK?
= psychologische evaluatie of “assessment”, de kern van het begrijpen en begeleiden van menselijk
gedrag
Definitie
Het proces waarbij gestandaardiseerde metingen en observatietechnieken worden toegepast om
cognitieve vaardigheden, persoonlijkheid en emotioneel functioneren te evalueren.
Gegevensverzameling
Verzameling, ordening en verwerking van relevante gegevens vanuit de hulp- of zorgvraag.
Meer dan testen
Vereist psychologisch inzicht, observatievermogen en gesprekstechnieken voor grondige evaluatie.
1.1.2. PSYCHOLOGISCHE INSTRUMENTEN
Verschillende soorten testen
Zelfrepportage test Prestatietest Projectieve test Situational
judgement
Vragenlijsten of Tests waarbij Tests die Realistische scenario's
interviews waarin individuen specifieke dubbelzinnige stimuli waarbij individuen het
individuen vragen over taken uitvoeren, zoals gebruiken om meest geschikte
zichzelf beantwoorden. puzzels oplossen of onderliggende antwoord moeten
geheugen-oefeningen gedachten en kiezen.
doen. gevoelens te
onthullen.
VB: IQ of aadacht VB: in
testen VB: inktvlekken test arbeidspsychologie;
sollicitant moet
zeggen hoe men zich
in een situatie zal
gedragen
Kwalificatie van de gebruiker
De instrumenten moeten gebruikt worden door gekwalificeerde en opgeleide professionals.
Beperkingen van het instrument
, Een instrument meet maar een klein aspect van een mens.
Testresultaten kunnen beïnvloed worden door cultuur, taal en socio-economische status
Integratie van de testresultaten
Testresultaten moeten worden gebruikt in combinatie met andere informatiebronnen voor een
vollediger begrip van het individu.
informatie door observatie of door het testen van meerdere individuen
1.2. PSYCHODIAGNOSTIEK ALS KRITISCH PROCES
Interpretatie van de resultaten en observatie van de context leiden tot een goede
hypothesevorming.
Model van de Bruyn
1.3. DOELSTELLINGEN VAN DE PSYCHODIAGNOSTIEK
Diagnosestelling: classificeren van psychische stoornissen en aandoeningen
Begeleiding: ondersteunen bij school en loopbaan door identificatie van interesses
o VB: studenten die niet weten wat ze willen studeren
Behandelingplanning: identificeren van zwakke punten voor geschikte interventies
Competentiemeting: in kaart brengen van vaardigheden en competenties
,Komt voor in al de afstudeerrichtingen
1.4. KENMERKEN VAN EEN KWALITEITSVOL ONDERZOEK
Integratie van bronnen: informatie van cliënt en omgeving
Meerdere methoden: combinatie van gesprekken, observaties en testen
Contextuele benadering: aandacht voor context en culturele factoren
2. HET BELANG VAN HET PSYCHODIAGNOSTISCH DENKPROCES
2.1. ALLEGDAAGSE IMPLICIET DIAGNOSTICEREN
Iedereen heeft een soort automatische diagnose over een situatie/persoon
Attributietheorie
Voorbeeld: een student slaagt voor een examen
Intern: oorzaak van iets wordt toegeschreven aan de kwaliteiten van de persoon zelf
o Vb: de student heeft goed gestudeerd en is slim
Extern: de oorzaak van iets wordt toegeschreven aan een extern iets
o Vb: het examen was heel gemakkelijk
Impliciete diagnostiek heeft ook risico’s
Cognitieve foutenbronnen hebben nefaste invloeden op percepties en beslissingen
ongewapeld oordeel
Wat kan helpen tegen de cognitieve foutbronnen?
Wetenschappelijke modellen
Bewustzijn van onze automatische attributies en deze kritisch evalueren
2.2. FOUTBRONNEN EN HUN OORZAKEN
Heuristieken
= cognitieve regels om sneller tot een oplossing te komen; onbewust en intuïtief
Bij het nemen van alledaagse beslissingen, zoals het kiezen van een product of het inschatten van
een risico
Is het tegenovergestelde van een algoritme
Voorbeeld: hoe weet je dat iemand een angststoornis heeft?
o Heuristiek: het is een buikgevoel dat iemand dat heeft
o Algoritmen: er wordt een test afgelegd
Soorten heuristieken Definitie Voorbeeld
Beschikbaarheidseuriti De neiging om frequentie of Als je in je praktijk veel
ek waarschijnlijkheid te delinquenten begeleidt, dan zal je
overschatten op basis van hoe gemakkelijker delinquent gedrag
gemakkelijk voorbeelden in het waarnemen in het gedrag van
geheugen toegankelijk zijn. een cliënt die geen delinquent is.
Gambler’s fallacy De misvatting dat willekeurige In een casino ben je al lang aan
, gebeurtenissen elkaar het verliezen, dus ga je er vanuit
beïnvloeden, zoals geloven dat dat je wel eens zult winnen
na een reeks verliezen een winst Je leert iemand
waarschijnlijker wordt. ademhalingsoefeningen toe, na
een keer werkt het niet, dus gaat
die ervanuit dat het niet werkt
Base rate Het onderschatten of negeren Iemand met sociale problemen, je
verwaarlozing van fundamentele statistische zou denken da die ASS heeft,
informatie ten gunste van maar dat komt eigenlijk niet zo
specifieke, anekdotische vaak voor bij ASS
gevallen bij het maken van
beoordelingen.
Confirmatiebais De tendens om selectief Iemand komt solliciteren, het
informatie te zoeken, gaat goed, maar op de
interpreteren en onthouden die doorverwijzingsbrief staan
reeds bestaande overtuigingen negatieve dingen, dat wordt
bevestigt, terwijl tegenstrijdig genegeerd omdat het gesprek zo
bewijs wordt genegeerd. goed ging
Representativiteitsheur Mentale shortcut waarbij we Je hebt hartkloppingen en ben
istiek beoordelen of iets tot een kortademig je denkt dat je een
categorie behoort op basis van hartaanval hebt, maar het kan
hoe representatief of typisch het ook een paniekaanval zijn
lijkt voor de categorie.
Gevolgen van impliciete diagnostiek
Beperkt inzicht in cognitieve valkuilen
= Onvoldoende bewustzijn van eigen denkfouten en vooringenomenheid in het diagnostisch
proces.
Diagnostische blindheid voor evidente mogelijkheden
= Het missen van alternatieve diagnosen door te focussen op eerste vermoedens
Conformatiebais in informatieverzameling
= Gericht zoeken naar gegevens die eerste indrukken en hypothesen bevestigen, terwijl
tegenstrijdige informatie wordt genegeerd.
Suboptimale participatie van betrokkenen
= Ontoereikende betrokkenheid van de cliënt en zijn systeem, waardoor waardevolle
perspectieven verloren gaan in het diagnostisch traject.
2.3. EXPLICIET DIAGNOSTICEREN ALS OPLOSSING
Wetenschappelijke verantwoorde vormgeving
Kwaliteitsvolle intrumenten
Ricchtgevend kader
Kritisch denken
de empirische cyclus is een iteratief proces (= het is een herhalend proces, elke keer als je de
cyclus doorloopt vind je meer evidentie die de hypothese bevestigd.)
2.3.1. DE EMPIRISCHE CYCLUS
,Kritisch denken
Centraal staat de systematische evaluatie van informatie en het wegen van verschillende
perspectieven voor onderbouwde besluitvorming.
Werkveldoverschrijdend
Het model is toepasbaar binnen diverse psychologische disciplines, van klinische psychologie tot
arbeids- en organisatiepsychologie.
Niet gekoppeld aan een specifiek kader
Het procesmodel is theoretisch neutraal en kan worden gecombineerd met verschillende
psychologische stromingen en methodologieën.
Expliciet denkproces
Het model bevordert transparantie door het systematisch documenteren van de redenering en
overwegingen die leiden tot diagnostische conclusies.
3. HET BELANG VAN PSYCHODIAGNOSTIEK IN DE SAMENLEVING
3.1. DE GESCHIEDENIS VAN PSYCHODIAGNOSTIEK
,3.2. MODERNE ONTWIKKELINGEN
Psychometrie
Toegenomen kennis binnen testtheorie zorgde voor meer aandacht voor betrouwbaarheid en
validiteit.
Culturele sensitiviteit
Instrumenten moeten vrij zijn van vooringenomenheid en culturele geladenheid.
Technologische vooruitgang
Opkomst van digitale tests, telediagnostiek en computerized adaptive testing.
3.3. MAATSCHAPPELIJKE RELEVANTIE
Begrijpen van psychische aandoeningen
Preventieve maatregelen en identificeren van risicofactoren
Zorgt voor essentiële informatie voor effectieve zorg
Wetenschappelijke vooruitgang
3.4. TOEPASSINGSGEBIEDEN
Geestelijke gezondeheidszorg
Arbeidswereld
Onderwijs
Rechtsysteem
Specialisaties; forenschisch psycholoog, gerontopsycholoog, arbeidspsycholoog
3.5. BEPERKINGEN VAN PSYCHODIAGNOSTIEK
Complexiteit: psychische problemen zijn moeilijk nauwkeurig in kaart te brengen.
Categorisatie: discrete categorieën kunnen individualiteit niet volledig weergeven
Stigmatisering: labels kunnen gestigmatiseerd werken en herstel tegenwerken
3.6. DE TOEKOMST VAN PSYCHODIAGNOSTIEK
, Meerdere perspectieven: moet rekening houden met diverse factoren, waaronder culturele
aspecten.
Professionele uitvoering om kwaliteit te waarborgen: gekwalificeerde en professionele
uitvoerders
Maatschappelijke bijdrage: bijdrage aan welzijn van de samenleving
DEEL 2 – HET PSYCHODIAGNOSTISCH
PROCESMODEL
1. HET PSYCHODIAGNOSTISCH PROCESMODEL VOOR PSYCHOLOGISCHE
HULPVERLENING
1.1. INLEIDING
Wat is psychodiagnostiek?
Besluitvormingsproces: informatie verzamelen en analyseren aanpak ontwerpen
Wetenschappelijke methodiek: inzicht krijgen om advies te bieden
Basis voor interventie: eerst een psychodiagnostische denkfase
Soorten diagnostiek
Onderkennende en verklarende diagnostiek: oorzaak achterhalen en bepalen of er iets
aanwezig is
Indicerende diagnostiek: oplossing bieden voor betaande problematiek
1.2. UITGANGSPUNTEN
Uitgangspunte Uitleg Voorbeelden
n
Scientist- Je hebt een wetenschappelijke Je cliënt heeft last van depressie,
practitioner basishouding in de praktijk dus gebruik je de meest recente
inzichten en wetenschappelijk
ondersteunde methoden
Je schoolt je bij of je verwijst door
Cliënt centraal Het welzijn en de behoefte van de cliënt Cliënt met angststoornis wilt een
staan voorop behandeling, we weten dat groep
en indivueel traject gepast is,
, maar de cliënt wilt het niet in
groep doen. Daarom kies je voor
een individueel traject.
Constructieve Open communicatie en heldere afpsraken Je cliënt is een kindje van 8 jaar
samenwerking met cliënten en betrokkenen en heeft het moeilijk met
emoties, je betrekt de familie en
de school.
Systematish Het model systematiseert en expliciteert Je cliënt heeft last van depressie,
handelen en de stappen in denken en handelen, wat de slaapt slecht, eet minder,… lijkt
denken kwaliteit van de psychodiagnostiek depressie, maar door het schema
bevordert. te doorlopen weet je dat het komt
door een trauma
Transactioneel Het functioneren van de cliënt wordt Drugsgebruik bij een cliënt kan
referentiekade gezien als resultaat van wisselwerking gebruikt worden tegen angst,
r tussen omgevingsfactoren en maar het heeft ook te maken door
cliëntgebonden factoren slechte vrienden
Fair en Rekening houden met culturele aspecten, Iemand die vanuit thuis niet
cultuurbewust maatschappelijke context en fysieke en geleerd heeft om over gevoelens
mentale mogelijkheden van cliënten te praten, hiermee moet je
rekening houden.
Interventiegeri Een diagnose en of intereactief beeld is Je ontdenkt ASS, je bekijkt welke
cht handelen een middel en niet het doel mogelijkheden en behandelingen
en denken er zijn
Postitieve Krachten van cliënt Een kindje met dyslexie is heel
aspecten Protectieve factoren creatief en tekent graag, dit kan
benutten Versterken en benutten je gebruiken in de behandeling
Handelen in Handelen in lijn met de deotologische Als je een minderjarig kind als
lijn met de code, wettelijke richtlijnen en normen en cliënt hebt, heb je de
deontologisch waarden toestemming van de ouders nodig
e code Beroepsgeheim
1.3. PSYCHODIAGNOSTISCH HANDELEN EN DENKEN
Handelen
De opeenvolgende fasen die de hulpverlener in de praktijk doorloopt. Deze bestaan uit
waarneembare handelingen tijdens contactmomenten met de cliënt.
Denken
Het actieve denkproces tijdens en tussen contactmomenten. Dit omvat reflectiemomenten,
hypothesen opstellen en aanbevelingen selecteren.
1.4. FASEN
Het psychodiagnostisch procesmodel voor psychologische
hulpverlening
De aanmelding
Doelstellinge Is de aanmelding ontvankelijk of niet?
n Informatie winnen
Analyseren: is de aanmelding inhoudelijk en deontologisch
ontvankelijk?
Vervolgtraject bepalen: diagnostisch traject voortzetten of
doorverwijzen?
Handelen Denken
Hoe kan een aanmedling bij een Inhoudelijk analyseren (komt de inhoudelijke
psyhologisch consulent betrekking overeen met het werkterrein en
gebeuren? deskundigheid)
o Door de cliënt zelf, via Toetsen aan deontologische en wettelijke
school, door de ouders van criteria (vb. toestemming nodig van ouders)
PSYCHODIAGNOSTIEK
Samenvatting
Chloe Owsianicki
, DEEL 1 – INLEIDING IN DE
PSYCHODIAGNOSTIEK
1. SITUERING EN BEGRIPPENKADER
1.1. PSYCHODIAGNOSTIEK EN HET GEBRUIK VAN PSYCHOLOGISCHE
INSTRUMENTEN
1.1.1. WAT IS PSYCHODIAGNOSTIEK?
= psychologische evaluatie of “assessment”, de kern van het begrijpen en begeleiden van menselijk
gedrag
Definitie
Het proces waarbij gestandaardiseerde metingen en observatietechnieken worden toegepast om
cognitieve vaardigheden, persoonlijkheid en emotioneel functioneren te evalueren.
Gegevensverzameling
Verzameling, ordening en verwerking van relevante gegevens vanuit de hulp- of zorgvraag.
Meer dan testen
Vereist psychologisch inzicht, observatievermogen en gesprekstechnieken voor grondige evaluatie.
1.1.2. PSYCHOLOGISCHE INSTRUMENTEN
Verschillende soorten testen
Zelfrepportage test Prestatietest Projectieve test Situational
judgement
Vragenlijsten of Tests waarbij Tests die Realistische scenario's
interviews waarin individuen specifieke dubbelzinnige stimuli waarbij individuen het
individuen vragen over taken uitvoeren, zoals gebruiken om meest geschikte
zichzelf beantwoorden. puzzels oplossen of onderliggende antwoord moeten
geheugen-oefeningen gedachten en kiezen.
doen. gevoelens te
onthullen.
VB: IQ of aadacht VB: in
testen VB: inktvlekken test arbeidspsychologie;
sollicitant moet
zeggen hoe men zich
in een situatie zal
gedragen
Kwalificatie van de gebruiker
De instrumenten moeten gebruikt worden door gekwalificeerde en opgeleide professionals.
Beperkingen van het instrument
, Een instrument meet maar een klein aspect van een mens.
Testresultaten kunnen beïnvloed worden door cultuur, taal en socio-economische status
Integratie van de testresultaten
Testresultaten moeten worden gebruikt in combinatie met andere informatiebronnen voor een
vollediger begrip van het individu.
informatie door observatie of door het testen van meerdere individuen
1.2. PSYCHODIAGNOSTIEK ALS KRITISCH PROCES
Interpretatie van de resultaten en observatie van de context leiden tot een goede
hypothesevorming.
Model van de Bruyn
1.3. DOELSTELLINGEN VAN DE PSYCHODIAGNOSTIEK
Diagnosestelling: classificeren van psychische stoornissen en aandoeningen
Begeleiding: ondersteunen bij school en loopbaan door identificatie van interesses
o VB: studenten die niet weten wat ze willen studeren
Behandelingplanning: identificeren van zwakke punten voor geschikte interventies
Competentiemeting: in kaart brengen van vaardigheden en competenties
,Komt voor in al de afstudeerrichtingen
1.4. KENMERKEN VAN EEN KWALITEITSVOL ONDERZOEK
Integratie van bronnen: informatie van cliënt en omgeving
Meerdere methoden: combinatie van gesprekken, observaties en testen
Contextuele benadering: aandacht voor context en culturele factoren
2. HET BELANG VAN HET PSYCHODIAGNOSTISCH DENKPROCES
2.1. ALLEGDAAGSE IMPLICIET DIAGNOSTICEREN
Iedereen heeft een soort automatische diagnose over een situatie/persoon
Attributietheorie
Voorbeeld: een student slaagt voor een examen
Intern: oorzaak van iets wordt toegeschreven aan de kwaliteiten van de persoon zelf
o Vb: de student heeft goed gestudeerd en is slim
Extern: de oorzaak van iets wordt toegeschreven aan een extern iets
o Vb: het examen was heel gemakkelijk
Impliciete diagnostiek heeft ook risico’s
Cognitieve foutenbronnen hebben nefaste invloeden op percepties en beslissingen
ongewapeld oordeel
Wat kan helpen tegen de cognitieve foutbronnen?
Wetenschappelijke modellen
Bewustzijn van onze automatische attributies en deze kritisch evalueren
2.2. FOUTBRONNEN EN HUN OORZAKEN
Heuristieken
= cognitieve regels om sneller tot een oplossing te komen; onbewust en intuïtief
Bij het nemen van alledaagse beslissingen, zoals het kiezen van een product of het inschatten van
een risico
Is het tegenovergestelde van een algoritme
Voorbeeld: hoe weet je dat iemand een angststoornis heeft?
o Heuristiek: het is een buikgevoel dat iemand dat heeft
o Algoritmen: er wordt een test afgelegd
Soorten heuristieken Definitie Voorbeeld
Beschikbaarheidseuriti De neiging om frequentie of Als je in je praktijk veel
ek waarschijnlijkheid te delinquenten begeleidt, dan zal je
overschatten op basis van hoe gemakkelijker delinquent gedrag
gemakkelijk voorbeelden in het waarnemen in het gedrag van
geheugen toegankelijk zijn. een cliënt die geen delinquent is.
Gambler’s fallacy De misvatting dat willekeurige In een casino ben je al lang aan
, gebeurtenissen elkaar het verliezen, dus ga je er vanuit
beïnvloeden, zoals geloven dat dat je wel eens zult winnen
na een reeks verliezen een winst Je leert iemand
waarschijnlijker wordt. ademhalingsoefeningen toe, na
een keer werkt het niet, dus gaat
die ervanuit dat het niet werkt
Base rate Het onderschatten of negeren Iemand met sociale problemen, je
verwaarlozing van fundamentele statistische zou denken da die ASS heeft,
informatie ten gunste van maar dat komt eigenlijk niet zo
specifieke, anekdotische vaak voor bij ASS
gevallen bij het maken van
beoordelingen.
Confirmatiebais De tendens om selectief Iemand komt solliciteren, het
informatie te zoeken, gaat goed, maar op de
interpreteren en onthouden die doorverwijzingsbrief staan
reeds bestaande overtuigingen negatieve dingen, dat wordt
bevestigt, terwijl tegenstrijdig genegeerd omdat het gesprek zo
bewijs wordt genegeerd. goed ging
Representativiteitsheur Mentale shortcut waarbij we Je hebt hartkloppingen en ben
istiek beoordelen of iets tot een kortademig je denkt dat je een
categorie behoort op basis van hartaanval hebt, maar het kan
hoe representatief of typisch het ook een paniekaanval zijn
lijkt voor de categorie.
Gevolgen van impliciete diagnostiek
Beperkt inzicht in cognitieve valkuilen
= Onvoldoende bewustzijn van eigen denkfouten en vooringenomenheid in het diagnostisch
proces.
Diagnostische blindheid voor evidente mogelijkheden
= Het missen van alternatieve diagnosen door te focussen op eerste vermoedens
Conformatiebais in informatieverzameling
= Gericht zoeken naar gegevens die eerste indrukken en hypothesen bevestigen, terwijl
tegenstrijdige informatie wordt genegeerd.
Suboptimale participatie van betrokkenen
= Ontoereikende betrokkenheid van de cliënt en zijn systeem, waardoor waardevolle
perspectieven verloren gaan in het diagnostisch traject.
2.3. EXPLICIET DIAGNOSTICEREN ALS OPLOSSING
Wetenschappelijke verantwoorde vormgeving
Kwaliteitsvolle intrumenten
Ricchtgevend kader
Kritisch denken
de empirische cyclus is een iteratief proces (= het is een herhalend proces, elke keer als je de
cyclus doorloopt vind je meer evidentie die de hypothese bevestigd.)
2.3.1. DE EMPIRISCHE CYCLUS
,Kritisch denken
Centraal staat de systematische evaluatie van informatie en het wegen van verschillende
perspectieven voor onderbouwde besluitvorming.
Werkveldoverschrijdend
Het model is toepasbaar binnen diverse psychologische disciplines, van klinische psychologie tot
arbeids- en organisatiepsychologie.
Niet gekoppeld aan een specifiek kader
Het procesmodel is theoretisch neutraal en kan worden gecombineerd met verschillende
psychologische stromingen en methodologieën.
Expliciet denkproces
Het model bevordert transparantie door het systematisch documenteren van de redenering en
overwegingen die leiden tot diagnostische conclusies.
3. HET BELANG VAN PSYCHODIAGNOSTIEK IN DE SAMENLEVING
3.1. DE GESCHIEDENIS VAN PSYCHODIAGNOSTIEK
,3.2. MODERNE ONTWIKKELINGEN
Psychometrie
Toegenomen kennis binnen testtheorie zorgde voor meer aandacht voor betrouwbaarheid en
validiteit.
Culturele sensitiviteit
Instrumenten moeten vrij zijn van vooringenomenheid en culturele geladenheid.
Technologische vooruitgang
Opkomst van digitale tests, telediagnostiek en computerized adaptive testing.
3.3. MAATSCHAPPELIJKE RELEVANTIE
Begrijpen van psychische aandoeningen
Preventieve maatregelen en identificeren van risicofactoren
Zorgt voor essentiële informatie voor effectieve zorg
Wetenschappelijke vooruitgang
3.4. TOEPASSINGSGEBIEDEN
Geestelijke gezondeheidszorg
Arbeidswereld
Onderwijs
Rechtsysteem
Specialisaties; forenschisch psycholoog, gerontopsycholoog, arbeidspsycholoog
3.5. BEPERKINGEN VAN PSYCHODIAGNOSTIEK
Complexiteit: psychische problemen zijn moeilijk nauwkeurig in kaart te brengen.
Categorisatie: discrete categorieën kunnen individualiteit niet volledig weergeven
Stigmatisering: labels kunnen gestigmatiseerd werken en herstel tegenwerken
3.6. DE TOEKOMST VAN PSYCHODIAGNOSTIEK
, Meerdere perspectieven: moet rekening houden met diverse factoren, waaronder culturele
aspecten.
Professionele uitvoering om kwaliteit te waarborgen: gekwalificeerde en professionele
uitvoerders
Maatschappelijke bijdrage: bijdrage aan welzijn van de samenleving
DEEL 2 – HET PSYCHODIAGNOSTISCH
PROCESMODEL
1. HET PSYCHODIAGNOSTISCH PROCESMODEL VOOR PSYCHOLOGISCHE
HULPVERLENING
1.1. INLEIDING
Wat is psychodiagnostiek?
Besluitvormingsproces: informatie verzamelen en analyseren aanpak ontwerpen
Wetenschappelijke methodiek: inzicht krijgen om advies te bieden
Basis voor interventie: eerst een psychodiagnostische denkfase
Soorten diagnostiek
Onderkennende en verklarende diagnostiek: oorzaak achterhalen en bepalen of er iets
aanwezig is
Indicerende diagnostiek: oplossing bieden voor betaande problematiek
1.2. UITGANGSPUNTEN
Uitgangspunte Uitleg Voorbeelden
n
Scientist- Je hebt een wetenschappelijke Je cliënt heeft last van depressie,
practitioner basishouding in de praktijk dus gebruik je de meest recente
inzichten en wetenschappelijk
ondersteunde methoden
Je schoolt je bij of je verwijst door
Cliënt centraal Het welzijn en de behoefte van de cliënt Cliënt met angststoornis wilt een
staan voorop behandeling, we weten dat groep
en indivueel traject gepast is,
, maar de cliënt wilt het niet in
groep doen. Daarom kies je voor
een individueel traject.
Constructieve Open communicatie en heldere afpsraken Je cliënt is een kindje van 8 jaar
samenwerking met cliënten en betrokkenen en heeft het moeilijk met
emoties, je betrekt de familie en
de school.
Systematish Het model systematiseert en expliciteert Je cliënt heeft last van depressie,
handelen en de stappen in denken en handelen, wat de slaapt slecht, eet minder,… lijkt
denken kwaliteit van de psychodiagnostiek depressie, maar door het schema
bevordert. te doorlopen weet je dat het komt
door een trauma
Transactioneel Het functioneren van de cliënt wordt Drugsgebruik bij een cliënt kan
referentiekade gezien als resultaat van wisselwerking gebruikt worden tegen angst,
r tussen omgevingsfactoren en maar het heeft ook te maken door
cliëntgebonden factoren slechte vrienden
Fair en Rekening houden met culturele aspecten, Iemand die vanuit thuis niet
cultuurbewust maatschappelijke context en fysieke en geleerd heeft om over gevoelens
mentale mogelijkheden van cliënten te praten, hiermee moet je
rekening houden.
Interventiegeri Een diagnose en of intereactief beeld is Je ontdenkt ASS, je bekijkt welke
cht handelen een middel en niet het doel mogelijkheden en behandelingen
en denken er zijn
Postitieve Krachten van cliënt Een kindje met dyslexie is heel
aspecten Protectieve factoren creatief en tekent graag, dit kan
benutten Versterken en benutten je gebruiken in de behandeling
Handelen in Handelen in lijn met de deotologische Als je een minderjarig kind als
lijn met de code, wettelijke richtlijnen en normen en cliënt hebt, heb je de
deontologisch waarden toestemming van de ouders nodig
e code Beroepsgeheim
1.3. PSYCHODIAGNOSTISCH HANDELEN EN DENKEN
Handelen
De opeenvolgende fasen die de hulpverlener in de praktijk doorloopt. Deze bestaan uit
waarneembare handelingen tijdens contactmomenten met de cliënt.
Denken
Het actieve denkproces tijdens en tussen contactmomenten. Dit omvat reflectiemomenten,
hypothesen opstellen en aanbevelingen selecteren.
1.4. FASEN
Het psychodiagnostisch procesmodel voor psychologische
hulpverlening
De aanmelding
Doelstellinge Is de aanmelding ontvankelijk of niet?
n Informatie winnen
Analyseren: is de aanmelding inhoudelijk en deontologisch
ontvankelijk?
Vervolgtraject bepalen: diagnostisch traject voortzetten of
doorverwijzen?
Handelen Denken
Hoe kan een aanmedling bij een Inhoudelijk analyseren (komt de inhoudelijke
psyhologisch consulent betrekking overeen met het werkterrein en
gebeuren? deskundigheid)
o Door de cliënt zelf, via Toetsen aan deontologische en wettelijke
school, door de ouders van criteria (vb. toestemming nodig van ouders)