HC 3: Internationaal privaatrecht: consumenten- en arbeidsovereenkomsten
Er bestaat een zeer grote mate van rechtskeuze volgens art. 3 Rome I. Het gekozen recht zet
niet alleen het regelend recht opzij, maar ook dwingend recht.
Het moet echter wel gaan om een werkelijk internationaal contract.
Voorrangsregels zijn regels van dwingend recht die zo belangrijk zijn dat ze rechtskeuze-
immuun zijn.
Varianten van rechtskeuze (art. 3 Rome I)
- Uitdrukkelijke rechtskeuze (lid 1): partijen zeggen: deze overeenkomst wordt
beheerst door … recht
- Stilzwijgende rechtskeuze (lid 1): een forumkeuze is slechts een van de factoren op
basis waarvan een stilzwijgende rechtskeuze geconcludeerd mag worden. Een andere
factor is de houding van partijen ten processe. Wat ook een belangrijke factor kan
zijn is het verwijzen naar bepalingen van een bepaald rechtsstelsel.
- Partiële rechtskeuze (lid 1): de rechtskeuze kan ook voor een onderdeel van de
overeenkomst worden gemaakt.
Meervoudig partiële rechtskeuze: voor onderdeel a kiezen we … recht en voor
onderdeel b kiezen we … recht.
- Rechtskeuze achteraf (lid 2): wordt pas gemaakt nadat een overeenkomst is gesloten
Wijziging van een eerdere rechtskeuze achteraf > voorheen was er een keuze
gemaakt voor Nederlands recht, later wordt er gekozen voor Duits recht.
Eerste rechtskeuze achteraf > partijen hebben aanvankelijk geen rechtskeuze
gemaakt, maar maken deze later alsnog.
Als een overeenkomst volgens het recht dat aanvankelijk gekozen was rechtsgeldig
was (aan de juiste vormen voldeed) dan kan de latere rechtskeuze het contract niet
ongeldig maken (zie art. 3 lid 2). Of indien de overeenkomst een derdenbeding bevat
en onder het nieuw gekozen recht is dit geen geldig derdenbeding, dan kan deze
latere keuze het derdenbeding niet ongeldig maken.
De rechtskeuze is vaak een onderdeel van het contract. Juridisch gezien is dat niet zo.
De rechtskeuze is een aparte zelfstandige overeenkomst. Ten aanzien van deze
rechtskeuzeovereenkomst kun je vragen stellen als: zijn partijen het er wel over eens,
is de overeenkomst wel geldig tot stand gekomen? Art 3 lid 5: de kwestie of er
overeenstemming tussen de partijen tot stand is gekomen over de keuze van het
toepasselijke recht …. wordt beheerst door de artikelen 10, 11 en 13.
Art. 10 lid 1 Rome I: geldigheid van een rechtskeuze wordt beheerst door het
gekozen recht (vaak is er namelijk een partij die zegt dat er voor een bepaald
rechtsstelsel is gekozen, terwijl de andere partij zegt dat er geen rechtskeuze is
gemaakt).
Er bestaat een zeer grote mate van rechtskeuze volgens art. 3 Rome I. Het gekozen recht zet
niet alleen het regelend recht opzij, maar ook dwingend recht.
Het moet echter wel gaan om een werkelijk internationaal contract.
Voorrangsregels zijn regels van dwingend recht die zo belangrijk zijn dat ze rechtskeuze-
immuun zijn.
Varianten van rechtskeuze (art. 3 Rome I)
- Uitdrukkelijke rechtskeuze (lid 1): partijen zeggen: deze overeenkomst wordt
beheerst door … recht
- Stilzwijgende rechtskeuze (lid 1): een forumkeuze is slechts een van de factoren op
basis waarvan een stilzwijgende rechtskeuze geconcludeerd mag worden. Een andere
factor is de houding van partijen ten processe. Wat ook een belangrijke factor kan
zijn is het verwijzen naar bepalingen van een bepaald rechtsstelsel.
- Partiële rechtskeuze (lid 1): de rechtskeuze kan ook voor een onderdeel van de
overeenkomst worden gemaakt.
Meervoudig partiële rechtskeuze: voor onderdeel a kiezen we … recht en voor
onderdeel b kiezen we … recht.
- Rechtskeuze achteraf (lid 2): wordt pas gemaakt nadat een overeenkomst is gesloten
Wijziging van een eerdere rechtskeuze achteraf > voorheen was er een keuze
gemaakt voor Nederlands recht, later wordt er gekozen voor Duits recht.
Eerste rechtskeuze achteraf > partijen hebben aanvankelijk geen rechtskeuze
gemaakt, maar maken deze later alsnog.
Als een overeenkomst volgens het recht dat aanvankelijk gekozen was rechtsgeldig
was (aan de juiste vormen voldeed) dan kan de latere rechtskeuze het contract niet
ongeldig maken (zie art. 3 lid 2). Of indien de overeenkomst een derdenbeding bevat
en onder het nieuw gekozen recht is dit geen geldig derdenbeding, dan kan deze
latere keuze het derdenbeding niet ongeldig maken.
De rechtskeuze is vaak een onderdeel van het contract. Juridisch gezien is dat niet zo.
De rechtskeuze is een aparte zelfstandige overeenkomst. Ten aanzien van deze
rechtskeuzeovereenkomst kun je vragen stellen als: zijn partijen het er wel over eens,
is de overeenkomst wel geldig tot stand gekomen? Art 3 lid 5: de kwestie of er
overeenstemming tussen de partijen tot stand is gekomen over de keuze van het
toepasselijke recht …. wordt beheerst door de artikelen 10, 11 en 13.
Art. 10 lid 1 Rome I: geldigheid van een rechtskeuze wordt beheerst door het
gekozen recht (vaak is er namelijk een partij die zegt dat er voor een bepaald
rechtsstelsel is gekozen, terwijl de andere partij zegt dat er geen rechtskeuze is
gemaakt).