woongebieden: demen. Deze gebieden konden hun eigen vertegenwoordigers kiezen. De
kern was dat ieder gebied zo gelijke kansen kreeg op de volksvertegenwoordiging.
Verder was er de Boulé, ofwel de Raad. Deze bestond uit 500 man. Om een tirannie of
oligarchie te voorkomen werd de polis opgedeeld in Fylen. Dit waren gebiedsdelen die niet
aangrenzend aan elkaar waren. Per phyle (10 in totaal) kwamen er 50 in de Boulé. De boulé
had het ware bestuur in handen.
De strategen waren ook wel de legeraanvoerders. Vanuit een verkiezing werden jaarlijks 10
strategen gekozen, een uit iedere phyle.
De archonten waren algemeen gezegd hoge gezagsdragers. Deze gezagsdragers werden
gekozen vanuit een verkiezing. De archonten hielden zich vooral bezig met rechtspraak.
ex-archonten, vaak wijze mannen, kwamen in de Raad Areopagos. Dit was ook wel de
Griekse rechtbank. De heliaia was de volksrechtbank. Ieder jaar werden er 6000 heliasten
per loting gekozen.
, Sparta was onder leiding van twee koningen. Dit koningschap was erfelijk. De koningen
hadden weinig machten het was hun taak het leger aan te voeren. Als er geen oorlog was
fungeerden de koningen als rechters en priesters.
De twee koningen waren onderdeel van de gerousia. Dit was een raad van 28 mannen die
ouder dan 60 jaar moesten zijn (koningen uitgezonderd). De leden werden door de apella
voor het leven benoemd. De gerousia bereidde wetten en besluiten voor.
De apella was de Spartaanse volksvergadering. Alle mannelijke vrije burgers, ouder dan 30
jaar, kregen een zetel. De vergadering had in praktijk weinig invloed. De apella benoemde
vooral de leden en mochten stemmen over de voorstellen.
De vijf eforen vormden het dagelijks bestuur van Sparta. De eforen werden gekozen uit de
apella. De eforen hadden ook een controlerende taak: ze controleerden of iedereen, dus ook
de koningen, zich aan de wetten van Sparta hield