Probleem 2
Wat zijn de trends ten aanzien van de omvang van de jeugdcriminaliteit in
Nederland:
De jeugdcriminaliteit is onder al de leeftijdsgroepen in de periode tussen 2015-2020
lager dan de jaren voorheen. De daling stagneert even in 2018-2019, maar vervolgt weer
in 2020. Echter verschilt de sterkte van de daling erg per geografisch gebied.
Desondanks is er een afname te zien van de jeugdcriminaliteit over de meeste typen
delicten.
- Hotgroups: groepen waarvan de criminaliteit niet daalt of stijgt.
- Vanaf 1960 is er een stijging te zien in de criminaliteit, vanaf 2007 zet er een
daling in.
- Hotspots: plekken waar criminaliteit niet daalt. Dit is vaak een specifieke locatie.
- Jeugdige misdadiger nemen af, de ernst van de delicten blijft wel hetzelfde.
Volgens Farrell: wordt de daling veroorzaakt door betere beveiligingsmaatregelen
zoals
cameratoezicht (situationele maatregelen). Ook heeft de digitalisering de verandering in
vrijetijdsbesteding teweeggebracht. Weerman zegt dat de daling vanaf 2007 te maken
heeft met de gelijktijdige ontwikkeling van computers, internet en media.
Er is geen waarneembare verplaatsing van de traditionele criminaliteit naar de
digitale wereld. Ook is er minder jeugdreclassering aan minderjarige daders opgelegd. Dit
komt omdat Halt veel afdoeningen op zich neemt. In vergelijking tot leeftijdsgenoten in
de algemene populatie zijn er onder verdachten en veroordeelden (in jaren na hun
verdenking in welk geval tot veroordeling) minder scholieren of studenten. Meer daders
hebben een actief inkomen.
Politierecidive het hoogst onder minderjarige veroordeelden. Er zijn meer recidivisten
dan first-offenders.
Het percentage verdachten daalt sterker dan het percentage jongeren dat in
zelfrapportage een delict rapporteert, wat mogelijk wijst op een verschil in de sterkte van
de daling naar ernst van delinquentie. Ook zijn er minder jongeren die tot de groep
ernstig delinquenten gerekend kunnen worden, maar degenen die overblijven plegen nog
wel even vaak delicten en de delicten die ze plegen, zijn nog even zwaar als in eerdere
cohorten.
Er worden nog niet genoeg cyberdelicten geregistreerd en onderscheiden. Het aantal
slachtoffers en daders ligt hoger dan er momenteel wordt geregistreerd. Dit kan komen
doordat het delict niet op de radar valt van politie, justitie en in sommige gevallen van de
slachtoffers.
Hoe kan de recente daling van jeugdcriminaliteit in Nederland worden geduid:
De daling van de jeugdcriminaliteit kan te maken hebben met de afdoeningen die
bureau Halt op zich nemen. Daarnaast hebben de Covid maatregelen ook een actieve rol
gespeeld. Hierdoor konden daders minder naar buiten, werd er strenger gelet op
groepsactiviteiten wat resulteerde in minder mogelijkheden om traditionele criminaliteit
voort te zetten. Echter wordt er wel enkel gekeken naar de geregistreerde criminaliteit. Er
speelt zich naar verwachting nog veel meer af, enkel komt dit niet op de radar van politie,
justitie en soms ook niet bij het slachtoffer.
- De politie kan andere prioriteiten hebben.
Er kan onderscheid worden gemaakt tussen:
1. Verklaringen die stellen dat er een enkele (maatschappelijke) ontwikkeling ten
grondslag ligt aan de daling van de jeugdcriminaliteit. Hier spelen drie hypothesen
een belangrijke rol: security-hypothese, sociale media hypothese, veranderende
sociale culturele houding hypothese.
Sociale media hypothese: door het toenemende gebruik van sociale media en het
binnen spelen van videogames hangen jongeren minder rond op straat. Door deze
1