Geert de Vries – We maken onze verwachtingen tot werkelijkheid
Afwijkend gedrag wordt afwijkend doordat mensen het zo noemen. Je kan zo dus afwijkend gedrag
voorkomen door het niet te etiketteren. Thomas kwam in 1928 dan ook al met het idee dat als
mensen situaties als echt definiëren, dan zijn deze situaties echt in hun consequenties (= het Thomas
theorema). Situaties worden echter niet alleen werkelijk omdat mensen denken dat ze werkelijk zijn,
maar omdat ze er ook naar handelen. Zo creëren mensen dus de werkelijkheid en is samenleven niet
mogelijk door het mechanisme van de zichzelf waarmakende voorspelling. Een voorbeeld hiervan is
het Nederlandse drugsbeleid: wanneer je jongeren als volwassen en verantwoordelijke mensen
behandelt, zullen zij zich ook zo gaan gedragen.
Claude Levi-Strauss – The Family
Het gezin is de basisstructuur van een cultuur. De familie, bestaand uit een man, een vrouw en hun
kinderen, is een universeel fenomeen, dat kan worden gezien in elk type samenleving. Monogamie
(een partner in het huwelijk) is dan ook de meest voorkomende samenlevingsvorm, maar dat
betekent niet dat het de enige is (polygamie & polyandrie). 2 opvattingen over monogamie is dat het
(1) sowieso universeel is en (2) dat dit de ‘oorspronkelijke’ staat van samenwonen is (dit principe
werd later nog herontdekt door monotheïstische godsdiensten zoals het Christendom).
Kernvraag: Als er geen natuurwet is die het monogame huwelijk universeel maakt, waarom
komt het dan zo vaak voor?
Het gezin wordt verenigd door: wettelijke banden, economische en godsdienstige rechten en
plichten en seksuele rechten verbonden met psychologische gevoelens als liefde en affectie. Een
legitiem huwelijk vindt echter vaak niet zijn oorsprong bij individuen, maar bij de betrokken groepen
die het huwelijk bindt. Het huwelijk bindt volgens Levi-Strauss dan ook eerst families, en daarna pas
individuen. Door het huwelijk zo te bekijken wordt het als een soort werktuig om onderlinge
verbonden te sluiten, waardoor beide families zullen worden versterkt.
Bij de meeste volkeren heeft het huwelijk dan ook weinig te maken met seksuele
bevrediging, en meer met economische noodzaken en arbeidsverdeling tussen de geslachten binnen
het gezin. Deze arbeidsverdeling binnen het gezin bestaat om een staat van wederzijdse
afhankelijkheid teweeg te brengen, waardoor je elkaar nodig hebt en dus goed samen kan werken.
Vanuit dit denkbeeld kan ook het incest-taboe verklaard worden. Veel mensen denken dat
dit incest-taboe biologische gronden heeft; als je namelijk kinderen krijgt met iemand uit je eigen
familie heb je meer kans op handicaps bij het kind. Het incest-taboe is echter in vele samenlevingen
geen biologische noodzaak, maar een sociale. Het dwingt families namelijk zich samen te voegen om
zo gezamenlijk een sterkere positie in de wereld te bemachtigen. Door niet binnen eigen familie te
mogen trouwen moet je dus wel allianties sluiten met andere families, waardoor beide families
sterker zullen worden en dus meer kans hebben om te overleven (want samen sta je sterk, en als we
uitgaan van het idee van “survival of the fittest” (zeker in tijden en plekken waar stammen onderling
tegen elkaar strijden) is samenwerking dus van groot belang voor het voortbestaan van de familie).
Vilhelm Aubert – The Housemaid; An Occupational Role in Crisis
Kernvraag: Wat gebeurt er met de rol en de institutie van het dienstmeisje onder invloed van
modernisering? De relatie tussen een huishoudster en de familie was lang een status-relatie, waarbij
er een duidelijke scheiding van status was, en neigt nu soms meer naar een relatie gebaseerd op
contact. Veel relaties tussen huishoudsters en werkgevers zijn nu onduidelijk; ze hangen tussen het
principe van Gemeinschaft (sterke affectieve bindingen en saamhorigheid) en Gesellschaft
(economische bindingen) in.