100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Ouderenpsychologie PB2112-242814B

Puntuación
3,8
(6)
Vendido
52
Páginas
61
Subido en
25-10-2024
Escrito en
2024/2025

Hoi! In deze samenvatting heb ik alle leerdoelen uitgewerkt aan de hand van het handboek, een andere samenvatting en brightspace. Als je de leerdoelen leert, de oefentoetsen maakt en wellicht Brightspace nog even bekijkt, verwacht ik dat je het met deze samenvatting met vlag en rimpel... uh wimpel, gaat halen. ;-) Het is wel een samenvatting voor de luie student, zoals ik al zei; hij is compact. Ik leer zelf altijd alleen de highlights, die staan hier zo goed mogelijk in. Als je graag ALLES van het vak bestudeert en leert, is deze samenvatting voor jou te compact. Dit is meer voor de luie student onder het mom; beter een 6 zonder stress, dan een 7 zonder leven. Heel veel succes!

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
Subido en
25 de octubre de 2024
Número de páginas
61
Escrito en
2024/2025
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Samenvatting: Ouderenpsychologie

PB2112-242814B

Geschreven door Marjolein van den Broek

Studietaak 1.1

- Je eigen attitude ten aanzien van ouder worden beschrijven

Ouder worden is een levenslang proces. Dé oudere bestaat niet. Ouder worden is divers en
afhankelijk van factoren zoals cohortverschillen, geslacht, sociaal emotionele status en
migratiegeschiedenis:

Cohortverschillen: Babyboomers (1945-1965) worden anders oud; vaak hoger opgeleid, langer
doorgewerkt en willen actief deelnemen aan beleid en zorg.

Geslacht: Vrouwen hebben hogere levensverwachting en vaker gezondheidsproblemen, vooral in
hogere leeftijdsgroepen.

Sociaal emotionele status: Sociaal economische verschillen beïnvloeden levensverwachtingen:
hoogopgeleiden leven langer dan laagopgeleiden

Individuele verschillen: Persoonlijkheid en levensgeschiedenis zijn belangrijk voor de
levensloopontwikkelingen.

Wat we als oud zien, wordt vormgegeven door een maatschappelijk krachtenspel; demografische
ontwikkelingen, politiek, media, beleid en de ouderen zelf spelen hierin een rol.

Er is sprake van veranderende levensloopindelingen, vroeger 65 nu tussen 40-80 jr.

Vroeger was er een driedeling: jeugd 0-20 jr., volwassenen 20-65 jr., ouderen 65+

Tegenwoordig zijn er vijf fasen: vroege jeugd 0-15 jr., jongvolwassenheid 15-30 jr., consolidatie 30-60
jr., actieve ouderdom 60-80 jr. en intensieve verzorging 80+.

Ouderdom is niet per se afhankelijkheid, maar ook actieve deelname.

- Uitleggen hoe betekenisgeving en beeldvorming rondom ouder worden het gedrag van
hulpverleners en ouderen kan beïnvloeden

Er is vaak een negatieve beeldvorming van vergrijzing, doordat media de negatieve effecten ervan
benadrukt. Tevens is er een tweedeling in beleid en media; ouderen worden gezien als kwetsbaar en
zorgbehoevend, maar ook als mondige, actieve burgers. Beleidsveranderingen verschuiven
verantwoordelijkheden van de staat naar de burger, met meer nadruk op participatie en autonomie
in de zorg. Er is een verschuiving van een verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving.

De visie van gezondheid verschuift van ziekte-afwezigheid naar het bevorderen van gezond ouder
worden, wat aansluit bij het healthy ageing model. Het healthy ageing model benadrukt veerkracht
en het behouden van functioneren, ook bij mentale of fysieke beperkingen. Gezond ouder worden is
voor iedereen belangrijk, niet alleen voor gezonde mensen maar ook voor degene met verminderde
mentale of fysieke capaciteiten.

Van belang dat er een balans gevonden wordt tussen het respecteren van de autonomie van ouderen
en het bieden van benodigde zorg en ondersteuning, vooral omdat de nadruk wordt gelegd op
autonomie en zelfbeschikking maar niet iedereen hiertoe in staat is, ongeacht meer ouderen actief

,blijven. Er is dan ook steeds meer bewijs dat ouderen, vooral in de laatste generaties, te maken
hebben met gezondheidsproblemen en meer zorg nodig hebben.



- De factoren die deel uitmaken van het Contextual Lifespan Theory for Adapting
Psychotherapy model

Het Contextual Lifespan Theory for Adapting Psychotherapy model kijkt naar verschillende factoren
om therapie op maat te maken voor elke persoon. De belangrijkste factoren zijn:

Levensfase: Hoe oud is iemand en in welke levensfase zit hij/zij (bijv. kind, jongvolwassene,
oudere)? Mensen hebben andere behoeften en uitdagingen in verschillende levensfases.

Context: Dit is de omgeving van de persoon, zoals familie, werk, cultuur, en de maatschappij. Deze
dingen beïnvloeden hoe iemand zich voelt en gedraagt.

Unieke kenmerken: Dit gaat over iemands persoonlijke ervaringen, zoals trauma’s, successen of
andere belangrijke gebeurtenissen in hun leven.

Therapeutische relatie: Hoe goed de band is tussen de persoon en de therapeut. Een sterke
vertrouwensband helpt de therapie beter werken.

Deze factoren helpen de therapeut om de therapie precies aan te passen aan wat iemand op dat
moment nodig heeft.


- Onderscheid maken tussen normatief leeftijdgebonden, normatief historische en niet
normatieve determinanten die het levenspad kunnen beïnvloeden

Binnen de levensloopbenadering worden factoren die het individuele levenspad beïnvloeden,
ingedeeld in drie groepen: de normatief leeftijdsgebonden, de normatief historische en de niet-
normatieve determinanten.

De normatieve leeftijdsgebonden invloeden zijn biologische en sociale omgevingsinvloeden die
ongeveer tegelijk voorkomen bij individuen in eenzelfde leeftijdsgroep. Hierbij kun je denken aan
leren praten en lopen en lichamelijke veranderingen tijdens de puberteit, maar ook het afronden van
de middelbare school, of het halen van je rijbewijs.

De normatieve historische invloeden zijn biologische en sociale omgevingsinvloeden die verbonden
zijn aan de specifieke maatschappelijke situatie in de historische tijd, passend bij een bepaalde
generatie of een bepaald cohort. Voorbeelden hiervan zijn een oorlog, een economische recessie of
een bepaalde voor de maatschappij ingrijpende technologische ontwikkeling (bijv. Internet).

Niet-normatieve invloeden zijn biologische en sociale omgevingsinvloeden die niet aan een bepaalde
leeftijd of historisch tijdvak zijn te koppelen, maar sterk persoonsgebonden zijn. Hierbij kun je denken
aan gebeurtenissen als een verhuizing, echtscheiding, het verlies van een dierbare of het bereiken
van een bijzonder persoonlijk succes.

De impact van deze invloeden op de levensloop wordt vaak via onderstaande figuur weergegeven.
Zoals uit de figuur blijkt, hebben de leeftijdsgebonden biologische invloeden een groot effect op de
ontwikkeling tijdens de kinderjaren en de ouderdom. Leeftijdsgebonden sociale invloeden komen
vooral tijdens de adolescentie naar voren. Later tijdens de ouderdom neemt de invloed van deze

,factoren ook weer toe. De invloed van normatief historische determinanten is vooral tijdens de
adolescentie en de jongvolwassenheid waar te nemen en neemt af naarmate iemand ouder wordt.
De invloed van niet-normatieve determinanten neemt lineair toe met de leeftijd om dan tijdens de
ouderdom te stagneren.




- Het soc model (selectie, optimalisatie, compensatie), de socio emotionele selectiviteitstheorie
(SEST) en het dual continua model toelichten en toepassen op een voorbeeld

1. SOC-model (Selectie, Optimalisatie, Compensatie):
Dit model beschrijft hoe mensen omgaan met ouder worden en veranderingen. Het heeft
drie stappen:
- Selectie: Je kiest wat belangrijk voor je is.
- Optimalisatie: Je probeert beter te worden in die dingen.
- Compensatie: Als iets niet meer lukt, zoek je een andere manier om het toch te doen.

2. Socio-emotionele selectiviteitstheorie (SEST):
Deze theorie zegt dat mensen, als ze ouder worden, meer gefocust raken op emoties en
betekenisvolle relaties. Ze kiezen vaker voor ervaringen die hen gelukkig maken.
SEST richt zich op:
- Het motief om nieuwe dingen te leren (bij nog veel levenstijd)
- Het motief om emoties te reguleren (bij een kortere levenstijd)

3. Dual Continua Model:
Dit model zegt dat geestelijke gezondheid en geestelijke ziektes twee aparte dingen zijn. Je
kunt een geestelijke ziekte hebben, maar toch een goed niveau van welzijn ervaren, en
andersom.

4. Disengagement theorie: Succesvol ouder worden gaat gepaard met geleidelijke
terugtrekking.

5. Activity theorie: Succesvol ouder worden is actief blijven deelnemen aan de samenleving.

, - Het belang van een brede en persoonsgerichte visie op welbevinden bij ouderen toelichten
aan de hand van het dual continua model

Geestelijke gezondheid bij ouderen worden moet gezien worden binnen het bredere proces van
veroudering. De WHO beschrijft geestelijke gezondheid als een toestand van welbevinden,
gekenmerkt door geluk, zelfrealisatie, maatschappelijke integratie en niet alleen als afwezigheid van
klachten.

In modern onderzoek worden deze visies gecombineerd:

Emotioneel welbevinden: past binnen de hedonistische visie, is gericht op geluk en tevredenheid –
wordt benadrukt door Fredrickson (1998)

Psychologisch en sociaal welbevinden: past binnen de eudemonische visie, gericht op zelfrealisatie,
maatschappelijke integratie – wordt benadrukt door Ryan en Deci (2001)

Keyes (2005) stelt dat alle drie de vormen belangrijk zijn en elkaar aanvullen. Hij noemt dit
flourishing: een persoon met een goede geestelijke gezondheid heeft een hoog niveau van
emotioneel, psychologisch en sociaal welbevinden.

Ouderen scoren hoger op emotioneel welbevinden door het positiviteitseffect van ouder worden,
maar lager op psychologisch welbevinden. Sociaal welbevinden blijft gelijk, komt door;

- Ontwikkelingseffect; het emotionele welbevinden neemt toe door het positiviteitseffect
- Cohorteffect; oudere generaties hadden minder mogelijkheden voor zelfontplooiing
- Periode effect; maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de theorie van structural lag,
suggereren dat de samenleving achterloopt bij vergrijzing, wat invloed heeft op het sociale
welbevinden

Dual continua model: Keyes stelt dat geestelijke gezondheid niet hetzelfde is als de afwezigheid van
klachten. Er wordt uitgegaan van twee continuüm: geestelijke gezondheid aan de ene kant,
psychische ziekte aan de andere kant. Welbevinden en geestelijke ziekte zijn niet tegengesteld.
Onderzoek toont aan dat mensen met veel welbevinden vaak minder psychische klachten hebben,
maar dat er ook mensen zijn zonder klachten die weinig welbevinden ervaren en omgekeerd.


- De narratieve benadering beschrijven en uitleggen hoe deze in de ouderenzorg kan worden
toegepast

Betekenis van ouder worden: Theoretische perspectieven zoals die van Diehl en Wahl (2015)
onderstrepen dat de betekenis die men aan ouder worden toekent, essentieel is voor de geestelijke
gezondheid en het welbevinden van ouderen.

Negatieve beelden en stereotypen: Ouderen worden vaak gestereotypeerd als fysieke achteruitgaand
en hulpbehoevend, wat bijdraagt aan de negatieve beeldvorming over de vergrijzing en lage status
van ouderen in de samenleving.

Stereotypen over competentie en warmte: Mensen zien ouderen vaak als incompetent maar warm,
wat leidt tot paternalistisch gedrag en het versterken van afhankelijkheid

Stereotype embodiment: Ouderen die negatieve stereotype over ouder worden internaliseren,
presteren slechter op fysieke en cognitieve tests. Positievere percepties leiden daarentegen tot beter
gezondheidsgedrag en een langer leven
16,96 €
Accede al documento completo:
Comprado por 52 estudiantes

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Reseñas de compradores verificados

Se muestran los 6 comentarios
2 meses hace

4 meses hace

nice and short! I got a pass with this summary, so completely fine.

5 meses hace

7 meses hace

8 meses hace

1 año hace

3,8

6 reseñas

5
2
4
2
3
1
2
1
1
0
Reseñas confiables sobre Stuvia

Todas las reseñas las realizan usuarios reales de Stuvia después de compras verificadas.

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
marjoleinvdbroekx Open Universiteit
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
97
Miembro desde
1 año
Número de seguidores
4
Documentos
7
Última venta
2 días hace

4,0

9 reseñas

5
3
4
4
3
1
2
1
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes