Behaviorisme
1. Situering
Ontstaan in Amerika. Grondlegger van behaviorisme Watson (psychologen met achternaam kennen)
Belangrijke namen: Skinner, Hull en Thorndike
2. Kenmerken: wetenschappelijk observeerbaar gedrag
Kenmerken:
- Focus ligt op het observeerbaar gedrag .
- Nurture is heel erg belangrijk = wat we kunnen zien
- Begrip tabula rasa: wij zijn als mens geboren als een tabula rasa (=het onbeschreven blad)
- Brein, overtuigingen,… = black box iets wat we niet kunnen zien
- Behaviorsiten zijn niet bezig met subjectieve ervaringen = niet wetenschappelijk
Wat interesseert een behaviorist:
- Men is vooral geïnteresseerd in algemene verklarende principes
= nomothetische wetenschap
Verbinding tussen omgevingsprikkels (S) en gedrag (R):
S-R stimulus lokt gedrag uit:
- S associatie/link R
- S = drempelwaarde
- Relatie tussen S en R functioneel
Kenmerken: S-R:
- Reflex = automatische in het zenuwstelsel verankerde band tussen een stimulus en een
reactie
- Stimulus respons die kunnen we indelen in positieve respons (appetitieve UCS/
ongeconditioneerde stimulus) en negatieve reactie (aversieve UCS/ ongeconditioneerde
stimulus)
o Verschil appetitieve stimulus en aversieve stimulus
Appetitieve stimulus: iets dat leuk, positief is (bv de zon, vakantie, hobby…)
positieve respons/reactie
Aversieve stimulus: wat je niet leuk vind (bv regen, smakken tijdens eten,
wekker horen aflopen…)
Negatieve reactie/respons
- UCS = niet aangeleerd
Kenmerken: leerprocessen
- Weinig gedrag is aangeboren
- Gedrag is aangeleerd
- Gedrag wordt verklaard door leerprocessen
- Experimenten (dierenexperimenten)
Klassieke conditionering = hond van Pavlov
Operante conditionering = straffen en belonen
1. Situering
Ontstaan in Amerika. Grondlegger van behaviorisme Watson (psychologen met achternaam kennen)
Belangrijke namen: Skinner, Hull en Thorndike
2. Kenmerken: wetenschappelijk observeerbaar gedrag
Kenmerken:
- Focus ligt op het observeerbaar gedrag .
- Nurture is heel erg belangrijk = wat we kunnen zien
- Begrip tabula rasa: wij zijn als mens geboren als een tabula rasa (=het onbeschreven blad)
- Brein, overtuigingen,… = black box iets wat we niet kunnen zien
- Behaviorsiten zijn niet bezig met subjectieve ervaringen = niet wetenschappelijk
Wat interesseert een behaviorist:
- Men is vooral geïnteresseerd in algemene verklarende principes
= nomothetische wetenschap
Verbinding tussen omgevingsprikkels (S) en gedrag (R):
S-R stimulus lokt gedrag uit:
- S associatie/link R
- S = drempelwaarde
- Relatie tussen S en R functioneel
Kenmerken: S-R:
- Reflex = automatische in het zenuwstelsel verankerde band tussen een stimulus en een
reactie
- Stimulus respons die kunnen we indelen in positieve respons (appetitieve UCS/
ongeconditioneerde stimulus) en negatieve reactie (aversieve UCS/ ongeconditioneerde
stimulus)
o Verschil appetitieve stimulus en aversieve stimulus
Appetitieve stimulus: iets dat leuk, positief is (bv de zon, vakantie, hobby…)
positieve respons/reactie
Aversieve stimulus: wat je niet leuk vind (bv regen, smakken tijdens eten,
wekker horen aflopen…)
Negatieve reactie/respons
- UCS = niet aangeleerd
Kenmerken: leerprocessen
- Weinig gedrag is aangeboren
- Gedrag is aangeleerd
- Gedrag wordt verklaard door leerprocessen
- Experimenten (dierenexperimenten)
Klassieke conditionering = hond van Pavlov
Operante conditionering = straffen en belonen