Cellen en weefsels samenvatting H.6
De flow van genetische informatie. Er is dus geen flow
van eiwit naar RNA/DNA.
Je hebt veel verschillende
soorten RNA.
Transcriptie
Transcriptie vindt plaats m.b.v. RNA polymerase.
Verschillen met DNA polymerase:
Minder precies
Geen primer nodig
Er wordt geen stabiele duplex gevormd
Is langzamer dan DNA polymerase
RNA polymerase maakt veel mRNA. Hierdoor
kunnen meer fouten worden gepermitteerd, en
daarom heb je geen primer nodig.
, Transcriptie in bacteriën
1. De transcriptie begint als de -factor bindt aan RNA polymerase en helpt bij het factor bindt aan RNA polymerase en helpt bij het
zoeken naar de promotor (de TATA-factor bindt aan RNA polymerase en helpt bij het box).
2. Als de promotor gevonden is dan bindt RNA-factor bindt aan RNA polymerase en helpt bij het polymerase en er ontstaat een gesloten
complex.
3. Daarna ‘unwind’ RNA polymerase het DNA en er wordt een open complex gevormd.
4. Hierna vindt ‘mislukte initiatie’ plaats waarin RNA polymerase nog op de promotor
zit. Bij dit proces worden allemaal kleine RNA stukjes gemaakt. Dit proces kan
plaatsvinden d.m.v. DNA scrunching RNA polymerase blijft op zijn plek terwijl
hij het DNA unwind en als het ware door het enzym trekt en hierbij RNA maakt. Na
een paar nucleotiden wordt het DNA weer herwikkelt en werpt RNA polymerase het
weer uit.
5. Als er zoveel stress wordt opgebouwd door DNA scrunching, dan wordt die energie
gebruikt om los te komen van de promotor. Als RNA polymerase loskomt van de
promotor (langzaamste stap RNA polymerase), dan begint de initiatie en laat de -factor bindt aan RNA polymerase en helpt bij het
factor los.
6. Hierna vindt elongatie plaats van 5` 3`
7. RNA polymerase stopt als een G-factor bindt aan RNA polymerase en helpt bij het C rijke hairpin loop wordt gevormd gevolgd door
veel U’tjes.
8. Hierna vindt terminatie plaats en laat het RNA los.
De promotor sequenties zijn heterogeen, maar bevatten gemeenschappelijke kenmerken die
consensus sequenties worden genoemd de frequentie waarmee nucleotide op bepaalde
posities voorkomen (bij -factor bindt aan RNA polymerase en helpt bij het 10 is dit TATAAT). Promotors zijn asymmetrische sequenties die de
richting van de transcriptie bepalen.
De flow van genetische informatie. Er is dus geen flow
van eiwit naar RNA/DNA.
Je hebt veel verschillende
soorten RNA.
Transcriptie
Transcriptie vindt plaats m.b.v. RNA polymerase.
Verschillen met DNA polymerase:
Minder precies
Geen primer nodig
Er wordt geen stabiele duplex gevormd
Is langzamer dan DNA polymerase
RNA polymerase maakt veel mRNA. Hierdoor
kunnen meer fouten worden gepermitteerd, en
daarom heb je geen primer nodig.
, Transcriptie in bacteriën
1. De transcriptie begint als de -factor bindt aan RNA polymerase en helpt bij het factor bindt aan RNA polymerase en helpt bij het
zoeken naar de promotor (de TATA-factor bindt aan RNA polymerase en helpt bij het box).
2. Als de promotor gevonden is dan bindt RNA-factor bindt aan RNA polymerase en helpt bij het polymerase en er ontstaat een gesloten
complex.
3. Daarna ‘unwind’ RNA polymerase het DNA en er wordt een open complex gevormd.
4. Hierna vindt ‘mislukte initiatie’ plaats waarin RNA polymerase nog op de promotor
zit. Bij dit proces worden allemaal kleine RNA stukjes gemaakt. Dit proces kan
plaatsvinden d.m.v. DNA scrunching RNA polymerase blijft op zijn plek terwijl
hij het DNA unwind en als het ware door het enzym trekt en hierbij RNA maakt. Na
een paar nucleotiden wordt het DNA weer herwikkelt en werpt RNA polymerase het
weer uit.
5. Als er zoveel stress wordt opgebouwd door DNA scrunching, dan wordt die energie
gebruikt om los te komen van de promotor. Als RNA polymerase loskomt van de
promotor (langzaamste stap RNA polymerase), dan begint de initiatie en laat de -factor bindt aan RNA polymerase en helpt bij het
factor los.
6. Hierna vindt elongatie plaats van 5` 3`
7. RNA polymerase stopt als een G-factor bindt aan RNA polymerase en helpt bij het C rijke hairpin loop wordt gevormd gevolgd door
veel U’tjes.
8. Hierna vindt terminatie plaats en laat het RNA los.
De promotor sequenties zijn heterogeen, maar bevatten gemeenschappelijke kenmerken die
consensus sequenties worden genoemd de frequentie waarmee nucleotide op bepaalde
posities voorkomen (bij -factor bindt aan RNA polymerase en helpt bij het 10 is dit TATAAT). Promotors zijn asymmetrische sequenties die de
richting van de transcriptie bepalen.