PERSONENBELASTING – DEEL 3
1 Belastingberekening – art. 130 WIB
Overzicht berekening Personenbelasting
De basisbelasting
De afzonderlijke belastbare inkomsten worden in principe belast tegen een eigen afzonderlijk tarief,
tenzij globalisatie voordeliger is (art. 171 WIB)
Een belastingplichtige heeft een netto gezamenlijk belastbaar inkomen van €25 000. De
basisbelasting voor aanslagjaar 2025 bedraagt:
Een belastingplichtige heeft een netto gezamenlijk belastbaar inkomen van €50 000. De
basisbelasting voor aanslagjaar 2025 bedraagt:
1
, 1.1 Belastingvermindering wegens gezinstoestand
1.1.1 de belastingvrije som (art. 131 WIB)
De belastingvrije som is enkel van toepassing op de gezamenlijk belastbare inkomsten en niet op de
afzonderlijk belastbare inkomsten (deze worden enkel gezamenlijk belast indien de globalisatie voor
deze laatste inkomsten voordeliger is voor de belastingplichtige)
De belastingvrije som bedraagt voor iedere belastingplichtige € 10.570,00 (ongeacht gehuwd of
niet) – aj. 2025;
Indien de belastingplichtige gehandicapt is wordt deze som verhoogd met een bedrag gelijk aan €
1.920 (totale belastingvrije som bedraagt dus € 12.490)
Overheveling naar de echtgenoot is mogelijk indien belastingvrije som hoger is dan het gezamenlijk
belastbaar inkomen van de andere echtgenoot
Op de belastingvrije som en toeslagen worden aparte belastingbarema’s toegepast (infra)
Voorbeeld
Een echtpaar is sinds jaar en dag gehuwd. De oudste partner (handicap) heeft een gezamenlijk belastbaar
inkomen van € 10.000, de jongste partner een gezamenlijk belastbaar inkomen van € 40.000. De
belastingvrije AJ. 2025 som van beide partners wordt als volgt bepaald:
Partner 1 Partner 2
Gezamenlijk belastbaar inkomen 10.000,00 40.000,00
Belastingvrije som 12.490,00 10.570,00
Overdracht belastingvrije som - 2.490,00 + 2.490,00
Toepasselijke belasting vrije som 10.000,00 13.060,00
De belastingvrije som wordt beperkt tot
het gezamenlijk belastbaar inkomen
1.1.2 Toeslagen op belastingvrije som- beoordeling gebeurt op 1.1 aj
Kinderen ten laste
Kinderen ten laste jonger dan 3 jaar
Andere personen ten laste
Toeslag voor iedere in art. 136, 2° of 3° WIB bedoelde persoon ten laste van 65 jaar of ouder
Gehandicapt kind/persoon ten laste
Alleenstaande ouder met kinderlast of co-ouderschap
Niet samenwonende alleenstaande ouder met één of meer kinderen ten laste
bescheiden netto bestaansmiddellen in jaar van huwelijk of wettelijke samenwoning
In geval van een gemeenschappelijke aanslag (gehuwden of wettelijk samenwonenden) wordt de toeslag of
worden de toeslagen in principe steeds gevoegd bij de belastingvrije som van de partner met hoogste GBI.
2
1 Belastingberekening – art. 130 WIB
Overzicht berekening Personenbelasting
De basisbelasting
De afzonderlijke belastbare inkomsten worden in principe belast tegen een eigen afzonderlijk tarief,
tenzij globalisatie voordeliger is (art. 171 WIB)
Een belastingplichtige heeft een netto gezamenlijk belastbaar inkomen van €25 000. De
basisbelasting voor aanslagjaar 2025 bedraagt:
Een belastingplichtige heeft een netto gezamenlijk belastbaar inkomen van €50 000. De
basisbelasting voor aanslagjaar 2025 bedraagt:
1
, 1.1 Belastingvermindering wegens gezinstoestand
1.1.1 de belastingvrije som (art. 131 WIB)
De belastingvrije som is enkel van toepassing op de gezamenlijk belastbare inkomsten en niet op de
afzonderlijk belastbare inkomsten (deze worden enkel gezamenlijk belast indien de globalisatie voor
deze laatste inkomsten voordeliger is voor de belastingplichtige)
De belastingvrije som bedraagt voor iedere belastingplichtige € 10.570,00 (ongeacht gehuwd of
niet) – aj. 2025;
Indien de belastingplichtige gehandicapt is wordt deze som verhoogd met een bedrag gelijk aan €
1.920 (totale belastingvrije som bedraagt dus € 12.490)
Overheveling naar de echtgenoot is mogelijk indien belastingvrije som hoger is dan het gezamenlijk
belastbaar inkomen van de andere echtgenoot
Op de belastingvrije som en toeslagen worden aparte belastingbarema’s toegepast (infra)
Voorbeeld
Een echtpaar is sinds jaar en dag gehuwd. De oudste partner (handicap) heeft een gezamenlijk belastbaar
inkomen van € 10.000, de jongste partner een gezamenlijk belastbaar inkomen van € 40.000. De
belastingvrije AJ. 2025 som van beide partners wordt als volgt bepaald:
Partner 1 Partner 2
Gezamenlijk belastbaar inkomen 10.000,00 40.000,00
Belastingvrije som 12.490,00 10.570,00
Overdracht belastingvrije som - 2.490,00 + 2.490,00
Toepasselijke belasting vrije som 10.000,00 13.060,00
De belastingvrije som wordt beperkt tot
het gezamenlijk belastbaar inkomen
1.1.2 Toeslagen op belastingvrije som- beoordeling gebeurt op 1.1 aj
Kinderen ten laste
Kinderen ten laste jonger dan 3 jaar
Andere personen ten laste
Toeslag voor iedere in art. 136, 2° of 3° WIB bedoelde persoon ten laste van 65 jaar of ouder
Gehandicapt kind/persoon ten laste
Alleenstaande ouder met kinderlast of co-ouderschap
Niet samenwonende alleenstaande ouder met één of meer kinderen ten laste
bescheiden netto bestaansmiddellen in jaar van huwelijk of wettelijke samenwoning
In geval van een gemeenschappelijke aanslag (gehuwden of wettelijk samenwonenden) wordt de toeslag of
worden de toeslagen in principe steeds gevoegd bij de belastingvrije som van de partner met hoogste GBI.
2