100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Biodiversiteit van de Ongewervelden

Puntuación
5,0
(1)
Vendido
1
Páginas
130
Subido en
05-12-2025
Escrito en
2025/2026

Deze samenvatting is gebaseerd op de cursus van het vak 'Biodiversiteit van de Ongewervelden' van de UGent en omvat alles van de Protista tot de Echinodermata en de Chordata. Ze is zeker ook bruikbaar voor vergelijkbare vakken uit andere richtingen.

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
5 de diciembre de 2025
Número de páginas
130
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Biodiversiteit van
de ongewervelden
Pieter Saegeman

,1

, Biodiversiteit van ongewervelden
Hoofdstuk 1: inleiding
1 een woordje over evolutie
Alle huidige en uitgestorven levensvormen zijn ontstaan uit één gemeenschappelijke voorouder
(LUCA) die de basis vormt van de fylogenetische boom. De fylogenie bestudeert de samenhang tussen
soorten.

Griekse filosofen dachten al dat fossielen wezen op uitgestorven soorten, maar Jean-Baptiste de
Lamarck (1809) kwam met de theorie dat individuele organismen kenmerktoestanden die ze tijdens
hun leven opdoen doorgeven aan hun nakomelingen.

Volgens deze transformatietheorie gebeurt de evolutie op één generatie, bv. lange nek van giraf. Dit
is fout, de kenmerken die we doorgeven liggen in onze genen. Doch zegt de epigenetica dat ons
gedrag ons genoom kan beïnvloeden door bv. chemische imprints op bepaalde genen die daardoor
meer/minder tot expressie komen, wat kan overgedragen worden.

Charles Darwin (1859) en Alfred Russel Wallace (1858) kwamen ±gelijk met het idee van de evolutietheorie
via natuurlijke selectie. De evolutietheorie van Darwin omvat vijf deeltheoriën:

1. Geleidelijkheid

Evolutie gebeurt niet op één, maar op meerdere generaties.

2. ‘Survival of the Fittest’ of natuurlijke selectie.

Stel grote mannen verwekken meer kinderen en overleven langer, dan zullen grote mannen vaker
voorkomen dan kleine mannen.

Stel er is één gen voor ‘grootte’, dan bepalen de allelen de kenmerktoestand. Er zullen na verloop
van tijd steeds meer allelen van grote mannen voorkomen. Zo evolueren kenmerktoestanden.

Natuurlijke selectie werkt in op de in populatie aanwezige genetische variatie en selecteert de
‘fittere’ varianten. De richting waarin die evolutie plaatsvindt wordt bepaald door de omgeving.
Alles hangt af van toeval, welke allelen beter overleven in die omgeving.

Bv. berkenspanner / peper-en-zoutvlinder: een witte en donkere variant, wit goed gecamoufleerd
op berken en kwam dus meer voor, door grote roetuitstoot in 20e eeuw die afzette op bomen kwam
donkere meer voor, nu weer meer wit door daling CO2-uitstoot.

3. Gemeenschappelijke oorsprong

Het belang van omgeving bepaald waarom niet-verwante soorten
in zelfde milieu, gelijkaardige kenmerken ontwikkelen.

Gelijkaardige structuren uit een gezamenlijk
verwantschap zijn homologe kenmerken. Bv. de voor’poot’
van vissen, amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren
bestaat steeds uit dezelfde soort beenderen.




2

, Gelijkaardige structuren die niet het gevolg zijn van een gezamenlijk verwantschap,
maar van convergente evolutie, zijn analoge kenmerken. Bv. de vleugels van
vleermuizen en vogels. De beenderstructuur is een homoloog kenmerk, maar de
vleugels zelf als structuren die het mogelijk maken te vliegen zijn analoge kenmerken
en delen geen gezamenlijke oorsprong.

4. Continue verandering

Selectie creëert geen nieuwe structuren, maar evolueert oude structuren. Bv. veren zijn niet ontstaan om te
vliegen, maar uit huidschubben. Lossere schubben zorgden voor een betere thermoregulatie. Dat de veren
later voor een ander doel dienden heet exaptatie (iets met een bepaald doel gebruiken voor een geheel
ander doel).

Selectie sorteert bepaalde genotypes en zorgt dat de genotypische samenstelling van een
populatie verandert, het doet aan ‘sorting’. Dit gebeurt ook (drastisch) door ‘bottlenecks’ en
kolonisatiefenomenen.

Bij bottlenecks gaat een groot deel van de populatie verloren, de genotypische samenstelling van
de populatie die overblijft is anders dan daarvoor.

Bij kolonisatiefenomenen gaan enkelen een nieuwe habitat koloniseren. Zij zijn geen getrouwe
representatie van de genotypische samenstelling.

5. Vermeerdering van soorten / soortvorming: de originele soort verdwijnt niet, maar bestaat verder naast
de nieuwe soort

Er zijn verschillende processen die soortvorming verklaren:

Bij allopatrische speciatie / soortvorming ontstaan er twee soorten uit één soort doordat iets het
leefgebied in twee of meer stukken deelt. Er is nu geen gene-flow / genenuitwisseling meer en de
twee groepen evolueren onafhankelijk van elkaar. Bv. hagedissoorten in Middellandse Zeegebied
en de Caraïben, tijdelijk gescheiden door hoog water (geen gene-flow mogelijk).

Parapatrische speciatie ontstaat doordat twee groepen in hetzelfde milieu ver genoeg uit elkaar
leven om geen gene-flow te hebben. Naast een andere populatiegrootte en habitatverschillen zijn
er ook ecologische en gedragsgebonden factoren die voor soortvorming zorgen. Bv.
klauwwiersoorten in W-Europa / O-Azië.

Er is ook sympatrische speciatie waarbij een deelgroep die duidelijk binnen het
leefgebied van de hoofdgroep leeft apart zal voortplanten en evolueren.
Sympatrische speciatie kan belangrijk zijn bij bv. adaptieve radiatie waar er in een
relatief korte tijd uit één voorouder verschillende nieuwe soorten ontstaan. Bv. de
Darwinvinken die op ieder Galapagoseiland een andere niche innamen en zo
gescheiden raakten.

2 systematiek, taxonomie, fylogenie en cladistiek
Systematiek Studie van verscheidenheid van organismen, verwantschappen en reconstructie van
ontstaan van de verscheidenheid.
Taxonomie Studie van het beschrijven en benoemen van taxa / groeperingen van organismen.
Fylogenie Studie van de evolutionaire verwantschappen tussen taxa.
Cladistiek Fylogenetische discipline die organismen indeelt in clades / groepen die afstammen van
eenzelfde voorouder.




3
9,99 €
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
pietersaegeman
5,0
(1)

Reseñas de compradores verificados

Se muestran los comentarios
1 mes hace

5,0

1 reseñas

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Reseñas confiables sobre Stuvia

Todas las reseñas las realizan usuarios reales de Stuvia después de compras verificadas.

Conoce al vendedor

Seller avatar
pietersaegeman Universiteit Gent
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
5
Miembro desde
1 mes
Número de seguidores
0
Documentos
7
Última venta
3 semanas hace

5,0

1 reseñas

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes