Leerdoelen leerlijn
De student kan beschrijven in hoeverre gedrag een rol speelt bij het ontstaan van het veiligheidskundige
probleem;
De student kan beschrijven in hoeverre beeldvorming over het veiligheidskundige probleem een rol speelt bij het
ontstaan of het in stand houden ervan;
De student kan theorie uit verschillende gedragswetenschappen gebruiken om het (on)veilige gedrag en/of de
beeldvorming erover te verklaren;
De student kan theorie uit verschillende gedragswetenschappen gebruiken om het huidige gedrag/beeldvorming
te sturen naar het gewenste gedrag of beeldvorming.
Onderwerpen
1. Individuele factoren =
biologische factoren= genen, hormonen ect.
biosociale factoren= levenslooptheorie
leerprocessen = associatie, straffen/belonen, imitatie
keuzes maken = rationele keuze theorie,
gelegenheidstheorie
2. Groepen = socialisatie, waarden en normen, sociale
controle theorie
3. Maatschappij = Veiligheidsgedrag en de maatschappij, Sociale
cohesie, Cultuur, Broken Window Theory, Spanningstheorie,
Delinquente subcultuur, decriminalisering, risicomaatschappij
Wat is gedrag?
Gedrag elke beweging in een levend organisme met een oorzaak en een functie
Gedrag manier waarop iemand zich gedraagt
Gedrag Registreren, verwerken, en reageren (respons) van prikkel is gedrag.
Prikkels kunnen afkomstig zijn van:
1. Omgeving brand, naar beneden vallende steen
2. Van binnenuit pijn, hartslag
Gedrag is een continu proces. Je reactie op een situatie kan ook weer een prikkel veroorzaken, bijv.
Brand gevaarlijke situatie brandblusser pakken kleiner vuur minder gevaar niet meer blussen
2 Onderdelen staan centraal als het gaat om gedrag
Hersenen
Omgeving
Hersenen
Hersenen kunnen we leren begrijpen en kunnen, snappen we de oorzaak van gedrag en kunnen we die aanpakken
1. Niemand hetzelfde is geprogrammeerd, waardoor er verschil is in waarneming en dus en reactie.
Gemeenschappelijke patronen er zijn overeenkomsten waardoor er een patroon in te herkennen is
2. Soorten processen
1. Bewuste processen bewust van situatie en reactie bij een brand blussen
2. Onbewuste processen lachen om een grap
, 3. Aangeboren biologische kenmerken waarmee je geboren bent
Aangeleerd invloeden van de omgeving die jou hebben veranderd gedurende je leven
Omgeving
Gedrag wat veroorzaakt wordt door de omgeving kunnen we
beïnvloeden, wanneer we weten welke invloed de omgeving heeft op
gedag, kunnen we dat aanpassen en het gedrag van mensen positief
beïnvloeden.
Omgeving heeft invloed op je gedrag factoren van je naasten
omgeving (dichtbij) worden anders ervaren dan factoren van veraf
(politiek)
Ring 1 = gezin vrienden
Ring 2 = school werk vereniging
Ring 3 = maatschappij cultuurpolitiek
Ring 4 = wereldpolitiek, media
Oftewel hersenen en omgeving staan centraal als het gaat over gedrag. Hersenen kunnen we leren begrijpen.
Omgeving kunnen we beïnvloeden.
Verschil in gedrag
Verschil in gedrag kan liggen aan:
Verschil in waarneming en dus verschil in reactie.
Veel onbewuste en bewuste processen die jouw gedrag beïnvloeden.
Aangeboren en aangeleerd zit verschil in.
Twee soorten gedrag (griffin en neal)
1. Participatiegedrag contextgericht context of omgeving die de veiligheid ondersteunt
2. Nalevingsgedrag persoons gericht Taakgericht gedrag van werknemers, uitvoering van taken m.b.t. De
veiligheid.
Invalshoeken veiligheid
1. Kijken naar veiligheid wat er goed gaat en waarom dat goed gaat. Deze kijk kan narigheid voorkomen.
2. Traditionele manier is alleen naar veiligheid kijken door de narigheid te voorkomen.
Veerkracht zo snel mogelijk boven een crisis te komen
Menselijke falen veel gevaar komen voort uit fouten van mensen
Men denkt deze fouten makkelijk weg te halen, door scholing of beleidsvorming. Echter is het misschien wel een
verschijnsel/symptoom van een onderliggend organisatorisch gebrek.
Hoofdstuk 2 – Het brein en gedrag
Stimulus verandering van de omgeving waarop een organisme reageert prikkel
Prikkel kan komen binnenuit en vanuit de omgeving
Risico gevaar dat zich mogelijk tot een ongewenste gebeurtenis ontwikkeld
Gevaar is een lokaal risico.
Veiligheid beheerst gevaar, waar men ook daadwerkelijk vertrouwen in heeft
Situatie dreiging + getroffen maatregelen
Door het gedrag te analyseren en te voorspellen kun je als veiligheidskundige daarop inspelen en situaties veiliger
maken. Doorgaans is het antwoord op de vraag wat gedrag veroorzaakt je hersenen. Je hersenen worden weer
beïnvloed door genen en omgevingsfactoren.
Oftewel je lichaam zelf een rol (zintuigen). Tot slot
speelt de omgeving zelf een rol. Denk hierbij aan taal of
grootte van letters.