Les Historische inleiding tot het recht
Distincties; van 1 begrip, 2 begrippen maken (Men splitst het begrip in
deelbegrippen)
→ Dit gebeurt in de glossen
→ uitsplitsen naar 2 of meer nieuwe begrippen
Waardedenken: af en toe gingen de glossatoren tegen het Romeins recht in.
Voornamelijk op grond van godsdienst.
Belangrijke auteurs
Irnerius: één van de vroegste professoren in Bologna in het begin van de
12e eeuw → zocht handschriften, heeft grote inspanningen gedaan om
de digesten terug samen te stellen (CIC)
Eigenlijk was hij Duitser: Werner
Er zijn enkel citaten van zijn werk bekend.
Accursius: In het hoogtepunt van de glossatoren, midden 13de eeuw. Hij
is een belangrijke jurist uit Bologna. Werk gedurende 40 jaar een
compilatie uit van alle glossen die hij kan vinden. → klaar rond 1240: +/-
100 000 glossen (ook soms glossa ordinaria genoemd) → religie →
belangrijke commentaren op de Bijbel.
→ verwijzing naar heilige teksten
→ Magna glossa: bevat alle glossen van de codex, digesten, novellen,
authenticum
Azo: begin 13de eeuw
→ summa aurea: bundeling van een deel van het CIC met alle glossen
erbij. (Gouden summa, verheven summa) Heel de codex is er in
verwerkt + de glossen
→ verhouding tussen de glossatoren → vetes, verschillende strekkingen.
6) BELANG
nadelen
– weinig systematiek: hangt samen met het tekstgerichte → ontleden,
verklaring van woorden /zinnen
Men volgt de indeling van het CIC zonder een nieuwe indeling te maken.
– Teveel termen door de dialectiek → te complexe terminologie, veel
subbegrippen die voortvloeien uit het systeem van distinctie → verwarring
– praktijk: het recht zoals het in de praktijk wordt toegepast, wordt niet
meegenomen in de teksten
voordelen
– Eerste verwerking van het CIC
→ Magna glossius: iedereen kan ernaar teruggrijpen → eerste
instrument/aanknopingspunt
→ in de 14de – 15de eeuw gebruiken juristen dit nog
– Terminologie: Er zijn begrippen die gecreëerd worden die wij nog altijd
gebruiken.
COMMENTATOREN
Distincties; van 1 begrip, 2 begrippen maken (Men splitst het begrip in
deelbegrippen)
→ Dit gebeurt in de glossen
→ uitsplitsen naar 2 of meer nieuwe begrippen
Waardedenken: af en toe gingen de glossatoren tegen het Romeins recht in.
Voornamelijk op grond van godsdienst.
Belangrijke auteurs
Irnerius: één van de vroegste professoren in Bologna in het begin van de
12e eeuw → zocht handschriften, heeft grote inspanningen gedaan om
de digesten terug samen te stellen (CIC)
Eigenlijk was hij Duitser: Werner
Er zijn enkel citaten van zijn werk bekend.
Accursius: In het hoogtepunt van de glossatoren, midden 13de eeuw. Hij
is een belangrijke jurist uit Bologna. Werk gedurende 40 jaar een
compilatie uit van alle glossen die hij kan vinden. → klaar rond 1240: +/-
100 000 glossen (ook soms glossa ordinaria genoemd) → religie →
belangrijke commentaren op de Bijbel.
→ verwijzing naar heilige teksten
→ Magna glossa: bevat alle glossen van de codex, digesten, novellen,
authenticum
Azo: begin 13de eeuw
→ summa aurea: bundeling van een deel van het CIC met alle glossen
erbij. (Gouden summa, verheven summa) Heel de codex is er in
verwerkt + de glossen
→ verhouding tussen de glossatoren → vetes, verschillende strekkingen.
6) BELANG
nadelen
– weinig systematiek: hangt samen met het tekstgerichte → ontleden,
verklaring van woorden /zinnen
Men volgt de indeling van het CIC zonder een nieuwe indeling te maken.
– Teveel termen door de dialectiek → te complexe terminologie, veel
subbegrippen die voortvloeien uit het systeem van distinctie → verwarring
– praktijk: het recht zoals het in de praktijk wordt toegepast, wordt niet
meegenomen in de teksten
voordelen
– Eerste verwerking van het CIC
→ Magna glossius: iedereen kan ernaar teruggrijpen → eerste
instrument/aanknopingspunt
→ in de 14de – 15de eeuw gebruiken juristen dit nog
– Terminologie: Er zijn begrippen die gecreëerd worden die wij nog altijd
gebruiken.
COMMENTATOREN