Practicum: les 5-9 + weblecture
Inhoudsopgave
1. introductie wat en hoe (weblecture) ..................................................................................................................... 2
Introductie ...................................................................................................................................................................... 2
Waarom context betrekken ............................................................................................................................................ 2
Gradaties in betrokkenheid ............................................................................................................................................ 3
Werkvorm versus denkkader .......................................................................................................................................... 3
Meerzijdige partijdigheid................................................................................................................................................ 4
Positionering van de hulpverlener .................................................................................................................................. 4
2. opstellen van een psycho-educatie (les 5).............................................................................................................. 5
Psycho-educatie .............................................................................................................................................................. 5
voorbereiding .......................................................................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
3. Psycho-educatie in groep in de 1e lijn (les 6) .......................................................................................................... 6
Aandachtspunten ........................................................................................................................................................... 6
Algemeen........................................................................................................................................................................ 7
4. Individuele psycho-educatie (les 7) ........................................................................................................................ 7
Aandachtspunten ........................................................................................................................................................... 7
5. betrekken van de context bij psycho-educatie (les 8)............................................................................................. 8
Stellingen ........................................................................................................................................................................ 8
Waaron de context betrekken? ...................................................................................................................................... 8
Meerzijdige partijdigheid................................................................................................................................................ 8
Positionering van de hulpverlening ................................................................................................................................ 9
Wat als? Frequente moeilijkheden ................................................................................................................................. 9
Betrekken van de context: concrete aanpak .................................................................................................................. 9
Stap 1: goede voorbereiding is cruciaal ...................................................................................................................10
Stap 2: gesprek zelf ..................................................................................................................................................10
Examen ................................................................................................................................................................... 12
1
, 1. introductie wat en hoe (weblecture)
Introductie
De context of naasten van een cliënt worden vandaag de dag meer en meer als partners in de zorg gezien.
Hiermee wordt rekening gehouden in het nieuwe model van geestelijke gezondheidszorg. Onderzoek heeft
namelijk aangetoond dat de kwaliteit van het psychologische dienstverlening of therapeutisch handelen
vaak beter is als men rekening houdt met wat families ervaren. De context betrekken draagt dus bij tot de
kwaliteit van psychologische begeleiding.
Over wie kan dit gaan:
Bij familie gaat het niet alleen om de bloedverwanten, de context bestaat namelijk uit de naaste en de
brede omgeving. Soms kan de context bestaan uit maar 1 persoon. Mensen die behoren tot de dichte
omgeving delen 2 kenmerken: ze voelen zich betrokken bij de situatie en ze genieten het vertrouwen van
de cliënt. Maar bloedverwanten of partners blijven de meest voorkomende context.
De context kan breder zijn dan de bloedverwanten alleen: het gaat om mensen die dicht bij de cliënt staan,
betrokken zijn, mensen die de cliënt vertrouwen geeft. Het kan dus even goed gaan om een betrokken
buur, een dichte vriend…
Waarom context betrekken
Ondanks dat het niet makkelijk is en het de zaken op eerste zich complexer maakt zijn verschillende
redenen waarom we de context toch gaan betrekken in een begeleidingstraject of bij een psycho-educatie:
• Meer kwaliteit en grotere efficiëntie van zorg: werken met families wordt meer en meer als
noodzakelijk gezien in de geestelijke gezondheidszorg. Het lijkt vaak moeilijker, maar toch wijst
onderzoek uit dat families op termijn meer kwaliteit met zich meebrengen en een grotere
efficiëntie tot gevolg hebben.
• Expertise: naasten beschikken over kennis van de situatie en hebben ervaringen die hen
bondgenoot maken. Ze leven met de cliënt samen, waardoor ze kostbare informatie hebben. Ze
zijn dus helpers en informatiebronnen die je analyse kunnen aanvullen. De verschillende
perspectieven geven dus een volledig verhaal, dat betekent niet dat het verhaal van de cliënt
geloofwaardiger moet maken, maar als een controle. De verschillende perspectieven verfijnt het
zich op de toestand, zodat interventies verbetert en beter afgestemd kunnen worden
• Weinig ziekte-inzicht: als een patiënt weinig ziekte -inzicht heeft zijn deze perspectieven extra
belangrijk.
• Familie heeft oorzakelijke en/of instandhoudende rol bij problemen cliënt: soms dragen families
ook bij aan het ontstaan of instandhouden van het probleem.
• Blijven in verbinding met de cliënt: door de verbinding kunnen er realistische verwachtingen
gevormd worden bij de context omtrent het verloop of moeilijke verbetering
• Helpen bij integratie om leefomgeving: na een opname moet de terugkeer zo goed mogelijk
voorbereid worden en ook tijdens ambulante begeleiding moet er soms binnen families een nieuw
evenwicht gevonden worden.
• Maken gelijkaardige processen mee en lijden mogelijks zelf onder situatie: naast de persoon die
het psychisch moeilijk heeft, zien we vaak verdriet wat samen kan gaan met gevoelens van
eenzaamheid, schuld, schaamte, ongerustheid en onmacht bij de context wanneer er niet naar hen
geluisterd wordt. Hoe meer er geluisterd wordt, hoe makkelijker het is voor de context om een
2