Nieuw Nederlands Argumentatieve Vaardigheden
Paragraaf 1
Er zijn twee soorten argumenten: objectieve argumenten en subjectieve argumenten.
Objectief: een feitelijke uitspraak waarvan te zeggen valt of het waar of onwaar is. Objectieve
argumenten hebben geen ondersteuning nodig.
Subjectief: een niet-feitelijke uitspraak die in meer of mindere maten aannemelijk is. Subjectieve
argumenten hebben vaak wel ondersteuning nodig.
Verder kunnen argumenten onderscheiden worden in, argumenten op basis van:
Feiten
Onderzoek of wetenschap
Normen en waarden
Vermoedens
Geloof of (levensbeschouwelijke) overtuiging
Gezag of autoriteit
Nut
Voorbeelden van signaalwoorden voor argumenten zijn: want, omdat, namelijk, aangezien en
immers.
Voorbeelden van signaalwoorden voor standpunten of menigeen zijn: ik vind, volgens mij, ik denk
dat, mij conclusie is dat, dus, daarom en kortom.
Paragraaf 2
Het geheel van standpunt en argumenten wordt een redenering genoemd. Er zijn redeneringen op
basis van:
Oorzaak en gevolg: er wordt van uitgegaan dat een feit of gebeurtenis zal leiden tot een
ander feite of een andere gebeurtenis
Overeenkomst: er wordt een vergelijking gemaakt tussen twee gevallen. Omdat het bij het
ene geval zo is, zal dat bij het tweede geval ook zo zijn.
Voor- en nadelen: er wordt een afweging gemaakt en op basis daarvan een oordeel gedaan.
Kenmerk of eigenschap: als alle onderdelen van een groep hetzelfde kenmerk hebben , dan
heeft een onderdeel van die groep dat ook. De gedachte die aan deze redenatie ten
grondslag ligt wordt meestal niet expliciet vermeld.
Paragraaf 3
Argumenten kunnen op verschillende manieren het standpunt ondersteunen. Er zijn vier basis
argumentatie structuren:
1. Enkelvoudige Argumentatie
Er wordt maak één argument gegeven. Standpunt
Argument
Paragraaf 1
Er zijn twee soorten argumenten: objectieve argumenten en subjectieve argumenten.
Objectief: een feitelijke uitspraak waarvan te zeggen valt of het waar of onwaar is. Objectieve
argumenten hebben geen ondersteuning nodig.
Subjectief: een niet-feitelijke uitspraak die in meer of mindere maten aannemelijk is. Subjectieve
argumenten hebben vaak wel ondersteuning nodig.
Verder kunnen argumenten onderscheiden worden in, argumenten op basis van:
Feiten
Onderzoek of wetenschap
Normen en waarden
Vermoedens
Geloof of (levensbeschouwelijke) overtuiging
Gezag of autoriteit
Nut
Voorbeelden van signaalwoorden voor argumenten zijn: want, omdat, namelijk, aangezien en
immers.
Voorbeelden van signaalwoorden voor standpunten of menigeen zijn: ik vind, volgens mij, ik denk
dat, mij conclusie is dat, dus, daarom en kortom.
Paragraaf 2
Het geheel van standpunt en argumenten wordt een redenering genoemd. Er zijn redeneringen op
basis van:
Oorzaak en gevolg: er wordt van uitgegaan dat een feit of gebeurtenis zal leiden tot een
ander feite of een andere gebeurtenis
Overeenkomst: er wordt een vergelijking gemaakt tussen twee gevallen. Omdat het bij het
ene geval zo is, zal dat bij het tweede geval ook zo zijn.
Voor- en nadelen: er wordt een afweging gemaakt en op basis daarvan een oordeel gedaan.
Kenmerk of eigenschap: als alle onderdelen van een groep hetzelfde kenmerk hebben , dan
heeft een onderdeel van die groep dat ook. De gedachte die aan deze redenatie ten
grondslag ligt wordt meestal niet expliciet vermeld.
Paragraaf 3
Argumenten kunnen op verschillende manieren het standpunt ondersteunen. Er zijn vier basis
argumentatie structuren:
1. Enkelvoudige Argumentatie
Er wordt maak één argument gegeven. Standpunt
Argument