Geen geld hebben voor een uitje naar de bioscoop, om op vakantie te gaan of
om nieuwe kleding te kopen: voor veel Helmonders is het helaas de realiteit.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zocht uit hoeveel huishoudens
maar net boven de armoedegrens leven.
Uit het onderzoek blijkt dat in Helmond 10,8% van de huishoudens nét iets meer
verdient dan wat nodig is om het levensonderhoud te voorzien. Het gaat dus om
bijna 10.000 gezinnen in onze stad. De grens ligt momenteel op €1.112,- per maand
voor alleenstaanden of €2.112,- voor een gezin met twee kinderen.
Niet allemaal werkloos
In láng niet alle gevallen gaat het om werklozen. Bij ongeveer vier op de tien
gezinnen heeft in ieder geval één gezinslid een baan of werk als zelfstandige. Ook
had een deel in het verleden meer te besteden, maar is door een bepaalde
ingrijpende gebeurtenis zoals een scheiding, ziekte of ontslag minder gaan
verdienen.
Geen vergoedingen
Deze groep huishoudens verdient dus niet iets meer dan de armoedegrens en
daarom kunnen ze geen aanspraak maken op vergoedingen. Zo schrijven de
onderzoekers: “eigen bijdrages voor schooluitjes zijn soms ook lastig op te brengen.
Ouders die in de bijstand zitten krijgen hier vaak een vergoeding voor, maar de groep
werkenden met een kleine beurs moet actief op zoek naar potjes.”
Bij de buren
Per gemeente leeft gemiddeld één op de elf gezinnen van iets meer dan de
armoedegrens. Benieuwd hoe het dat zit in onze buurgemeenten? Check dan het
kaartje.
, Armoedebeleid in uw gemeente
Vrijwel iedereen in Nederland heeft een dak boven zijn hoofd, eten op zijn bord en
toegang tot medische zorg en onderwijs. Maar er zijn ook mensen die te weinig
inkomen hebben voor het consumptieniveau dat we in Nederland minimaal
noodzakelijk achten. Dit komt, bijvoorbeeld door hoge zorgkosten. Dan komt
armoede om de hoek kijken. De gemeente is verantwoordelijk voor het
armoedebeleid en de schuldhulpverlening voor inwoners.
Meer dan voorheen moeten gemeenten het nut, de noodzaak en de aard van de (bijzondere)
bijstandsverlening vastleggen. Dit heeft alles te maken met de Participatiewet én met de
wens van het kabinet om meer maatwerk te bieden bij armoedevraagstukken.
Bijstandsconsulenten en sociale wijkteams worden geacht hun vrijheid om zelf te oordelen
en te acteren optimaal te benutten en doelgericht een passende oplossing te bieden.
Natuurlijk binnen de mogelijkheden van de wet, verordeningen en de beleidsregels.
Wat is armoede?
Armoede kent meerdere definities. In de enge zin gaat het om een tekort aan financiële
middelen. In de brede zin van het woord verwijst armoede ook naar sociale uitsluiting. Denk
aan mensen die geen geld hebben om deel te nemen aan activiteiten, geen opleiding
hebben, veelal in een minder goed geïsoleerd huis wonen en vaker gezondheidsproblemen
hebben. Zij kunnen zich vaak moeizaam zelf redden.
Armoede is een subjectief begrip. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) spreekt
daarom niet van ‘arme huishoudens’, maar van ‘huishoudens met een laag inkomen en risico
op armoede’. Momenteel ligt de lage-inkomensgrens voor eenpersoonshuishoudens op
1.030 euro per maand. Voor een echtpaar met twee kinderen ligt dat op 1.930 euro.
Het Nibud hanteert geen lage-inkomensgrens, maar hanteert de term draagkracht: het deel
van het inkomen waarmee mensen hun kosten zelf kunnen betalen. Draagkracht is
afhankelijk van inkomen, verplichtingen, woonlasten en belastingvoordelen. Mensen met
een hoog inkomen en hoge (vaste) lasten dreigen te weinig draagkracht over te houden.
Mensen met een hoger inkomen kunnen zo toch in de financiële problemen komen.
om nieuwe kleding te kopen: voor veel Helmonders is het helaas de realiteit.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zocht uit hoeveel huishoudens
maar net boven de armoedegrens leven.
Uit het onderzoek blijkt dat in Helmond 10,8% van de huishoudens nét iets meer
verdient dan wat nodig is om het levensonderhoud te voorzien. Het gaat dus om
bijna 10.000 gezinnen in onze stad. De grens ligt momenteel op €1.112,- per maand
voor alleenstaanden of €2.112,- voor een gezin met twee kinderen.
Niet allemaal werkloos
In láng niet alle gevallen gaat het om werklozen. Bij ongeveer vier op de tien
gezinnen heeft in ieder geval één gezinslid een baan of werk als zelfstandige. Ook
had een deel in het verleden meer te besteden, maar is door een bepaalde
ingrijpende gebeurtenis zoals een scheiding, ziekte of ontslag minder gaan
verdienen.
Geen vergoedingen
Deze groep huishoudens verdient dus niet iets meer dan de armoedegrens en
daarom kunnen ze geen aanspraak maken op vergoedingen. Zo schrijven de
onderzoekers: “eigen bijdrages voor schooluitjes zijn soms ook lastig op te brengen.
Ouders die in de bijstand zitten krijgen hier vaak een vergoeding voor, maar de groep
werkenden met een kleine beurs moet actief op zoek naar potjes.”
Bij de buren
Per gemeente leeft gemiddeld één op de elf gezinnen van iets meer dan de
armoedegrens. Benieuwd hoe het dat zit in onze buurgemeenten? Check dan het
kaartje.
, Armoedebeleid in uw gemeente
Vrijwel iedereen in Nederland heeft een dak boven zijn hoofd, eten op zijn bord en
toegang tot medische zorg en onderwijs. Maar er zijn ook mensen die te weinig
inkomen hebben voor het consumptieniveau dat we in Nederland minimaal
noodzakelijk achten. Dit komt, bijvoorbeeld door hoge zorgkosten. Dan komt
armoede om de hoek kijken. De gemeente is verantwoordelijk voor het
armoedebeleid en de schuldhulpverlening voor inwoners.
Meer dan voorheen moeten gemeenten het nut, de noodzaak en de aard van de (bijzondere)
bijstandsverlening vastleggen. Dit heeft alles te maken met de Participatiewet én met de
wens van het kabinet om meer maatwerk te bieden bij armoedevraagstukken.
Bijstandsconsulenten en sociale wijkteams worden geacht hun vrijheid om zelf te oordelen
en te acteren optimaal te benutten en doelgericht een passende oplossing te bieden.
Natuurlijk binnen de mogelijkheden van de wet, verordeningen en de beleidsregels.
Wat is armoede?
Armoede kent meerdere definities. In de enge zin gaat het om een tekort aan financiële
middelen. In de brede zin van het woord verwijst armoede ook naar sociale uitsluiting. Denk
aan mensen die geen geld hebben om deel te nemen aan activiteiten, geen opleiding
hebben, veelal in een minder goed geïsoleerd huis wonen en vaker gezondheidsproblemen
hebben. Zij kunnen zich vaak moeizaam zelf redden.
Armoede is een subjectief begrip. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) spreekt
daarom niet van ‘arme huishoudens’, maar van ‘huishoudens met een laag inkomen en risico
op armoede’. Momenteel ligt de lage-inkomensgrens voor eenpersoonshuishoudens op
1.030 euro per maand. Voor een echtpaar met twee kinderen ligt dat op 1.930 euro.
Het Nibud hanteert geen lage-inkomensgrens, maar hanteert de term draagkracht: het deel
van het inkomen waarmee mensen hun kosten zelf kunnen betalen. Draagkracht is
afhankelijk van inkomen, verplichtingen, woonlasten en belastingvoordelen. Mensen met
een hoog inkomen en hoge (vaste) lasten dreigen te weinig draagkracht over te houden.
Mensen met een hoger inkomen kunnen zo toch in de financiële problemen komen.