Psychologie
Doelstellingen
1. De student kan uitleggen waar de psychologie zich als wetenschap mee
bezighoudt en kan verschillende psychologische perspectieven benoemen.
Psyche = geest of ziel
Logos = studie of kennis
De wetenschappelijke studie van menselijk gedrag en geestelijke processen.
Psychologische perspectieven;
1. Biologische perspectief -> Idee = lichaam kan apart van de geest worden bestudeerd.
Wat bepaalt gedrag; de hersenen, zenuwstelsel, endocriene stelsel (hormoonstelsel) en genen.
2. Cognitief perspectief -> Idee = de wetenschappelijke methode kan worden gebruikt om de
geest te bestuderen.
Wat bepaald gedrag; Iemands unieke patroon van waarnemingen, interpretaties,
verwachtingen, overtuigingen, en herinneringen.
3. Behavioristisch perspectief -> Idee = Psychologie moet de wetenschap van observeer baar
gedrag zijn, niet van mentale processen.
Wat bepaald gedrag; de prikkels in onze omgeving en de voorgaande consequenties van ons
gedrag.
4. Perspectief van de gehele persoon (‘whole person’) ->
• Idee = Psychodynamische psychologie: persoonlijkheid en psychische stoornissen komen
voort uit processen in het onbewuste.
Wat bepaald gedrag; processen in onze onbewuste geest
• Idee = Humanistische psychologie: psychologie moet de nadruk leggen op menselijke
groei en potentieel in plaats van op psychische stoornissen.
Wat bepaald gedrag; onze aangeboren behoefte om te groeien en ons potentieel zo goed
mogelijk te verwezenlijken.
• Psychologie van karaktertrekken en temperament: individuen kunnen worden begrepen
in termen van hun temperament en blijvende karaktertrekken.
Wat bepaald gedrag; Unieke persoonlijkheidskenmerken die in de tijd en in alle situaties
consistent zijn.
5. Ontwikkelingsperspectief -> Mensen veranderen als gevolg van een interactie tussen erfelijke
eigenschappen en de omgeving.
Wat bepaald gedrag; De interactie tussen erfelijkheid en omgeving, die zich het hele leven
door uit in voorspelbare patronen.
6. Sociocultureel perspectief -> Sociale en culturele invloeden kunnen de invloed overstemmen
van alle andere factoren die gedrag beïnvloeden.
Wat bepaald gedrag; de kracht van de situatie.
2. De student kan de relatie beschrijven tussen psychologie en gezondheid.
Psychologie houdt zich bezig met gedrag. Daarmee is ook meteen de link gelegd tussen psychologie en
gedrag.
• Relatie gedrag en ziekte;
- Gedrag leidt tot ziekte
- Ziekte leidt tot gedrag
- Gedrag als symptoom van ziekte
- Gedrag heeft invloed op het behandelresultaat.
Gedrag is ook belangrijk bij het voorkomen van ziekten.
Doelstellingen
1. De student kan uitleggen waar de psychologie zich als wetenschap mee
bezighoudt en kan verschillende psychologische perspectieven benoemen.
Psyche = geest of ziel
Logos = studie of kennis
De wetenschappelijke studie van menselijk gedrag en geestelijke processen.
Psychologische perspectieven;
1. Biologische perspectief -> Idee = lichaam kan apart van de geest worden bestudeerd.
Wat bepaalt gedrag; de hersenen, zenuwstelsel, endocriene stelsel (hormoonstelsel) en genen.
2. Cognitief perspectief -> Idee = de wetenschappelijke methode kan worden gebruikt om de
geest te bestuderen.
Wat bepaald gedrag; Iemands unieke patroon van waarnemingen, interpretaties,
verwachtingen, overtuigingen, en herinneringen.
3. Behavioristisch perspectief -> Idee = Psychologie moet de wetenschap van observeer baar
gedrag zijn, niet van mentale processen.
Wat bepaald gedrag; de prikkels in onze omgeving en de voorgaande consequenties van ons
gedrag.
4. Perspectief van de gehele persoon (‘whole person’) ->
• Idee = Psychodynamische psychologie: persoonlijkheid en psychische stoornissen komen
voort uit processen in het onbewuste.
Wat bepaald gedrag; processen in onze onbewuste geest
• Idee = Humanistische psychologie: psychologie moet de nadruk leggen op menselijke
groei en potentieel in plaats van op psychische stoornissen.
Wat bepaald gedrag; onze aangeboren behoefte om te groeien en ons potentieel zo goed
mogelijk te verwezenlijken.
• Psychologie van karaktertrekken en temperament: individuen kunnen worden begrepen
in termen van hun temperament en blijvende karaktertrekken.
Wat bepaald gedrag; Unieke persoonlijkheidskenmerken die in de tijd en in alle situaties
consistent zijn.
5. Ontwikkelingsperspectief -> Mensen veranderen als gevolg van een interactie tussen erfelijke
eigenschappen en de omgeving.
Wat bepaald gedrag; De interactie tussen erfelijkheid en omgeving, die zich het hele leven
door uit in voorspelbare patronen.
6. Sociocultureel perspectief -> Sociale en culturele invloeden kunnen de invloed overstemmen
van alle andere factoren die gedrag beïnvloeden.
Wat bepaald gedrag; de kracht van de situatie.
2. De student kan de relatie beschrijven tussen psychologie en gezondheid.
Psychologie houdt zich bezig met gedrag. Daarmee is ook meteen de link gelegd tussen psychologie en
gedrag.
• Relatie gedrag en ziekte;
- Gedrag leidt tot ziekte
- Ziekte leidt tot gedrag
- Gedrag als symptoom van ziekte
- Gedrag heeft invloed op het behandelresultaat.
Gedrag is ook belangrijk bij het voorkomen van ziekten.