Hoorcollege 7.10 palliatieve zorg
Palliatieve zorg en sedatie
Palliatie = verzachting/verlichting
Het palliatieve zorgtraject start met het herkennen en labelen van patiënten met een
beperkte levensverwachting (<1 jaar). De specialist herkent deze patiënt door het aan
zichzelf stellen van de surprise-question.
4 fases:
- Ziektegericht; gericht op ziekte zonder dat genezing mogelijk is
- Symptoomgericht
- Palliatie in de stervensfase
- Nazorg
Pijn
Pijn is een onaangename, sensibele en emotionele ervaring, die primair wordt geassocieerd
met echte of potentiële weefselbeschadiging of beschreven wordt in termen van een
dergelijke beschadiging
Functie pijn waarschuwingssignaal
Pijnprikkel
Nociceptoren
Waar?
o Chemoreceptoren; reageren op chemische stofjes die vrijkomen op het
moment dat er weefselschade is
o Mechanoreceptoren; nemen druk waar bijvoorbeeld bij een klap op je hoofd
o Thermoreceptoren; als je je verbrandt of bevriest, reageren op temperatuur
Perifeer
o Snelle vezels (A delta vezels); de eerste pijn
o Langzame vezels (C vezels); de zeurende pijn die erna komt
Centraal
o Ruggenmerg; opstijgende en dalende banen
o Brein
, Soorten pijn
Nociceptieve pijn
o Somatische pijn
o Viscerale pijn; receptoren minder specifiek en dus moeilijk aan te wijzen pijn
o Referred pain; uitstralende pijn, bij dezelfde dermatomen kan lichaam ze niet
onderscheiden
Verschil: bij neuropathische pijn worden de nociceptoren niet geprikkeld, maar vanuit de
nociceptoren gaat normaal de prikkeling naar de zenuwvezels, maar bij neuropathische pijn
is de zenuwvezel zelf beschadigd die dan een prikkel doorgeeft waardoor pijn wordt ervaren
Neuropathische pijn
o Centrale pijn
o Brandend/stekend sensatie
o Sensibiliteitsstoornissen
o Pijn afhankelijk van plaats beschadiging
Doorbraakpijn
o Incidente pijn
o End of dose pijn
o Spontane doorbraakpijn
Opioïd geïnduceerde hyperalgesie = overgevoelig
Diagnostiek pijnmeting
Pijnmodel van Loeser
Palliatieve zorg en sedatie
Palliatie = verzachting/verlichting
Het palliatieve zorgtraject start met het herkennen en labelen van patiënten met een
beperkte levensverwachting (<1 jaar). De specialist herkent deze patiënt door het aan
zichzelf stellen van de surprise-question.
4 fases:
- Ziektegericht; gericht op ziekte zonder dat genezing mogelijk is
- Symptoomgericht
- Palliatie in de stervensfase
- Nazorg
Pijn
Pijn is een onaangename, sensibele en emotionele ervaring, die primair wordt geassocieerd
met echte of potentiële weefselbeschadiging of beschreven wordt in termen van een
dergelijke beschadiging
Functie pijn waarschuwingssignaal
Pijnprikkel
Nociceptoren
Waar?
o Chemoreceptoren; reageren op chemische stofjes die vrijkomen op het
moment dat er weefselschade is
o Mechanoreceptoren; nemen druk waar bijvoorbeeld bij een klap op je hoofd
o Thermoreceptoren; als je je verbrandt of bevriest, reageren op temperatuur
Perifeer
o Snelle vezels (A delta vezels); de eerste pijn
o Langzame vezels (C vezels); de zeurende pijn die erna komt
Centraal
o Ruggenmerg; opstijgende en dalende banen
o Brein
, Soorten pijn
Nociceptieve pijn
o Somatische pijn
o Viscerale pijn; receptoren minder specifiek en dus moeilijk aan te wijzen pijn
o Referred pain; uitstralende pijn, bij dezelfde dermatomen kan lichaam ze niet
onderscheiden
Verschil: bij neuropathische pijn worden de nociceptoren niet geprikkeld, maar vanuit de
nociceptoren gaat normaal de prikkeling naar de zenuwvezels, maar bij neuropathische pijn
is de zenuwvezel zelf beschadigd die dan een prikkel doorgeeft waardoor pijn wordt ervaren
Neuropathische pijn
o Centrale pijn
o Brandend/stekend sensatie
o Sensibiliteitsstoornissen
o Pijn afhankelijk van plaats beschadiging
Doorbraakpijn
o Incidente pijn
o End of dose pijn
o Spontane doorbraakpijn
Opioïd geïnduceerde hyperalgesie = overgevoelig
Diagnostiek pijnmeting
Pijnmodel van Loeser