Week 11
MC-A
Leerdoelen
o De ligging, bouw en functie van de nieren en de urineweg
kunnen beschrijven.
o De doorbloeding van de nieren kunnen beschrijven.
o De functie en onderdelen van het nefron kunnen
beschrijven.
o De werking van de nier kunnen beschrijven en daarbij de
begrippen filtratie, secretie en reabsorptie kunnen
beschrijven.
o Kunnen uitleggen wat wordt verstaan onder glomerulaire
filtratie snelheid ofwel glomerular filtration rate (GFR).
o De rol van de nieren bij het uitscheiden van afvalstoffen
kunnen uitleggen (excretie).
o Kunnen benoemen hoe de water- en zoutuitscheiding
gereguleerd wordt en hierbij de term osmolariteit kunnen
gebruiken.
o Kunnen uitleggen hoe de zuurgraad gereguleerd wordt en
benoemt hierin de rol van de nieren.
o Kunnen uitleggen wat de rol van de nieren is in aanmaak
van erytrocyten.
o Kunnen uitleggen wat de rol van de nieren is in relatie tot
vitamine D.
o Kunnen uitleggen wat de normale samenstelling is van de
urine en wanneer de samenstelling van urine afwijkt van
normaal.
o De vochthuishouding (inclusief grote lijnen vochtbalans)
kunnen uitleggen en de rol van het urinewegstelsel hierin
kan benoemen.
, o Kunnen uitleggen bij welk volume en hoe de urinelozing
tot stand komt.
Ligging nieren:
Hoog in de buikholte
Tegen de achterste buikwand, retroperitoneaal
Ter weerzijden van de wervelkolom
Worden beschermd door de thorax
Linker nier ligt tegen het diafragma
- het craniale uiteinde ligt ter hoogte van de twaalfde
borstwervel (Th12)
- het caudale uiteinde reikt tot de derde lumbale wervel
(L3)
Rechternier ligt gespiegeld iets lager dan de linker nier
De holle zijden van de nieren zijn naar elkaar toe gekeerd
Bouw nieren:
Nierkapsel
- De buitenste laag van nier bestaat uit een dun, stevig
bindweefselkapsel
Cortex
- Het gespikkelde weefselgebied dat direct onder het
nierkapsel ligt.
Medulla
- merg tussen en binnen de schors, binnenzijde
Mergpiramiden
- de merggebieden met vorm van stompe kegels en een
gestreept uiterlijk
Mergstralen
- strepen op de mergpiramiden die doen denken aan een
stralenkrans
Nierpapil
- de top van de mergpiramide
- naar het centrum van de nier gericht
- hier monden 3 tot 6 mergpiramiden uit in een holte
Calix (nierkelk)
- monden op hun beurt uit in een grote centrale holte in de
nier
, - bekleed met overgangsepitheel
Pyelum (nierbekken)
- grote centrale holte in de nier ook pelvis genoemd
- vernauwt mediaal en gaat ter hoogte van het nierhilum
over in de ureter
- bekleed met overgangsepitheel
Ureter (urineleider)
Functie nieren:
Aanmaak vitamine D
Kwijtraken afvalstoffen
Regelen bloeddruk en volume
Concentratie zouten
Epo maken
Zuurbase regulatie
Urineweg:
Functie
- zorgen voor transport, opslag en verwijdering van de
urine uit het lichaam
Bouw
- nierkelken, nierbekken, urineleiders, urineblaas en de
urinebuis
Figuur 8,9 en 8,10 uit AF
Doorbloeding nieren:
a. renalis (nierslagader)
- korte, wijde aftakking van aorta abdominalis
- in rust krijgen die nieren via deze slagaders ongeveer 20
% van het hartminuutvolume aangeboden. (Gemiddeld 0,5
liter bloed)
- vertakt ter hoogte van het nierhilum in kleine arteriën,
die langs het nierbekken en rond de nierkelken het nier
weefsel binnen gaan
, interlobaire arteriën
- er lopen aftakkingen langs de randen van de
mergpiramiden naar de oppervlakkige schorslaag
arterie arcuatea (boogarteriën)
- aftakkingen lopen in een boog over de basis van de
piramiden.
Interlobulaire arteriën
- aftakkingen van de boogarteriën
- dringen het merg- en het schorsweefsel binnen
- lopen parallel aan de mergstralen en aan de interlobaire
arteriën
Arteriële portale circulatie
- aftakkingen van de interlobulaire arteriën die in de schros
en merg de circulatie vormen.
V. renalis
- venen verenigen zich hier tot ter hoogte van het
nierhilum
Wijd bloedvat wat zich uitmondt in de v. cava inferior
- voert zuurstofarm bloed af
Nefron:
1 miljoen per nier
Ligt in schors en merg
Glomerulus
- aftakking slagader met vaatkluwen en daaromheen een
kapsel
- vind filtratie plaats (bloed wordt uitgeperst -> voorurine
Kapsel van bowman
- hier wordt de voor urine opgevangen
- ingedrukt dubbelwandig zakje van eenlagig
plaveiselepitheel
- hier zit een capillair dat als een kluwentje opgerold is.
Tumulus
- kronkelige buis
-‘verzamelbuis’
- bewerking van urine
- slagader loopt hierlangs hierdoor contact tussen urine en
afgegeven bloed
Kapselholte
- holte tussen buitenwand en glomerulus
Vas afferens
- afvoerende bloedvat