100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Formeel Strafrecht Erasmus B2.

Puntuación
-
Vendido
2
Páginas
38
Subido en
13-04-2025
Escrito en
2023/2024

Deze samenvatting is gebaseerd op het handboek. Jurisprudentie, webcasts, colleges en eventuele artikelen zijn erin verwerkt. Voor optimale resultaten naast de opgegeven literatuur houden. Het gebruik van de samenvatting is op eigen risico; ik heb deze samenvatting zelf gebruikt, maar dat betekent niet dat het perfect is. Vertrouw dus niet volledig op de samenvatting. Zijn er onduidelijkheden of overduidelijke fouten, mogen jullie mij mailen op . Ik sta open om passages verder uit te leggen en probeer zo veel mogelijk te reageren.

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
13 de abril de 2025
Número de páginas
38
Escrito en
2023/2024
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

1 Strafvordering algemeen
1.1 Legaliteitsbeginsel

Het doel van het strafprocesrecht is de eerbiediging van rechten en vrijheden van een verdachte. We
willen het materiële strafrecht toepassen, maar wel binnen grenzen. Het zorgt voor een juiste
toepassing van het materiële strafrecht.
Voor strafvordering is daarom het legaliteitsbeginsel van groot belang (art. 1 Sv). Strafvordering kan
alleen bij of krachtens de wet. De wet is de waarborg voor de burger en de bevoegdheidsgrondslag
van het strafvorderlijk optreden overheid. Echter is niet elke fout meteen fataal voor het strafproces
(art. 359a Sv).

1.2 Modernisering

Er is nu sprake van de modernisering van het wetboek van Sv. We gaan het ‘aanpassen’. We gaan
uit van het bestaande en we gaan moderniseren waar het nodig is. De doelstellingen van
modernisering zijn als volgt
- Voorzien in een wetboek dat systematisch van opzet is
- Vereenvoudiging van het voorbereidend onderzoek
- Een duidelijke regeling van de bevoegdheden en procespositie
- Facilitering van een digitaal strafproces
- Stroomlijning van procedures
- Stimuleren van een voortvarende procesgang
We willen een betere positie voor slachtoffers en verhouding tussen procesdeelnemers. Ook willen we
kortere doorlooptijden. Wat aan voorbereiding eerder in de procedure gevraagd kan worden, kan
(hoeft niet) deswege later in de procedure geweigerd worden. De verdachte krijgt meer gelegenheid
zijn rechten eerder uit te oefenen, maar moet dat doen voordat de zitting begint. Onderzoek ter
terechtzitting begint pas als het voorbereidend onderzoek is afgesloten en de terechtzitting adequaat is
voorbereid.
Het OM zal meer strafzaken zelf afdoen in plaats van die aan de strafrechter voor te leggen. Dit komt
omdat we te weinig capaciteit hebben en omdat de OM goede alternatieven heeft.

1.3 Actoren

In het strafvordering proces kennen we verschillende actoren. De verhouding tussen deze actoren staat
centraal.
- Verdachte (1.5)
- Raadsman (1.6)
- Opsporingsambtenaar (2.2)
- Officier van justitie: De OvJ leidt de opsporing en beslist over al dan niet vervolging. Hij
geeft bevelen over de andere opsporingsambtenaren (art. 148 Sv). Hij verzamelt
processtukken (art. 149a Sv)
- Openbaar Ministerie: het OM beslist over vervolging: of er wordt vervolgd en hoe. Zij
hebben vervolgingsmonopolie.
- Rechter: De rechter beslist inhoudelijk over de strafzaak, als deze aan hem wordt voorgelegd,
via OM. Hij beantwoordt de vragen van art. 348 en 350 Sv. Er zijn meervoudige en
enkelvoudige kamers. Er is een eis van onafhankelijkheid en onpartijdigheid. We hebben
inquisitoir proces: de rechter is zelf verantwoordelijk voor de inhoudelijke juistheid.
- Rechter-commissaris: de rechter-commissaris houdt toezicht op het opsporingsonderzoek
(art. 170 lid 2 Sv). Hij is geen opsporingsambtenaar, maar is deel van de rechtbank. Zij
dienen een onafhankelijke en onpartijdige speler te zijn, meer dan de OvJ. Ze worden
incidenteel ingezet, op specifieke punten en ter bescherming van een bepaald belang. Ze
worden vooral toegepast als het gaat om ingrijpende dwangmiddelen.

,1.4 Fasen

Er zijn een aantal fasen in het strafproces:
- Voorbereidend onderzoek (art. 132a Sv): de politie doet een opsporingsonderzoek om
feiten en bewijsmateriaal te verzamelen over de zaak. Zo hebben ze verdenkingen en
verdachten (art. 27 Sv). De officier van justitie bekijkt de resultaten van dit onderzoek en kan
dan beslissen om een zaak wel of niet aan de rechter voor te leggen. De officier van justitie is
hier formeel verantwoordelijk voor. Als de officier van justitie besluit niet te vervolgen, heet
dat een sepot (art. 167 Sv)
- Onderzoek ter terechtzitting: dit begint met de dagvaarding, een brief van de officier van
justitie die de verdachte oproept om bij een gerecht te verschijnen (art. 258 Sv). De strafbare
feiten in kwestie worden hierin benoemd, ookwel de tenlastelegging genoemd. Hierna wordt
de strafzaak uitgeroepen door de voorzitter, waardoor het onderzoek echt begint in de
rechtszaal (art. 270 Sv). Er wordt hier gezocht naar de materiele waarheid: is de persoon die
verschenen is de verdachte, wat zijn de feiten hier omheen, wat heeft de verdachte gedaan?
De voorzitter confronteert de gedachte met relevante stukken als zijn bewijsmateriaal. Hierna
doet de officier de kans om een requisitoir te houden. De raadsman geeft hierna zijn
opvatting over de zaak in zijn pleidooi. Hierop krijgt de officier weer de mogelijkheid op te
reageren. Zodra de rechtbank voldoende informatie heeft vergaard, mag de verdachte zijn
laatste woord uitbrengen. Hierna ais het onderzoek ter terechtzitting gesloten.
- Uitspraak: Hierna gaat de rechtbank beraadslagen (art. 348 en 350 Sv). Een belangrijke
vraag hierin is of er bewezen kan worden dat de verdachte de dader is? Er moet dan een
einduitspraak worden gedaan en een passende sanctie worden bedacht (art. 349, 351 en 352
Sv). De beslissing van de rechtbank wordt in een vonnis opgenomen met bepaalde
onderdelen (art. 359 Sv). In de openbare zitting worden belangrijkste dingen nog besproken
(art. 362 Sv).
- Rechtsmiddelen: hierna kan er nog in hoger beroep en daarna in cassatie worden gegaan.
- Tenuitvoerlegging: na het gebruik van alle rechtsmiddelen wordt de uitspraak
onherroepelijk. Het vonnis kan dan ten uitvoer gelegd worden (art. 6:1:1 Sv)

1.5 Verdachte

Er zijn twee soorten uitleg voor het begrip ‘verdachte (art. 27 Sv)
- Materieel criterium (lid 1): de verdachte is voordat de vervolging is begonnen, de persoon
waartegen een redelijk vermoeden vanuit feiten en omstandigheden is voor het plegen van
een strafbaar feit.
- Formeel criterium (lid 2): de verdachte is de persoon waartegen de vervolging is gericht
De verdachte is in feite nog onschuldig totdat het tegendeel is bewezen; de onschuldpresumptie (art.
6 lid 2 EVRM). Dit is alleen vanuit het opzicht van de overheid. De overheid zou zijn schuld moeten
bewijzen, en de verdachte mag dit aanvechten.
De verdachte heeft aanspraak op speciale rechtsbescherming tegenover de overheid
- Zwijgrecht, nemo-teneturbeginsel: hij kan niet gedwongen worden bewijs tegen zichzelf te
leveren. Hij kan niet verplicht worden om mee te werken aan zijn eigen veroordeling. De
verdachte moet op de hoogte worden gesteld van zijn zwijgrecht, het cautierecht (art. 29 lid
2 Sv). Zonder cautie kan een verklaring onbruikbaar worden. Mensen die niet verdachten zijn,
hebben geen cautierecht, totdat er een verdenking ontstaat tijdens een verhoor.
In geval van excessieve dwang kan ook het verkrijgen van wilsonafhankelijk materiaal een
schending van het nemo tenetur-beginsel opleveren
- Pressieverbod (art. 29 Sv).: bij verhoor van de verdachte mag er geen druk op hem gelegd
worden; het pressieverbod. Iemand heeft verklaringsvrijheid.
- Het recht op kennisnemen van processtukken (art. 30 Sv): de verdachte moet kennis
kunnen nemen van alle processtukken. Dit mag alleen beperkt worden in belang van het
onderzoek. De raadsman moet deze stukken ook kunnen krijgen (art. 48 Sv).

, - Het recht om geïnformeerd te worden over de beschuldiging tegen hem (art. 27c Sv)
- Het recht om getuigen op te roepen en te ondervragen (art. 263 lid 1 Sv)
- Het recht op rechtsbijstand (art. 28 Sv)

1.6 Recht op rechtsbijstand

De raadsman moet een advocaat zijn (art. 37 Sv). Hij staat de verdachte met raad bij en moet hem
onbeperkt en in diens belang kunnen bijstaan. Hij biedt hulpverlening en waakt over een eerlijk
proces. Volgens het EVRM heeft eenieder recht op rechtsbijstand (art. 6 lid 3 sub c EVRM). Als
iemand het niet kan betalen, moet de overheid hem gratis rechtsbijstand aanbieden.

In Nederland is er ook het recht op rechtsbijstand, maar is het niet verplicht om verdedigd te worden
door een advocaat (art. 28 Sv). Iemand kan ook zichzelf verdedigen. Hij doet dan afstand van
rechtsbijstand wat vrijwillig en ondubbelzinnig moet plaatsvinden (art. 28a Sv).
Iemand kan een advocaat raadplegen vanaf het vroegste stadium, zelfs voor het politieverhoor (art.
28c Sv) en tijdens (art. 28d Sv).
Indien te lang moet worden gewacht kan worden aangevangen met het verhoor (art. 28b lid 4 Sv).
Kwetsbare groepen, zoals minderjarigen, kunnen rechtsbijstand niet afwijzen (art. 28b Sv). Hetzelfde
geldt voor verdachten van misdrijven waar meer dan 12 jaar op staat.
Iemand mag zelf kiezen welke advocaat hij wil (art. 38 Sv). Als iemand geen raadsman kan kiezen
door gebrek aan tijd of geld, is er een piketadvocaat die wordt aangewezen (art. 39 Sv).
De advocaat moet vrije toegang hebben tot de verdachte die van zijn vrijheid is beroofd (art. 45 Sv).
Dit moet vertrouwelijk zijn. Er mag hier wel toezicht op zijn voor de veiligheid van de advocaat en de
maatschappij, en mag alleen beperkt worden in belang van het onderzoek (art. 46 Sv).

Een advocaat heeft een geheimhoudingsplicht, en is daarmee een verschoningsgerechtigde (art. 218
Sv). Ze hoeven niet te getuigen, en hun brieven en geschriften met cliënten vallen ook onder
beroepsgeheim en mogen niet in beslag worden genomen (art. 98 lid 1 Sv). Er mag ook niet naar
doorzocht worden. Ook telefoons mogen niet getapt worden. Ook als de telefoon van een verdachte
wordt getapt, moeten zijn gesprekken met zijn advocaat vernietigd worden (art. 126aa lid 2 Sv).
Om daadwerkelijk te weten of iets onder het beroepsgeheim valt, moet de toestemming van de
advocaat gevraagd worden. Het tuchtrecht kan dit beoordelen, niet de strafrechter. Alleen onder zeer
bijzondere omstandigheden kan een doorbreking van een het beroepsgeheim gerechtvaardigd worden.
Het verschoningsrecht geldt niet ten aanzien van alle correspondentie met cliënt: het gaat om
correspondentie die aan jou als juridisch medewerker zijn toevertrouwd.

Het Salduz-arrest heeft met zich gebracht dat om te kunnen voldoen aan de eisen van een eerlijk
proces zoals bedoeld in het bepaalde in artikel 6 van het EVRM dat de verdachte voorafgaand aan zijn
eerste verhoor door de politie de gelegenheid moet zijn geboden om te overleggen met zijn raadsman
over diens in te nemen procespositie. De opsporing dient in de gevallen dat een verdachte niet is
uitgenodigd voor verhoor op het politiebureau een actieve houding in te nemen teneinde de verdachte
die gelegenheid te bieden. Het is volgens het EHRM, daarin gevolgd door de HR, strijdig met het
recht op een eerlijk proces indien die gelegenheid niet wordt geboden. De HR heeft als vaste
consequentie op het niet voldoen aan dit vereiste gesteld dat dient te worden overgegaan tot
bewijsuitsluiting, zo volgt uit vaste jurisprudentie. Bij een niet-aangehouden verdachte moeten ze zelf
rechtsbijstand regelen.

Overzicht vraag over niet de kans krijgen om met een raadsman te spreken voor verhoor:
- Mededeling van recht op rechtsbijstand (art. 27c lid 1 en 2 Sv): de verdachte moet
gewezen worden op zijn recht van rechtsbijstand. Ga na of dit gebeurd is
- Mogelijkheid om afstand te doen (art. 28a Sv): de verdachte kan vrijwillig en
ondubbelzinnig afstand doen van zijn recht op rechtsbijstand. Ga na of dit in casu is gebeurd
- Te lang duren (art. 28b lid 4 Sv): indien te lang moet worden gewacht kan worden
aangevangen met het verhoor. Ga na of dit in casu het geval was.

, - Salduz: hebben ze actief een raadsman gezocht voor de verdachte? Zo nee, moet het bewijs
van het verhoor uitgesloten worden.
2 Het vooronderzoek
2.1 Opsporingsonderzoek

Het aan de zitting voorafgaande onderzoek wordt het voorbereidend onderzoek genoemd (art. 132
Sv). Hierin wordt eigenlijk alles al onderzocht zodat ze bediscussieerd kunnen worden in het
eventuele onderzoek ter terechtzitting. Er hoeft nog geen sprake te zijn van een concreet strafbaar
feit. Er moet een gedegen beslissing kunnen worden genomen over of de OvJ wil vervolgen en hoe hij
dat zou willen doen. Ook wordt hier materieel verzameld om de vragen van art. 350 Sv te
beantwoorden.

Het opsporend onderzoek is deel van het vooronderzoek. De officier van justitie leidt dit met het
doel van het nemen van strafvorderlijke beslissingen (art. 132a Sv). Er hoeft nog geen verdachte te
zijn. Een opsporend onderzoek is niet beperkt tot het vooronderzoek; ook tijdens het onderzoek ter
terechtzitting en hoger beroep kan nog opgespoord worden.
Opsporing moet berusten op een wet in formele zin (art. 1 Sv). Echter heeft niet iedere
opsporingshandeling een eigen wettelijke grondslag; er zijn vaak algemene bevoegdheden.
Er zijn vijf typen opsporing:
- Klassieke opsporing: naar aanleiding van een vermoedelijk gepleegd strafbaar feit begint een
onderzoek gericht op de opheldering van dit feit.
- Repressieve controle: je gaat op zoek naar mogelijk gepleegde strafbare feiten, zonder dat er
een redelijk vermoeden bestaat dat die er is. Dit gaat meer om handhaving en voorkoming.
- Proactieve opsporing: je reageert op strafbare feiten die al gepleegd zijn. Er is een bepaalde
verdachte in vizier, en je concentreert je op het volgende strafbare feit dat hij gaat plegen.
- Inlichtingenwerk: je runt informanten; je krijgt dus informatie over strafbare feiten, zonder
dat er vooraf een vermoeden bestaat.
- Verkennend onderzoek: je verkrijgt een beeld van een bepaalde sector om criminaliteit te
kunnen vaststellen.
Opsporing begint vanaf het moment dat het vermoeden rijst dat een strafbaar feit is begaan. Een
ambtenaar krijgt het gevoel alsof er iets niet ‘pluis’ zit en belt dan de officier van justitie. Opsporing
eindigt bij het onderzoek ter terechtzitting.

2.2 Opsporingsambtenaren

Er is zijn twee groepen belast met opsporing:
- Ambtenaren met algemene opsporingsbevoegdheid (art. 141 Sv): de officier van justitie,
de politie, Minister van Veiligheid en Justitie, Militairen Koninklijke marechaussee en
opsporingsambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten.
- Buitengewone opsporingsambtenaren (art. 142 Sv): deze krijgen hun
opsporingsbevoegdheid via een bijzondere wet (sub c) of een akte van opsporing (sub a). Dit
is beperkt tot een bepaalde categorie strafbare feiten (lid 2).

De OvJ heeft de leiding over het onderzoek (art. 132a Sv). Hij is verantwoordelijk voor de
strafvorderlijke beslissingen. Dit is om de juridische kwaliteit van het onderzoek te bewaken, het
opsporingsbeleid af te stemmen op het vervolgingsbeleid en als laatst ook de rechtmatigheid van het
opsporingsonderzoek bewaken.
Verder zijn er ook anderen die met opsporing zijn belast (art. 141 en 142 Sv). Boven de OvJ staat de
hoofdofficier die algemene en bijzondere aanwijzingen geeft aan de officier (art. 136 lid 3 RO). Aan
het hoofd van het OM staat het College van procureurs-generaal dat dit ook kan doen (art. 130
RO).
8,16 €
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
ayabahaya Erasmus Universiteit Rotterdam
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
201
Miembro desde
4 año
Número de seguidores
90
Documentos
18
Última venta
3 días hace
Samenvattingen Rechtsgeleerdheid Erasmus Universiteit

4,2

30 reseñas

5
10
4
17
3
2
2
0
1
1

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes